Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Wegenverkeerswet 1994

Geldend op 23-10-2009


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 85a

    • 1. De Dienst Wegverkeer kan aan een natuurlijke persoon de bevoegdheid verlenen motorrijtuigen en aanhangwagens, waarvoor artikel 72 geldt, met uitzondering van bussen als bedoeld in de Wet personenvervoer, aan een keuring te onderwerpen. Ten bewijze van deze bevoegdheid verstrekt de Dienst Wegverkeer de betrokken persoon een bevoegdheidspas.

    • 2. De bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen geldt voor motorrijtuigen en aanhangwagens die behoren tot een in de verlening van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen aangewezen groep, en kan gelden voor bepaalde of onbepaalde tijd.

    • 3. De bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen wordt verleend indien de natuurlijke persoon beschikt over een examencertificaat van een door Onze Minister aangewezen exameninstantie en overigens voldoet aan bij ministeriële regeling vastgestelde eisen. Daarbij kan aan de Dienst Wegverkeer de bevoegdheid worden verleend voorwaarden vast te stellen ten aanzien van het voldoen aan deze eisen.

    • 4. Bij ministeriële regeling worden regels vastgesteld met betrekking tot de aanvraag tot het verlenen van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen en met betrekking tot de bevoegdheidspas.

    • 5. Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden vastgesteld die aan de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen worden verbonden en kunnen met betrekking tot die voorschriften regels worden vastgesteld.

    • 6. Het tarief voor het examen dat de natuurlijke persoon dient af te leggen om het in het derde lid bedoelde certificaat te verkrijgen, behoeft de goedkeuring van Onze Minister.