Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit privacyreglementen N.S.I.S. en Sirene[Regeling vervallen per 01-01-2008.]

Geldend van 14-05-1994 t/m 31-12-2007

Besluit privacyreglementen N.S.I.S. en Sirene

De minister van Justitie,

Overwegende dat het gewenst is ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer regels te stellen omtrent de inrichting en het gebruik van de Politieregisters en Vreemdelingenregistraties van het N.S.I.S en het bureau Sirene en daarbij de doelmatige werking van deze registratie te bevorderen;

Gelet op de overeenkomst ten uitvoering van het op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controle aan de gemeenschappelijke grenzen (Trb. 1990, 145), de Wet Persoonsregistraties (Stb. 1988, 665) en de Wet Politieregistratie (Stb. 1990, 414);

Gehoord de Registratiekamer (advies van 18 april 1994, nr. 94/02-03.H.01) en de Officier van Justitie (advies van 23 januari 1994, nr. 5B/94/102);

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2008]

Vast te stellen en voor een ieder ter inzage te leggen bij de Centrale Recherche Informatiedienst, de volgende in de bijlage bij dit besluit opgenomen reglementen;

  • a) het Reglement Politieregisters N.S.I.S.

  • b) het Reglement Vreemdelingenregistratie N.S.I.S.

  • c) het Reglement Politieregister Sirene

  • d) het Reglement Vreemdelingenregistratie Sirene

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2008]

Dit besluit te publiceren in de Nederlandse Staatscourant en omtrent het besluit mededeling te doen in het Algemeen Politieblad.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2008]

Dit besluit treedt in werking op 14 mei 1994.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2008]

Dit besluit kan worden aangehaald als ‘besluit privacyreglementen N.S.I.S. en Sirene’.

's-Gravenhage, 28 april 1994

De

minister

van Justitie,
namens deze,
het

hoofd van de Directie Politie,

H.P. Wooldrik

Reglement politieregister Sirene Nederland [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-01-2008]

In dit reglement wordt verstaan onder:

a. de Uitvoeringsovereenkomst:

de Overeenkomst ter uitvoering van het op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controle aan de gemeenschappelijke grenzen (Trb. 1990, 145);

b. Overeenkomstsluitende Partijen:

de Staten die partij zijn bij de Uitvoeringsovereenkomst;

c. de wet:

de Wet politieregisters;

d. het besluit:

het Besluit politieregisters

e. beheerder:

de Minister van Justitie

f. registerbeheerders:
  • 1º. het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie;

  • 2º. de Korpschefs van de regionale politiekorpsen en het Korps Landelijke Politiediensten;

  • 3º. de Commandant van de Koninklijke marechaussee;

  • 4º. het Hoofd van de Dienst Invoerrechten en Accijnzen;

  • 5º. de Procureurs-generaal;

  • 6º. de Minister van Binnenlandse Zaken;

g. Schengen Informatie Systeem (SIS):

het ingevolge artikel 92 van de Uitvoeringsovereenkomst aangelegde geautomatiseerde register van internationaal gesignaleerde personen en goederen;

h. de afdeling Sirene:

de afdeling Sirene van de Divisie Centrale Recherche Informatie, specifiek belast met:

  • 1º. de informatieuitwisseling met Sirene-afdelingen van de overige Overeenkomstsluitende Partijen;

  • 2º. de informatieverzorging ten behoeve van de uitvoering van signaleringen;

  • 3º. de controle van Nederlandse signaleringen;

i. register:

het politieregister Sirene Nederland;

j. signaleringen:

signaleringen als bedoeld in de artikelen 95, 97, 98, 99 en 100 van de Uitvoeringsovereenkomst;

k. Nederlandse signalerende autoriteit:

de persoon of instantie welke bevoegd is opdracht te geven tot het doen van signaleringen. Het betreft:

  • 1º. het Openbaar Ministerie;

  • 2º. de Divisie Centrale Recherche Informatie;

  • 3º. de regionale politiekorpsen en het Korps landelijke politiediensten;

  • 4º. de Koninklijke marechaussee;

  • 5º. de Dienst Invoerrechten en Accijnzen;

  • 6º. de Binnenlandse Veiligheidsdienst;

  • 7º. de Centrale Autoriteit als bedoeld in artikel 4 van de Wet van 2 mei 1990 tot uitvoering van het Europese en Haagse kinderontvoeringsverdrag (Stb. 1990, 202);

  • 8º. het Ministerie van Binnenlandse Zaken;

l. persoonsgegeven of gegeven:

een gegeven dat herleidbaar is tot een individuele natuurlijke persoon;

m. verstrekken van gegevens:

het bekendmaken of ter beschikking stellen van persoonsgegevens, voor zover zulks geheel of grotendeels steunt op gegevens die in dit register zijn opgenomen, of die door verwerking daarvan, al dan niet in verband met andere gegevens zijn verkregen.

Artikel 2. Doel van het register [Vervallen per 01-01-2008]

Het register heeft tot doel de goede uitvoering van de Uitvoeringsovereenkomst in Nederland mogelijk te maken door:

  • a. het aanmaken en invoeren van Nederlandse signaleringen ten behoeve van opname in het SIS;

  • b. het ter beschikking hebben van gegevens die noodzakelijk zijn voor de goede uitvoering van in het SIS opgenomen signaleringen.

Artikel 3. Werking van het register [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Het register wordt deels geautomatiseerd en deels handmatig gevoerd.

  • 2 Het geautomatiseerde deel bevindt zich bij de Divisie Centrale Recherce Informatie. Op het geautomatiseerde deel zijn rechtstreeks aangesloten:

    • a. de Divisie Centrale Recherche Informatie;

    • b. de regionale politiekorpsen en het Korps Landelijke Politiediensten;

    • c. de Koninklijke marechaussee;

    • d. de Dienst Invoerrechten en Accijnzen;

    • e. het Openbaar Ministerie, voor zover het signaleringen als bedoeld in artikel 95, 98 en 99 van de Uitvoeringsovereenkomst betreft;

    • f. het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

  • 3 Het handmatige deel wordt door de afdeling Sirene gevoerd.

  • 4 Het register bestaat ten behoeve van het aanmaken en invoeren van Nederlandse signaleringen uit een geautomatiseerd wachtbestand betreffende nog niet in het SIS opgenomen signaleringen. Het wachtbestand bestaat uit de volgende deelbestanden:

    • a. signaleringsgegevens;

    • b. bij de signaleringsgegevens behorende begeleidende informatie;

    • c. bij de signaleringsgegevens behorende aanvullende informatie ingeval van signaleringen als bedoeld in artikel 95 van de Uitvoeringsovereenkomst;

    • d. bij de signaleringsgegevens behorende logboekgegevens, bestaande uit voor de specifieke taakuitoefening van de afdeling Sirene benodigde gegevens.

  • 5 Het register bestaat, na opname van de signalering in het SIS, ten behoeve van de goede uitvoering van in het SIS opgenomen signaleringen, uit de volgende deels geautomatiseerde en deels handmatige deelbestanden:

    • a. begeleidende informatie betreffende Nederlandse signaleringen;

    • b. aanvullende informatie betreffende Nederlandse signaleringen als bedoeld in artikel 95 van de Uitvoeringsovereenkomst;

    • c. door de afdeling Sirene aan buitenlandse instanties verstrekte en daarvan ontvangen gegevens, daaronder begrepen aanvullende informatie ingeval van signaleringen als bedoeld in artikel 95 van de Uitvoeringsovereenkomst (het berichtenverkeer);

    • d. logboekgegevens, bestaande uit voor de specifieke taakuitoefening van de afdeling Sirene benodigde gegevens alsmede gegevens betreffende door de afdeling Sirene gedane verstrekkingen.

Artikel 4. Taken en verantwoordelijkheden [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 De registerbeheerders zijn onder verantwoordelijkheid van de beheerder, belast met de goede en doelmatige werking van het register overeenkomstig de Uitvoeringsovereenkomst, de wet, het besluit en het reglement en treffen daartoe de nodige voorzieningen. Zij dragen tevens zorg voor de nodige voorzieningen van technische en organisatorische aard ter beveiliging van het register tegen verlies of aantasting van gegevens en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking daarvan.

  • 2 De registerbeheerders zijn belast met de in artikel 5 bedoelde autorisaties.

  • 3 De registerbeheerders wijzen personen aan die belast zijn met het geven van de in artikel 8, vijfde lid, bedoelde aanduiding van betrouwbaarheid. Van deze aanwijzingen wordt afschrift gezonden aan het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie.

  • 4 Onverminderd de verantwoordelijkheid van de beheerder is de Nederlandse signalerende autoriteit verantwoordelijk voor de juistheid van de verstrekte gegevens.

Artikel 5. Rechtstreekse toegang [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Rechtstreekse toegang tot het register, dan wel onderdelen daarvan, hebben personen als bedoeld in de artikelen 9 en 14, eerste lid, onder a, van het besluit die daartoe op grond van artikel 17, eerste of derde lid, van het besluit een schriftelijke autorisatie hebben gekregen van een registerbeheerder. Van deze aanwijzingen wordt afschrift gezonden aan het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie.

  • 2 In de autorisatie wordt, met inachtneming van het bepaalde in het derde tot en met het zesde lid, de bevoegdheid tot het raadplegen, invoeren, wijzigen, verwijderen of vernietigen van gegevens geregeld.

  • 3 Personen die werkzaam zijn bij de afdeling Sirene, kunnen geautoriseerd worden tot rechtstreekse toegang langs geautomatiseerde weg tot de in artikel 3, vierde en vijfde lid, bedoelde deelbestanden.

  • 4 Personen die werkzaam zijn bij een afdeling welke belast is met werkzaamheden ten behoeve van de in artikel 2, onder a bedoelde doelstelling, kunnen geautoriseerd worden tot rechtstreekse toegang langs geautomatiseerde weg tot de in artikel 3, vierde lid, onder a tot en met c, bedoelde deelbestanden, voor zover het door die afdeling aangemaakte en ingevoerde signaleringen betreft.

  • 5 Personen die werkzaam zijn bij een afdeling welke belast is met de werkzaamheden ten behoeve van de in artikel 2, onder a, bedoelde doelstelling, kunnen slechts ten behoeve van het raadplegen geautoriseerd worden tot rechtstreekse toegang langs geautomatiseerde weg tot de in artikel 3, vijfde lid, onder a en b, bedoelde deelbestanden. Ten aanzien van de in artikel 3, vijfde lid, onder b, bedoelde verzameling is autorisatie slechts mogelijk voor zover het door die afdeling aangemaakte en ingevoerde signaleringen betreft.

  • 6 Andere personen dan bedoeld in het derde tot en met het vijfde lid, kunnen slechts ten behoeve van het raadplegen geautoriseerd worden tot rechtstreekse toegang langs geautomatiseerde weg tot het in artikel 3, vijfde lid, onder a , bedoelde deelbestand, voor zover zij tevens ingevolge artikel 5, eerste lid, van het "Reglement politieregister NSIS" geautoriseerd zijn tot het rechtstreeks langs geautomatiseerde weg raadplegen van in het SIS opgenomen signaleringen.

Artikel 6. Categorieën van personen [Vervallen per 01-01-2008]

In het register worden uitsluitend gegevens opgenomen omtrent de volgende categorieen van personen:

  • a personen ten aanzien van wie door de daartoe bevoegde autoriteiten een verzoek tot aanhouding is gedaan ter fine van uitlevering (artikel 95 Uitvoeringsovereenkomst);

  • b vermiste personen (artikel 97 Uitvoeringsovereenkomst);

  • c personen die ter bescherming van zichzelf of ter voorkoming van gevaar op last van een daartoe bevoegde autoriteit of bevoegde rechter voorlopig in bewaring moeten worden gesteld (artikel 97 Uitvoeringsovereenkomst);

  • d personen die worden gezocht als getuige, danwel die in het kader van een strafprocedure zijn opgeroepen wegens feiten waarvoor zij worden vervolgd, danwel personen aan wie een vonnis of oproep tot het ondergaan van een vrijheidsstraf dient te worden betekend (artikel 98 Uitvoeringsovereenkomst);

  • e personen ten aanzien van wie door een daartoe bevoegd orgaan is bepaald dat zij onopvallend moeten worden gecontroleerd (artikel 99 Uitvoeringsovereenkomst);

  • f personen ten aanzien van wie door een daartoe bevoegd orgaan is bepaald dat zij gericht moeten worden gecontroleerd (artikel 99 Uitvoeringsovereenkomst);

  • g personen die aanspreekpunt zijn met betrekking tot vermiste personen;

  • h begeleidende personen van een gesignaleerd persoon als bedoeld onder b, c, e en f;

  • i inzittenden van een gecontroleerd voertuig dat gesignaleerd is overeenkomstig artikel 99 of 100 van de Uitvoeringsovereenkomst;

  • j personen onder wie een overeenkomstig artikel 100 van de Uitvoeringsovereenkomst gesignaleerd goed wordt aangetroffen;

  • k personen die ambtshalve betrokken zijn bij het aanleveren, invoeren of het uitvoeren van signaleringen.

Artikel 7. Soorten van gegevens [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Omtrent de in artikel 6, onder a tot en met f, genoemde categorieën van personen kunnen, indien noodzakelijk voor het doel van het register, ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:

    • a. signaleringsgegevens, bestaande uit:

      • 1º. het Schengen-identificatienummer;

      • 2º. naam en voornaam;

      • 3º. voorletter van de tweede voornaam;

      • 4º. alias;

      • 5º. geslacht;

      • 6º. geboorteplaats en -datum;

      • 7º. nationaliteit;

      • 8º. bijzondere onveranderlijke en objectieve fysieke kenmerken;

      • 9º. bejegeningsgegevens "gewapend", "gewelddadig" of "gewapend en gewelddadig";

      • 10º. reden van signalering;

      • 11º. de te nemen actie;

      • 12º. de signalerende Overeenkomstsluitende Partij;

      • 13º. de aantekening dat de identiteit "wel/niet" met zekerheid is vastgesteld.

    • b. begeleidende informatie betreffende Nederlandse signaleringen, zoals:

      • 1º. het Schengen-identificatienummer,

      • 2º. de signalerende autoriteit

      • 3º. gegevens betreffende de aan signalering ten grondslag liggende beslissingen en documenten;

      • 4º. achtergrond van de reden van signalering;

      • 5º. bijzonderheden betreffende de gevraagde actie;

      • 6º. verwijzing naar andere signaleringen;

      • 7º. verwijzing naar gegevens en dossiers bij signalerende en invoerende instanties;

      • 8º. gegevens betreffende identiteitsdocumenten.

    • c. aan buitenlandse instanties verstrekte en daarvan ontvangen gegevens, zoals:

      • 1º. het Schengen-identificatienummer;

      • 2º. naam, alias, adres, woonplaats en geboortedatum en -plaats van de gesignaleerde;

      • 3º. signalement, foto's en vingerafdrukken van de gesignaleerde;

      • 4º. naam en geboortedatum van de ouders van de gesignaleerde;

      • 5º. de signalerende autoriteit;

      • 6º. gegevens betreffende de aan signalering ten grondslag liggende beslissingen en documenten;

      • 7º. achtergrond van de reden van signalering;

      • 8º. bijzonderheden betreffende de gevraagde actie;

      • 9º. verwijzing naar andere signaleringen;

      • 10º. uitleveringsgegevens als bedoeld in het tweede lid, onder b;

      • 11º. gegevens betreffende identiteitsdocumenten.

    • d. logboekgegevens, zoals:

      • 1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;

      • 2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan;

  • 2 Omtrent de in artikel 6, onder a, genoemde categorie van personen kunnen, indien noodzakelijk voor het doel van het register, in de deelsbestanden van aanvullende informatie en berichtenverkeer gegevens worden opgenomen, zoals:

    • a. het Schengen-identificatienummer,

    • b. de in artikel 95, tweede lid, van de Uitvoeringsovereenkomst bedoelde uitleveringsgegevens, zoals:

      • 1º. de om aanhouding verzoekende instantie;

      • 2º. het bestaan van een bevel tot aanhouding of van een akte die dezelfde kracht heeft, of van een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis;

      • 3º. de aard en de wettelijke omschrijving van het strafbaar feit;

      • 4º. een omschrijving van de omstandigheden waaronder het strafbaar feit is begaan, met inbegrip van tijd, plaats en de mate van betrokkenheid van de gesignaleerde persoon bij het strafbaar feit;

      • 5º. de gevolgen van het strafbaar feit;

  • 3 Omtrent de in artikel 6, onder e, genoemde categorie van personen kunnen, indien noodzakelijk voor het doel van het register, eveneens in de verzameling van berichtenverkeer gegevens worden opgenomen, zoals:

    • a. het Schengen-identificatienummer,

    • b. de in artikel 99, vierde lid, van de Uitvoeringsovereenkomst bedoelde gegevens, zoals:

      • 1º. aantreffen van de gesignaleerde persoon of van het gesignaleerde voertuig;

      • 2º. plaats, tijd van of aanleiding voor de controle;

      • 3º. reisroute en bestemming;

      • 4º. begeleidende personen of inzittenden;

      • 5º. gebruikt voertuig;

      • 6º. meegenomen voorwerpen;

      • 7º. omstandigheden waaronder de persoon of het voertuig zijn aangetroffen.

  • 4 Omtrent de in artikel 6, onder g, genoemde categorie van personen kunnen, indien noodzakelijk voor het doel van het register in verband met de in artikel 6, onder b genoemde categorie van personen, ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:

    • a. het Schengen-identificatienummer betreffende de in artikel 6, onder b genoemde categorie van personen;

    • b. naam- en adresgegevens en telefoonnummer;

    • c. bijzonderheden in verband met het zijn van aanspreekpunt;

    • d. logboekgegevens, zoals:

      • 1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;

      • 2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan.

  • 5 Omtrent de in artikel 6, onder h, genoemde categorie van personen kunnen, indien noodzakelijk voor het doel van het register in verband met de in artikel 6, onder b, c, e en f, genoemde categorieën van personen, ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:

    • a. het Schengen-identificatienummer betreffende de in artikel 6, onder b, c, e en f, genoemde categorieën van personen;

    • b. naam- en adresgegevens;

    • c. geboortegegevens;

    • d. nationaliteit;

    • e. gegevens met betrekking tot hun identiteitspapieren;

    • f. bijzonderheden in verband met het begeleiden van gesignaleerde personen;

    • g. logboekgegevens, zoals:

      • 1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;

      • 2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan.

  • 6 Omtrent de in artikel 6, onder i, genoemde categorie van personen kunnen, indien noodzakelijk voor het doel van het register in verband met de controle van een gesignaleerd voertuig, ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:

    • a. het Schengen-identificatienummer betreffende het gesignaleerde voertuig;

    • b. naam- en adresgegevens;

    • c. geboortegegevens;

    • d. nationaliteit;

    • e. gegevens met betrekking tot hun identiteitspapieren;

    • f. gegevens met betrekking tot het gecontroleerde voertuig:

    • g. logboekgegevens, zoals:

      • 1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;

      • 2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan.

  • 7 Omtrent de in artikel 6, onder j, genoemde categorie van personen kunnen, indien noodzakelijk voor het doel van het register in verband met het aantreffen van een gesignaleerd goed, ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:

    • a. het Schengen-identificatienummer betreffende het gesignaleerde goed;

    • b. naam- en adresgegevens;

    • c. geboortegegevens;

    • d. nationaliteit;

    • e. gegevens met betrekking tot hun identiteitspapieren;

    • f. gegevens met betrekking tot het aangetroffen goed:

    • g. logboekgegevens, zoals:

      • 1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;

      • 2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan.

  • 8 Omtrent de in artikel 6, onder k, genoemde categorie van personen kunnen, indien noodzakelijk voor het doel van het register in verband met door hen aangeleverde, ingevoerde of uitgevoerde signaleringen, ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:

    • a. het Schengen-identificatienummer betreffende de aangeleverde of uitgevoerde signalering;

    • b. personalia;

    • c. functieaanduiding;

    • d. instantie waartoe betrokkene behoort;

    • e. adres- en telefoongegevens van de instantie.

    • f. bijzonderheden met betrekking tot de aangeleverde of uitgevoerde signalering;

    • g. logboekgegevens, zoals:

      • 1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;

      • 2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan.

Artikel 8. Gevoelige gegevens [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 In aanvulling op de in artikel 7 genoemde gegevens, kunnen omtrent de in artikel 6, onder a, genoemde personen gegevens worden opgenomen betreffende hun ras, godsdienst of levensovertuiging, politieke gezindheid, seksualiteit, intiem levensgedrag en betreffende medische of psychologische kenmerken, voor zover dit onvermijdelijk is voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader van dat feit betreft.

  • 2 In aanvulling op de in artikel 7, genoemde gegevens, kunnen omtrent de in artikel 6, onder a tot en met f, genoemde personen gegevens worden opgenomen betreffende hun medische of psychologische kenmerken, voor zover dit onvermijdelijk is met het oog op een juiste uitvoering van de signalering;

  • 3 In aanvulling op de in artikel 7 genoemde gegevens kunnen omtrent de in artikel 6, onder a tot en met f en onder h tot en met j, genoemde categorieën van personen gegevens worden opgenomen betreffende hun ras of hun medische en psychologische kenmerken, voor zover dit onvermijdelijk is met het oog op hun identificatie.

  • 4 In aanvulling op de in artikel 7, genoemde gegevens, kunnen omtrent de in artikel 6, onder a tot en met f en onder h tot en met j, genoemde personen gegevens worden opgenomen betreffende hun medische of psychologische kenmerken, voor zover dit onvermijdelijk is met het oog op de afwering van dreigend gevaar voor leven of gezondheid van bij de uitvoering van de signalering betrokken personen.

  • 5 De gegevens genoemd in het eerste tot en met het vierde lid bevatten een aanduiding omtrent de betrouwbaarheid. Deze aanduiding wordt gegeven door daartoe ingevolge artikel 4, vierde lid, door de registerbeheerder aangewezen personen.

Artikel 9. Doelbinding [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 In afwijking van het bepaalde in de wet en het besluit, worden de in het register opgenomen uitleveringsgegevens als bedoeld in artikel 95, tweede lid, van de Uitvoeringsovereenkomst, overeenkomstig artikel 102, eerste lid van de Uitvoeringsovereenkomst slechts gebruikt voor een goede uitvoering van het doel van het register.

  • 2 Afwijking van het bepaalde in het eerste lid is slechts toegestaan op grond van artikel 102, derde lid, van de Uitvoeringsovereenkomst, voor zover de afwijking in overeenstemming is met het bepaalde in de wet en het besluit.

  • 3 In afwijking van het bepaalde in de wet en het besluit, worden de in het register opgenomen gegevens welke verkregen zijn van buitenlandse instanties (het berichtenverkeer), overeenkomstig artikel 126, derde lid, onder a, van de Uitvoeringsovereenkomst, slechts gebruikt voor een goede uitvoering van het doel van het register.

  • 4 Afwijking van het bepaalde in het derde lid is slechts toegestaan op grond van artikel 126, derde lid, onder a, van de Uitvoeringsovereenkomst, voor zover de afwijking in overeenstemming is met het bepaalde in de wet en het besluit.

Artikel 10. Opgenomen goederen [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 In het register kunnen voertuigen, vuurwapens, blanco documenten, op naam gestelde identiteitsdocumenten en identificeerbare bankbiljetten worden gesignaleerd (artikelen 99 en 100 van de Uitvoeringsovereenkomst).

  • 2 Omtrent de goederen bedoeld in het eerste lid, wordt melding gemaakt van onder meer:

    • a. het Schengen-identificatienummer;

    • b. de aard van het goed;

    • c. de reden van signalering;

    • d. de te nemen actie;

    • e. identificerende kenmerken van het goed.

Artikel 11. Verstrekkingen [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Verstrekking van gegevens vindt plaats met inachtneming van het bepaalde in artikel 9.

  • 2 Verstrekking van gegevens aan personen of instanties die geen rechtstreekse toegang hebben tot het register wordt verzorgd door de op grond van artikel 5 geautoriseerde personen.

Artikel 12. Vastleggen verstrekkingen [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Bij alle verstrekkingen van begeleidende informatie betreffende Nederlandse signaleringen ten behoeve van raadpleging, worden, gelijktijdig met de aantekening als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het "Reglement politieregister NSIS", het Schengen-identificatienummer, de individuele toegangscode van de bevrager en de datum van de verstrekking vastgelegd.

  • 2 Alle verstrekkingen rechtstreeks langs geautomatiseerde weg aan de Sirene-afdelingen van de Overeenkomstsluitende Partijen worden middels het geautomatiseerde berichtenverkeer vastgelegd.

  • 3 Alle verstrekkingen niet rechtstreeks langs geautomatiseerde weg door de afdeling Sirene, worden in het logboek vastgelegd.

  • 4 Alle verstrekkingen niet rechtstreeks langs geautomatiseerde weg door anderen dan personen werkzaam de afdeling Sirene worden vastgelegd, tenzij overeenkomstig het doel wordt verstrekt aan vaste gebruikers.

  • 5 Vaste gebruikers zijn de op grond van artikel 5 geautoriseerde personen.

  • 6 Indien van de verstrekking overeenkomstig het tweede tot en met het vierde lid aantekening wordt gehouden, worden daarbij de identiteit van de verzoeker, de datum van de verstrekking, het doel, en een omschrijving van de verstrekte gegevens vastgelegd.

  • 7 De ingevolge het eerste lid vastgelegde gegevens worden na 6 maanden verwijderd en vernietigd.

  • 8 De ingevolge het tweede tot en met het vierde lid vastgelegde gegevens worden twee jaar verwijderd en vernietigd.

Artikel 13. Verwijdering, aanvulling en verbetering [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 De in de artikelen 7 en 8 genoemde gegevens worden uit het register verwijderd wanneer deze niet meer noodzakelijk zijn voor het doel van het register.

  • 2 Verwijdering van de in de artikelen 7 en 8 genoemde gegevens vindt in ieder geval plaats binnen twee maanden na verwijdering van de signalering uit het SIS. De verwijderde gegevens worden na één jaar vernietigd.

  • 3 Verwijderde gegevens worden uitsluitend met het oog op klachtenbehandeling gebruikt.

  • 4 Indien blijkt dat de in het register opgenomen gegevens onvolledig of onjuist zijn, dan wel dat de gegevens ten onrechte in het register voorkomen, wordt de desbetreffende Nederlandse signalerende autoriteit, dan wel de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij, daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld. De desbetreffende Nederlandse signalerende autoriteit bevordert in dat geval onverwijld de aanvulling, verbetering of verwijdering van de gegevens.

Artikel 14. Rechten van de geregistreerde [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Geregistreerden kunnen de rechten genoemd in artikel 20 en 22 van de wet, inhoudende het recht op kennisneming respectievelijk verbetering, aanvulling of verwijdering, uitoefenen door het desbetreffende verzoek schriftelijk te richten aan het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie, t.a.v. privacyambtenaar, per adres Europaweg 45, postbus 3016, 2700 KX Zoetermeer.

  • 2 Een verzoek als bedoeld in artikel 20 van de wet is ontvankelijk na ontvangst van de betaling van ƒ 10, (tien gulden) op rekening 4382532 onder vermelding van "privacyverzoek Sirene".

  • 3 Een verzoek bedoeld in het eerste lid wordt ten aanzien van minderjarigen die de leeftijd van 16 jaren nog niet hebben bereikt, en ten aanzien van onder curatele gestelden gedaan door hun wettelijke vertegenwoordigers. Een verzoek kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene worden gedaan door diens advocaat of procureur. Een verzoek kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene eveneens worden gedaan door een ander. Mededelingen aan een dergelijke gemachtigde vinden niet plaats indien aangenomen kan worden dat deze mede een zelfstandig belang heeft bij de mede te delen gegevens of indien tegen hem ernstige bezwaren bestaan.

  • 4 Het Hoofd van de Divisie Centrale Rechterche [tekstcorrectie :"Rechterche" moet zijn "Recherche"] Informatie draagt zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker. De behandelend functionaris kan verlangen dat de verzoeker hem bescheiden toont waaruit zijn identiteit blijkt.

  • 5 Op een verzoek als bedoeld in artikel 20 van de wet wordt binnen één maand nadat het verzoek ontvankelijk is, beslist. Voor zover de gegevens waarvan de verzoeker kennis wil nemen niet van een Nederlandse signalerende autoriteit afkomstig zijn, stelt het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie alvorens over de kennisneming te beslissen, de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij in de gelegenheid dienaangaande een standpunt in te nemen.

  • 6 Aan een verzoek als bedoeld in artikel 20 van de wet ten aanzien van de in artikel 95, tweede lid, van de Uitvoeringsovereenkomst bedoelde uitleveringsgegevens, wordt geen gevolg gegeven wanneer dit voor een rechtmatige, uit de signalering voortvloeiende taakuitoefening of ter bescherming van de rechten en vrijheden van derden onontbeerlijk is.

  • 7 Uitgezonderd een verzoek betreffende de in artikel 95, tweede lid, van de Uitvoeringsovereenkomst bedoelde uitleveringsgegevens, wordt aan een verzoek als bedoeld in artikel 20 van de wet wordt geen gevolg gegeven:

    • a. voor zover daaruit onevenredige schade zou voortvloeien voor de goede uitvoering van de politietaak;

    • b. indien gewichtige belangen van derden daartoe noodzaken.

      Kennisneming van antecedenten of gegevens die op verzoek van de geregistreerde zijn opgenomen wordt niet geweigerd.

  • 8 In geen geval worden mededelingen in antwoord op een verzoek op grond van artikel 20 van de wet in schriftelijke vorm gedaan.

  • 9 Op een verzoek als bedoeld in artikel 22 van de wet wordt binnen twee maanden na ontvangst schriftelijk bericht of dan wel in hoeverre aan het verzoek wordt voldaan. Een weigering is met redenen omkleed. Het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie pleegt over het verzoek overleg met de desbetreffende Nederlandse signalerende autoriteit, of stelt de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij in de gelegenheid dienaangaande een standpunt in te nemen.

  • 10 De termijnen bedoeld in het vijfde en negende lid, worden geschorst gedurende de tijd dat de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij in de gelegenheid wordt gesteld een standpunt in te nemen.

Artikel 15. Verbanden [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Het register heeft verbanden met SIS, bestaande uit:

    • a. het langs geautomatiseerde weg controleren of de in het wachtbestand in te voeren persoon reeds in het SIS staat gesignaleerd;

    • b. het langs geautomatiseerde weg verstrekken van aangemaakte en in het wachtbestand ingevoerde signaleringen ten behoeve van opname in het SIS;

    • c. het langs geautomatiseerde weg ontvangen van meldingen betreffende de verwijdering uit het SIS van daarin opgenomen signaleringen;

    • d. het langs geautomatiseerde weg verstrekken van de in artikel 3, vijfde lid, onder a, bedoelde begeleidende informatie ingeval van raadpleging rechtstreeks langs geautomatiseerde weg van het SIS.

  • 2 Het register heeft verbanden met de bij arrondissementsparketten, regionale politiekorpsen, andere opsporingsinstanties en overige Nederlandse signalerende autoriteiten aanwezige persoonsregistraties en politieregisters waarin gesignaleerde of te signaleren personen zijn opgenomen, bestaande uit het verkrijgen van gegevens uit die persoonsregistraties en politieregisters.

  • 3 Het register heeft verbanden met Sirene-afdelingen van de overige Overeenkomstsluitende Partijen, bestaande uit het uitwisselen van gegevens middels het berichtenverkeer.

Artikel 16. Slotbepaling [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Een afschrift van het reglement wordt, tezamen met het "Reglement politieregister NSIS", het "Reglement persoonsregistratie NSIS-Vreemdelingen" en het "Reglement persoonsregistratie Sirene-Vreemdelingen Nederland", voor een ieder ter inzage gelegd:

    • a. bij de afdeling voorlichting van het Ministerie van Justitie;

    • b. bij de afdeling BIDOC (bibliotheek) van het Ministerie van Justitie;

    • c. ten kantore van de in artikel 1, onder k, genoemde Nederlandse signalerende autoriteiten;

    • d. ten kantore van:

      • 1º. de Directie Vreemdelingenzaken van het Ministerie van Justitie;

      • 2º. het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

  • 2 Afschriften van alle in artikel 4, vierde lid, en artikel 5, eerste lid, bedoelde aanwijzingen worden ter inzage gelegd bij de Divisie Centrale Recherche Informatie;

  • 3 Afschriften van de in artikel 4, vierde lid, en artikel 5, eerste lid, bedoelde aanwijzingen van de desbetreffende registerbeheerder worden ter inzage gelegd ten kantore van de desbetreffende registerbeheerder.

  • 4 Het reglement treedt in werking met ingang van 14 mei 1994.

  • 5 Het reglement kan worden aangehaald als: Reglement politieregister Sirene Nederland.

Reglement politieregister NSIS [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-01-2008]

In dit reglement wordt verstaan onder:

a. de Uitvoeringsovereenkomst:

de Overeenkomst ter uitvoering van het op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controle aan de gemeenschappelijke grenzen (Trb. 1990, 145)

b. Overeenkomstsluitende Partijen:

de Staten die partij zijn bij de Uitvoeringsovereenkomst

c. de wet:

de Wet politieregisters

d. het besluit:

het Besluit politieregisters

e. beheerder:

de Minister van Justitie

f. registerbeheerders:
  • 1º. het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie

  • 2º. de Korpschefs van de regionale politiekorpsen en het Korps Landelijke Politiediensten

  • 3º. de Commandant van de Koninklijke marechaussee

  • 4º. het Hoofd van de Dienst Invoerrechten en Accijnzen

  • 5º. de Procureurs-generaal

  • 6º. de Minister van Binnenlandse Zaken

g. Schengen Informatie Systeem (SIS):

het ingevolge artikel 92 van de Uitvoeringsovereenkomst aangelegde geautomatiseerde register van internationaal gesignaleerde personen en goederen

h. NSIS:

het Nederlandse deel van het SIS;

i. register:

het politieregister NSIS;

j. signaleringen:

signaleringen als bedoeld in de artikelen 95, 97, 98, 99 en 100 van de Uitvoeringsovereenkomst;

k. Nederlandse signalerende autoriteit:

de persoon of instantie welke bevoegd is opdracht te geven tot het doen van signaleringen. Het betreft:

  • 1º. het Openbaar Ministerie;

  • 2º. de Divisie Centrale Recherche Informatie;

  • 3º. de regionale politiekorpsen en het Korps landelijke politiediensten;

  • 4º. de Koninklijke marechaussee;

  • 5º. de Dienst Invoerrechten en Accijnzen;

  • 6º. de Binnenlandse Veiligheidsdienst;

  • 7º. de Centrale Autoriteit als bedoeld in artikel 4 van de Wet van 2 mei 1990 tot uitvoering van het Europese en Haagse kinderontvoeringsverdrag (Stb. 1990, 202);

  • 8º. het Ministerie van Binnenlandse Zaken;

l. persoonsgegeven of gegeven:

een gegeven dat herleidbaar is tot een individuele natuurlijke persoon;

m. m. verstrekken van gegevens:

het bekendmaken of ter beschikking stellen van persoonsgegevens, voor zover zulks geheel of grotendeels steunt op gegevens die in dit register zijn opgenomen, of die door verwerking daarvan, al dan niet in verband met andere gegevens zijn verkregen.

Artikel 2. Doel van het register [Vervallen per 01-01-2008]

Het register heeft tot doel de goede uitvoering van artikel 93 van de Uitvoeringsovereenkomst in Nederland mogelijk te maken.

Artikel 3. Werking van het register [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Het register wordt geautomatiseerd gevoerd.

  • 2 Het register bevindt zich bij de Divisie Centrale Recherce Informatie. Op het register zijn rechtstreeks aangesloten:

    • a. de Divisie Centrale Recherche Informatie;

    • b. de regionale politiekorpsen en het Korps Landelijke Politiediensten;

    • c. de Koninklijke marechaussee;

    • d. de Dienst Invoerrechten en Accijnzen;

    • e. het Openbaar Ministerie, voor zover het signaleringen als bedoeld in artikel 95, 98 en 99 van de Uitvoeringsovereenkomst betreft;

    • f. het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

  • 3 Het register bestaat uit verzamelingen van:

    • a. de in het SIS opgenomen signaleringen;

    • b. de ingevolge artikel 12 vastgelegde gegevens omtrent verstrekkingen uit het SIS.

Artikel 4. Taken en verantwoordelijkheden [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 De registerbeheerders zijn onder verantwoordelijkheid van de beheerder, belast met de goede en doelmatige werking van het register overeenkomstig de Uitvoeringsovereenkomst, de wet, het besluit en het reglement en treffen daartoe de nodige voorzieningen. Zij dragen tevens zorg voor de nodige voorzieningen van technische en organisatorische aard ter beveiliging van het register tegen verlies of aantasting van gegevens en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking daarvan.

  • 2 De registerbeheerders zijn belast met de in artikel 5 bedoelde autorisaties.

  • 3 Onverminderd de verantwoordelijkheid van de beheerder is de Nederlandse signalerende autoriteit verantwoordelijk voor de juistheid van de verstrekte gegevens.

Artikel 5. Rechtstreekse toegang [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Rechtstreekse toegang langs geautomatiseerde weg tot de verzameling van in het SIS opgenomen signaleringen hebben personen als bedoeld in artikel 101, eerste lid, van de Uitvoeringsovereenkomst die daartoe een schriftelijke autorisatie hebben gekregen van een registerbeheerder. Van deze aanwijzingen wordt afschrift gezonden aan het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie.

  • 2 Rechtstreekse toegang langs geautomatiseerde weg tot de verzameling van de ingevolge artikel 12 vastgelegde gegevens hebben personen als bedoeld in artikel 101, eerste lid, van de Uitvoeringsovereenkomst die daartoe een schriftelijke autorisatie hebben gekregen van het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie.

  • 3 In de autorisatie wordt, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 101 en 103 van de Uitvoeringsovereenkomst, de bevoegdheid tot het raadplegen, invoeren, wijzigen, verwijderen of vernietigen van gegevens geregeld.

Artikel 6. Categorieën van personen [Vervallen per 01-01-2008]

In het register worden uitsluitend gegevens opgenomen omtrent de volgende categorieen van personen:

  • a personen ten aanzien van wie door de daartoe bevoegde autoriteiten een verzoek tot aanhouding is gedaan ter fine van uitlevering (artikel 95 Uitvoeringsovereenkomst);

  • b vermiste personen (artikel 97 Uitvoeringsovereenkomst);

  • c personen die ter bescherming van zichzelf of ter voorkoming van gevaar op last van een daartoe bevoegde autoriteit of bevoegde rechter voorlopig in bewaring moeten worden gesteld (artikel 97 Uitvoeringsovereenkomst);

  • d personen die worden gezocht als getuige, danwel die in het kader van een strafprocedure zijn opgeroepen wegens feiten waarvoor zij worden vervolgd, danwel personen aan wie een vonnis of oproep tot het ondergaan van een vrijheidsstraf dient te worden betekend (artikel 98 Uitvoeringsovereenkomst);

  • e personen ten aanzien van wie door een daartoe bevoegd orgaan is bepaald dat zij onopvallend moeten worden gecontroleerd (artikel 99 Uitvoeringsovereenkomst);

  • f personen ten aanzien van wie door een daartoe bevoegd orgaan is bepaald dat zij gericht moeten worden gecontroleerd (artikel 99 Uitvoeringsovereenkomst);

Artikel 7. Soorten van gegevens [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Omtrent de in artikel 6, onder a tot en met f, genoemde categorieën van personen kunnen, indien noodzakelijk voor het doel van het register, ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:

    • a. het Schengen-identificatienummer;

    • b. naam en voornaam;

    • c. voorletter van de tweede voornaam;

    • d. alias;

    • e. geslacht;

    • f. geboorteplaats en -datum;

    • g. nationaliteit;

    • h. bijzondere onveranderlijke en objectieve fysieke kenmerken;

    • i. bejegeningsgegevens "gewapend", "gewelddadig" of "gewapend en gewelddadig";

    • j. reden van signalering;

    • k. de te nemen actie;

    • l. de signalerende Overeenkomstsluitende Partij;

    • m. de aantekening dat de identiteit "wel/niet" met zekerheid is vastgesteld.

  • 2 Voorts worden omtrent de in artikel 6, onder a tot en met f, genoemde categorieën van personen gegevens omtrent verstrekkingen uit het SIS opgenomen.

Artikel 8. Doelbinding [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 In afwijking van het bepaalde in de wet en het besluit, worden de in artikel 7, eerste lid, bedoelde gegevens overeenkomstig artikel 102, eerste lid, van de Uitvoeringsovereenkomst slechts gebruikt voor een goede uitvoering van de gevraagde actie.

  • 2 Afwijking van het bepaalde in het eerste lid is slechts toegestaan op grond van artikel 102, derde lid, van de Uitvoeringsovereenkomst, voor zover de afwijking in overeenstemming is met het bepaalde in de wet en het besluit.

  • 3 In afwijking van het bepaalde in de wet en het besluit, worden de in artikel 7, tweede lid, bedoelde gegevens overeenkomstig artikel 103 van de Uitvoeringsovereenkomst slechts gebruikt met het oog op controle op de toelaatsbaarheid [tekstcorrectie :"toelaatsbaarheid" moet zijn "toelaatbaarheid"] van de bevraging.

  • 4 De gegevens omtrent de in artikel 6 bedoelde personen zijn, tenzij markering heeft plaatsgevonden, opgenomen ten behoeve van de uitvoering van de volgende acties:

    • a. ten aanzien van de personen, bedoeld in artikel 6, onder a: opsporing en aanhouding ter fine van uitlevering (artikel 95 van de Uitvoeringsovereenkomst);

    • b. ten aan zien van de personen, bedoeld in artikel 6, onder b en c: mededeling van de verblijfplaats, dan wel overbrenging naar een veilige plaats, voorzover de betrokken persoon daarmee instemt of de omstandigheden waaronder de persoon wordt aangetroffen daartoe noodzaken (artikel 97 van de Uitvoeringsovereenkomst);

    • c. ten aanzien van de personen, bedoeld in artikel 6, onder d: mededeling van de verblijfplaats (artikel 98 van de Uitvoeringsovereenkomst);

    • d. ten aanzien van de personen, bedoeld in artikel 6, onder e: onopvallende controle, waarbij zoveel mogelijk de gegevens als bedoeld in artikel 99, vierde lid, van de Uitvoeringsovereenkomst worden verzameld (artikel 99 van de Uitvoeringsovereenkomst);

    • e. ten aanzien van de personen, bedoeld in artikel 6, onder f: gerichte controle (artikel 99 van de Uitvoeringsovereenkomst).

  • 5 Een Overeenkomstsluitende Partij kan een persoon slechts eenmaal in het SIS ter signalering doen opnemen.

  • 6 Indien ten aanzien van een gesignaleerde persoon meerdere acties, als bedoeld in het vierde lid zijn gevraagd, kunnen de gegevens worden gebruikt ten behoeve van de uitvoering van deze acties.

  • 7 De volgende combinaties van signaleringen zijn mogelijk:

    • a. signalering op grond van artikel 95 van de Uitvoeringsovereenkomst en de artikelen 96 (signalering ter fine van weigering van toegang als bedoeld in artikel 6 van het "Reglement persoonsregistratie NSIS-Vreemdelingen"), 97 en 98 van de Uitvoeringsovereenkomst;

    • b. signalering op grond van artikel 97 van de Uitvoeringsovereenkomst en de artikelen 95 en 98 van de Uitvoeringsovereenkomst;

    • c. signalering op grond van artikel 98 van de Uitvoeringsovereenkomst en de artikelen 95 en 97 van de Uitvoeringsovereenkomst.

Artikel 9. Markering van signaleringen [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Ten aanzien van de signaleringen van personen als bedoeld in artikel 6, onder a, b, c, e en f die niet op verzoek van de Nederlandse signalerende autoriteiten in het register zijn opgenomen, kan het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie bepalen dat deze worden voorzien van een markering ingeval de signalering naar zijn oordeel in strijd is met het nationale recht, internationale verplichtingen of wezenlijke nationale belangen.

  • 2 Een markering kan slechts worden aangebracht na voorafgaand overleg met de signalerende Overeenkomstsluitende Partij. Het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie voert omtrent een markering zonodig voorafgaand overleg met het Openbaar Ministerie en de Afdeling Internationale Rechtshulp van het Ministerie van Justitie.

  • 3 Indien een signalering van een markering wordt voorzien heeft dat tot gevolg:

    • a. ten aanzien van de personen, bedoeld in artikel 6, onder a, dat de gevraagde actie automatisch wordt omgezet in mededeling van de verblijfplaats;

    • b. ten aanzien van de personen, bedoeld in artikel 6, onder b, c en e en f, dat de opgenomen gegevens niet voor raadpleging beschikbaar zijn.

Artikel 10. Opgenomen goederen [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 In het register kunnen voertuigen, vuurwapens, blanco documenten, op naam gestelde identiteitsdocumenten en identificeerbare bankbiljetten worden gesignaleerd (artikelen 99 en 100 van de Uitvoeringsovereenkomst).

  • 2 Omtrent de goederen bedoeld in het eerste lid, wordt melding gemaakt van onder meer:

    • a. het Schengen-identificatienummer;

    • b. de aard van het goed;

    • c. de reden van signalering;

    • d. de te nemen actie;

    • e. identificerende kenmerken van het goed.

Artikel 11. Verstrekkingen [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Verstrekking van gegevens vindt plaats met inachtneming van het bepaalde in artikel 8.

  • 2 Verstrekking van gegevens aan personen of instanties die geen rechtstreekse toegang hebben tot het register wordt verzorgd door de op grond van artikel 5 geautoriseerde personen.

Artikel 12. Vastleggen verstrekkingen [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Van elke verstrekking die rechtstreeks langs geautomatiseerde weg plaatsvindt ten behoeve van raadpleging, wordt langs geautomatiseerde weg aantekening gehouden. Daarbij worden het Schengen-identificatienummer, de individuele toegangscode van de bevrager en de datum van de verstrekking vastgelegd.

  • 2 Van elke verstrekking die niet rechtstreeks langs geautomatiseerde weg plaatsvindt ten behoeve van raadpleging, wordt aantekening gehouden, tenzij overeenkomstig het doel van het register verstrekt wordt aan vaste gebruikers.

  • 3 Vaste gebruikers zijn de op grond van artikel 5 geautoriseerde personen.

  • 4 Indien van de verstrekking als bedoeld in het tweede lid aantekening wordt gehouden, worden daarbij de identiteit van de verzoeker, de datum van de verstrekking, het doel, en een omschrijving van de verstrekte gegevens vastgelegd.

  • 5 De ingevolge dit artikel vastgelegde gegevens worden na 6 maanden verwijderd en vernietigd.

Artikel 13. Verwijdering, aanvulling en verbetering [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 De in artikel 7 genoemde gegevens die op verzoek van Nederlandse signalerende autoriteiten zijn opgenomen, worden uit het register verwijderd wanneer deze niet meer noodzakelijk zijn voor het doel van het register.

  • 2 De in artikel 7 genoemde gegevens die op verzoek van Nederlandse signalerende autoriteiten zijn opgenomen, worden uit het register verwijderd indien:

    • a. de signalering door de signalerende autoriteit is ingetrokken;

    • b. de signalering ingevolge een onherroepelijke uitspraak van een daartoe bevoegde rechter van een Overeenkomstsluitende Partij uit het register moet worden verwijderd;

    • c. de gesignaleerde persoon is overleden.

  • 3 Het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie toetst van elke signalering die op verzoek van een Nederlandse signalerende autoriteit is opgenomen uiterlijk drie jaar na opname daarvan of deze nog noodzakelijk is voor het doel van het register. Ten aanzien van de gegevens betreffende de personen, bedoeld in artikel 6, onder e en f, vindt deze toetsing éénmaal per jaar plaats.

  • 4 Indien ten aanzien van een niet-Nederlandse signalering blijkt, dat zich een of meerdere van de in het tweede lid genoemde omstandigheden voordoen of dat de opgenomen gegevens onvolledig of onjuist zijn, dan wel dat de signalering ten onrechte in het register voorkomt, wordt de signalerende Overeenkomstsluitende Partij daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld.

  • 5 Indien ten aanzien van Nederlandse signaleringen blijkt, dat deze onvolledig of onjuist zijn, dan wel ten onrechte in het register voorkomen, draagt het Hoofd van de Centrale Recherche Informatiedienst, dan wel de Nederlandse signalerende instantie die de gegevens heeft aangeleverd, onverwijld zorg voor aanvulling, verbetering of verwijdering van die gegevens.

  • 6 De uit het register verwijderde gegevens als bedoeld in artikel 7 blijven, uitsluitend ten behoeve van de controle achteraf op de juistheid daarvan of de rechtmatigheid van de opneming, één jaar na hun verwijdering beschikbaar bij de centrale ondersteunende functie van het SIS te Straatsburg (Frankrijk). Na deze periode worden de gegevens vernietigd.

Artikel 14. Rechten van de geregistreerde [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Geregistreerden kunnen de rechten genoemd in de artikelen 109 en 110 van de Uitvoeringsovereenkomst, inhoudende het recht op kennisneming respectievelijk aanvulling of verwijdering, overeenkomstig de wet uitoefenen door het desbetreffende verzoek schriftelijk te richten aan het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie, t.a.v. de privacyambtenaar, per adres Europaweg 45, postbus 3016, 2700 KX Zoetermeer.

  • 2 Een verzoek als bedoeld in artikel 109 van de Uitvoeringsovereenkomst is ontvankelijk na ontvangst van de betaling van ƒ 10 (tien gulden) op rekening 4382532 onder vermelding van "privacyverzoek NSIS".

  • 3 Een verzoek bedoeld in het eerste lid wordt ten aanzien van minderjarigen die de leeftijd van 16 jaren nog niet hebben bereikt, en ten aanzien van onder curatele gestelden gedaan door hun wettelijke vertegenwoordigers. Een verzoek kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene worden gedaan door diens advocaat of procureur. Een verzoek kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene eveneens worden gedaan door een ander. Mededelingen aan een dergelijke gemachtigde vinden niet plaats indien aangenomen kan worden dat deze mede een zelfstandig belang heeft bij de mede te delen gegevens of indien tegen hem ernstige bezwaren bestaan.

  • 4 Het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie draagt zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker. De behandelend functionaris kan verlangen dat de verzoeker hem bescheiden toont waaruit zijn identiteit blijkt.

  • 5 Op een verzoek als bedoeld in artikel 109 van de Uitvoeringsovereenkomst wordt binnen één maand nadat het verzoek ontvankelijk is, beslist. Voor zover de gegevens waarvan de verzoeker kennis wil nemen niet van een Nederlandse signalerende autoriteit afkomstig zijn, stelt het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie alvorens over de kennisneming te beslissen, de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij in de gelegenheid dienaangaande een standpunt in te nemen.

  • 6 Aan een verzoek als bedoeld in artikel 109 van de Uitvoeringsovereenkomst wordt geen gevolg gegeven:

    • a. wanneer dit voor een rechtmatige, uit de signalering voortvloeiende taakuitoefening of ter bescherming van de rechten en vrijheden van derden onontbeerlijk is;

    • b. in verband met een signalering ter fine van onopvallende controle.

  • 7 In geen geval worden mededelingen in antwoord op een verzoek op grond van artikel 109 van de Uitvoeringsovereenkomst in schriftelijke vorm gedaan.

  • 8 Op een verzoek als bedoeld in artikel 110 van de wet wordt binnen twee maanden na ontvangst schriftelijk bericht of dan wel in hoeverre aan het verzoek wordt voldaan. Een weigering is met redenen omkleed. Het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie pleegt over het verzoek overleg met de desbetreffende Nederlandse signalerende autoriteit, of stelt de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij in de gelegenheid dienaangaande een standpunt in te nemen.

  • 9 De termijnen bedoeld in het vijfde en achtste lid, worden geschorst gedurende de tijd dat de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij in de gelegenheid wordt gesteld een standpunt in te nemen.

Artikel 15. Verbanden [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Het register heeft verbanden met het politieregister Sirene Nederland, bestaande uit:

    • a. het uitwisselen van gegevens bij het langs geautomatiseerde weg controleren of de in het wachtbestand als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van het "Reglement politieregister Sirene Nederland" in te voeren persoon reeds in het SIS staat gesignaleerd;

    • b. het langs geautomatiseerde weg verkrijgen van aangemaakte en in het wachtbestand ingevoerde signaleringen ten behoeve van opname in het SIS;

    • c. het langs geautomatiseerde weg verstrekken van meldingen betreffende de verwijdering uit het SIS van daarin opgenomen signaleringen;

    • d. het ingeval van raadpleging langs geautomatiseerde weg verstrekken van de in artikel 3, vijfde lid, onder a, van het "Reglement politieregister Sirene Nederland" bedoelde begeleidende informatie.

Artikel 16. Slotbepaling [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Een afschrift van het reglement wordt, tezamen met het "Reglement politieregister Sirene Nederland", het "Reglement persoonsregistratie NSIS-Vreemdelingen" en het "Reglement persoonsregistratie Sirene-Vreemdelingen Nederland", voor een ieder ter inzage gelegd:

    • a. bij de afdeling voorlichting van het Ministerie van Justitie;

    • b. bij de afdeling BIDOC (bibliotheek) van het Ministerie van Justitie;

    • c. ten kantore van de in artikel 1, onder k, genoemde Nederlandse signalerende autoriteiten;

    • d. ten kantore van:

      • 1º. de Directie Vreemdelingenzaken van het Ministerie van Justitie;

      • 2º. het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

  • 2 Afschriften van alle in artikel 5, eerste en tweede lid, bedoelde aanwijzingen worden ter inzage gelegd bij de Divisie Centrale Recherche Informatie.

  • 3 Afschriften van de in artikel 5, eerste en tweede lid, bedoelde aanwijzingen van de desbetreffende registerbeheerder worden ter inzage gelegd ten kantore van de desbetreffende registerbeheerder, dan wel bij de onder de desbetreffende registerbeheerder.

  • 4 Het reglement treedt in werking met ingang van 14 mei 1994.

  • 5 Het reglement kan worden aangehaald als: Reglement politieregister NSIS.

Reglement persoonsregistratie Sirene-vreemdelingen Nederland [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-01-2008]

In dit reglement wordt verstaan onder:

a. de Uitvoeringsovereenkomst:

de Overeenkomst ter uitvoering van het op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controle aan de gemeenschappelijke grenzen (Trb. 1990, 145);

b. Overeenkomstsluitende Partijen:

de Staten die partij zijn bij de Uitvoeringsovereenkomst;

c. vreemdeling:

een persoon die geen onderdaan is van één der Lid-Staten van de Europese Unie;

d. de wet:

de Wet persoonsregistraties (Stb. 1988, 665);

e. de houder:

de Minister van Justitie;

f. registratiebeheerders:
  • 1º. het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie;

  • 2º. de Korpschefs van de regionale politiekorpsen en het Korps landelijke politiediensten;

  • 3º. de Commandant van de Koninklijke marechaussee;

  • 4º. het Hoofd van de Dienst Invoerrechten en Accijnzen;

  • 5º. het Hoofd van de Directie Vreemdelingenzaken van het Ministerie van Justitie;

  • 6º. De Minister van Buitenlandse Zaken;

g. Schengen Informatie Systeem (SIS):

het ingevolge artikel 92 van de Uitvoeringsovereenkomst aangelegde geautomatiseerde register van internationaal gesignaleerde personen en goederen;

h. de afdeling Sirene:

de afdeling Sirene van de Divisie Centrale Recherche Informatie, specifiek belast met:

  • 1º. de informatieuitwisseling met Sirene-afdelingen van de overige Overeenkomstsluitende Partijen;

  • 2º. de informatieverzorging ten behoeve van de uitvoering van signaleringen;

  • 3º. de controle van Nederlandse signaleringen;

i. registratie:

de persoonsregistratie Sirene-Vreemdelingen Nederland;

j. signaleringen:

signaleringen als bedoeld in artikel 96 van de Uitvoeringsovereenkomst;

k. Nederlandse signalerende autoriteit:

de persoon of instantie welke bevoegd is opdracht te geven tot het doen van signaleringen. Het betreft:

  • 1º. de Directie Vreemdelingenzaken van het Ministerie van Justitie;

  • 2º. het Ministerie van Buitenlandse Zaken;

l. persoonsgegeven of gegeven:

een gegeven dat herleidbaar is tot een individuele natuurlijke persoon;

m. verstrekken van gegevens:

het bekendmaken of ter beschikking stellen van persoonsgegevens, voor zover zulks geheel of grotendeels steunt op gegevens die in dit register zijn opgenomen, of die door verwerking daarvan, al dan niet in verband met andere gegevens zijn verkregen.

Artikel 2. Doel van de registratie [Vervallen per 01-01-2008]

De registratie heeft tot doel de goede uitvoering van de Uitvoeringsovereenkomst in Nederland mogelijk te maken door:

  • a het aanmaken en invoeren van Nederlandse signaleringen betreffende vreemdelingen ten behoeve van opname in het SIS;

  • b het ter beschikking hebben van gegevens die noodzakelijk zijn voor de goede uitvoering van in het SIS opgenomen signaleringen betreffende vreemdelingen.

Artikel 3. Werking van de registratie [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 De registratie wordt deels geautomatiseerd en deels handmatig gevoerd.

  • 2 Het geautomatiseerde deel bevindt zich bij de Divisie Centrale Recherche Informatie. Op het geautomatiseerde deel zijn rechtstreeks aangesloten:

    • a. de Divisie Centrale Recherche Informatie;

    • b. de regionale politiekorpsen en het Korps Landelijke Politiediensten;

    • c. de Koninklijke marechaussee;

    • d. de Dienst Invoerrechten en Accijnzen;

    • e. de Directie Vreemdelingenzaken van het Ministerie van Justitie;

    • f. het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

  • 3 Het handmatige deel wordt door de afdeling Sirene gevoerd.

  • 4 De registratie bestaat ten behoeve van het aanmaken en invoeren van Nederlandse signaleringen uit een geautomatiseerd wachtbestand betreffende nog niet in het SIS opgenomen signaleringen. Het wachtbestand bestaat uit de volgende deelbestanden:

    • a. signaleringsgegevens;

    • b. bij de signaleringsgegevens behorende begeleidende informatie;

    • c. bij de signaleringsgegevens behorende logboekgegevens, bestaande uit voor de specifieke taakuitoefening van de afdeling Sirene benodigde gegevens.

  • 5 De registratie bestaat, na opname van de signalering in het SIS, ten behoeve van de goede uitvoering van in het SIS opgenomen signaleringen, uit de volgende deels geautomatiseerde en deels handmatige deelbestanden:

    • a. begeleidende informatie betreffende Nederlandse signaleringen;

    • b. door de afdeling Sirene aan buitenlandse instanties verstrekte en daarvan ontvangen gegevens;

    • c. logboekgegevens, bestaande uit voor de specifieke taakuitoefening van de afdeling Sirene benodigde gegevens alsmede gegevens betreffende door de afdeling Sirene gedane verstrekkingen.

Artikel 4. Taken en verantwoordelijkheden [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 De registratiebeheerders zijn onder verantwoordelijkheid van de houder, belast met de goede en doelmatige werking van de registratie overeenkomstig de Uitvoeringsovereenkomst, de wet en het reglement en treffen daartoe de nodige voorzieningen. Zij dragen tevens zorg voor de nodige voorzieningen van technische en organisatorische aard ter beveiliging van de registratie tegen verlies of aantasting van gegevens en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking daarvan.

  • 2 De registerbeheerders zijn belast met de in artikel 5 bedoelde autorisaties.

  • 3 Onverminderd de verantwoordelijkheid van de houder is de Nederlandse signalerende autoriteit verantwoordelijk voor de juistheid van de verstrekte gegevens.

Artikel 5. Rechtstreekse toegang [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Rechtstreekse toegang tot de registratie, dan wel onderdelen daarvan, hebben personen die daartoe een schriftelijke autorisatie hebben gekregen van een registratiebeheerder. Van deze aanwijzingen wordt afschrift gezonden aan het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie.

  • 2 In de autorisatie wordt, met inachtneming van het bepaalde in het derde tot en met het zesde lid, de bevoegdheid tot het raadplegen, invoeren, wijzigen, verwijderen of vernietigen van gegevens geregeld.

  • 3 Personen die werkzaam zijn bij de afdeling Sirene, kunnen geautoriseerd worden tot rechtstreekse toegang langs geautomatiseerde weg tot de in artikel 3, vierde en vijfde lid, bedoelde deelbestanden.

  • 4 Personen die werkzaam zijn bij een afdeling welke belast is met werkzaamheden ten behoeve van de in artikel 2, onder a bedoelde doelstelling, kunnen geautoriseerd worden tot rechtstreekse toegang langs geautomatiseerde weg tot de in artikel 3, vierde lid, onder a en b, bedoelde deelbestanden, voor zover het door die afdeling aangemaakte en ingevoerde signaleringen betreft.

  • 5 Personen die werkzaam zijn bij een afdeling welke belast is met de werkzaamheden ten behoeve van de in artikel 2, onder a, bedoelde doelstelling, kunnen slechts ten behoeve van het raadplegen geautoriseerd worden tot rechtstreekse toegang langs geautomatiseerde weg tot het in artikel 3, vijfde lid, onder a, bedoelde deelbestand.

  • 6 Andere personen dan bedoeld in het derde tot en met het vijfde lid, kunnen slechts ten behoeve van het raadplegen geautoriseerd worden tot rechtstreekse toegang langs geautomatiseerde weg tot het in artikel 3, vijfde lid, onder a , bedoelde deelbestand, voor zover zij tevens ingevolge artikel 5, eerste lid, van het "Reglement persoonsregistratie NSIS-Vreemdelingen" geautoriseerd zijn tot het rechtstreeks langs geautomatiseerde weg raadplegen van het Nederlandse deel van het SIS.

Artikel 6. Categorieën van personen [Vervallen per 01-01-2008]

In de registratie worden uitsluitend gegevens opgenomen omtrent:

  • a. vreemdelingen die ter fine van weigering van toegang dienen te worden of zijn gesignaleerd.

  • b. personen die ambtshalve zijn betrokken bij het aanleveren, invoeren of het uitvoeren van signaleringen.

Artikel 7. Soorten van gegevens [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Omtrent de in artikel 6, onder a, bedoelde vreemdelingen kunnen ten hoogste de volgende gegevens worden opgenomen:

    • a. signaleringsgegevens, bestaande uit:

      • 1º. het Schengen-identificatienummer;

      • 2º. naam en voornaam;

      • 3º. voorletter van de tweede voornaam;

      • 4º. alias;

      • 5º. geslacht;

      • 6º. geboorteplaats en -datum;

      • 7º. nationaliteit;

      • 8º. bijzondere onveranderlijke en objectieve fysieke kenmerken;

      • 9º. bejegeningsgegevens "gewapend", "gewelddadig" of "gewapend en gewelddadig";

      • 10º. reden signalering;

      • 11º. de te nemen actie;

      • 12º. de signalerende Overeenkomstsluitende Partij;

      • 13º. de aantekening of de identiteit "wel/niet" met zekerheid is vastgesteld.

    • b. begeleidende informatie betreffende Nederlandse signaleringen, zoals:

      • 1º. het Schengen-identificatienummer,

      • 2º. de signalerende autoriteit

      • 3º. gegevens betreffende de aan signalering ten grondslag liggende beslissingen en documenten;

      • 4º. achtergrond van de reden van signalering;

      • 5º. bijzonderheden betreffende de gevraagde actie;

      • 6º. verwijzing naar andere signaleringen;

      • 7º. verwijzing naar gegevens en dossiers bij signalerende en invoerende instanties;

      • 8º. gegevens betreffende identiteitsdocumenten.

    • c. aan buitenlandse instanties verstrekte en daarvan ontvangen gegevens, zoals:

      • 1º. het Schengen-identificatienummer;

      • 2º. naam, alias, adres, woonplaats en geboortedatum en -plaats van de gesignaleerde;

      • 3º. signalement, foto's en vingerafdrukken van de gesignaleerde;

      • 4º. naam en geboortedatum van de ouders van de gesignaleerde;

      • 5º. de signalerende autoriteit;

      • 6º. gegevens betreffende de aan signalering ten grondslag liggende beslissingen en documenten;

      • 7º. achtergrond van de reden van signalering;

      • 8º. bijzonderheden betreffende de gevraagde actie;

      • 9º. verwijzing naar andere signaleringen;

      • 10º. gegevens betreffende identiteitsdocumenten.

    • d. logboekgegevens, zoals:

      • 1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;

      • 2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan;

  • 2 Omtrent de in artikel 6, onder b, bedoelde personen die ambtshalve zijn betrokken bij het aanleveren of het uitvoeren van signaleringen kunnen ten hoogste de volgende gegevens worden opgenomen:

    • a. het Schengen-identificatienummer betreffende de aangeleverde of uitgevoerde signalering;

    • b. personalia;

    • c. functieaanduiding;

    • d. instantie waartoe betrokkene behoort;

    • e. adres- en telefoongegevens van de instantie.

    • f. bijzonderheden met betrekking tot de aangeleverde, ingevoerde of uitgevoerde signalering;

    • g. logboekgegevens, zoals:

      • 1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;

      • 2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan.

Artikel 8. Doelbinding [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 In afwijking van het bepaalde in de wet, worden de in de registratie opgenomen gegevens welke verkregen zijn van buitenlandse instanties, overeenkomstig artikel 126, derde lid, onder a, van de Uitvoeringsovereenkomst, slechts gebruikt voor een goede uitvoering van het doel van de registratie.

  • 2 Afwijking van het bepaalde in het eerste lid is slechts toegestaan op grond van artikel 126, derde lid, onder a, van de Uitvoeringsovereenkomst, voor zover de afwijking in overeenstemming is met het bepaalde in de wet.

Artikel 9. Verstrekkingen [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Verstrekking van gegevens vindt plaats met inachtneming van het bepaalde in artikel 8.

  • 2 Verstrekking van gegevens aan personen of instanties die geen rechtstreekse toegang hebben tot de registratie wordt verzorgd door de op grond van artikel 5 geautoriseerde personen.

  • 3 Met inachtneming van het bepaalde in artikel 5, worden gegevens verstrekt aan:

    • a. personen die bij de Divisie Centrale Recherche Informatie, een regionaal politiekorps of het Korps landelijke politiediensten werkzaam zijn;

    • b. personen die bij de Koninklijke marechaussee werkzaam zijn;

    • c. personen die bij de Dienst Invoerrechten en Accijnzen werkzaam zijn;

    • d. personen die bij de Directie Vreemdelingenzaken van het Ministerie van Justitie werkzaam zijn;

    • e. personen die bij de Directie Algemene Zaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken werkzaam zijn;

    • f. personen bij Nederlandse diplomatieke posten en consulaten die belast zijn met de behandeling van visumaanvragen.

Artikel 10. Vastleggen verstrekkingen [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Bij alle verstrekkingen van begeleidende informatie betreffende Nederlandse signaleringen ten behoeve van raadpleging, worden gelijktijdig met de aantekening als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van het "Reglement persoonsregistratie NSIS-Vreemdelingen", vastgelegd het tijdstip, het Schengen-identificatienummer en de individuele toegangscode van de bevrager.

  • 2 Alle verstrekkingen rechtstreeks langs geautomatiseerde weg aan de Sirene-afdelingen van de Overeenkomstsluitende Partijen worden middels het geautomatiseerde berichtenverkeer vastgelegd.

  • 3 Alle verstrekkingen niet rechtstreeks langs geautomatiseerde weg door de afdeling Sirene worden in het logboek vastgelegd.

  • 4 Alle verstrekkingen niet rechtstreeks langs geautomatiseerde weg door anderen dan personen werkzaam bij de afdeling Sirene worden vastgelegd, tenzij overeenkomstig het doel wordt verstrekt aan de op grond van artikel 5 geautoriseerde personen.

  • 5 Indien van de verstrekking overeenkomstig het tweede tot en met het vierde lid aantekening wordt gehouden, worden daarbij de identiteit van de verzoeker, de datum van de verstrekking, het doel en een omschrijving van de verstrekte gegevens vastgelegd.

  • 6 De ingevolge het eerste lid vastgelegde gegevens worden na 6 maanden verwijderd en vernietigd.

  • 7 De ingevolge het tweede tot en met het vierde lid vastgelegde gegevens worden twee jaar verwijderd en vernietigd.

Artikel 11. Verwijdering, aanvulling en verbetering [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 De in artikel 7 genoemde gegevens worden uit de registratie verwijderd wanneer deze niet meer noodzakelijk zijn voor het doel van de registratie.

  • 2 Verwijdering van de in artikel 7 genoemde gegevens vindt in ieder geval plaats binnen twee maanden na verwijdering van de signalering uit het SIS. De verwijderde gegevens worden na één jaar vernietigd.

  • 3 Verwijderde gegevens worden uitsluitend met het oog op klachtenbehandeling gebruikt.

  • 4 Indien blijkt dat de in de registratie opgenomen gegevens onvolledig of onjuist zijn, dan wel dat de gegevens ten onrechte in de registratie voorkomen, wordt de desbetreffende Nederlandse signalerende autoriteit, dan wel de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij, daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld. De desbetreffende Nederlandse signalerende autoriteit bevordert in dat geval onverwijld de aanvulling, verbetering of verwijdering van de gegevens.

Artikel 12. Rechten van de geregistreerde [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Aan de op verzoek van een Nederlandse signalerende autoriteit gesignaleerde vreemdeling wordt overeenkomstig het bepaalde in artikel 28 van de wet mededeling gedaan van de signalering.

  • 2 Geregistreerden kunnen de rechten genoemd in artikel 29, 31 en 32 van de wet, inhoudende het recht op kennisneming respectievelijk verbetering, aanvulling en verwijdering alsmede verstrekking en verkrijging, uitoefenen door het desbetreffende verzoek schriftelijk te richten aan het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie, t.a.v. de privacyambtenaar, per adres Europaweg 45, postbus 3016, 2700 KX Zoetermeer.

  • 3 Een verzoek als bedoeld in de artikelen 29 en 32 van de wet is ontvankelijk na ontvangst van de betaling van fl. 10, (tien gulden) op rekening 4382532 onder vermelding van "privacyverzoek Sirene".

  • 4 Een verzoek bedoeld in het tweede lid wordt ten aanzien van minderjarigen die de leeftijd van 16 jaren nog niet hebben bereikt, en ten aanzien van onder curatele gestelden gedaan door hun wettelijke vertegenwoordigers. Een verzoek kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene worden gedaan door diens advocaat of procureur. Een verzoek kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene eveneens worden gedaan door een ander. Mededelingen aan een dergelijke gemachtigde vinden niet plaats indien aangenomen kan worden dat deze mede een zelfstandig belang heeft bij de mede te delen gegevens of indien tegen hem ernstige bezwaren bestaan.

  • 5 Het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie draagt zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker. De behandelend functionaris kan verlangen dat de verzoeker hem bescheiden toont waaruit zijn identiteit blijkt.

  • 6 Op een verzoek als bedoeld in de artikelen 29 en 32 van de wet wordt binnen één maand nadat het verzoek ontvankelijk is, beslist. Voor zover de gegevens waarvan verzoeker kennis wil nemen niet van een Nederlandse signalerende autoriteit afkomstig zijn, stelt het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie alvorens over de kennisneming te beslissen, de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij in de gelegenheid dienaangaande een standpunt in te nemen.

  • 7 Een verzoek als bedoeld in de artikelen 29 en 32 van de wet, kan overeenkomstig artikel 30 van de wet geweigerd worden, voor zover dit noodzakelijk is in het belang van:

    • a. de veiligheid van de staat;

    • b. de opsporing en vervolging van strafbare feiten;

    • c. economische en financiële belangen van de staat en andere openbare lichamen;

    • d. inspectie, controle en toezicht door of vanwege overheidsorganen of andere organen met een publiekrechtelijke taak;

    • e. gewichtige belangen van anderen dan de verzoeker, de houder daaronder begrepen.

  • 8 De mededelingen in antwoord op een verzoek op grond van de artikelen 29 en 32 van de wet worden overeenkomstig artikel 29, eerste en derde lid, en artikel 32, eerste en derde lid, van de wet in schriftelijke vorm gedaan.

  • 9 Op een verzoek als bedoeld in artikel 31 van de wet wordt binnen twee maanden na ontvangst schriftelijk bericht of dan wel in hoeverre aan het verzoek wordt voldaan. Een weigering is met redenen omkleed. Het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie pleegt over het verzoek overleg met de desbetreffende Nederlandse signalerende autoriteit of stelt de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij in de gelegenheid gesteld dienaangaande een standpunt in te nemen.

  • 10 De termijnen bedoeld in het zesde en negende, worden geschorst gedurende de tijd dat de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij in de gelegenheid wordt gesteld een standpunt in te nemen.

Artikel 13. Verbanden met andere verzamelingen [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 De registratie register heeft verbanden met SIS, bestaande uit:

    • a. het langs geautomatiseerde weg controleren of de in het wachtbestand in te voeren persoon reeds in het SIS staat gesignaleerd;

    • b. het langs geautomatiseerde weg verstrekken van aangemaakte en in het wachtbestand ingevoerde signaleringen ten behoeve van opname in het SIS;

    • c. het langs geautomatiseerde weg ontvangen van meldingen betreffende de verwijdering uit het SIS van daarin opgenomen signaleringen;

    • d. het langs geautomatiseerde weg verstrekken van de in artikel 3, vijfde lid, onder a, bedoelde begeleidende informatie ingeval van raadpleging rechtstreeks langs geautomatiseerde weg van het SIS.

  • 2 De registratie register heeft verbanden met de bij arrondissementsparketten, regionale politiekorpsen, andere opsporingsinstanties en de in artikel 1, onder k, bedoelde Nederlandse signalerende autoriteiten aanwezige persoonsregistraties waarin gesignaleerde of te signaleren personen zijn opgenomen, bestaande uit het verkrijgen van gegevens uit die persoonsregistraties.

  • 3 De registratie heeft verbanden met Sirene-afdelingen van de overige Overeenkomstsluitende Partijen, bestaande uit het uitwisselen van gegevens middels het berichtenverkeer.

Artikel 14. Slotbepaling [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Een afschrift van het reglement wordt, tezamen met het "Reglement persoonsregistratie NSIS-Vreemdelingen", het "Reglement politieregister Sirene Nederland" en het "Reglement politieregister NSIS", voor een ieder ter inzage gelegd:

    • a. bij de afdeling voorlichting van het Ministerie van Justitie;

    • b. bij de afdeling BIDOC (bibliotheek) van het Ministerie van Justitie;

    • c. ten kantore van de in artikel 1, onder f, genoemde registratiebeheerders;

    • d. ten kantore van:

      • 1º. het Openbaar Ministerie;

      • 2º. de Binnenlandse Veiligheidsdienst;

      • 3º. de Centrale Autoriteit als bedoeld in artikel 4 van de Wet van 2 mei 1990 tot uitvoering van het Europese en Haagse kinderontvoeringsverdrag (Stb. 1990, 202);

      • 4º. het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

  • 2 Afschriften van alle in artikel 5 bedoelde aanwijzingen worden ter inzage gelegd bij de Divisie Centrale Recherche Informatie;

  • 3 Afschriften van de in artikel 5 bedoelde aanwijzingen van de desbetreffende registratiebeheerder worden inzage gelegd ten kantore van de desbetreffende registratiebeheerder.

  • 4 Het reglement treedt in werking met ingang van 14 mei 1994.

  • 5 Het reglement kan worden aangehaald als: Reglement persoonsregistratie Sirene-Vreemdelingen Nederland.

Reglement persoonsregistratie NSIS-vreemdelingen [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-01-2008]

In dit reglement wordt verstaan onder:

a. de Uitvoeringsovereenkomst:

de Overeenkomst ter uitvoering van het op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controle aan de gemeenschappelijke grenzen (Trb. 1990, 145);

b. Overeenkomstsluitende Partijen:

de Staten die partij zijn bij de Uitvoeringsovereenkomst;

c. vreemdeling:

een persoon die geen onderdaan is van één der Lid-Staten van de Europese Unie;

d. de wet:

de Wet persoonsregistraties;

e. de houder:

de Minister van Justitie;

f. registratiebeheerders:
  • 1º. het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie;

  • 2º. de Korpschefs van de regionale politiekorpsen en het Korps landelijke politiediensten;

  • 3º. de Commandant van de Koninklijke marechaussee;

  • 4º. het Hoofd van de Dienst Invoerrechten en Accijnzen;

  • 5º. het Hoofd van de Directie Vreemdelingenzaken van het Ministerie van Justitie;

  • 6º. De Minister van Buitenlandse Zaken;

g. Schengen Informatie Systeem (SIS):

het ingevolge artikel 92 van de Uitvoeringsovereenkomst aangelegde geautomatiseerde register van internationaal gesignaleerde personen en goederen;

h. NSIS:

het Nederlandse deel van het SIS;

i. registratie:

de persoonsregistratie NSIS-Vreemdelingen;

j. signaleringen:

signaleringen als bedoeld in artikel 96 van de Uitvoeringsovereenkomst;

k. Nederlandse signalerende autoriteit:

de persoon of instantie welke bevoegd is opdracht te geven tot het doen van signaleringen. Het betreft:

  • 1º. de Directie Vreemdelingenzaken van het Ministerie van Justitie;

  • 2º. het Ministerie van Buitenlandse Zaken;

l. persoonsgegeven of gegeven:

een gegeven dat herleidbaar is tot een individuele natuurlijke persoon;

m. verstrekken van gegevens:

het bekendmaken of ter beschikking stellen van persoonsgegevens, voor zover zulks geheel of grotendeels steunt op gegevens die in dit register zijn opgenomen, of die door verwerking daarvan, al dan niet in verband met andere gegevens zijn verkregen.

Artikel 2. Doel van de registratie [Vervallen per 01-01-2008]

De registratie tot doel de goede uitvoering van artikel 93 van de Uitvoeringsovereenkomst in Nederland mogelijk te maken ten aanzien van de in artikel 96 van de Uitvoeringsovereenkomst bedoelde vreemdelingen.

Artikel 3. Werking van het register [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Het register wordt geautomatiseerd gevoerd.

  • 2 Het register bevindt zich bij de Divisie Centrale Recherce Informatie. Op het register zijn rechtstreeks aangesloten:

    • a. de Divisie Centrale Recherche Informatie;

    • b. de regionale politiekorpsen en het Korps Landelijke Politiediensten;

    • c. de Koninklijke marechaussee;

    • d. de Dienst Invoerrechten en Accijnzen;

    • e. de Directie Vreemdelingenzaken van het Ministerie van Jusititie;

    • f. het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

  • 3 Het register bestaat uit verzamelingen van:

    • a. de in het SIS opgenomen signaleringen;

    • b. de ingevolge artikel 12 vastgelegde gegevens omtrent verstrekkingen uit het SIS.

Artikel 4. Taken en verantwoordelijkheden [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 De registratiebeheerders zijn onder verantwoordelijkheid van de houder, belast met de goede en doelmatige werking van de registratie overeenkomstig de Uitvoeringsovereenkomst, de wet en het reglement en treffen daartoe de nodige voorzieningen. Zij dragen tevens zorg voor de nodige voorzieningen van technische en organisatorische aard ter beveiliging van de registratie tegen verlies of aantasting van gegevens en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking daarvan.

  • 2 De registerbeheerders zijn belast met de in artikel 5 bedoelde autorisaties.

  • 3 Onverminderd de verantwoordelijkheid van de houder is de Nederlandse signalerende autoriteit verantwoordelijk voor de juistheid van de verstrekte gegevens.

Artikel 5. Rechtstreekse toegang [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Rechtstreekse toegang langs geautomatiseerde weg tot de verzameling van in het SIS opgenomen signaleringen hebben personen als bedoeld in artikel 101, eerste lid, van de Uitvoeringsovereenkomst die daartoe een schriftelijke autorisatie hebben gekregen van een registerbeheerder. Van deze aanwijzingen wordt afschrift gezonden aan het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie.

  • 2 Rechtstreekse toegang langs geautomatiseerde weg tot de verzameling van de ingevolge artikel 12 vastgelegde gegevens hebben personen als bedoeld in artikel 101, eerste lid, van de Uitvoeringsovereenkomst die daartoe een schriftelijke autorisatie hebben gekregen van het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie.

  • 3 In de autorisatie wordt, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 101 en 103 van de Uitvoeringsovereenkomst, de bevoegdheid tot het raadplegen, invoeren, wijzigen, verwijderen of vernietigen van gegevens geregeld.

Artikel 6. Categorieën van personen [Vervallen per 01-01-2008]

In de registratie worden uitsluitend gegevens opgenomen omtrent vreemdelingen die ter fine van weigering van toegang zijn gesignaleerd.

Artikel 7. Soorten van gegevens [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Omtrent de in artikel 6 bedoelde vreemdelingen kunnen indien noodzakelijk voor het doel van het register, ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:

    • a. het Schengen-identificatienummer;

    • b. naam en voornaam;

    • c. voorletter van de tweede voornaam;

    • d. alias;

    • e. geslacht;

    • f. geboorteplaats en -datum;

    • g. nationaliteit;

    • h. bijzondere onveranderlijke en objectieve fysieke kenmerken;

    • i. bejegeningsgegevens "gewapend", "gewelddadig" of "gewapend en gewelddadig";

    • j. reden van signalering;

    • k. de te nemen actie;

    • l. de signalerende Overeenkomstsluitende Partij;

    • m. de aantekening dat de identiteit "wel/niet" met zekerheid is vastgesteld.

  • 2 Voorts worden omtrent de in artikel 6, onder a tot en met f, genoemde categorieën van personen gegevens omtrent verstrekkingen uit het SIS opgenomen.

Artikel 8. Doelbinding [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 In afwijking van het bepaalde in de wet en het besluit, worden de in artikel 7, eerste lid, bedoelde gegevens overeenkomstig artikel 102, eerste lid, van de Uitvoeringsovereenkomst slechts gebruikt voor een goede uitvoering van de gevraagde actie, daaronder mede begrepen het beoordelen van visumaanvragen of aanvragen van verblijfstitels en de uitzetting van in Nederland aangetroffen personen die ter fine van weigering gesignaleerd staan.

  • 2 Afwijking van het bepaalde in het eerste lid is slechts toegestaan op grond van artikel 102, derde lid, van de Uitvoeringsovereenkomst, voor zover de afwijking in overeenstemming is met het bepaalde in de wet.

  • 3 In afwijking van het bepaalde in de wet en het besluit, worden de in artikel 7, tweede lid, bedoelde gegevens overeenkomstig artikel 103 van de Uitvoeringsovereenkomst slechts gebruikt met het oog op controle op de toelaatsbaarheid van de bevraging.

  • 4 Een Overeenkomstsluitende Partij kan een persoon slechts eenmaal in het SIS ter signalering doen opnemen.

  • 5 Signalering op grond van artikel 96 is mogelijk in combinatie met signalering op grond van artikel 95 van de Uitvoeringsovereenkomst (signalering ter fine van uitlevering als bedoeld in artikel 8, vierde lid, onder a, van het "Reglement politieregister NSIS"). In dat geval wordt bij voorrang toepassing gegeven aan de signalering op grond van artikel 95.

Artikel 9. Verstrekkingen [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Verstrekking van gegevens vindt plaats met inachtneming van het bepaalde in artikel 8.

  • 2 Verstrekking van gegevens aan personen of instanties die geen rechtstreekse toegang hebben tot de registratie wordt verzorgd door de op grond van artikel 5 geautoriseerde personen.

  • 3 Met inachtneming van het bepaalde in artikel 5, worden gegevens verstrekt aan:

    • a. personen die bij de Divisie Centrale Recherche Informatie, een regionaal politiekorps of het Korps landelijke politiediensten werkzaam zijn;

    • b. personen die bij de Koninklijke marechaussee werkzaam zijn;

    • c. personen die bij de Dienst Invoerrechten en Accijnzen werkzaam zijn;

    • d. personen die bij de Directie Vreemdelingenzaken van het Ministerie van Justitie werkzaam zijn;

    • e. personen die bij de Directie Algemene Zaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken werkzaam zijn;

    • f. personen bij Nederlandse diplomatieke posten en consulaten die belast zijn met de behandeling van visumaanvragen.

Artikel 10. Vastleggen verstrekkingen [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Van elke verstrekking die rechtstreeks langs geautomatiseerde weg plaatsvindt ten behoeve van raadpleging, wordt langs geautomatiseerde weg aantekening gehouden. Daarbij worden het Schengen-identificatienummer, de individuele toegangscode van de bevrager en de datum van de verstrekking vastgelegd.

  • 2 Van elke verstrekking die niet rechtstreeks langs geautomatiseerde weg plaatsvindt ten behoeve van raadpleging, wordt aantekening gehouden, tenzij overeenkomstig het doel van de registratie verstrekt wordt aan de op grond van artikel 5 geautoriseerde personen.

  • 3 Indien van de verstrekking als bedoeld in het tweede lid aantekening wordt gehouden, worden daarbij de identiteit van de verzoeker, de datum van de verstrekking, het doel en een omschrijving van de verstrekte gegevens vastgelegd.

  • 4 De ingevolge dit artikel vastgelegde gegevens worden na 6 maanden verwijderd en vernietigd.

Artikel 11. Verwijdering, aanvulling en verbetering [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 De in artikel 7 genoemde gegevens die op verzoek van Nederlandse signalerende autoriteiten zijn opgenomen, worden uit de registratie verwijderd wanneer deze niet meer noodzakelijk zijn voor het doel van de registratie.

  • 2 De de [tekstcorrectie :"De de" moet zijn "De in"] artikel 7 genoemde gegevens die op verzoek van Nederlandse signalerende autoriteiten zijn opgenomen, worden uit de registratie verwijderd indien:

    • a. de signalering door de signalerende autoriteit is ingetrokken;

    • b. de signalering ingevolge een onherroepelijke uitspraak van een daartoe bevoegde rechter van een Overeenkomstsluitende Partij uit de registratie moet worden verwijderd;

    • c. de gesignaleerde persoon is overleden.

  • 3 Het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie toetst van elke signalering die op verzoek van een Nederlandse signalerende autoriteit is opgenomen uiterlijk drie jaar na opname daarvan of deze nog noodzakelijk is voor het doel van de registratie.

  • 4 Indien ten aanzien van een niet-Nederlandse signalering blijkt, dat zich een of meerdere van de in het tweede lid genoemde omstandigheden voordoen of dat de opgenomen gegevens onvolledig of onjuist zijn, dan wel dat de signalering ten onrechte in de registratie voorkomt, wordt de signalerende Overeenkomstsluitende Partij daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld.

  • 5 Indien ten aanzien van Nederlandse signaleringen blijkt, dat deze onvolledig of onjuist zijn, dan wel ten onrechte in de registratie voorkomen, draagt het Hoofd van de Centrale Recherche Informatiedienst, dan wel de Nederlandse signalerende instantie die de gegevens heeft aangeleverd, onverwijld zorg voor aanvulling, verbetering of verwijdering van die gegevens.

  • 6 De uit de registratie verwijderde gegevens als bedoeld in artikel 7 blijven, uitsluitend ten behoeve van de controle achteraf op de juistheid daarvan of de rechtmatigheid van de opneming, één jaar na hun verwijdering beschikbaar bij de centrale ondersteunende functie van het SIS te Straatsburg (Frankrijk). Na deze periode worden de gegevens vernietigd.

Artikel 12. Rechten van de geregistreerde [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Aan de op verzoek van een Nederlandse signalerende autoriteit gesignaleerde vreemdeling wordt overeenkomstig het bepaalde in artikel 28 van de wet mededeling gedaan van de signalering.

  • 2 Geregistreerden kunnen de rechten genoemd in de artikelen 109 en 110 van de Uitvoeringsovereenkomst, inhoudende het recht op kennisneming respectievelijk aanvulling of verwijdering, overeenkomstig de wet uitoefenen door het desbetreffende verzoek schriftelijk te richten aan het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie, t.a.v. de privacyambtenaar, per adres Europaweg 45, postbus 3016, 2700 KX Zoetermeer.

  • 3 Een verzoek als bedoeld in artikel 109 van de Uitvoeringsovereenkomst is ontvankelijk na ontvangst van de betaling van ƒ 10 (tien gulden) op rekening 4382532 onder vermelding van "privacyverzoek NSIS".

  • 4 Een verzoek bedoeld in het tweede lid wordt ten aanzien van minderjarigen die de leeftijd van 16 jaren nog niet hebben bereikt, en ten aanzien van onder curatele gestelden gedaan door hun wettelijke vertegenwoordigers. Een verzoek kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene worden gedaan door diens advocaat of procureur. Een verzoek kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene eveneens worden gedaan door een ander. Mededelingen aan een dergelijke gemachtigde vinden niet plaats indien aangenomen kan worden dat deze mede een zelfstandig belang heeft bij de mede te delen gegevens of indien tegen hem ernstige bezwaren bestaan.

  • 5 Het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie draagt zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker. De behandelend functionaris kan verlangen dat de verzoeker hem bescheiden toont waaruit zijn identiteit blijkt.

  • 6 Op een verzoek als bedoeld in artikel 109 van de Uitvoeringsovereenkomst wordt binnen één maand nadat het verzoek ontvankelijk is, beslist. Voor zover de gegevens waarvan verzoeker kennis wil nemen niet van een Nederlandse signalerende autoriteit afkomstig zijn, stelt het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie alvorens over de kennisneming te beslissen, de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij in de gelegenheid dienaangaande een standpunt in te nemen.

  • 7 Aan een verzoek als bedoeld in artikel 109 van de Uitvoeringsovereenkomst wordt geen gevolg gegeven wanneer dit voor een rechtmatige, uit de signalering voortvloeiende taakuitoefening of ter bescherming van de rechten en vrijheden van derden onontbeerlijk is.

  • 8 De mededelingen in antwoord op een verzoek op grond van artikel 109 van de Uitvoeringsovereenkomst worden overeenkomstig artikel 29, eerste en derde lid, van de wet in schriftelijke vorm gedaan.

  • 9 Op een verzoek als bedoeld in artikel 110 van de wet wordt binnen twee maanden na ontvangst schriftelijk bericht of dan wel in hoeverre aan het verzoek wordt voldaan. Een weigering is met redenen omkleed. Het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie pleegt over het verzoek overleg met de desbetreffende Nederlandse signalerende autoriteit of stelt de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij in de gelegenheid gesteld dienaangaande een standpunt in te nemen.

  • 10 De termijnen bedoeld in het zesde en negende, worden geschorst gedurende de tijd dat de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij in de gelegenheid wordt gesteld een standpunt in te nemen.

Artikel 13. Verbanden met andere verzamelingen [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 De registratie heeft verbanden met de persoonregistratie Sirene-Vreemdelingen Nederland, bestaande uit:

    • a. het uitwisselen van gegevens bij het langs geautomatiseerde weg controleren of de in het wachtbestand van het Sirene-registratie als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van het "Reglement persoonsregistratie Sirene-Vreemdelingen Nederland" in te voeren persoon reeds in het SIS staat gesignaleerd;

    • b. het langs geautomatiseerde weg verkrijgen van aangemaakte en in het wachtbestand ingevoerde signaleringen ten behoeve van opname in het SIS;

    • c. het langs geautomatiseerde weg verstrekken van meldingen betreffende de verwijdering uit het SIS van daarin opgenomen signaleringen;

Artikel 14. Slotbepaling [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Een afschrift van het reglement wordt, tezamen met het "Reglement persoonsregistratie NSIS-Vreemdelingen", het "Reglement politieregister Sirene Nederland" en het "Reglement politieregister NSIS", voor een ieder ter inzage gelegd:

    • a. bij de afdeling voorlichting van het Ministerie van Justitie;

    • b. bij de afdeling BIDOC (bibliotheek) van het Ministerie van Justitie;

    • c. ten kantore van de in artikel 1, onder f, genoemde registratiebeheerders;

    • d. ten kantore van:

      • 1º. het Openbaar Ministerie;

      • 2º. de Binnenlandse Veiligheidsdienst;

      • 3º. de Centrale Autoriteit als bedoeld in artikel 4 van de Wet van 2 mei 1990 tot uitvoering van het Europese en Haagse kinderontvoeringsverdrag (Stb. 1990, 202);

      • 4º. het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

  • 2 Afschriften van alle in artikel 5 bedoelde aanwijzingen worden ter inzage gelegd bij de Divisie Centrale Recherche Informatie;

  • 3 Afschriften van de in artikel 5 bedoelde aanwijzingen van de desbetreffende registratiebeheerder worden inzage gelegd ten kantore van de desbetreffende registratiebeheerder.

  • 4 Het reglement treedt in werking met ingang van 14 mei 1994.

  • 5 Het reglement kan worden aangehaald als: Reglement persoonsregistratie Sirene-Vreemdelingen Nederland.