KruimelpadGeldend op 10-02-2012
De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling.
Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van
in de balk hierboven.
1. De rechterlijk ambtenaar, die op grond van artikel 35d van dit besluit onderscheidenlijk artikel 46k van de wet is herplaatst voordat de termijn van twee jaar, bedoeld in artikel 35b, tweede lid, onderdeel a, van dit besluit onderscheidenlijk artikel 46i, eerste lid, onderdeel a, van de wet is verstreken, heeft tot het einde van die termijn aanspraak op een aanvullende uitkering, indien zijn bezoldiging als gevolg van die herplaatsing vermindering ondergaat, ter grootte van het verschil tussen:
a. het bedrag waarop de rechterlijk ambtenaar op grond van artikel 17 recht zou hebben gehad indien hem geen ander ambt of andere functie zou zijn opgedragen, maar in plaats daarvan zijn eigen ambt met dezelfde arbeidsduur; en
b. zijn bezoldiging na herplaatsing.
2. Aan de rechterlijk ambtenaar, die is herplaatst op grond van artikel 35d van dit besluit onderscheidenlijk artikel 46k van de wet, wordt op zijn aanvraag na afloop van de termijn van twee jaar, bedoeld in het eerste lid, een aanvullende uitkering toegekend, indien de ziekte uit hoofde waarvan hij ongeschikt is om zijn arbeid te verrichten, wordt veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte, ter grootte van het verschil tussen:
a. een percentage van zijn bezoldiging, zoals die zou zijn op de dag voorafgaand aan zijn herplaatsing indien hij op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest om zijn arbeid te verrichten; en
b. zijn bezoldiging na herplaatsing, in voorkomend geval vermeerderd met een uit het oorspronkelijke ambt voortvloeiend recht op een WAO-uitkering, een WIA-uitkering, een invaliditeitspensioen, herplaatsingstoelage, of een AAOP-uitkering.
3. Het percentage, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid en bedraagt bij een arbeidsongeschiktheid van:
80% of meer: 90,02%;
65 tot 80%: 65,26%;
55 tot 65%: 54,01%;
45 tot 55%: 45,01%;
35 tot 45%: 36,01%.