Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling actuariële voorziening ziektekostenverzekeringen 1994[Regeling vervallen per 05-01-2006 met terugwerkende kracht tot en met 31-12-2005.]

Geldend van 01-01-2002 t/m 30-12-2005

Regeling van de Verzekeringskamer van 27 juni 1994, nr. 2111/94-1222, houdende uitvoering van artikel 7 van het Besluit technische voorzieningen verzekeringsbedrijf 1994 (Regeling actuariële voorziening ziektekostenverzekeringen 1994)

Artikel 1 [Vervallen per 05-01-2006]

  • 1 In dit besluit en de daarbij behorende bijlage wordt verstaan onder:

  • a. overeenkomst van ziektekostenverzekering: de overeenkomst van directe verzekering die strekt tot vergoeding van kosten van geneeskundige verzorging, niet zijnde een overeenkomst van arbeidsongeschiktheidsverzekering, een overeenkomst van ongevallenverzekering of een overeenkomst van reisverzekering;

  • b. ziektekostenverzekeringsbedrijf: het als bedrijf sluiten van overeenkomsten van ziektekostenverzekering voor eigen rekening, met inbegrip van het afwikkelen van de in dat bedrijf gesloten overeenkomsten van ziektekostenverzekering, ook al wordt daarmee niet beoogd het maken van winst;

  • c. ziektekostenverzekeraar: de verzekeraar met zetel in Nederland of buiten de Gemeenschap die het ziektekostenverzekeringsbedrijf uitoefent;

  • d. verzekerde: de verzekerde ingevolge een overeenkomst van ziektekostenverzekering;

  • e. standaardpolis: de overeenkomst van ziektekostenverzekering bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen, gesloten ten behoeve van personen die op 31 maart 1986 verzekerd onderscheidenlijk medeverzekerd waren ingevolge de vrijwillige verzekering, bedoeld in artikel 5, onder K, van die wet;

  • f. standaardpakketpolis: de overeenkomst van ziektekostenverzekering bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen, niet zijnde een standaardpolis;

  • g. verzekerde klasse: de verzekerde klasse van opname, verblijf en verpleging in een ziekenhuis of sanatorium;

  • h. overeenkomst van aanvullende klasseverzekering: de overeenkomst van ziektekostenverzekering die met betrekking tot de kosten van opname, verblijf en verpleging in een ziekenhuis of sanatorium uitsluitend strekt tot vergoeding van de meerkosten van een hogere verzekerde klasse dan klasse III;

  • i. overeenkomst van aanvullende ziektekostenverzekering: de overeenkomst van ziektekostenverzekering die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend strekt tot vergoeding van andere kosten dan die van opname, verblijf en verpleging in een ziekenhuis of sanatorium, specialistische hulp of huisartsenhulp;

  • j. omslagregeling: de omslagregeling bedoeld in artikel 6h van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen;

  • k. leeftijdscategorie: de categorie van vijf of meer opeenvolgende leeftijden zoals aangegeven in de bijlage bij dit besluit;

  • l. eigen risico: het eigen risico aan de voet per overeenkomst van ziektekostenverzekering;

  • m. tarieftype: de verzekeringsvorm gebaseerd op de combinatie van gedekte risico's en verzekeringsvoorwaarden enerzijds en structuur voor vaststelling van de hoogte van de premie anderzijds zoals deze door een ziektekostenverzekeraar wordt gehanteerd met betrekking tot de voor zijn rekening gesloten overeenkomsten van ziektekostenverzekering;

  • n. produktsoort: de soort overeenkomsten van ziektekostenverzekering zoals aangegeven in de bijlage bij dit besluit;

  • o. premie: de in geld uitgedrukte prestatie, door de verzekeringnemer verschuldigd uit hoofde van een overeenkomst van ziektekostenverzekering, daaronder niet begrepen de omslagbijdragen, bedoeld in de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden en de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen;

  • p. actuariële premiestructuur: de structuur voor vaststelling van de hoogte van de premie waarvoor geldt dat ten behoeve van verzekerden van dezelfde leeftijd jonger dan 55 jaar verschillende premies verschuldigd zijn voor overeenkomsten van ziektekostenverzekering die strekken tot vergoeding van kosten van dezelfde geneeskundige verzorging en de verschillen in premie zijn terug te voeren op verschillen in leeftijd op het moment van het sluiten van de overeenkomst van ziektekostenverzekering.

  • 2 Als ziektekostenverzekeraars worden niet beschouwd de verzekeraars die uitsluitend overeenkomsten van aanvullende ziektekostenverzekering sluiten of afwikkelen.

Artikel 2 [Vervallen per 05-01-2006]

  • 1 Een ziektekostenverzekeraar dient, voor zover hij een actuariële premiestructuur hanteert met betrekking tot de voor zijn rekening gesloten overeenkomsten van ziektekostenverzekering, voor zijn verplichtingen uit deze overeenkomsten een actuariële voorziening aan te houden.

  • 2 Een ziektekostenverzekeraar dient met betrekking tot de voor zijn rekening gesloten standaardpolissen en standaardpakketpolissen voor verzekerden van 65 jaar en ouder een actuariële voorziening aan te houden, indien de door hem gehanteerde premies voor deze overeenkomsten van ziektekostenverzekering niet voor alle verzekerden gelijk zijn.

  • 3 Met betrekking tot ieder boekjaar wordt de omvang van de actuariële voorziening ten minste bepaald op de uitkomst van de berekening ingevolge het rekenschema opgenomen in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 3 [Vervallen per 05-01-2006]

  • 1 Een ziektekostenverzekeraar die zijn rechten en verplichtingen uit overeenkomsten van ziektekostenverzekering aan een andere verzekeraar heeft overgedragen dan wel de rechten en verplichtingen uit overeenkomsten van ziektekostenverzekering van een andere verzekeraar heeft overgenomen, houdt bij de berekening ingevolge artikel 2 met deze overdracht onderscheidenlijk overname rekening. Het bepaalde in de vorige volzin is van overeenkomstige toepassing ingeval van een overgang van rechten en verplichtingen uit overeenkomsten van ziektekostenverzekering bij fusie.

  • 2 De Verzekeringskamer kan bezwaar maken tegen het bedrag van een vermindering of vermeerdering ingevolge het eerste lid, aan welk bezwaar de verzekeraar dient tegemoet te komen.

Artikel 4 [Vervallen per 05-01-2006]

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 1994.

Artikel 5 [Vervallen per 05-01-2006]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling actuariële voorziening ziektekostenverzekeringen 1994.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Apeldoorn, 28 juni 1994

Verzekeringskamer

Bijlage [Vervallen per 05-01-2006]

Rekenschema voor de Actuariële Voorziening Ziektekostenverzekeringen

Alle overeenkomsten van ziektekostenverzekering worden ingedeeld naar actuariële en niet-actuariële tarieftypen. Overeenkomsten van collectieve ziektekostenverzekering zijn afzonderlijke, actuariële danwel niet-actuariële tarieftypen te beschouwen. Standaardpolissen en standaardpakketpolissen worden als één tarieftype, STD, aangemerkt.

Overeenkomsten van aanvullende ziektekostenverzekering worden bij de berekening van de Actuariële Voorziening Ziektekostenverzekeringen geheel buiten beschouwing gelaten.

Voor alle tarieftypen (actuarieel en niet-actuarieel) met uitzondering van tarieftype STD worden produktsoorten p = (A,B) omschreven op basis van

  • A. de verzekerde klasse: III (A = 1) of II en hoger (A = 2)

  • B. eigen risico: < € 113,45 (B = 1) pf ≥ = € 113,45 (B = 2).

De overeenkomsten van aanvullende klasseverzekering vormen een afzonderlijke produktsoort, p = aanv.

Voor tarieftype STD wordt één enkele produktsoort onderscheiden, p = std.

I. Bepaling portefeuillesamenstelling en gezamenlijke schadenormering [Vervallen per 05-01-2006]

Noteer in tabel I voor iedere produktsoort p en leeftijdscategorie c de aantallen verzekerden per 1 juli van boekjaar, M(p,c).

Noteer in tabel I voor iedere produktsoort p de som over c van M(p,c), Mp.

Noteer in tabel I voor iedere produktsoort p de som van de in het laatste boekjaar geboekte schaden, Sp.

Bereken en noteer in tabel I S als de som van de Sp over de produktsoorten (1,1), (1,2), (2,1) en (2,2):

S = Σp Sp

Bereken en noteer in tabel I de genormeerde schadefactor gS volgens onderstaande formule waarbij de sommering plaatsvindt over de leeftijdsklassen alsmede over de produktsoorten (1,1), (1,2), (2,1) en (2,2):

gS = Σ

19

Σ M(p,c)xS(c)xW(p)

c=1

met schadefactor S(c) en wegingsfactor W(p) als gegeven in tabel I.

Bereken en noteer in tabel I het quotiënt S/gS.

Tabel I

Leeftijdscategorie

Schadefactor

M(p,c) bij produktsoort p

c =

 

S(c) =

p = (1,1)

p = (1,2)

p = (2,1)

p = (2,2)

p = aanv.

p = std

1

 0– 4

1,32

           

2

 5– 9

0,56

           

3

10–14

0,81

           

4

15–19

0,68

           

5

20–24

0,61

           

6

25–29

1,05

           

7

30–34

1,15

           

8

35–39

1,01

           

9

40–44

1,00

           

10

45–49

1,27

           

11

50–54

1,56

           

12

55–59

2,01

           

13

60–64

2,62

           

14

65–69

3,83

           

15

70–74

4,73

           

16

75–79

5,54

           

17

80–84

5,97

           

18

85–89

5,57

           

19

> = 90

4,68

           
   

Mp =

           
   

Sp =

           
   

W(p) =

1,00

0,75

1,09

0,82

   
   

S =

           
   

gS =

           
   

S/gS =

           

II. Bepaling actuariële voorziening per actuarieel tarieftype [Vervallen per 05-01-2006]

De bepaling geschiedt door per actuarieel tarieftype T (T ongelijk STD) de tabellen II.1, II.2, II.2 en II.4 in te vullen.

  • 1. Bereken en noteer in tabel II.1 voor ieder produktsoort p de maat Gp waarin de actuariële premiestructuur in tarieftype T voorkomt met behulp van het quotiënt van de premie in de leeftijdscategorie c = 11 bij sluiting van de verzekering (B(p,c = 11) en de theoretisch laagst mogelijke premie Bp welke in de leeftijdscategorie c = 11 kan voorkomen, volgens de formule:

    Gp = { B(p,c = 11)/Bp -/- 1 } / 0,7, waarbij max Gp = 1

    Bepaal en noteer in tabel II.1 de maximale premie voorkomend bij de onder de omslagregeling vallende verzekerden van 65 jaar en ouder, verminderd met de wettelijke kostenvergoeding: Pstd.

    Noteer in tabel II.1 de schadenormering S/gS zoals berekend in tabel I.

  • 2. Noteer in tabel II.2 voor iedere produktsoort p het aantal verzekerden per leeftijdsklasse per 1 juli van het boekjaar, N(p,c).

    Bereken en noteer (in duizenden euro's) in tabel II.2 per produktsoort p de contante waarde lasten volgens de formule:

    CWL(p,c) = N(p,c)×{fl(c)×W(p)×S/gS + f2(c)×Pstd], voor p = (1,1) en p = (1,2)

    CWL(p,c) = N(p,c)×[fl(c)×W(pg)×S/gS + f2(c)×Pstd + f3(c)×W(aanv)×S/gS} , voor p = (2,1) en p = (2,2)

    CWL(p,c) = N(p,c)×{(fl(c)+f3(c)×W(pg)×S/gS} , voor p = aanv.

  • 3. Noteer in tabel II.3 de met N(p,c) corresponderende premies naar de stand per 1 juli van het boekjaar, na aftrek van opslagen voor kosten en provisie, P(p,c).

    Bereken en noteer (in duizenden euro's) in tabel II.3 per produktsoort p de contante waarde baten volgens de formule:

    CWB(p,c) = P(p,c)×f4(c)

  • 4. Bereken en noteer (in duizenden euro's) in tabel II.4 per produktsoort p de voorziening Vp als het door Gp bepaalde actuariële deel van het niet-negatieve verschil tussen de contante waarde lasten en de contante waarde baten volgens:

    PLAATJE INVOEGEN

    Vp = Gp x

    19

    max[ {CWL(p,c) -/- CWB(p,c)}, o ]

    c=6

    Bereken en noteer in tabel II.4 de actuariële voorziening Vt voor het tarieftype T als som over de produktsoorten van Vp:

    Vt = Σp Vp

Omschrijving

Tarieftype

Boekjaar =

Tabel II.1

Produktsoort p =

(1,1)

(1,2)

(2,1)

(2,2)

aanv.

W(p) =

1,00

0,75

1,09

0,82

0,09

Gp =

         

Pstd =

         

S/gS =

         
Tabel II.2

Leeftijds-

categorie

Constante waarde factoren

N(p,c) bij produktsoort p

CWL(p,c) bij produktsoort p

c =

 

f1(c) =

f2(c) =

f3(c) =

p=(1,1)

p=(1,2)

p=(2,1)

p=(2,2)

p=aanv.

p=(1,1)

p=(1,2)

p=(2,1)

p=(2,2)

p=aanv.

6

25–29

15,64

0,96

4,41

                   

7

30–34

17,08

1,46

6,75

                   

8

35–39

18,14

2,14

9,85

                   

9

40–44

19,66

3,03

13,99

                   

10

45–49

20,24

4,13

19,04

                   

11

50–54

19,12

5,54

25,59

                   

12

55–59

15,16

7,31

33,75

                   

13

60–64

7,22

9,84

45,41

                   

14

65–69

0,00

11,19

53,52

                   

15

70–74

0,00

9,39

49,28

                   

16

75–79

0,00

7,68

42,45

                   

17

80–84

0,00

6,12

33,55

                   

18

75–89

0,00

4,77

24,15

                   

19

> = 90

0,00

3,47

15,90

                   
Tabel II.3

Leeftijds-

categorie

Contante waarde-

factor

P(p,c) bij produktsoort p

CWB(p,c) bij produktsoort p

c =

 

f4(c) =

p=(1,1)

p=(1,2)

p=(2,1)

p=(2,2)

p=aanv.

p=(1,1)

p=(1,2)

p=(2,1)

p=(2,2)

p=aanv.

6

25–29

14,00

                   

7

30–34

14,97

                   

8

35–39

15,55

                   

9

40–44

15,91

                   

10

45–49

15,61

                   

11

50–54

15,01

                   

12

55–59

13,87

                   

13

60–64

12,65

                   

14

65–69

11,19

                   

15

70–74

9,39

                   

16

75–79

7,68

                   

17

80–84

6,12

                   

18

75–89

4,77

                   

19

> = 90

3,47

                   
Tabel II.4

Produktsoort p =

(1,1)

(1,2)

(2,1)

(2,2)

aanv.

Voorziening Vp =

         

Voorziening Vt =

         

III. Bepaling actuariële voorziening voor tarieftype STD: standaard- en standaardpakketpolissen [Vervallen per 05-01-2006]

De bepaling geschiedt door tabel III in te vullen.

  • 1. Bepaal en noteer in tabel III de maximale premie voorkomend bij de onder de omslagregeling vallende verzekerden van 65 jaar en ouder, verminderd met de wettelijke kostenvergoeding: Pstd.

    Indien geen van de individuele premies binnen bovenomschreven groep lager is dan Pstd, kan verdere invulling van tabel III achterwege blijven.

  • 2. Noteer in tabel III per leeftijdsklasse het aantal onder de omslagregeling vallende verzekerden van 65 jaar en ouder per 1 juli van het boekjaar, N(std,c), alsmede de met deze aantallen corresponderende premies per dezelfde datum, onder aftrek van opslagen voor kosten en provisie, P(std,c).

  • 3. Bereken en noteer (in duizenden euro's) in tabel III per leeftijdsklasse de actuariële voorziening Vstd(c) volgens de formule:

    Vstd(c) = f2(c)×{ N(std,c)×Pstd -/- P(std,c)/}

  • 4. Bereken en noteer (in duizenden euro's) in tabel III de actuariële voorziening Vstd:

    Vstd = Σ

    19

    Vstd(c)

    c=14

Tabel III
 

Pstd =

Leeftijdscategorie

Constante waarde factor

c =

 

f2(c) =

f3(std,c)=

P(std,c)=

Vstd(c)=

14

65–69

11,19

     

15

70–74

9,39

     

16

75–79

7,68

     

17

80–84

6,12

     

18

85–89

4,77

     

19

> = 90

3,47

     

Voorziening Vstd =

IV. Bepaling totale actuariële voorziening [Vervallen per 05-01-2006]

Stel een tabel IV samen waarin voor ieder tarieftype T de voorziening Vt als berekend bij II resp. III genoteerd is.

Bereken en noteer de totale Actuariële Voorziening Ziektekostenverzekeringen, V, als de som over de tarieftypen T van Vt:

V = ΣT Vt

Tabel IV

Beschrijving tarieftype T

Vt =

 

 

 

 

 

– STD: Standaard(pakket)polis

 

Totale voorziening V =

V. Bepaling totale actuariële voorziening 1991 [Vervallen per 05-01-2006]

Voor 1991 kan de onder IV gevonden totale voorziening V met 15% worden verlaagd.

Tabel V

Totale voorziening 1991 0.85 × V =

Deze bijlage behoort bij de Regeling van 27 juni 1994, nr. 2111/94-1222.