Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Sociaal statuut Nederlands bureau brandweerexamens[Regeling vervallen per 01-02-2005.]

Geldend van 01-11-1993 t/m 31-01-2005

Sociaal statuut Nederlands bureau brandweerexamens

De Minister van Binnenlandse Zaken,

Gelet op artikel II, onder D, vijfde en zesde lid, van de wet van 11 november 1993 (Stb. 1994, 15);

Gehoord de Bijzondere Commissie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken ex artikel 113 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;

Besluit:

Paragraaf 1. Begripsomschrijvingen [Vervallen per 01-02-2005]

Artikel 1 [Vervallen per 01-02-2005]

In deze regeling wordt verstaan onder

a. de minister:

de Minister van Binnenlandse Zaken;

b. het bureau:

het Nederlands bureau brandweerexamens, bedoeld in artikel 15a, eerste lid, van de Brandweerwet 1985;

c. de wet:

de wet van 11 november 1993 (Stb. 1994, 15);

d. de overgangsdatum:

de datum waarop artikel I van de wet in werking treedt;

e. het personeelslid:

degene die op de dag voor de overgangsdatum in dienst is bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken, hetzij als ambtenaar, hetzij op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, en werkzaam is binnen de formatie van het Bureau Brandweerexamens;

f. de functie:

het samenstel van werkzaamheden waarmee een personeelslid op de dag voorafgaande aan de overgangsdatum, overeenkomstig hetgeen hem is opgedragen door het daartoe bevoegde gezag, is belast;

g. het BBRA 1984:

het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

Paragraaf 2. Overgang personeel [Vervallen per 01-02-2005]

Artikel 2 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 Binnen een week na de inwerkingtreding van deze regeling deelt de minister het personeelslid mede dat hij met ingang van de overgangsdatum van rechtswege eervol wordt ontslagen bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken onder gelijktijdige aanstelling bij het bureau.

  • 2 De mededeling, bedoeld in het eerste lid, heeft betrekking op de aard van zijn aanstelling in dienst van het bureau, de functie die het personeelslid vanaf de overgangsdatum zal vervullen, het salaris dat hij zal genieten en de overige arbeidsvoorwaarden die voor hem zullen gelden.

Artikel 3 [Vervallen per 01-02-2005]

Artikel 2, eerste lid, is niet van toepassing op het personeelslid

  • a. van wie op de dag voorafgaand aan de overgangsdatum op grond van de uitslag van een geneeskundig onderzoek als bedoeld in artikel 38 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, dan wel artikel 31c van het Arbeidsovereenkomstenbesluit is gebleken dat hij verkeert in een toestand van blijvende ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie voor de overgangsdatum en die ongeschiktheid een belemmering vormt voor de vervulling van zijn functie na de overgangsdatum;

  • b. ten aanzien van wie de minister anders heeft beslist.

Artikel 4 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 Het personeelslid dat is overgegaan naar het bureau, wordt ingeschaald volgens een salarisschaal waaraan geen lager maximumsalaris is verbonden dan die volgens welke hij op de dag voorafgaande aan de overgangsdatum wordt bezoldigd.

  • 2 Het salaris dat aan het personeelslid dat is overgegaan naar het bureau, wordt toegekend, is niet lager dan het salaris op de dag voorafgaande aan de overgangsdatum.

  • 3 Voor zover het personeelslid op de dag voorafgaande aan de overgangsdatum in het genot is van een toelage als bedoeld in de artikelen 12b, 16, 18, 18b en 19 van het BBRA 1984 wordt hem met ingang van de overgangsdatum een qua aard en omvang identieke toelage toegekend.

  • 4 Met de in het derde lid bedoelde toelagen worden gelijkgesteld toelagen, toegekend op grond van de voor het personeelslid geldende bezoldigingsregeling, onder welke benaming dan ook bekend, welke qua aard en strekking overeenkomen met de in het derde lid bedoelde toelagen.

Artikel 5 [Vervallen per 01-02-2005]

Het personeelslid, dat is overgegaan naar het bureau en met wie voor de overgangsdatum met toepassing van de artikelen 16 tot en met 20d, artikel 33a, artikel 33g dan wel artikel 34 tot en met 34d van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, buitengewoon verlof is verleend dat op de overgangsdatum niet is beëindigd, behoudt het recht op het nog niet genoten gedeelte van dat buitengewoon verlof onder handhaving van de afspraken die daarover met hem voor de overgangsdatum zijn gemaakt.

Artikel 6 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 2 Het personeelslid, bedoeld in het eerste lid, wordt door het bestuur van het Nederlands bureau brandweerexamens in de gelegenheid gesteld periodiek te oefenen in het gebruik van adembeschermingsmiddelen en heeft het recht zich aan een geneeskundig onderzoek te laten onderwerpen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Besluit Brandweerpersoneel.

  • 3 Het personeelslid, bedoeld in het eerste lid, wordt gerekend tot de doelgroep van en kan deelnemen aan het te ontwikkelen systeem van loopbaanontwikkeling voor brandweerofficieren.

Artikel 7 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 Het personeelslid dat op de overgangsdatum de leeftijd van 50 jaar nog niet heeft bereikt en dat is overgegaan naar het bureau en aan wie voor de overgangsdatum is toegezegd dat hij bij het bereiken van de leeftijd van 60 jaar met ingang van de eerste van de maand, volgende op die waarin hij die leeftijd heeft bereikt, eervol wordt ontslagen en met ingang van de datum van zijn ontslag een uitkering, ingevolge de Regeling uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag zou ontvangen, ontvangt een uitkering op de voet van die regeling, met dien verstande dat indien zich na inwerkingtreding van deze regeling wijzigingen voordoen in het kader van het functioneel leeftijdsontslag ten behoeve van het brandweerpersoneel dat aangesteld is in algemene dienst bij het Rijk en werkzaam is bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken dan wel aangesteld is bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken, deze van overeenkomstige toepassing zijn op het desbetreffende personeelslid.

  • 2 Het personeelslid dat op de overgangsdatum de leeftijd heeft bereikt van 50 jaar of ouder en dat is overgegaan naar het bureau en aan wie voor de overgangsdatum is toegezegd dat hij bij het bereiken van de leeftijd van 60 jaar met ingang van de eerste van de maand, volgende op die waarin hij die leeftijd heeft bereikt, eervol wordt ontslagen en met ingang van de datum van zijn ontslag een uitkering ingevolge de Regeling uitkering functioneel leeftijds-ontslag zou ontvangen, ontvangt een uitkering op de voet van die regeling zoals die regeling op de overgangsdatum gold.

Artikel 8 [Vervallen per 01-02-2005]

Het bestuur stelt, na overleg met de vakorganisaties, een ambtenarenreglement vast.

Paragraaf 3. Bezwarencommissie [Vervallen per 01-02-2005]

Artikel 9 [Vervallen per 01-02-2005]

Er is een bezwarencommissie, hierna te noemen de commissie, die tot taak heeft de minister schriftelijk te adviseren over een bezwaar van het personeelslid als bedoeld in artikel II, onder D, zesde lid, van de wet.

Artikel 10 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 De commissie bestaat uit een voorzitter en twee leden die worden benoemd door de minister.

  • 2 De voorzitter wordt benoemd:

    • a. op basis van een gezamenlijke voordracht van de directeur Brandweer en Rampenbestrijding en de Bijzondere Commissie van het ministerie van Binnenlandse Zaken;

    • b. uit personen die niet werkzaam zijn bij de directie Brandweer en Rampenbestrijding, daaronder begrepen het Bureau Brandweerexamens.

  • 3 Eén lid wordt benoemd op voordracht van de directeur Brandweer en Rampenbestrijding en één lid wordt benoemd op voordracht van de dienstcommissie DGOOV.

    De leden worden benoemd uit personen die niet werkzaam zijn bij de directie Brandweer en Rampenbestrijding, daaronder begrepen het Bureau Brandweerexamens.

  • 4 Een plaatsvervangend voorzitter en twee plaatsvervangende leden worden op overeenkomstige wijze als bedoeld in het tweede en derde lid benoemd.

  • 5 De minister wijst in overleg met de voorzitter een secretaris en een plaatsvervangend secretaris aan.

Artikel 11 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 De commissie stelt haar advies vast bij meerderheid van stemmen.

  • 2 De vergaderingen van de commissie zijn niet openbaar.

Artikel 12 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 Een personeelslid kan binnen drie weken na inwerkingtreding van artikel II, onder A en D, van de wet bezwaar maken tegen de overgang in dienst bij het bureau.

  • 2 Het bezwaar, bedoeld in artikel II, onder D, zesde lid, van de wet wordt schriftelijk en met redenen omkleed gericht aan de minister en ingediend bij de directeur Nbbe. Tenzij sprake is van een kennelijke onvolkomenheid in de arbeidsvoorwaarden, zendt de directeur Nbbe het bezwaar binnen zeven dagen na ontvangst door naar de commissie en doet daarvan gelijktijdig schriftelijk mededeling aan het betrokken personeelslid.

  • 3 Indien sprake is van een kennelijke onvolkomenheid in de arbeidsvoorwaarden die voor het personeelslid bij het bureau zouden gelden, herstelt de directeur de onvolkomenheid. Indien het personeelslid na de mededeling van het herstel van de onvolkomenheid te kennen geeft het bezwaar te handhaven, zendt de directeur het bezwaarschrift aan de commissie door.

Artikel 13 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 De commissie is bevoegd alle inlichtingen in te winnen die zij voor de behandeling van het ingediende bezwaar nodig acht.

  • 2 De commissie hoort het personeelslid dat een bezwaar heeft ingediend waarbij het personeelslid zich desgewenst kan doen bijstaan door een raadsman.

  • 3 Het personeelslid dat het bezwaar heeft ingediend, wordt in de gelegenheid gesteld om van alle stukken en bescheiden die op de zaak betrekking hebben kennis te nemen waarbij het personeelslid zich desgewenst kan doen bijstaan door een raadsman.

Artikel 14 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 De commissie zendt haar advies ten aanzien van een ingediend bezwaar binnen tien dagen na ontvangst daarvan aan de minister en een afschrift daarvan aan het betrokken personeelslid.

  • 2 Het advies bevat de overwegingen die daaraan ten grondslag liggen.

Artikel 15 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 De minister neemt binnen tien dagen na verzending van het advies een beslissing met betrekking tot het ingediende bezwaar.

  • 2 De beslissing bevat de overwegingen die daaraan ten grondslag liggen.

  • 3 De minister brengt de beslissing schriftelijk ter kennis van het betrokken personeelslid en zendt afschriften daarvan aan de commissie.

Paragraaf 4. Slotbepalingen [Vervallen per 01-02-2005]

Artikel 16 [Vervallen per 01-02-2005]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop artikel II, onder A en D, van de wet in werking treedt.

Artikel 17 [Vervallen per 01-02-2005]

Deze regeling wordt aangehaald als:

Sociaal statuut Nederlands bureau brandweerexamens.

De tekst van deze regeling wordt, met de daarbij behorende toelichting, geplaatst in de Nederlandse Staatscourant.

's-Gravenhage, 28 januari 1994

De

Minister

van Binnenlandse Zaken,

E. van Thijn