Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Wijzigingsbesluit Mijnreglement 1964, enz. (beeldschermwerk)[Regeling vervallen per 01-01-2003.]

Geldend van 15-04-1994 t/m 31-12-2002

Besluit van 28 maart 1994, tot wijziging van het Mijnreglement 1964 en het Mijnreglement continentaal plat (beeldschermwerk)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 16 juli 1994, nr. 93053609 WJA/W;

Gelet op de richtlijn nr. 90/270/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 mei 1990 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid met betrekking tot het werken met beeldschermapparatuur ( PbEG L 156), alsmede op artikel 9, eerste en derde lid, van de Mijnwet 1903 en op artikel 26, eerste lid, onder b, van de Mijnwet continentaal plat;

De Raad van State gehoord (advies van 29 december 1993, nr. W10.93.0461);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 23 maart 1994, nr. 94022392 WJA/W;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel I [Vervallen per 01-01-2003]

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel II [Vervallen per 01-01-2003]

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel III [Vervallen per 01-01-2003]

Werkplekken waarop ingevolge dit besluit het Besluit beeldschermwerk van overeenkomstige toepassing wordt en die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit reeds in gebruik zijn moeten uiterlijk op 1 januari 1995 voldoen aan de voorschriften, neergelegd in de bijlage bij de richtlijn nr. 90/270/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 mei 1990 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid met betrekking tot het werken met beeldschermapparatuur (PbEG L 156).

Artikel IV [Vervallen per 01-01-2003]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 28 maart 1994

Beatrix

De Minister van Economische Zaken,

J. E. Andriessen

Uitgegeven de veertiende april 1994

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin