Wijzigingswet Wet gemeenschappelijke regelingen (verplichte samenwerking)

Geldend van 01-07-1994 t/m heden

Wet van 21 april 1994, houdende wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen in verband met aanpassing en uitbreiding van de bepalingen inzake verplichte samenwerking

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet gemeenschappelijke regelingen te wijzigen in verband met aanpassing en uitbreiding van de bepalingen inzake verplichte samenwerking teneinde vrijblijvendheid bij de samenwerking tegen te gaan;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel III

Ten aanzien van aanwijzings-, opleggings- en uitnodigingsbesluiten die zijn genomen voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, blijven de regels zoals die gelden voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet van toepassing.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage, 21 april 1994

Beatrix

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,

D. IJ. W. de Graaff-Nauta

Uitgegeven de veertiende juni 1994

De Minister van Justitie,

A. Kosto

Terug naar begin van de pagina