Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verordening op de fraudemelding[Regeling vervallen per 01-01-2007.]

Geldend van 08-03-1995 t/m 31-12-2006

Verordening op de fraudemelding

De ledenvergadering van de Orde Nederlands Instituut van Registeraccountants,

Gelet op artikel 19, lid 1, van de Wet op de Registeraccountants (Stb. 1962, 258);

Stelt de volgende verordening vast:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2007]

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • openbaar accountant: de registeraccountant die optreedt als openbaar accountant in de zin van artikel 2, lid 2, GBR-1994;

  • fraude: het opzettelijk door één of meer personen vervalsen, weglaten, toevoegen of verwijderen van gegevens teneinde waarden aan een huishouding op onrechtmatige wijze te onttrekken of te doen toevloeien;

  • directiefraude: fraude, gepleegd door of op last van de hoogste leiding (bij meerhoofdige leiding door of op last van één of meer leden van de leiding) van een huishouding;

  • toezichthoudend orgaan: het orgaan van de huishouding, dat belast is met het toezicht op de hoogste leiding van die huishouding;

  • materieel belang: (de mogelijke afwijking van) een post of een som van posten die van niet te verwaarlozen betekenis is voor het inzicht in de financiële verantwoording;

  • financiële verantwoording: de jaarrekening of de bescheiden die bij andere huishoudingen daarvoor in de plaats treden;

  • wettelijk verplichte controle: het deskundigenonderzoek ingevolge Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, Titel 9, dan wel ingevolge enig ander wettelijk voorschrift;

  • centraal meldpunt: de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI).

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De openbaar accountant die bij de uitvoering van zijn controle-opdracht aanwijzingen van fraude heeft verkregen, richt zijn verder onderzoek zodanig in dat hij een hoge mate van zekerheid verkrijgt over het al dan niet aanwezig zijn van fraude, ongeacht de mogelijke omvang en aard van de fraude. De openbaar accountant stelt de leiding van de huishouding schriftelijk op de hoogte van zijn aanwijzingen, voor zover hij dit niet strijdig acht met het doel van zijn onderzoek. Indien de openbaar accountant aanwijzingen heeft van directiefraude, stelt hij het toezichthoudend orgaan schriftelijk op de hoogte.

  • 2 De openbaar accountant die in redelijkheid een vermoeden van fraude heeft stelt de leiding van de huishouding hiervan schriftelijk op de hoogte. Het toezichthoudend orgaan wordt door hem schriftelijk ingelicht indien:

    • het directiefraude betreft, of

    • de leiding van de huishouding geen toereikende maatregelen treft om de gevolgen van fraude voor zover mogelijk ongedaan te maken en om herhaling daarvan te voorkomen, of

    • de fraude van materieel belang voer de financiële verantwoording is.

  • 3 De openbaar accountant geeft zijn opdracht terug indien de leiding, respectievelijk het toezichthoudend orgaan van de huishouding, waarbij hij optreedt, niet binnen redelijke termijn nadat hij de leiding of het toezichthoudend orgaan daarop heeft gewezen, toereikende maatregelen neemt om de gevolgen van fraude van materieel belang voor zover mogelijk ongedaan te maken en om herhaling daarvan te voorkomen.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Indien het teruggeven van de opdracht wegens een reden als bedoeld in artikel 2, derde lid, een wettelijk verplichte controle van een financiële verantwoording betreft, stelt de openbaar accountant het centraal meldpunt hier van onverwijld schriftelijk in kennis.

  • 2 De openbaar accountant stelt het centraal meldpunt eveneens onverwijld schriftelijk in kennis, indien zijn opdrachtgever de opdracht tot wettelijk verplichte controle van de financiële verantwoording beëindigt, nadat de leiding of het toezichthoudend orgaan van de huishouding, waarbij hij optrad, in gebreke is gebleven toereikende maatregelen te nemen om de gevolgen van fraude van materieel belang voor zover mogelijk ongedaan te maken en om herhaling daarvan te voorkomen.

  • 3 De melding als bedoeld in dit artikel geschiedt met opgave van de aard van de vermoede fraude.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 In het collegiaal overleg als bedoeld in artikel 31 GBR-1994 maakt de openbaar accountant onder de plicht tot geheimhouding de reden bekend van het beëindigen van de opdracht.

  • 3 Een ander openbaar accountant mag de opdracht tot controle van de financiële verantwoording slechts aanvaarden indien de gevolgen van fraude voor zover mogelijk ongedaan zijn gemaakt, deze gevolgen op toereikende wijze in de financiële verantwoording zijn verwerkt en toereikende maatregelen zijn genomen om herhaling te voorkomen.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2007]

Indien een ander openbaar accountant een opdracht aanvaardt die door zijn voorganger na beëindiging van diens opdracht door hem overeenkomstig artikel 3 is gemeld, geeft hij daarvan onverwijld schriftelijk kennis aan het centraal meldpunt.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2007]

De openbaar accountant is met betrekking tot de melding als bedoeld in artikel 3 aan het centraal meldpunt ontheven van zijn plicht tot geheimhouding zoals is geregeld in artikel 10 GBR-1994.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2007]

Deze verordening maakt deel uit van de gedrags- en beroepsregels voor registeraccountants als bedoeld in artikel 19, lid 2, van de Wet op de Registeraccountants.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam Verordening op de fraudemelding.

  • 2 Deze verordening treedt in werking op de tweede dag na publikatie in de Staatscourant.