KruimelpadGeldend op 05-08-2009
De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling.
Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van
in de balk hierboven.
1.De bevoegde ambtenaar houdt aantekening van elke zaak waarin hij een voorwaarde ter voorkoming van strafvervolging heeft gesteld. Tevens wordt in de gevallen, bedoeld in artikel 6, tweede lid, aantekening gehouden van de voldoening aan de gestelde voorwaarde.
2.De in het eerste lid bedoelde aantekeningen worden, uiterlijk binnen een jaar nadat zij zijn opgemaakt, desverlangd getoond aan de ambtenaren van het openbaar ministerie in het arrondissement waar de opsporingsambtenaren hun dienst hebben uitgeoefend.
3.De hoofdofficier van justitie wint periodiek rapport in van de korpschefs van de regionale politiekorpsen over de wijze waarop de onder hen ressorterende in het arrondissement hun dienst uitoefenende ambtenaren gebruik hebben gemaakt van de verleende transactiebevoegdheid. De korpschefs zenden hun rapporten in door tussenkomst van de betrokken korpsbeheerder.
4.Het hoofd van het landelijk parket, bedoeld in artikel 137, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, wint periodiek rapport in van de korpschef van het Korps landelijke politiediensten over de wijze waarop de onder deze ressorterende ambtenaren gebruik hebben gemaakt van de verleende transactiebevoegdheid. De korpschef zendt zijn rapport in door tussenkomst van de korpsbeheerder.