Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Wet op de openluchtrecreatie[Regeling vervallen per 01-01-2008.]

Geldend van 08-03-2006 t/m 31-12-2007

Wet van 25 maart 1994, houdende regels ten behoeve van de openluchtrecreatie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, mede ter uitvoering van artikel 22, derde lid, van de Grondwet, regels te stellen ten behoeve van de openluchtrecreatie, alsmede, in het kader van het regeringsstreven naar vermindering en vereenvoudiging van overheidsregelingen, de wettelijke regelen inzake het kamperen te herzien;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk I. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    • a. Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

    • b. kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf;

    • c. kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 40 van de Woningwet een bouwvergunning vereist is; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

    • d. kampeerovereenkomst: overeenkomst tussen de houder van een kampeerterrein en degene die een kampeermiddel plaatst of geplaatst houdt betreffende het plaatsen of geplaatst houden daarvan.

  • 2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid worden niet als kampeermiddelen beschouwd vaartuigen, woonwagens in de zin van de Woningwet, tenten in gebruik voor het houden van bijeenkomsten, tentoonstellingen of voorstellingen, en voertuigen in gebruik als direktiekeet.

  • 3 Ingeval een caravan is aan te merken als een bouwwerk en het plaatsen geschiedt in overeenstemming met de bepalingen van deze wet is voor het plaatsen geen bouwvergunning als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Woningwet vereist.

Hoofdstuk II [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 2 [Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 3 [Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 4 [Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 5 [Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 6 [Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 7 [Vervallen per 21-02-1997]

Hoofdstuk III. Bepalingen betreffende het kamperen [Vervallen per 01-01-2008]

Titel I. Bepalingen betreffende kampeerterreinen [Vervallen per 01-01-2008]

§ 1. Algemeen [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een kampeerterrein te houden.

  • 2 Van het verbod, bedoeld in het eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders vrijstelling of ontheffing verlenen voor:

    • a. het houden van de kampeerterrein voor ten hoogste tien kampeermiddelen;

    • b. het houden van een kampeerterrein door een organisatie met een doelstelling van sociale, culturele, educatieve of wetenschappelijke aard ten behoeve van eigen doeleinden of

    • c. het houden van een natuurkampeerterrein dat voldoet aan door Onze Minister gestelde regelen.

  • 3 In afwijking van het tweede lid, onderdeel a, kunnen burgemeester en wethouders voor ten hoogste de periode van 15 maart tot en met 31 oktober in elk kalenderjaar, het aantal toe te laten kampeermiddelen verhogen tot ten hoogste vijftien.

  • 4 De regelen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, hebben in ieder geval betrekking op het soort en het aantal toe te laten kampeermiddelen, de periode gedurende welke deze kampeermiddelen op het terrein aanwezig mogen zijn, alsmede op de inrichting en het gebruik van het kampeerterrein.

§ 2. Vergunning, vrijstelling of ontheffing [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Een aanvraag tot een vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, dient vergezeld te gaan van een reglement.

  • 2 Een reglement bevat voorwaarden met betrekking tot het gebruik van het kampeerterrein en het verblijf daarop. Hiertoe behoren in elk geval:

    • a. bepalingen die een inzicht geven in de opbouw van het tarief;

    • b. bepalingen over de wijze van bekendmaking van de geldende prijzen;

    • c. de vergoeding onderscheidenlijk de berekeningswijze van de vergoeding die de houder van de vergunning berekent onderscheidenlijk hanteert bij de in artikel 21, eerste lid, bedoelde bemiddeling;

    • d. de regelen, die de houder van de vergunning in acht neemt bij het aangaan van kampeerovereenkomsten en die in elk geval betrekking hebben op:

      • 1°. de duur van de overeenkomst;

      • 2°. de wijze, de termijn en de gronden van opzegging;

      • 3°. de gevallen waarin degene die het kampeermiddel plaatst aanspraak op verlenging van de overeenkomst kan maken en

      • 4°. de verplichtingen die voor degene die het kampeermiddel plaatst geldelijke gevolgen met zich meebrengen;

    • e. de kampeerregels en

    • f. bepalingen over de wijze van bekendmaking van het reglement.

  • 3 Wijzigingen in een reglement worden toegezonden aan burgemeester en wethouders.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Een vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, kan slechts worden verleend indien:

    • a. is voldaan of op redelijke wijze zal worden voldaan aan de regelen gesteld bij of krachtens deze wet en

    • b. de aanvraag betrekking heeft op een terrein dat bij bestemmingsplan uitsluitend of mede als kampeerterrein is aangewezen.

  • 2 Een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in artikel 8, tweede lid, kan slechts worden verleend:

    • a. indien is voldaan of op redelijke wijze zal worden voldaan aan de regelen gesteld bij of krachtens deze wet en

    • b. voor zover het bestemmingsplan zich er niet tegen verzet.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Burgemeester en wethouders verbinden aan een vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, of aan een vrijstelling of een ontheffing als bedoeld in artikel 8, tweede lid, voorschriften over de soort en het aantal van de op het kampeerterrein toe te laten kampeermiddelen. Burgemeester en wethouders kunnen deze voorschriften wijzigen of intrekken.

  • 2 Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de orde, de rust, de veiligheid, de natuur- en landschapsbescherming, de bescherming van het milieu, de hygiëne en de gezondheid, alsmede overige onderwerpen betreffende het kamperen aan een vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, of aan een vrijstelling of een ontheffing als bedoeld in artikel 8, tweede lid, beperkingen of voorschriften verbinden, dan wel deze beperkingen of voorschriften wijzigen of intrekken.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2008]

Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, of een ontheffing als bedoeld in artikel 8, tweede lid, intrekken indien:

  • a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken dat, waren de juiste gegevens verstrekt, een andere beslissing zou zijn genomen of

  • b. blijkt dat de beperkingen of de voorschriften gesteld krachtens artikel 11 niet of niet behoorlijk worden nageleefd.

§ 3. Bepalingen betreffende het groepskamperen [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Onverminderd het bepaalde krachtens artikel 14 kunnen burgemeester en wethouders ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in artikel 8, eerste lid, voor het gelegenheid geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen buiten de in artikel 8, eerste of tweede lid, bedoelde kampeerterreinen, door groepen uitgaande van een vereniging of andere organisatie met een doelstelling van sociale, culturele, educatieve of wetenschappelijke aard, gedurende een in de ontheffing aangegeven korte, aaneengesloten periode.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2008]

Gedeputeerde staten kunnen in het belang van de natuur- en landschapsbescherming een of meer gebieden aanwijzen waarvoor geen ontheffing als bedoeld in artikel 13 kan worden verleend gedurende een daarbij te bepalen periode of waarvoor een aantal kampeermiddelen ten aanzien waarvan een ontheffing als bedoeld in artikel 13 kan worden verleend op een daarbij te bepalen maximum aantal wordt gesteld gedurende een daarbij te bepalen periode.

Titel II. Bepalingen betreffende het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten kampeerterreinen waarvoor een vergunning, vrijstelling of ontheffing als bedoeld in artikel 8, eerste onderscheidenlijk tweede lid, of een ontheffing als bedoeld in artikel 13 is verleend, behoudens voor zover bij verordening door de gemeenteraad afwijking van dit verbod is toegestaan voor het plaatsen of geplaatst houden van ten hoogste vijf kampeermiddelen gedurende korte perioden.

  • 2 In afwijking van het eerste lid kan bij verordening het plaatsen van één kampeermiddel voor eigen gebruik door de eigenaar van een terrein voor langere perioden dan bedoeld in het eerste lid, worden toegestaan. Daarbij kan tevens worden bepaald dat het is toegestaan tijdelijk bij dat kampeermiddel ten hoogste twee andere kampeermiddelen voor eigen gebruik te plaatsen.

  • 3 Bij verordening als bedoeld in het eerste lid, kan niet worden toegestaan het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf op terreinen aansluitend aan of behorende bij kampeerterreinen als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2008]

Gedeputeerde staten kunnen in het belang van de natuur- en landschapsbescherming een of meer gebieden aanwijzen waarvoor het verbod van artikel 15 onverkort geldt of waarvoor het aantal kampeermiddelen, bedoeld in dat artikel, op een daarbij te bepalen lager aantal wordt gesteld gedurende een daarbij te bepalen periode.

Hoofdstuk IV. Bepalingen inzake de hygiëne, de gezondheid en veiligheid [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 17 [Vervallen per 01-11-2005]

Hoofdstuk V. Bijzondere maatregelen ten aanzien van kampeerterreinen en jachthavens [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 18 [Vervallen per 01-11-2005]

Artikel 19 [Vervallen per 01-11-2005]

Artikel 20 [Vervallen per 01-11-2005]

Hoofdstuk VI. Bepalingen betreffende de kampeerovereenkomsten en tarieven [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Elke overeenkomst ter zake van een bemiddeling bij koop of verkoop van een kampeermiddel tussen de houder van een kampeerterrein of een door hem aangewezen derde en de koper of verkoper van een kampeermiddel moet schriftelijk worden aangegaan en betreft in ieder geval:

    • a. de aard en de omvang van de bemiddeling.

    • b. het tijdvak waarover de bemiddeling zich uitstrekt en

    • c. de vergoeding welke in rekening wordt gebracht voor de bemiddeling dan wel de wijze waarop deze vergoeding wordt berekend.

  • 2 De houder van een kampeerterrein of een door hem aangewezen derde mag ter zake van een bemiddeling bij koop of verkoop van een kampeermiddel slechts aan hetzij de koper hetzij de verkoper een vergoeding als bedoeld in het eerste lid, in rekening brengen.

  • 3 Leidt de bemiddeling niet tot koop of verkoop van een kampeermiddel dan kunnen de ter zake van de bemiddeling werkelijk gemaakte kosten in rekening worden gebracht, indien dat tevoren schriftelijk is overeengekomen.

  • 4 Elke overeenkomst of elk beding in strijd met het bepaalde in de voorafgaande leden is nietig.

  • 5 De houder van een kampeerterrein dient degene die met hem een kampeerovereenkomst voor onbepaalde tijd of voor een tijdvak van ten minste zeven maanden wenst aan te gaan, bij het sluiten van die overeenkomst in de gelegenheid te stellen kennis te nemen van de voorwaarden die hij hanteert bij een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Elk in verband met het tot stand komen van een kampeerovereenkomst gemaakt beding waarbij ten behoeve van een der partijen dan wel door of tegenover een derde enig niet redelijk voordeel wordt overeengekomen, is nietig.

  • 2 Is het voordeel slechts voor een deel onredelijk, dan blijft het beding voor het overige in stand, voor zover dit, gelet op de inhoud en strekking van het beding, niet in onverbrekelijk verband met het nietige deel staat.

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-2008]

Voor zover een kampeerovereenkomst afwijkt van het reglement als bedoeld in artikel 9, ten nadele van degene die het kampeermiddel plaatst of geplaatst houdt, kan deze laatste zich rechtstreeks beroepen op het reglement.

Hoofdstuk VII. Bepalingen betreffende het vestigen van volkstuincomplexen [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 24 [Vervallen per 01-11-2005]

Artikel 25 [Vervallen per 01-11-2005]

Artikel 26 [Vervallen per 01-11-2005]

Hoofdstuk VIII. Bepalingen betreffende de planning van de openluchtrecreatie en betreffende de rijksbijdragen ten behoeve van de openluchtrecreatie [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 27 [Vervallen per 01-11-2005]

Artikel 28 [Vervallen per 01-01-1998]

Artikel 29 [Vervallen per 01-01-1998]

Artikel 30 [Vervallen per 01-01-1998]

Hoofdstuk IX. Schadevergoeding [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 31 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Burgemeester en wethouders kennen een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe aan en op verzoek van:

    • a. de houder van een kampeerterrein, indien deze schade lijdt of zal lijden als gevolg van een besluit tot wijziging of intrekking van een vrijstelling, vergunning of ontheffing of de aan een vrijstelling, vergunning of ontheffing verbonden voorschriften;

    • b. de aanvrager van een vergunning of ontheffing indien deze schade lijdt of zal lijden als gevolg van een besluit tot weigering van de vergunning of ontheffing of de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften.

  • 2 Een schadevergoeding als bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verleend, indien de schade redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste behoort te blijven van degene die de schade lijdt of zal lijden en de vergoeding niet of niet voldoende door aankoop, onteigening of anderszins is verzekerd.

Hoofdstuk X. Overige bepalingen [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 32 [Vervallen per 01-11-2005]

Hoofdstuk XI. Toezicht en opsporing [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 33 [Vervallen per 01-01-2008]

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders daartoe aangewezen ambtenaren. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen terzake van de uitoefening van dit toezicht regelen worden gesteld.

Artikel 34 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 2 Met de opsporing van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten zijn tevens belast:

    • a. de in artikel 33, bedoelde ambtenaren, voor zover deze zijn aangewezen bij besluit van Onze Minister van Justitie en

    • b. de ambtenaren, aangewezen bij besluit van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Justitie.

  • 3 Van een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 35 [Vervallen per 01-01-2008]

De in de artikelen 33 en 34 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner.

Artikel 36 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 2 De in de artikelen 33 en 34 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het onderzoeken van stoffen die een bedreiging kunnen vormen voor de hygiëne, gezondheid en veiligheid van een kampeerterrein en het verrichten van opmetingen.

Artikel 37 [Vervallen per 01-01-2008]

Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover het betreft de verplichting tot het verlenen van medewerking aan een krachtens artikel 33 of 34 aangewezen ambtenaar.

Hoofdstuk XII. Dwang- en strafbepalingen [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 38 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Gedragingen in strijd met het verbod, gesteld in de artikelen 8, met voorschriften of beperkingen verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, aan een vrijstelling of een ontheffing als bedoeld in artikel 8, tweede lid, worden gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of met een geldboete van de tweede categorie.

  • 2 Gedragingen in strijd met het verbod, gesteld bij artikel 15 of met voorschriften of beperkingen verbonden aan een ontheffing als bedoeld in artikel 13 worden gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of een geldboete van de eerste categorie.

  • 3 De strafbare feiten, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn overtredingen.

Hoofdstuk XIII. Overgangs- en slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 39 [Vervallen per 01-11-2005]

Artikel 40 [Vervallen per 01-11-2005]

Artikel 41 [Vervallen per 01-11-2005]

Artikel 42 [Vervallen per 01-11-2005]

Artikel 43 [Vervallen per 01-11-2005]

Artikel 44 [Vervallen per 01-01-2008]

Deze wet vervalt op 1 januari 2008.

Artikel 45 [Vervallen per 01-01-2008]

Deze wet kan worden aangehaald als: Wet op de openluchtrecreatie.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage , 25 maart 1994

Beatrix

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

P. Bukman

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Y. C. M. T. van Rooy

Uitgegeven de achtentwintigste april 1994

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin