KruimelpadGeldend op 10-02-2012
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is door een vergroting van de financiële betrokkenheid van werkgevers en werknemers in de marktsector en bij de overheid het ziekteverzuim terug te dringen en daartoe de Ziektewet, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten te wijzigen en een regeling te treffen voor het overheidspersoneel;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
1.De inwerkingtreding van deze wet heeft geen gevolgen voor het recht op ziekengeld van de verzekerde:
a. die op de dag vóór de inwerkingtreding van deze wet ongeschikt is tot het werken wegens ziekte, zolang die ongeschiktheid duurt; of
b. wiens ongeschiktheid tot het werken wegens ziekte intreedt op of na de datum van inwerkingtreding van deze wet en tevens binnen vier weken nadat een vóór die inwerkingtreding gelegen periode van ongeschiktheid door herstel is geëindigd, zolang die ongeschiktheid duurt.
2.Voor de toepassing van het eerste lid wordt de ongeschiktheid tot het werken wegens ziekte geacht niet te zijn onderbroken wanneer perioden van ongeschiktheid elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
1.Artikel 57 van de Ziektewet blijft voor door de bedrijfsvereniging op grond van dat artikel getroffen en door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid goedgekeurde besluiten van kracht tot 1 juli 1994.
2.De op grond van artikel 54 van de Ziektewet getroffen regelingen en overeenkomsten inzake hogere, langere of andere uitkeringen blijven van kracht tot 1 juli 1994.
3.In de gevallen waarin het eerste lid toepassing vindt blijven de artikelen 1, 7a en 57 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de artikelen 1 en 48 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, artikel 3a, tweede lid van de Coördinatiewet Sociale Verzekering en artikel 3 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, zoals deze luidden vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, van kracht.
1.Degene die op grond van artikel XVII aanspraken heeft verkregen die voortvloeien uit artikel 57 of artikel 54 van de Ziektewet behoudt deze aanspraken, indien:
a. hij op 30 juni 1994 ongeschikt is tot werken wegens ziekte, zolang die ongeschiktheid duurt; of
b. de ongeschiktheid tot het werken wegens ziekte intreedt na 30 juni 1994 en tevens binnen vier weken nadat een vóór die dag gelegen periode van ongeschiktheid door herstel is geëindigd, zolang die ongeschiktheid duurt.
2.Artikel XVI, tweede lid, en, voor zoveel nodig, artikel XVII, derde lid, zijn van toepassing.
1.De bepaling van artikel XIV, onderdeel A is niet van toepassing op de arbeidsverhoudingen van personen:
a. die op de dag vóór de inwerkingtreding van deze wet ongeschikt zijn tot het verrichten van hun arbeid wegens ziekte, zolang die ongeschiktheid duurt; of
b. van wie de ongeschiktheid tot het verrichten van hun arbeid wegens ziekte intreedt op of na de datum van inwerkingtreding van deze wet en tevens binnen vier weken nadat een vóór die inwerkingtreding gelegen periode van ongeschiktheid door herstel is geëindigd, zolang die ongeschiktheid duurt.
2.Voor de toepassing van het eerste lid wordt de ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte geacht niet te zijn onderbroken wanneer perioden van ongeschiktheid elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
De tekst van de Ziektewet wordt door de Minister van Justitie in het Staatsblad geplaatst.
1.De artikelen van deze wet, met uitzondering van artikel III, onderdelen D en E, treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2.Artikel III, onderdelen D en E, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 maart 1992.
1.Het Landelijk instituut sociale verzekeringen is bevoegd tegen kostprijs werkzaamheden te verrichten in opdracht of ten behoeve van een dienst als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdelen a en c, van de Arbeidsomstandighedenwet.
2.De werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid kunnen slechts betrekking hebben op de uit artikel 4a van de Arbeidsomstandighedenwet voortvloeiende taken, voor zover die taken voor 1 mei 1993 door de bedrijfsverenigingen of uitvoeringsinstellingen werden verricht.
3.De bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid vervalt met ingang van 1 januari 1998.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Beatrix
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J. Wallage
De Minister van Justitie,
E. M. H. Hirsch Ballin
De Minister van Binnenlandse Zaken,
C. I. Dales
De Minister van Justitie,
E. M. H. Hirsch Ballin