KruimelpadGeldend op 30-07-2010
[Regeling materieel uitgewerkt per 01-07-2008]
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken van 12 november 1994, nr. VBO 93/3/U3, directoraat-generaal Openbaar Bestuur;
Gelet op de Wet op de Ruimtelijke Ordening, de Wet milieubeheer en de Wet personenvervoer;
De Raad van State gehoord (advies van 21 februari 1994, No. W04.93.0744;
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken van 27 april 1994, nr. VB093/3/5, directoraat-generaal Openbaar Bestuur;
Hebben goedgevonden en verstaan:
1.Indien een aanvraag om een vergunning krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer is ingediend bij burgemeester en wethouders vóór het tijdstip waarop ingevolge artikel 8.2a, eerste lid, onder a, van die wet de bevoegdheid om te beslissen op die aanvraag overgaat naar het dagelijks bestuur van een regionaal openbaar lichaam als bedoeld in de Kaderwet bestuur in verandering, blijft het voor dat tijdstip ten aanzien van de beslissing op die aanvraag geldende recht van toepassing tot het tijdstip waarop de beslissing onherroepelijk is geworden.
2.Indien het voornemen tot het geven van een beschikking met betrekking tot een vergunning krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer door burgemeester en wethouders is bekendgemaakt vóór het tijdstip waarop ingevolge artikel 8.2a, eerste lid, onder a, van die wet de bevoegdheid om te beslissen op een aanvraag om een zodanige vergunning overgaat naar het dagelijks bestuur van een regionaal openbaar lichaam als bedoeld in de Kaderwet bestuur in verandering, blijft het voor dat tijdstip ten aanzien van die beschikking geldende recht van toepassing tot het tijdstip waarop de beslissing onherroepelijk is geworden.