Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit als bedoeld in artikel 27 juncto artikel 24 van de Luchtvaartwet, houdende [...] de oostwestbaan, alsmede vaststelling van de geluidszones[Regeling vervallen per 01-01-2004.]

Geldend van 12-05-2000 t/m 31-12-2003

Besluit als bedoeld in artikel 27 juncto artikel 24 van de Luchtvaartwet, houdende wijziging van de aanwijzing van het luchtvaartterrein Maastricht ten behoeve van de oostwestbaan, alsmede vaststelling van de geluidszones

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Gelezen de brief d.d. 7 mei 1985 van de N.V. Luchthaven Zuid-Limburg waarin is verzocht om een wijziging van de aanwijzing van 26 oktober 1971, nr. LT/20173, van het toenmalige luchtvaartterrein Zuid-Limburg, nu Luchtvaartterrein Maastricht genaamd, ten behoeve van de aanleg van een oostwestbaan met een lengte van 3.500 meter, met bijbehorende platforms en afhandelingsgebouwen;

Gelet op artikel VII van de Wet van 7 juni 1978 (Stb. 354), de artikelen 24 en 27 van de Luchtvaartwet en artikel 2 van het Besluit geluidsbelasting grote luchtvaartterreinen;

Gezien het advies van de Rijksplanologische Commissie d.d. 26 april 1984 inzake het OWEMA-rapport en de partiële herziening van het streekplan Zuid-Limburg, het advies van de Rijksplanologische Commissie d.d. 13 juni 1986 inzake de in maart 1987 vastgestelde ontwerp-aanwijzing voor de luchthaven Maastricht, alsmede het advies van de Rijksplanologische Commissie en de Rijksmilieuhygiënische Commissie d.d. 28 juni 1990 inzake de in maart 1991 vastgestelde ontwerpaanwijzing voor de luchthaven Maastricht;

Gezien de adviezen van de commissie als bedoeld in artikel 21 van de Luchtvaartwet d.d. 29 oktober 1987 en 21 oktober 1991;

Gezien de adviezen van de Commissie voor de milieu-effectrapportage d.d. 25 februari 1986, 1 september 1987, 22 april 1988 en 19 juli 1991;

Besluit:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2004]

  • 1 Aangewezen wordt het luchtvaartterrein Maastricht, gelegen in de gemeente Beek in de provincie Limburg, ten behoeve van de N.V. Luchthaven Maastricht, hierna te noemen: de exploitant.

  • 2 Tot het luchtvaartterrein Maastricht behoren de percelen en perceelsgedeelten die met opgave van de kadastrale aanduidingen als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onder a, van de Luchtvaartwet, zijn aangegeven op de kaart, opgenomen in bijlage B1, behorende bij dit besluit.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2004]

Deze aanwijzing heeft betrekking op het openbaar nationaal en internationaal burgerluchtverkeer.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2004]

  • 1 De exploitant stelt ten genoegen van de Minister van Verkeer en Waterstaat, onverminderd het recht op vergoeding van de kosten, ruimten ter beschikking, indien deze nodig worden geacht voor de van rijkswege uit te oefenen diensten ten behoeve van de veiligheid, de regelmaat en de doelmatigheid van het luchtverkeer, alsmede in verband met de handhaving van de geluidszones.

  • 2 De exploitant stelt ten genoegen van de Minister van Verkeer en Waterstaat kosteloos grond op het luchtvaartterrein ter beschikking voor de plaatsing en instandhouding van hulpmiddelen ten behoeve van de veilige uitvoering van het luchtverkeer, alsmede voor hulpmiddelen ten behoeve van de handhaving van de geluidszones.

  • 3 De exploitant biedt ten genoegen van de Minister van Verkeer en Waterstaat voldoende gelegenheid voor het afhandelen van vliegtuigen, passagiers, goederen en post, onverminderd het recht op vergoeding van de kosten.

Paragraaf 2. Situatie op en rond het luchtvaartterrein en voorschriften omtrent het gebruik van het luchtvaartterrein [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2004]

  • 2 In het landingsterrein zijn de volgende banen gelegen:

    • a). een verharde baan, gelegen in de geografische richting 033° – 213° met een lengte van 2.500 meter en een breedte van 45 meter met de daarbij behorende rijbanen die voor gebruik door het luchtverkeer is ingedeeld onder codenummer 4 en codeletter E zoals vermeld in bijlage 14, behorende bij het Verdrag van Chicago, één en ander zoals aangegeven op de kaart in bijlage C1, behorende bij dit besluit;

    • b). een verharde baan, gelegen in de geografische richting 070° – 250°, met een lengte van 1.080 meter en een breedte van 45 meter met de daarbij behorende rijbanen die voor het gebruik door het luchtverkeer is ingedeeld onder codenummer 2 en codeletter B, zoals vermeld in bijlage 14, behorende bij het Verdrag van Chicago, één en ander zoals aangegeven op de kaart in bijlage C1, behorende bij dit besluit.

  • 3 De bij de in het tweede lid bedoelde banen behorende aan- en uitvliegroutes voor de verschillende luchtverkeerscategorieën zoals deze voor de berekening van de geluidszone zijn gehanteerd, zijn aangegeven op de kaart, opgenomen in bijlage D1, behorende bij dit besluit.

  • 4 De beschrijving van de aard en omvang van het luchtverkeer op het luchtvaartterrein Maastricht, de daarmee samenhangende geluidsbelasting door luchtvaartuigen en de toegepaste luchtverkeersgegevens voor de berekeningen van de geluidsbelastingscontouren, die ten grondslag liggen aan de geluidszone, bedoeld in artikel 5, zijn opgenomen in de bijlage C2, behorende bij dit besluit.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2004]

Rond het luchtvaartterrein geldt voor luchtvaartuigen als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onder a, van de Luchtvaartwet een geluidszone met een grenswaarde van 35 Ke en met de geluidscontouren behorende bij de maximale waarden 40, 45, 50, 55 en 65 Ke. Deze geluidszone met bijbehorende contouren is aangegeven op een topografische kaart, opgenomen in bijlage A1, behorende bij dit besluit.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2004]

Het maximaal aantal jaarlijks toegestane vliegtuigbewegingen voor luchtvaartuigen als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onder b, van de Luchtvaartwet bedraagt 61.000 VFR-vliegtuigbewegingen.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2004]

  • 1 De exploitant laat op het luchtvaartterrein slechts luchtverkeer toe, voor zover de daardoor veroorzaakte geluidsbelasting buiten de in artikel 5 bedoelde geluidszone de vastgestelde grenswaarde niet overschrijdt en het aantal vliegtuigbewegingen als bedoeld in artikel 6 niet wordt overschreden.

  • 2 Indien, ondanks het bepaalde in het eerste lid, een zodanig feitelijk gebruik van het luchtvaartterrein plaatsvindt dat een overschrijding van de vastgestelde grenswaarde buiten de in het eerste lid bedoelde geluidszone of het aantal vliegtuigbewegingen dreigt, is de exploitant gehouden die maatregelen te nemen die in zijn vermogen liggen om overschrijding van de vastgestelde grenswaarde buiten die geluidszone, dan wel overschrijding van het maximaal aantal toegestane vliegtuigbewegingen, te voorkomen.

  • 3 Maatregelen als bedoeld in het tweede lid worden met inachtneming van internationale verdragsverplichtingen, overeenkomstig het vigerende gebruiksplan genomen.

  • 4 De gezagvoerder, dan wel de eigenaar, de houder of de bezitter van een luchtvaartuig gebruikt, doet of laat het luchtvaartterrein gebruiken met inachtneming van de in het tweede lid bedoelde maatregelen.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2004]

  • 1 De exploitant stelt na overleg met de plaatselijke luchtverkeersleidingsdienst een geluidspreferentieel baangebruiksysteem vast en zendt dit, als onderdeel van het gebruiksplan bedoeld in artikel 30b van de Luchtvaartwet aan de Minister van Verkeer en Waterstaat.

  • 2 Van het in het eerste lid bedoelde systeem kan tijdelijk worden afgeweken indien voortgezet geluidspreferentieel baangebruik leidt tot overschrijding van de vastgestelde grenswaarde buiten de geluidszone. Van het voornemen tot afwijking wordt de commissie als bedoeld in artikel 28 van de Luchtvaartwet vooraf op de hoogte gesteld.

  • 3 De exploitant maakt het systeem als bedoeld in het eerste lid, alsmede afwijking van het systeem als bedoeld in het tweede lid, en iedere wijziging hierop openbaar.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2004]

  • 1 In de periode van 23.00 uur tot 06.00 uur plaatselijke tijd doet noch laat de exploitant de banen bedoeld in artikel 4, tweede lid, gebruiken voor starts en landingen met luchtvaartuigen.

  • 2 In de periode van 23.00 uur tot 06.00 uur plaatselijke tijd gebruikt de gezagvoerder van een luchtvaartuig de banen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, niet voor starts en landingen.

  • 3 Het gestelde in het eerste en tweede lid geldt niet voor luchtvaartuigen die in nood verkeren of ten behoeve van reddingsacties of hulpverlening worden ingezet.

  • 4 Het gestelde in het eerste en tweede lid geldt niet voor het uitvoeren van landingen tussen 23.00 uur en 24.00 uur plaatselijke tijd door luchtvaartuigen van luchtvaartmaatschappijen die geregelde vluchten uitvoeren en die volgens schema eerder dan 23.00 uur plaatselijke tijd hadden moeten arriveren, voor zover sprake is van onverwachte vertragende omstandigheden, die op het moment van vertrek redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen worden.

  • 5 Het gestelde in het eerste en tweede lid geldt niet voor het uitvoeren van starts tussen 23.00 uur en 24.00 uur plaatselijke tijd door luchtvaartuigen van luchtvaartmaatschappijen die geregelde vluchten uitvoeren en die volgens schema eerder dan 23.00 uur plaatselijke tijd hadden moeten vertrekken, voor zover sprake is van:

    • -

      een technische storing van het luchtvaartuig, dan wel van de luchtvaarttechnische gronduitrusting of

    • -

      extreme meteorologische omstandigheden, die een vertraging van de start volgens dat schema rechtvaardigen.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2004]

  • 1 Het uitvoeren van les- en oefenvluchten met straalvliegtuigen vindt slechts plaats van maandag tot en met vrijdag van 09.00 uur tot 19.00 uur plaatselijke tijd, niet zijnde officiële feestdagen.

  • 2 Het uitvoeren van circuitvluchten met vliegtuigen met schroefaandrijving met een maximaal toegelaten totaalmassa van minder dan 6.000 kg vindt slechts plaats van maandag tot en met zaterdag van 09.00 uur tot 23.00 uur plaatselijke tijd en op zondagen en officiële feestdagen van 10.00 uur tot 19.00 uur plaatselijke tijd.

  • 3 Het uitvoeren van circuitvluchten met straalvliegtuigen en vliegtuigen met schroefaandrijving met een maximaal toegelaten totaalmassa van 6.000 kg of meer vindt slechts plaats van maandag tot en met vrijdag van 09.00 uur tot 19.00 uur plaatselijke tijd, niet zijnde officiële feestdagen.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2004]

  • 1 De gezagvoerder voert de aan hem door de luchtverkeersleidingsdienst opgedragen standaard-instrument-vertrekprocedure uit binnen de voor bedoelde procedure vastgestelde tolerantiegebieden, opgenomen in bijlagen E1 en E2, behorende bij dit besluit.

  • 2 Van het bepaalde in het eerste lid mag niet worden afgeweken, tenzij daartoe opdracht is gegeven door de luchtverkeersleidingsdienst.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2004]

De gezagvoerder voert de aan hem door de luchtverkeersleidingsdienst opgedragen standaard-instrumentnaderingsprocedure uit.

Paragraaf 3. Nadere voorschriften in verband met de handhaving van de geluidszones [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2004]

Ten behoeve van de controle op de naleving van de geluidszone en de naleving van de in dit besluit opgenomen voorschriften doet de exploitant binnen twee weken na afloop van ieder kwartaal aan de Minister van Verkeer en Waterstaat opgave van het aantal starts en landingen per baan dat in het betreffende kwartaal is uitgevoerd, alsmede van het type vliegtuig en de aard en het tijdstip van de vlucht.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2004]

Het gebruiksplan, bedoeld in artikel 30b van de Luchtvaartwet, betreft de periode van 1 januari van enig jaar tot en met 31 december van datzelfde jaar.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2004]

  • 1 Aan degene die door dit besluit schade lijdt of zal lijden wordt op verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toegekend, voor zover die schade redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen last behoort te blijven en voor zover de vergoeding niet, of niet voldoende door aankoop, onteigening of anderszins is verzekerd.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2004]

  • 1 Aan degene die op 25 oktober 1994 met een woonadres binnen de 40 Ke-geluidscontour, als bedoeld in artikel 5 van dit besluit, stond ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie van de gemeenten Beek of Meerssen, wordt op aanvraag een jaarlijkse vergoeding toegekend over de periode 1 oktober 1988 tot de datum van inwerkingtreding van dit besluit.

  • 2 De vergoeding bedraagt ƒ 2.500,- per jaar dat degene in de periode 1 oktober 1988 tot de datum van inwerkingtreding van dit besluit ingeschreven heeft gestaan in de gemeentelijke basisadministratie op een woonadres, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel. De vergoeding is eenmalig en wordt per woonadres uitgekeerd.

  • 3 De aanvraag om een vergoeding wordt gedaan binnen 6 maanden na inwerkingtreding van dit besluit op een door de Minister van Verkeer en Waterstaat vastgesteld formulier.

    De aanvraag gaat vergezeld van een gewaarmerkt uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie, waaruit blijkt dat de aanvrager op 25 oktober 1994 stond ingeschreven op een woonadres als bedoeld in het eerste lid van dit artikel. Tevens blijkt uit het uittreksel gedurende welke periode gelegen in de periode tussen 1 oktober 1988 en de datum van inwerkingtreding van dit besluit de aanvrager op het betreffende adres heeft ingeschreven gestaan.

Artikel 17 [Vervallen per 12-05-2000]

Artikel 18 [Vervallen per 12-05-2000]

Artikel 19 [Vervallen per 12-05-2000]

Paragraaf 4 [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 20 [Vervallen per 12-05-2000]

Artikel 21 [Vervallen per 12-05-2000]

Artikel 22 [Vervallen per 12-05-2000]

Paragraaf 5 [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 23 [Vervallen per 12-05-2000]

Artikel 24 [Vervallen per 12-05-2000]

Artikel 25 [Vervallen per 12-05-2000]

Artikel 26 [Vervallen per 12-05-2000]

's-Gravenhage, 25 oktober 1994

De

Minister

van Verkeer en Waterstaat,

A. Jorritsma-Lebbink