Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Reglement van Orde voor de Verenigde Vergadering der Staten-Generaal

Geldend van 22-03-1994 t/m heden

Regeling van 7 juli 1994

Hoofdstuk I. De Voorzitter en de griffiers

Artikel 1

De plichten van de Voorzitter zijn voornamelijk het leiden van de werkzaamheden der Vergadering; het handhaven der orde bij de beraadslagingen; het zorgen dat geen spreker in zijn rede gestoord wordt; het tot de orde roepen van een spreker, die zich beledigende uitdrukkingen veroorlooft; het tot de behandeling van het onderwerp terugroepen van een spreker, die daarvan afwijkt; het nauwgezet inachtnemen en doen naleven van het Reglement van Orde; het aan alle leden behoorlijk gelegenheid geven om hun bedenkingen voor te dragen; het juist stellen der door de Vergadering te beslissen vraagpunten; het aankondigen van de uitkomst der stemmingen en het uitvoeren der besluiten, door de Vergadering genomen.

Artikel 2

De Voorzitter mag gedurende de beraadslagingen slechts het woord nemen om de juiste stand van het geschilpunt aan te wijzen, of om de beraadslagingen, bij afdwaling, tot het juiste punt terug te brengen. Indien hij over het in overweging zijnde onderwerp het woord wil voeren, verlaat hij de voorzittersstoel, en neemt die zetel pas weer in nadat hij zijn rede geëindigd heeft.

Artikel 3

Het voorzitterschap wordt gedurende die rede alsmede bij afwezigheid of onstentenis van de Voorzitter waargenomen volgens de regels, welke het Reglement van Orde van de Eerste Kamer stelt voor de plaatsvervanging van de Voorzitter van die Kamer.

Artikel 4

Het griffierschap der Vergadering wordt door de Griffiers der beide Kamers vervuld.

Artikel 5

De bij de Vergadering ingekomen stukken worden ter griffie van de Eerste Kamer bewaard.

Hoofdstuk II. Het houden van de vergaderingen

Artikel 6

De Voorzitter belegt de vergadering, ter beraadslaging en besluitvorming over een of meer aan de Vergadering voorbehouden zaken, zo dikwijls hij het nodig oordeelt, of dit door elf leden, schriftelijk, met opgave van de redenen, is verzocht.

Artikel 7

Ieder lid tekent naar volgorde van binnenkomst zijn naam op een lijst. Zodra deze lijst door de meerderheid van de zitting hebbende leden is getekend, geeft de Griffier haar aan de Voorzitter over, die alsdan de vergadering dadelijk opent; de bedoelde lijst blijft ter tafel van de Griffier liggen, ter tekening door de later komende leden.

Artikel 8

  • 1 Indien een half uur na de tijd, voor de vergadering van die dag vastgesteld, het vereiste getal leden niet tegenwoordig is, opent de Voorzitter de bijeenkomst en doet de namen der afwezige leden oplezen. Hij kan kennis geven van de ingekomen stukken en voorstellen.

  • 2 De bijeenkomst wordt daarna door de Voorzitter uitgesteld.

Artikel 9

  • 1 Het officiële verslag bevat:

    • a. een woordelijk verslag van het gesprokene in de vergadering. Het Reglement voor de openbaarmaking van het verslag van het verhandelde in de vergaderingen der Staten-Generaal is hierop van overeenkomstige toepassing.

    • b. de namen van de leden die in de vergadering aanwezig waren;

    • c. de namen van de leden die met kennisgeving afwezig waren;

    • d. de namen van de leden die zich bij een stemming voor danwel tegen verklaarden;

    • e. een opgave van de beknopte inhoud van alle ingekomen stukken en alle door de Vergadering of door de Voorzitter genomen besluiten.

  • 2 De onderdelen van het officiële verslag, genoemd in het vorige lid onder b tot en met e, worden gezamenlijk aangeduid met notulen.

  • 3 De notulen worden door de Voorzitter en de Griffiers vastgesteld en ten bewijze daarvan door hen ondertekend.

  • 4 Deze vastgestelde notulen worden één week voorafgaand aan de eerstvolgende vergadering voor de leden ter inzage gelegd op de griffie van de Eerste Kamer.

  • 5 Tijdens bedoelde eerstvolgende vergadering kan elk lid bezwaar maken tegen het gestelde in de notulen en daarover een uitspraak vragen aan de Vergadering. Een uitspraak van de Vergadering wordt aan de notulen gehecht en wordt geacht de daarin gewraakte gedeelten te vervangen of aan te vullen.

  • 6 De notulen worden op de griffie van de Eerste Kamer bewaard.

Artikel 10

  • 1 Na het openen van de vergadering doet de Voorzitter een korte opgave van alle bij hem, sedert de laatste vergadering, ingekomen stukken.

  • 2 Hij doet mededeling van alle besluiten en mededelingen van de Regering ontvangen, en stelt zodanige beslissing aan de Vergadering voor, als de aard der stukken medebrengt.

Artikel 11

  • 1 Geen lid voert het woord, dan na het van de Voorzitter verzocht en verkregen te hebben.

  • 2 De leden spreken - afgezien van het plaatsen van interrupties - van de spreekplaats, tenzij de Kamer toestaat dat een lid het woord, hetzij staande hetzij zittende, van zijn plaats af voert.

Artikel 12

  • 1 Zodra enig onderwerp aan de orde is gesteld, kunnen de leden zich bij de Voorzitter aanmelden en de inschrijving hunner namen op de lijst der sprekers verzoeken.

  • 2 De Voorzitter geeft naar de orde dier lijst het woord, en daarna aan hen, die het later vragen. Deze orde kan echter altijd verbroken worden, wanneer een lid het woord vraagt over een persoonlijk feit of om een motie van orde voor te stellen.

Artikel 13

Niemand voert meer dan twee malen over hetzelfde onderwerp het woord, tenzij de Vergadering hem hiertoe verlof verleent.

Artikel 14

  • 1 Een motie van orde tot sluiting der beraadslaging moet, alvorens de Voorzitter die in stemming brengen kan, door tenminste acht leden worden ondersteund. De leden doen van hun ondersteuning blijken door medeondertekening of hand opsteken.

  • 2 Een motie tot sluiting mag niet met redenen zijn omkleed.

  • 3 Over een motie tot sluiting wordt niet beraadslaagd, maar de Voorzitter vraagt, alvorens die in stemming te brengen, aan de ministers en staatssecretarissen, en met inachtneming van het bedoelde in artikel 15, aan door hen aangewezen personen, bedoeld in artikel 69, derde lid, van de Grondwet, alsmede aan de voorstellers van enig onderwerp in behandeling, of zij over hetgeen aan de orde is nog het woord verlangen te voeren.

Artikel 15

De Voorzitter geeft het woord aan de ministers en staatssecretarissen en aan de personen, bedoeld in artikel 69, derde lid, van de Grondwet, zo dikwijls de ministers of staatssecretarissen dit wensen, echter niet voordat de spreker die aan het woord is zijn rede geëindigd heeft.

Artikel 16

  • 1 Na de sluiting der beraadslagingen gaat de Vergadering tot stemming bij hoofdelijke oproeping over, indien de Voorzitter daartoe besluit of een der leden het verlangt. Vóór de hoofdelijke oproeping wordt door het lot beslist bij welk nummer van de presentielijst de oproeping een aanvang neemt. De Voorzitter brengt zijn stem als laatste uit.

  • 2 Ieder lid stemt met de woorden "voor" of "tegen", zonder enige bijvoeging.

Artikel 17

De ministers en staatssecretarissen, alsmede de personen, bedoeld in artikel 69, derde lid, van de Grondwet, hebben aan hen door de Voorzitter toegewezen zitplaatsen.

Artikel 18

  • 1 Tenzij de Grondwet een versterkte meerderheid vereist, worden alle besluiten bij meerderheid van stemmen genomen.

  • 2 Bij staken van stemmen wordt het nemen van het besluit tot een volgende vergadering uitgesteld.

  • 3 In deze, en evenzo in een voltallige vergadering, wordt, bij staken van stemmen, het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.

Artikel 19

Indien bij hoofdelijke oproeping blijkt, dat de helft of minder dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is, schorst de Voorzitter de vergadering voor enige tijd. Blijken bij heropening weer voldoende leden tegenwoordig te zijn, dan wordt de vergadering voortgezet. De Voorzitter kan, indien bij de bovengenoemde hoofdelijke oproeping onvoldoende leden aanwezig blijken, de vergadering evenwel ook dadelijk sluiten en tegen een later tijdstip een nieuwe vergadering bijeenroepen.

Artikel 20

  • 1 Van het ogenblik af, dat de Voorzitter een voorstel ter voorbereiding van de openbare beraadslaging aan een commissie heeft toevertrouwd of dat, indien geen schriftelijke voorbereiding werd voorzien, het voorstel op de agenda van de vergadering is geplaatst, staat het aan ieder lid vrij ondertekende en beknopt toegelichte voorstellen tot wijziging bij de griffie van de Eerste Kamer in te zenden. Deze stukken worden met de meeste spoed gedrukt en rondgedeeld.

  • 2 Ook de commissie, in welker handen een voorstel werd gesteld, kan voorstellen tot wijziging indienen.

Artikel 21

De beraadslaging over een voorstel is tweeledig; zij beperkt zich in de eerste plaats tot het onderwerp in het algemeen, daarna tot de afzonderlijke artikelen en de beweegreden van het voorstel.

Artikel 22

Bij de beschouwingen over het onderwerp in het algemeen komen uitsluitend de algemene strekking en het geheel van het voorstel in aanmerking. De Vergadering kan mede tot een afzonderlijke beraadslaging over elke der hoofdafdelingen van het voorstel besluiten.

Artikel 23

  • 1 De beraadslaging over de artikelen heeft in hun volgorde plaats, zodanig dat bij ieder artikel tevens de daartoe betrekkelijke wijzigingen worden behandeld, tenzij de inhoud of het verband met andere artikelen en wijzigingen een andere volgorde noodzakelijk maakt.

  • 2 De Vergadering kan besluiten de beraadslaging over een artikel te splitsen, wanneer dit verschillende paragrafen of zinsneden bevat.

Artikel 24

De Voorzitter onderwerpt de voorgestelde wijzigingen gelijktijdig met het artikel of het onderdeel, waarop zij betrekking hebben, aan de beraadslaging.

Artikel 25

  • 1 Elke voorgestelde wijziging kan door de voorsteller worden toegelicht.

  • 2 Het lid, daartoe aangewezen door de commissie in welker handen het voorstel werd gesteld of anders haar voorzitter, heeft de rechten van voorsteller. De eerste ondertekenaar van een door verscheidene leden voorgestelde wijziging heeft insgelijks die rechten.

  • 3 De voorsteller is bevoegd in zijn voorstel veranderingen aan te brengen, zolang de beraadslaging daarover nog niet gesloten is.

Artikel 26

  • 1 Op voorstel van elf leden of van de Voorzitter kan de Vergadering de beraadslaging over elke wijziging uitstellen of deze verzenden naar de commissie, in welker handen het voorstel gesteld is waarop de voorgestelde wijziging betrekking heeft.

    Indien het voorstel niet in handen van een commissie was gesteld, kan de Vergadering besluiten dit alsnog te doen. In deze gevallen wordt de wijziging, voorzover dit niet reeds geschied mocht zijn, gedrukt en rondgedeeld.

  • 2 Gelijk uitstel of gelijke verzending, met de gevolgen daaraan verbonden, kan op voorstel van elf leden of van de Voorzitter plaats hebben voor de veranderingen, door de Regering vóór of gedurende de beraadslaging in het voorstel gebracht.

  • 3 Indien de Vergadering hangende de beraadslaging beslist, dat de commissie in welker handen het voorstel gesteld is over een of meer voorgedragen wijzigingen verslag zal uitbrengen, voldoet de commissie aan die last bij monde van haar voorzitter of door het uitbrengen van een schriftelijk verslag.

Artikel 27

  • 1 Wanneer niemand meer wijzigingen in het aan de orde zijnde artikel of in de beweegredenen wenst voor te stellen, noch daarover het woord verlangt te voeren, wordt de beraadslaging over dat deel van het voorstel gesloten.

  • 2 Daarna wordt tot de stemming overgegaan, en wel zodanig, dat eerst elke ondergeschikte wijziging (elk sub-amendement), daarna de wijziging, waartoe zij betrekking heeft, en eindelijk het artikel of de beweegreden zelf, hetzij gewijzigd, hetzij niet gewijzigd, in stemming wordt gebracht. De wijziging, die de verste strekking heeft, heeft de voorrang.

Artikel 28

Het staat aan geen voorsteller van een wijziging vrij, zijn voorstel in te trekken, nadat de beraadslaging gesloten is, behalve ingeval de aanneming of verwerping van een voorgestelde wijziging andere voorgestelde wijzigingen vanzelf doet vervallen, waarover, bij geschil, de Vergadering beslist.

Artikel 29

  • 1 Indien een voorstel in de loop der beraadslaging wijziging heeft ondergaan, kan de Vergadering besluiten, alvorens tot de eindstemming over te gaan, dat door de commissie in welker handen het voorstel gesteld is, verslag zal worden uitgebracht over de invloed, die de aangenomen wijzigingen op het verband en de strekking van het voorstel hebben. Indien het voorstel niet in handen van een commissie was gesteld, kan de Vergadering besluiten dit alsnog te doen.

  • 2 Na het uitbrengen van dat verslag gaat de Vergadering, tenzij zij anders besluit, zonder heropening der beraadslaging, tot de eindstemming over.

Artikel 30

  • 1 Indien de Vergadering op voorstel van de Voorzitter of een van de leden besluit de Raad van State over een voorstel te horen, schorst de Voorzitter de beraadslaging en zendt hij het voorstel onverwijld naar de Raad.

  • 2 Nadat het advies is ontvangen, wordt het overgelegd aan de commissie in welker handen het voorstel was gesteld danwel aan een commissie die met dit doel wordt ingesteld. De commissie draagt zorg voor het opstellen van een schriftelijke reactie op het advies.

  • 3 Advies en reactie worden tezamen openbaar gemaakt.

  • 4 Na het uitbrengen van het nader rapport wordt de beraadslaging over het voorstel heropend.

  • 5 Indien advies is gevraagd nadat de beraadslaging reeds was gesloten, gaat de Vergadering, tenzij zij anders besluit, na ontvangst van het advies en het nader rapport zonder heropening van de beraadslaging tot de eindstemming over.

Artikel 31

Veranderingen van het volgnummer der artikelen, nodig geworden door wijzigingen bij de beraadslaging in een wetsontwerp of voorstel gebracht, zomede veranderingen in de aanhaling van het nummer der artikelen of onderdelen, welke het gevolg daarvan zijn, worden door de Voorzitter daarin gebracht.

Hoofdstuk III. Beraadslaging met gesloten deuren

Artikel 32

Overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de Grondwet worden de deuren gesloten, wanneer een tiende deel van het aantal aanwezige leden het vordert of de Voorzitter het nodig oordeelt. Vervolgens wordt door de Vergadering beslist of met gesloten deuren zal worden beraadslaagd en besloten.

Artikel 33

De Vergadering met gesloten deuren beraadslagende, kan op voorstel van de Voorzitter of van een der leden, omtrent het aldaar behandelde geheimhouding opleggen.

Artikel 34

De geheimhouding wordt door alle leden en ambtenaren in acht genomen, totdat zij op gelijke wijze wordt opgeheven.

Artikel 35

De notulen van de vergaderingen met gesloten deuren worden afzonderlijk gehouden.

Hoofdstuk IV. Kennisgevingen

Artikel 36

  • 1 Wanneer de Vergadering een voorstel van wet of Rijkswet aanvaard heeft, geeft de Voorzitter daarvan kennis aan de Koning.

  • 2 Indien het voorstel door of vanwege de Koning werd ingediend, richt de Voorzitter zich tot de Koning met het volgende formulier: Aan de Koning, De Staten-Generaal in Verenigde Vergadering hebben het voorstel aangenomen.

  • 3 Indien het voorstel door een of meer leden aanhangig werd gemaakt, richt de Voorzitter zich tot de Koning met het volgende formulier: Aan de Koning, De Staten-Generaal in Verenigde Vergadering hebben nevenstaand voorstel aangenomen. Zij verzoeken daarop de bekrachtiging van de Koning.

Artikel 37

Wanneer de Vergadering een voorstel van wet of Rijkswet verwerpt geeft de Voorzitter daarvan eveneens kennis aan de Koning met het volgende formulier: Aan de Koning, De Staten-Generaal in Verenigde Vergadering bijeen hebben het voorstel verworpen.

Hoofdstuk V. Het verzenden van voorstellen naar één of meer Commissies

Artikel 38

  • 1 De Voorzitter kan ter voorbereiding van de openbare beraadslaging een voorstel in handen stellen van een daartoe door hem in te stellen commissie. Hij benoemt de leden van de commissie en wijst hun plaatsvervangers aan.

  • 2 De Voorzitter vraagt de Voorzitter van de Tweede Kamer advies, voordat hij tot instelling van een commissie of de benoeming van haar leden overgaat.

Artikel 39

  • 1 De eerste vergadering van een commissie heeft op uitnodiging en onder leiding van de Voorzitter plaats. In deze vergadering kiest de commissie uit haar midden een voorzitter, die met de leiding der verdere werkzaamheden is belast en, indien zij dit nodig acht, een ondervoorzitter.

  • 2 De keuze van de voorzitter en de ondervoorzitter wordt aan de Vergadering meegedeeld.

  • 3 Een gezamenlijke vergadering van twee of meer commissies wordt voorgezeten door de commissievoorzitter, die het langst deel heeft uitgemaakt van de Staten-Generaal.

Artikel 40

  • 1 De voorzitter van elke commissie is gehouden aan de Voorzitter op diens verzoek mededeling te doen van de loop en de stand van de werkzaamheden van die commissie.

  • 2 De Voorzitter is bevoegd de vergaderingen van elke commissie bij te wonen.

Artikel 41

  • 1 Plaatsvervangende leden van de commissie hebben toegang tot elke vergadering van die commissie.

  • 2 Besluiten worden alleen door de leden van de commissie genomen, met dien verstande dat bij ontstentenis of afwezigheid van een lid zijn plaatsvervanger diens bevoegdheden uitoefent. Bij verhindering doet het lid hiervan mededeling aan zijn plaatsvervanger.

  • 3 Stukken bestemd voor de leden van de commissie worden, tenzij de Voorzitter anders besluit, ook aan hun plaatsvervangers gezonden.

Artikel 42

Een commissie kan één of meer leden van de Vergadering, die lid noch plaatsvervangend lid zijn van de commissie, op hun verzoek toestemming verlenen een commissievergadering bij te wonen. In dat geval is zulk een lid bevoegd aan de beraadslagingen deel te nemen.

Artikel 43

Elke commissie wordt bijgestaan door een van de Griffiers van de Verenigde Vergadering of door een door hen aangewezen plaatsvervangende griffier van de Eerste of Tweede Kamer.

Artikel 44

Voor het overige zijn op de werkwijze van de commissies de bepalingen in het Reglement van Orde van de Eerste Kamer van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk VI. Voorstellen van wet of van Rijkswet aanhangig gemaakt door een of meer leden

Artikel 45

De Vergadering kan besluiten aan een commissie opdracht te geven te overwegen of en, zo ja, in welke zin omtrent een bepaald, binnen haar bevoegdheid liggend, onderwerp een voorstel van wet of van Rijkswet zal worden ingediend.

Artikel 46

  • 1 Alle voorstellen van wet of Rijkswet, door een of meer leden aanhangig te maken, worden schriftelijk bij de voorzitter ingezonden.

  • 2 Door één of meer leden aanhangig gemaakte voorstellen van Rijkswet worden door de Voorzitter dadelijk na ontvangst aan de vertegenwoordigende lichamen van de Nederlandse Antillen en Aruba gezonden.

  • 3 Dadelijk nadat een in de vorige leden bedoeld voorstel van wet of Rijkswet is ontvangen, zendt de Voorzitter deze aan de Raad van State teneinde de Raad daarover te horen.

  • 4 Na ontvangst van het advies wordt een afschrift daarvan ter hand gesteld aan de initiatiefnemer. De initiatiefnemer draagt zorg voor een schriftelijke reactie op het advies.

  • 5 Openbaarmaking van het advies geschiedt tezamen met openbaarmaking van de schriftelijke reactie.

Artikel 47

  • 1 Door één of meer leden aanhangig gemaakte voorstellen van wet of Rijkswet worden op dezelfde wijze behandeld als door of namens de Koning ingezonden voorstellen, met dien verstande dat overal waar sprake is van het optreden van een minister de initiatiefnemer optreedt en dat het voorstel immer in handen van een commissie wordt gesteld ter voorbereiding van de openbare behandeling. De initiatiefnemer maakt van de commissie geen deel uit.

  • 2 De initiatiefnemer kan zich in de vergaderingen der Commissie, zo hij daar wordt uitgenodigd, en tevens in de Verenigde Vergadering doen bijstaan door ten hoogste twee door hem daartoe aangewezen personen.

  • 3 In het geval dat een minister of staatssecretaris tijdens de openbare beraadslaging het woord verlangt over het voorstel, wordt hem dat, tenzij de Vergadering anders besluit, verleend nadat de initiatiefnemer heeft gesproken.

  • 4 De behandeling wordt niet aangevangen voordat het advies van de Raad van State en een schriftelijke reactie als in het vorige artikel bedoeld, ontvangen zijn.

Artikel 48

Het staat de initiatiefnemer vrij zijn voorstel te wijzigen of in te trekken, zolang over dat voorstel nog niet is beslist.

Hoofdstuk VII. Behartiging van aangelegenheden van het Koninkrijk

Artikel 49

De Voorzitter geeft aan de Gevolmachtigde Ministers van de Nederlandse Antillen en van Aruba en de bijzondere gedelegeerden gelegenheid de hun bij het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden toegekende bevoegdheden uit te oefenen.

Artikel 50

De Gevolmachtigde Ministers van de Nederlandse Antillen en van Aruba en de bijzondere gedelegeerden hebben in de Vergadering, aan aangelegenheden van het Koninkrijk gewijd, aan hen door de Voorzitter toegewezen zitplaatsen.

Artikel 51

De Voorzitter geeft aan de Gevolmachtigde Ministers van de Nederlandse Antillen en van Aruba en de bijzondere gedelegeerden het woord zodra en zo vaak zij zulks verlangen, echter niet vóórdat de spreker, die aan het woord is, zijn rede heeft geëindigd.

Artikel 52

De betrokken commissie is bevoegd, voorzover het betreft de behandeling van een Rijkswet, door tussenkomst van de Voorzitter, de Gevolmachtigde Ministers van de Nederlandse Antillen en van Aruba en de bijzondere gedelegeerden om voorlichting te verzoeken, alsook de voorlichting te aanvaarden, welke dezen eigener beweging verstrekken.

Hoofdstuk VIII. Vergaderingen waarin niet beraadslaagd of besloten wordt

Artikel 53

  • 2 Indien een vergadering als hierboven bedoeld volgt op een vergadering waarin is beraadslaagd en/of besloten, is artikel 9, vierde en het vijfde lid met inachtneming van hetgeen hieronder wordt bepaald, eveneens van toepassing.

  • 3 In het geval een lid in gevolge het vijfde lid van artikel 9 bezwaar wil maken tegen het gestelde in de notulen en daarover een uitspraak wil vragen aan de Vergadering, deelt hij dat meteen bij de aanvang van de Vergadering mee.

  • 4 De Voorzitter bepaalt terstond of en zo ja wanneer het bezwaar en de uitspraak tijdens de Vergadering als hier bedoeld aan de orde worden gesteld.

  • 5 Zo het bezwaar naar zijn oordeel in de bedoelde Vergadering niet aan de orde kan worden gesteld, roept hij binnen 2 maanden een Vergadering bijeen ten einde het bezwaar te behandelen.

Artikel 54

In deze vergaderingen als bedoeld in het eerste lid van artikel 53 bestaat de taak van de Voorzitter voornamelijk uit het desgewenst benoemen van een commissie van in- en uitgeleide van degene, die de Vergadering zal toespreken, uit het leiden van de Vergadering en het handhaven van de orde. De Voorzitter kan een lid, dat zulk een vergadering verstoort, uitsluiten van de verdere bijwoning der vergadering.

Hoofdstuk IX. Het drukken van de stukken

Artikel 55

  • 1 Alle stukken van regeringswege bij de Vergadering ingekomen of aan haar medegedeeld en die uit hun aard aan de leden behoren te worden rondgezonden, worden gedrukt aan hen bezorgd.

  • 2 Van andere stukken beveelt de Voorzitter het drukken zodra hij dit nodig oordeelt.

  • 3 Wanneer hij het drukken voor de leden alléén beveelt hetzij met of zonder geheimhouding, wordt dit boven aan het stuk vermeld, en worden de zodanige, onder verzegelde omslag, aan de leden alléén rondgezonden.

Hoofdstuk X. Toehoorders

Artikel 56

Alle tekenen van goed- of afkeuring van de zijde der toehoorders zijn verboden. De Voorzitter zorgt, door gepaste maatregelen, voor de naleving van deze bepaling en voor de bewaring van behoorlijke stilte. Hij kan, bij inbreuk daarop een of meer of alle toehoorders doen vertrekken.

Slotbepaling

Artikel 57

In alle gevallen waarin dit Reglement niet voorziet, kan de Voorzitter, na het advies te hebben ingewonnen van de Voorzitter van de Tweede Kamer, het Reglement van Orde van de Eerste of de Tweede Kamer van overeenkomstige toepassing verklaren. Deze beslissing van de Voorzitter wordt terstond aan de leden en de Regering medegedeeld.