Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling gelijkstelling weken, waarin geen arbeid is verricht met weken waarin arbeid is verricht[Regeling vervallen per 01-01-2014.]

Geldend van 01-08-1996 t/m 31-12-2013

Regeling gelijkstelling weken, waarin geen arbeid is verricht met weken waarin arbeid is verricht

De minister van onderwijs en wetenschappen,Mede namens de minister van landbouw, natuurbeheer en visserij,

Gelet op artikel 4, vijfde lid, Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel;

In overeenstemming met de Sector Commissie Onderwijs en Wetenschappen;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2014]

Met weken als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel worden gelijkgesteld:

  • a. weken, waarvoor de betrokkene zonder te werken loon heeft ontvangen;

  • b. weken, waarin de betrokkene niet heeft gewerkt en waarvoor hij schadeloosstelling of schadevergoeding wegens het beëindigen van de dienstbetrekking heeft ontvangen;

  • c. weken, waarin de betrokkene niet heeft gewerkt en waarvoor hij een betaling heeft ontvangen wegens niet-genoten compensatie- of perodiek verlof bij de beëindiging van de dienstbetrekking;

  • d. weken, waarin de betrokkene niet heeft gewerkt wegens buitengewoon verlof, ouderschapsverlof, opfrisverlof of verlofregelingen in het kader van leeftijdsbewust personeelsbeleid onderscheidenlijk seniorenbeleid;

  • e. weken, waarin de betrokkene niet heeft gewerkt als gevolg van een ploegendienst of andere vormen van werkroosters.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2014]

Indien een schadeloosstelling, schadevergoeding of betaling, als bedoeld in artikel 1, eerste lid onderdeel b of c, niet over bepaalde weken is berekend, bepaalt het uitvoeringsorgaan op welke weken deze betrekking heeft.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2014]

Weken, waarin de betrokkene niet heeft gewerkt uitsluitend als gevolg van ziekte of arbeidsongeschiktheid worden niet gelijkgesteld met weken, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Voor de vaststelling van het aantal weken, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel worden weken meer dan één keer in aanmerking genomen indien:

    • a. zich tijdens een recht op uitkering opnieuw werkloosheid, als bedoeld in artikel 3 van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, voordoet; of

    • b. een recht op uitkering geheel of gedeeltelijk is geëindigd en zich vervolgens opnieuw werkloosheid, als bedoeld in artikel 3 van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, voordoet, voorzover op dat moment het totale verlies van arbeidsuren groter is dan het verlies van arbeidsuren op het moment, waarop het eerstgenoemde recht is ontstaan.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing in gevallen, waarin het recht op uitkering geheel of gedeeltelijk is geëindigd en zich vervolgens opnieuw werkloosheid, als bedoeld in artikel 3 van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, voordoet, indien;

    • a. de betrokkene op het moment, waarop het geheel of gedeeltelijk geëindigde recht ontstond, al zijn arbeidsuren in dienstbetrekking had verloren; of

    • b. het aantal resterende arbeidsuren in dienstbetrekking op het moment, waarop zich opnieuw werkloosheid voordoet, gelijk is aan dan wel groter is dan het aantal resterende arbeidsuren in dienstbetrekking op het moment, waarop het geheel of gedeeltelijk geëindigde recht ontstond.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2014]

Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2014]

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 1994.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2014]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gelijkstelling weken, waarin geen arbeid is verricht met weken waarin arbeid is verricht.

De

minister

van onderwijs en wetenschappen,

dr. ir. J.M.M. Ritzen.