Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Thema beeldende vakken eindexamen v.w.o. 1995[Regeling vervallen per 31-12-2004.]

Geldend van 23-06-1994 t/m 30-12-2004

Thema voor het schriftelijk deel van het centraal examen v.w.o. in de vakken tekenen, handvaardigheid I (handenarbeid) en handvaardigheid II (textiele werkvormen) voor 1995

De minister van onderwijs en wetenschappen,

Gelet op artikel 7 van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o. – v.b.o. en de examenprogramma's tekenen, handvaardigheid I (handenarbeid) en handvaardigheid II (textiele werkvormen) eindexamen v.w.o.;

Besluit:

Artikel 1. Thema centraal examen 1995 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Het thema voor het centraal examen v.w.o. in de vakken tekenen, handvaardigheid I (handenarbeid) en handvaardigheid II (textiele werkvormen) voor het schooljaar 1994–1995 is: Goede Sier. Decoratie en beeldende kunst.

  • 2 De stofbeperking, de probleemstelling en de exameneisen worden vastgesteld als aangegeven in de bijlage bij deze regeling.

Artikel 2. Bekendmaking [Vervallen per 31-12-2004]

Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel 3. Inwerkingtreding [Vervallen per 31-12-2004]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van Uitleg OenW-Regelingen, waarin deze regeling is bekendgemaakt.

De

minister

van onderwijs en wetenschappen,

dr. ir J.M.M. Ritzen

Bijlage [Vervallen per 31-12-2004]

Stofbeperking [Vervallen per 31-12-2004]

Kunst als versiering

· Pompejaanse wandschilderkunst, Byzantium: mozaïeken en stoffen, decoraties aan Gotische kathedra len, 17de eeuwse kerken van de Reformatie in Holland, Rozenkranskapel van Matisse in Vence, de Rothko-kapel in Houston.

Strijd om het ornament

· Ruskin en Morris, de ‘stijlloze’ 19de eeuw, Loos en Wenen, de mode aan het eind van de 19de eeuw, Wiener Werkstätte.

Versiering als kunst

· De rol van het dessin bij Klimt, Aubrey Beardsley, Vuillard, Bonnard, Matisse, Pattern Painting, Hundertwasser, Daan van Golden, Hugo Kaagman, Emmy van Leersum contra het modesieraad, Borek Sipek.

Probleemstellingen [Vervallen per 31-12-2004]

Wanneer is kunst versiering en wanneer is versiering kunst?

Wat is bepalend voor standpunten voor en tegen ornament?

Is ornament bepalend voor stijl?

Welke functie kan ornament hebben en kan ornament zijn functie verliezen?

Exameneisen [Vervallen per 31-12-2004]

De kandidaat moet in staat zijn om voornamelijk vanuit het beeld aan te geven:

  • in welke mate de verschillende stijlen van de Pompejaanse wandschilderkunst als ornament kunnen worden opgevat of meer als zelfstandig kunstwerk

  • hoe in Byzantium mozaïeken als decoratie van architectuur zijn toegepast en welke rol ze vervullen

  • welke relatie tussen voorstelling en decoratie valt af te leiden uit de patronen van bewaard gebleven Byzantijnse stoffen

  • welke versieringen aan Gotische kathedralen worden toegepast en welke rol deze vervullen

  • welke ornamentiek in de 17de eeuwse kerkbouw in Nederland geoorloofd werd geacht en waarom

  • de relatie tussen interieur en schilderingen in de kapel van Matisse in Vence en de kapel van Rothko in Houston met betrekking tot inhoud en vormgeving

  • welke verschillende opvattingen er in de 19de eeuw ten aanzien van ornament in de vormgeving bestonden

  • hoe functionele onderdelen, zoals knopen en strikken, met name in de laat 19de eeuwse mode tot ornament worden en hoe kunstenaars een ‘reform’ in gang zetten

  • welk standpunt Loos heeft ingenomen ten aanzien van het ornament

  • in hoeverre de Wiener Werkstätte hierbij aansluiten dan wel hiervan afwijken

  • welke rol het decoratieve speelt in het werk van Vuillard, Bonnard en Matisse

  • op welke manier in het werk van Aubrey Beardsley voorstelling en decoratie in elkaar verweven zijn

  • in welk opzicht het gebruik van decoratieve patronen het karakter bepaalt van werk van Klimt en Hundertwasser

  • welke decoratieve rol door Hundertwasser aan de lijn en de kleur wordt toegekend

  • hoe en waarom de Pattern Painting wezenlijk verschilt van kunstenaars als Klimt, Vuillard, Bonnard en Matisse

  • hoe Daan van Golden en Hugo Kaagman gebruik maken van bestaande ornamenten en patronen in hun werk en in welke relatie dit tot de inhoud staat

  • welke rol het ‘modesieraad’ in de 20ste eeuw is gaan innemen

  • hoe de opvatting van Emmy van Leersum over sieraden is geweest en hoe dit in haar vormgeving tot uiting is gekomen

  • hoe Borek Sipek in zijn werk ornament en functie hanteert.