Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Besluit bezoldiging politie

Geldend op 09-08-2010


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 38b

    TWK Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.

    • 1. De ambtenaar die ongeschikt is zijn arbeid te verrichten wegens een dienstongeval of een beroepsziekte doch niet door een beroepsincident, wordt op zijn aanvraag voor de toepassing van dit hoofdstuk gelijkgesteld met de ambtenaar die ongeschikt is zijn arbeid te verrichten wegens een beroepsincident.

    • 2. De gewezen ambtenaar van wie de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door een dienstongeval of een beroepsziekte doch niet door een beroepsincident, wordt op zijn aanvraag voor de toepassing van dit hoofdstuk gelijkgesteld met de gewezen ambtenaar van wie de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door een beroepsincident.

    • 3. De ambtenaar en de gewezen ambtenaar worden geacht een aanvraag te hebben ingediend als bedoeld in het eerste en tweede lid indien de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens een dienstongeval of een beroepsziekte is gelegen in de periode van 1 januari 2004 tot en met 31 mei 2006.

    Terugwerkende kracht

    Stb. 2015, 318, datum inwerkingtreding 27-08-2015, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 29-12-2005.

    1. De ambtenaar die wegens ziekte ongeschikt is zijn arbeid te verrichten, heeft, indien de ziekte is veroorzaakt door een dienstongeval of indien het een beroepsziekte betreft, recht op een aanvullende uitkering nadat het tijdvak van 104 weken, bedoeld in artikel 38, eerste lid, is verstreken.

    2. De uitkering voor de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de WIA, wordt aangevuld tot 95% van zijn laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, waarop aanspraak zou bestaan op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken.

    3. De uitkering voor de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die gedeeltelijk arbeidsgeschikt is als bedoeld in artikel 5 van de WIA en slechts in staat is met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen, bedoeld in artikel 1 van de WIA, per uur, wordt aangevuld tot 90,02% van zijn laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, waarop aanspraak zou bestaan op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken.

    4. De in het eerste lid bedoelde aanvullende uitkering voor de ambtenaar die 35 tot 80% arbeidsongeschikt is, bedraagt:

    • a. gedurende de looptijd van de loongerelateerde uitkering, in geval de verdiencapaciteit volledig wordt benut, 90% van het verschil tussen het oude en het nieuwe inkomen;

    • b. gedurende de looptijd van de loongerelateerde uitkering, in geval de verdiencapaciteit niet volledig wordt benut, 80% van het verschil tussen het oude en het nieuwe inkomen;

    • c. gedurende de looptijd van de loonaanvulling, waarbij de verdiencapaciteit voor 50% of meer wordt benut, 90% van het verschil tussen het oude en het nieuwe inkomen dat de ambtenaar bij volledige benutting van zijn restverdiencapaciteit zou verdienen;

    • d. gedurende de looptijd van de vervolguitkering, waarbij de verdiencapaciteit voor minder dan voor 50% wordt benut, gedurende maximaal tien jaar, 75% van het oude inkomen maal het arbeidsongeschiktheidspercentage.

    5. Onder het oude inkomen, bedoeld in het vierde lid, wordt verstaan de som van de laatstgenoten bezoldiging, vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering voor de herplaatsing. Onder het nieuwe inkomen, bedoeld in het vierde lid, wordt verstaan de som van de bezoldiging, de vakantie-uitkering, de eindejaarsuitkering, de WIA-uitkering en het arbeidsongeschiktheidspensioen na de herplaatsing.

    6. De in het eerste lid bedoelde aanvullende uitkering voor de ambtenaar die minder dan 35% arbeidsongeschikt is, bedraagt 70% van het inkomensverlies, bedoeld in artikel 38, tiende lid.

    7. De aanvullende uitkering eindigt in ieder geval:

    • a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar niet meer voldoet aan de in het eerste tot en met het vierde, dan wel het zesde lid genoemde voorwaarden;

    • b. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend;

    • c. met ingang van de dag waarop de ambtenaar de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt; of

    • d. met ingang van de dag volgend op die waarop de ambtenaar is overleden.

    8. Het bedrag van de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in het tweede en het derde lid, wordt herberekend overeenkomstig een algemene salarismaatregel in de sector politie.