Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Warenwetbesluit asbest[Regeling vervallen per 08-03-2005.]

Geldend van 14-09-1994 t/m 07-03-2005

Besluit van 15 augustus 1994, houdende regelen met betrekking tot asbestbevattende waren

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van 1 juni 1993, DGVgz/VVP/C 93811, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Onze Minister van Economische Zaken;

Gelet op de Richtlijn 91/659/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 3 december 1991 houdende aanpassing aan de technische vooruitgang van bijlage I van Richtlijn 76/769/EEG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lid-Staten inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten (asbest) (PbEG L 363), alsmede op de artikelen 4, eerste lid, 8, onderdeel c, 12, 13 en 14 van de Warenwet en op artikel II, eerste lid, van de Wijzigingswet 1988 Warenwet;

Gezien het advies van de Adviescommissie Warenwet (advies van 12 februari 1993, 14626/(41)5);

De Raad van State gehoord (advies van 19 oktober 1993, No. W13.93.0329);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van 21 juli 1994, DGVgz/VVP/C 941365, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Onze Minister van Economische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1 [Vervallen per 08-03-2005]

In dit besluit wordt verstaan onder asbestvezels:

  • a. crocidoliet, CAS nr. 12001-28-4

  • b. amosiet, CAS nr. 12172-73-5

  • c. anthofyllietasbest, CAS nr. 77536-67-5

  • d. actinolietasbest, CAS nr. 77536-66-4

  • e. tremolietasbest, CAS nr. 77536-68-6

  • f. chrysotiel, CAS nr. 12001-29-5

Artikel 2 [Vervallen per 08-03-2005]

  • 1 Het is verboden waren te verhandelen die niet voldoen aan de in of krachtens dit besluit gestelde eisen.

  • 2 Het is verboden waren die asbestvezels bevatten, te verhandelen anders dan met inachtneming van de voorschriften in of krachtens dit besluit gesteld met betrekking tot het bezigen van vermeldingen.

Artikel 3 [Vervallen per 08-03-2005]

Waren mogen niet de asbestvezels bevatten, die genoemd zijn in artikel 1, onderdelen a tot en met e.

Artikel 4 [Vervallen per 08-03-2005]

  • 1 Waren mogen slechts asbestvezels als genoemd in artikel 1, onderdeel f, bevatten die ieder voor zich blijvend hecht gebonden zijn.

  • 2 Asbestvezels worden, behoudens voor zover zij aanwezig zijn in textielartikelen als bedoeld in het Textielartikelenbesluit (Warenwet), als hechtgebonden beschouwd indien de asbestbevattende waar een kwaliteitsfactor heeft van 0,35 of meer, bepaald volgens de onderzoeksmethode die als bijlage I bij dit besluit is gevoegd.

  • 3 Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur kan in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer nadere regelen stellen met betrekking tot de hechtgebondenheid van asbestvezels.

  • 4 Het eerste tot en met derde lid is niet van toepassing op asbestbevattende waren, zijnde halffabrikaten welke zijn bestemd om te worden verwerkt tot waren waarin de asbestvezels blijvend hecht gebonden zijn.

Artikel 5 [Vervallen per 08-03-2005]

De volgende waren mogen geen chrysotiel bevatten:

  • a. tabakspijpen, sigare- en sigarettepijpjes;

  • b. verf en vernis;

  • c. katalytische zeven en isolatievoorzieningen, bestemd voor of ingebouwd in verwarmingstoestellen die op vloeibaar gas werken;

  • d. deklagen van wegen tenzij het asbestvezelgehalte niet meer dan 2% bedraagt;

  • e. mortel, oppervlaktebeschermingsmiddelen, vul- en voegmaterialen, dichtingsmaterialen, mastiek, lijm, sierpoeder en -deklagen;

  • f. isolatie- of geluiddempingsmaterialen met geringe dichtheid (dichtheid minder dan 1 g/cm3);

  • g. luchtfilters en filters voor transport, distributie en gebruik van aardgas en stadsgas;

  • h. onderlagen en voeringen voor vloer- of wandbedekking van kunststof;

  • i. eindprodukten van textiel in de vorm die is bestemd om aan de eindgebruiker te worden geleverd, tenzij zij zijn behandeld om het vrijkomen van vezels te voorkomen;

  • j. dakvilt.

Artikel 6 [Vervallen per 08-03-2005]

Asbestbevattende waren zijn voorzien van vermeldingen overeenkomstig bijlage II bij dit besluit, waaruit de aanwezigheid van asbest in die waren, alsmede de bij de be- of verwerking van die waren in acht te nemen voorzorgsmaatregelen duidelijk blijken. Artikel 4, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7 [Vervallen per 08-03-2005]

Dit besluit is niet van toepassing op frictiematerialen waarvoor regelen zijn gesteld bij het Besluit asbestvrije frictiematerialen Wet milieugevaarlijke stoffen.

Artikel 8 [Vervallen per 08-03-2005]

Het Asbestbesluit (Warenwet) wordt ingetrokken.

Artikel 9 [Vervallen per 08-03-2005]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 10 [Vervallen per 08-03-2005]

Dit besluit wordt aangehaald als: Warenwetbesluit asbest.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 15 augustus 1994

Beatrix

De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,

J. M. M. Ritzen

Uitgegeven de dertiende september 1994

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

Bijlage I. Methode van onderzoek [Vervallen per 08-03-2005]

Het onderzoek naar de hechtheid van de binding van asbestvezels in artikelen geschiedt als volgt:

1. Doel en toepasbaarheid [Vervallen per 08-03-2005]

Doel van de test is het bepalen van de hechtheid van de binding van asbestvezels in materialen. De bepaling kan in principe worden gebruikt voor asbestbevattende materialen waarin de asbestvezels worden omgeven door een matrix materiaal en waaruit een proefstuk van 3 * 3 cm gezaagd kan worden. Behalve op vlakke proefstukken is deze test ook toepasbaar op proefstukken met een licht gebogen oppervlak. De kromtestraal van het oppervlak dient dan minstens 5 cm te zijn.

2. Beginsel [Vervallen per 08-03-2005]

Het materiaal wordt blootgesteld aan een luchtstraal beladen met glasbolletjes met een gemiddelde diameter van 50 µm. Door verschillende materialen achtereenvolgens en onder gelijke omstandigheden aan deze straalbewerking bloot te stellen zal, afhankelijk van de hechtheid van het onderzochte materiaaloppervlak, hiervan een bepaalde hoeveelheid worden afgeslepen. De hoeveelheid vrijgekomen asbest wordt bepaald en het eindresultaat wordt als een kwaliteitsfactor weergegeven.

3. Apparatuur en benodigdheden (zie figuur 1) [Vervallen per 08-03-2005]

1. Een microstraalapparaat zonder recirculatiesysteem waarmee de in hoofdstuk 4 te noemen proefomstandigheden te realiseren zijn, zoals COMCO MB 100 "Microblaster" van Comco Inc. 2151 North Lincoln Street, Burbank, California, U.S.A.

2. Een afzuigbare straalkast voorzien van een draaiend platform met een draaisnelheid van twee omwentelingen per minuut.

3. Een afzuigapparaat voorzien van een HEPA-filter. Het debiet van dit afzuigapparaat moet zo groot zijn dat al het vrijkomende materiaal naar het filter wordt getransporteerd en er voldoende onderdruk in de straalkast ontstaat zodat er geen vrijkomend asbest naar buiten kan lekken.

4. Stikstofgas met een druk van 800 kPa, waarvan het vochtgehalte kleiner is dan 100 ppm.

5. Glasbolletjes met een deeltjesgrootteverdeling die ligt tussen de in figuur 2 met streeplijnen aangegeven grenzen (bij voorbeeld glassbeads 50, type D van Comco Inc.)

6. Droogstof voor het drogen van een straalmiddel. Voor de test moet het straalmiddel ten minste gedurende vier uur bij 105°C worden gedroogd.

7. Lak of polyester voor het afdichten van de zaagranden van de testblokjes.

8. Een laboratoriumbalans met een weegnauwkeurigheid van 0,1 mg.

9. Een stopwatch.

10. Röntgendiffractieapparatuur voor de bepaling van het asbestgehalte.

11. Referentiemateriaal, verkrijgbaar bij de Hoofdgroep Maatschappelijke Technologie TNO te Delft.

Proefomstandigheden

Toelaatbare spreiding

Dosering straalmiddel

750 mg/min

± 35 mg/min

afstand straalopening proefstuk

40 mm

± 1 mm

diameter straalpijp:

1,17 mm

± 0,05 mm

materiaal straalpijp

wolframcarbide

 

straaldruk:

250 kPa overdruk

± 5 kPa

uitstroomdebiet straalpijp

380 cm3/s:

± 10 cm3/s

plaats straalpijp:

8 mm uit het midden

± 0,5 mm

draaisnelheid tafel:

2 omw. per minuut

± 0,2 rpm

hoek tussen straalpijp en proefvlak:

90°

± 5°

Bijlage 7696.png
Figuur 1. Pneumatisch schema van de testopstelling

Bij het inschakelen van de MB 100 wordt klep 1 geopend, waardoor de pneumatische ventielen gesloten worden en het drukregelsysteem bekrachtigd wordt. Daarna kan het apparaat in werking gesteld worden met een voetschakelaar, die gelijktijdig klep 2 en de elektrische drukmodulator bekrachtigd.

Door klep 2 wordt het pneumatische ventiel 2 geopend, zodat er een luchtstroom uit de straalpijp komt. De drukmodulator zorgt voor suspensie van het glaspoeder uit het voorraadvat in de luchtstroom.

Bijlage 7697.png
Figuur 2. Gravimetrische deeltjesdiameter van de glasbolletjes voor de straalproef

Langs de horizontale as is de diameter, d, van de glasbolletjes uitgezet. De getrokken lijn geeft de gravimetrische verdeling van de gebruikte glasbolletjes van Comco Inc. Hiervoor ligt de mediaan op 57 µm en 90% van het gewicht ligt tussen 32 µm en 90 µm. De streeplijnen geven tolerantiegrenzen voor de diameterverdeling van het straalmiddel.

5. Uitvoering [Vervallen per 08-03-2005]

Alle handelingen met asbestbevattende materialen moeten in een afgezogen werkkast, voorzien van een absoluutfilter worden uitgevoerd.

  • - Droog het straalmiddel gedurende ten minste vier uur bij 105°C in een droogstoof.

  • - Zaag op een aantal plaatsen, zowel bij het midden als bij de randen van het te testen bulkmateriaal, ten minste vijf proefblokjes uit van 3 * 3 cm. De kromtestraal van het testoppervlak moet ten minste 5 cm zijn. Bedek de zaagranden met lak of polyester.

  • - Stel de beschreven apparatuur binnen de vereiste nauwkeurigheid in volgens de onder 4 beschreven proefomstandigheden.

  • - Weeg het blokje en breng het in de testkamer op het draaiplateau. Schakel de afzuiging in. Schakel het straalapparaat in en meet de straaltijd in seconden nauwkeurig met een stopwatch.

  • - Bepaal de totale hoeveelheid afgestraald stof na vijf minuten, door wegen van het blokje. Bij zeer los gebonden materialen moet dit gegeven door extrapolatie worden bepaald.

  • - Bepaal het percentage asbest in de slijtlaag (het dubbel gearceerde gedeelte in figuur 3) door middel van röntgendiffractieanalyse. Bij gecoate materialen is het belangrijk daarbij de slijtdiepte na vijf minuten nauwkeurig aan te houden. Wanneer de slijtdiepte na vijf minuten minder dan 10 à 15 µm bedraagt, kan de bepaling van het asbestgehalte achterwege worden gelaten. Ook bij een hoog asbestgehalte zal het materiaal nog een hoge kwaliteitsfactor scoren.

    Bijlage 7699.png
Figuur 3. Doorsnee van het blokje
  • - Voor de proef bij ten minste vijf proefblokjes uit en bepaal de gemiddelde K-waarde en het 95%-betrouwbaarheids interval. Wanneer in bepaalde gevallen een grotere nauwkeurigheid gewenst is wordt het aantal steekproeven dienovereenkomstig uitgebreid.

  • - Voer bij iedere serie proefnemingen dezelfde bewerkingen uit met een of meer referentiematerialen.

6 . Berekening [Vervallen per 08-03-2005]

De kwaliteitsfactor van materiaal X wordt berekend als volgt:

Bijlage 7698.png

waarin Kx = de kwaliteitsfactor voor materiaal x;

Cref = de normeringsfactor voor het gebruikte referentiemateriaal.

Mref = de gemiddelde hoeveelheid materiaal, in mg, die volgens de beschreven straalmethode in vijf minuten, uit het referentiemateriaal wordt vrijgemaakt.

Cx = het asbestgehalte in de slijtlaag van materiaal x, bepaald met behulp van röntgendiffractie en uitgedrukt in gewichtspercentage.

Mx = de hoeveelheid materiaal, in mg, die bij vijf minuten stralen wordt vrijgemaakt uit een proefblokje van materiaal x, volgens de beschreven straalmethode.

Bijlage II. Etikettering [Vervallen per 08-03-2005]

De etikettering van asbestbevattende artikelen geschiedt als volgt.

1. Asbestbevattende artikelen moeten zijn voorzien van een figuur zoals hierna omschreven:

  • a. de aan het hieronder staande model gelijkvormige figuur moet ten minste 5 cm hoog (H) en 2,5 cm breed zijn;

  • b. de figuur bestaat uit twee delen:

    • - het bovendeel (h1 = 40% H) bevat een witte letter "a" tegen een zwarte achtergrond,

    • - het benedendeel (h2 = 60% H) bevat de in de figuur weergegeven standaardtekst in witte of zwarte letters tegen een rode achtergrond; de tekst moet goed leesbaar zijn;

  • c. indien het artikel crocidoliet bevat, moet de aanduiding "bevat asbest" van de standdaardtekst worden vervangen door de volgende aanduidingen: "bevat crocidoliet/blauwe asbest".

  • d. Indien voor het aanbrengen van de figuur gebruik wordt gemaakt van een rechtstreekse opdruk op het artikel, is één, met de achtergrond contrasterende, kleur voldoende.

    Bijlage 7700.png

2. Asbestbevattende artikelen die bij het gebruik kunnen worden verwerkt of bewerkt, dienen voorts in ieder geval te zijn voorzien van de volgende veiligheidsvoorschriften:

  • - "werk zo mogelijk in de open lucht of in een goed geventileerde ruimte";

  • - bij voorkeur handwerktuigen of werktuigen met lage snelheden gebruiken, die zo nodig zijn voorzien van een geschikte stofvanger. Wanneer werktuigen met hoge snelheden worden gebruikt, moeten deze altijd van een stofvanger zijn voorzien";

  • - "zo mogelijk vóór het zagen of boren bevochtigen";

  • - "afval bevochtigen, in een vat doen dat goed wordt gesloten en veilig verwijderen".

3. De in de punten 1 en 2 bedoelde figuur onderscheidenlijk voorschriften dienen goed leesbaar en onuitwisbaar te zijn aangebracht:

  • a. wat betreft asbestbevattende artikelen die in een verpakking worden afgeleverd:

    • 1°. op een stevig op de verpakking aangebracht etiket,

    • 2°. op een stevig aan de verpakking bevestigd label, of

    • 3°. rechtstreeks op de verpakking;

  • b. wat betreft asbestbevattende artikelen die onverpakt worden afgeleverd:

    • 1°. op een stevig op het artikel aangebracht etiket,

    • 2°. op een stevig aan het artikel bevestigd label, of

    • 3°. rechtstreeks op het artikel.

Wanneer de onder b genoemde procédés redelijkerwijs niet kunnen worden toegepast, bijvoorbeeld wegens de beperkte afmetingen van het artikel, de ongeschikte aard ervan of bepaalde technische moeilijkheden, dient het artikel te zijn vergezeld van een geschrift waarin de figuur en de voorschriften zijn opgenomen.

Eventuele nadere informatie inzake veiligheid, die op de verpakking of het artikel wordt aangebracht, mag de in de punten 1 en 2 bedoelde figuur onderscheidenlijk voorschriften niet verzwakken of tegenspreken.

4. Indien een artikel bestaat uit verschillende delen waarin asbest voorkomt dienen de in de 1 en 2 bedoelde figuur en voorschriften op elk van die delen te zijn aangebracht.

De punten 1 en 2 zijn niet van toepassing met betrekking tot delen van artikelen waarop het wegens de geringe afmetingen ervan of de ongeschiktheid van de verpakking ervan niet mogelijk is de bedoelde aanduidingen aan te brengen.

5. De in deze bijlage bedoelde aanduidingen moeten zijn gesteld in de Nederlandse taal.