Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit uitkeringen provinciale investeringspremies 1994[Regeling vervallen per 01-01-2003.]

Geldend van 31-12-1993 t/m 31-12-2002

Besluit van 17 december 1993, houdende regels inzake de verstrekking van uitkeringen ten behoeve van provinciale investeringspremies in 1994

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 30 juli 1993, nr. WJA/JZ 93056797;

Gelet op artikel 2 van de Kaderwet specifieke uitkeringen EZ;

De Raad van State gehoord (advies van 30 november 1993, nr. W10.93.0518);

Gezien het nader rapport van de voornoemde staatssecretaris van 15 december 1993, nr. WJA/JZ 93094563;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2003]

  • 1 Onze Minister verstrekt in 1994 op aanvraag een uitkering aan de provincies Groningen, Friesland en Drenthe gezamenlijk als vergoeding voor financiële middelen die de provincies verstrekken aan ondernemers die een investeringsproject uitvoeren.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2003]

De uitkering is een door Onze Minister vast te stellen bedrag, doch niet meer dan f 50 000 000,00.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2003]

  • 2 De aanvraag gaat vergezeld van de verordening op grond waarvan de provincies met gebruikmaking van de gevraagde uitkering financiële middelen zullen verstrekken.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2003]

Onze Minister beslist afwijzend op een aanvraag, indien de in artikel 3, tweede lid, bedoelde verordening niet in overeenstemming is met dit besluit of met de ingevolge de verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen voor de staat geldende verplichtingen.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2003]

Een beschikking op een aanvraag, inhoudende een toezegging van een uitkering, bevat een vermelding van:

  • a. het maximale bedrag van de uitkering;

  • b. het tijdstip en de wijze waarop het verzoek om vaststelling van het definitieve bedrag van de uitkering moet worden ingediend,

  • c. de gebieden waarin de investeringsprojecten kunnen worden uitgevoerd.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2003]

  • 1 Aan de toezegging van een uitkering zijn de in de artikelen 7, 8 en 9 opgenomen verplichtingen verbonden.

  • 2 Onze Minister kan aan de toezegging van een uitkering voorschriften verbinden.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2003]

  • 1 De betrokkenen gebruiken de uitkering voor:

    • a. het op basis van een verordening verstrekken van financiële middelen aan ondernemers, die een investeringsproject, waarvan de premiabele kosten maximaal f 10 000 000,00 bedragen uitvoeren in een in de beschikking, bedoeld in artikel 5, vermeld gebied en een aanvraag hebben ingediend voor 1 januari 1995;

    • b. het financieren van de apparaatskosten die aan de onder a bedoelde verstrekkingen kunnen worden toegerekend, doch tot ten hoogste 2 procent van de uitkering.

  • 2 Onder een ondernemer als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan:

    • a. een natuurlijke persoon voor wiens rekening een onderneming in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 wordt gedreven, of

    • b. een belastingplichtige in de zin van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

  • 3 De betrokkenen nemen bij het verstrekken van financiële middelen de ingevolge de verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen voor de staat geldende verplichtingen in acht.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2003]

De aanvrager dient een aanvraag om vaststelling van het definitieve bedrag van de uitkering in overeenkomstig hetgeen daaromtrent in de beschikking, bedoeld in artikel 5, is vermeld.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2003]

  • 1 De betrokkenen voeren een administratie die zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle door hen aangegane verplichtingen en verrichte betalingen kunnen worden afgelezen.

  • 2 De betrokkenen voldoen aan hetgeen door door Onze Minister aangewezen personen wordt verzocht, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor een goede uitvoering van dit besluit, omtrent:

    • a. het verlenen van toegang tot door hen gebruikte plaatsen,

    • b. het verlenen van inzage in zakelijke gegevens en bescheiden,

    • c. het maken van kopieën van de onder b bedoelde gegevens en

    • d. het verlenen van medewerking aan het verstrekken van gegevens door derden.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2003]

  • 1 Op een uitkering ter zake waarvan een beschikking als bedoeld in artikel 5 geldt, kan op aanvraag van de aanvrager eenmaal per kalenderjaar door Onze Minister een voorschot worden verstrekt.

  • 2 Het voorschot bedraagt een gedeelte van het in artikel 5, eerste lid, onder a, bedoelde bedrag, ter grootte van:

    • a. 33 ³ procent in 1994;

    • b. 33 ³ procent in 1995;

    • c. 33 ³ procent in 1996, met dien verstande dat geen of een kleiner voorschot wordt verstrekt, voor zover dat noodzakelijk is om te voorkomen dat aan de betrokkenen een groter bedrag aan voorschotten wordt verstrekt dan het bedrag van de in totaal door hen gemaakte kosten.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2003]

  • 1 Indien de aanvrager niet op het in artikel 5, onder b, bedoelde tijdstip een aanvraag om vaststelling van het definitieve bedrag van de uitkering heeft ingediend, stelt Onze Minister hem in de gelegenheid binnen een door Onze Minister te stellen termijn alsnog een zodanige aanvraag in te dienen.

  • 2 Indien na afloop van deze termijn geen aanvraag is ingediend, stelt Onze Minister het definitieve bedrag van de uitkering ambtshalve vast.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2003]

Onze Minister geeft een beschikking tot vaststelling van het definitieve bedrag van de uitkering binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag dan wel nadat de in artikel 11 bedoelde termijn is verstreken. Indien de beschikking niet binnen dertien weken kan worden gegeven, stelt Onze Minister de betrokkene daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarop de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2003]

  • 1 Onze Minister stelt het definitieve bedrag van de uitkering vast overeenkomstig de beschikking, bedoeld in artikel 5.

  • 2 Het definitieve bedrag van de uitkering kan op nihil dan wel een lager bedrag dan het toegezegde bedrag worden gesteld:

    • a. voor zover de betrokkenen geen financiële middelen hebben verstrekt als bedoeld in artikel 7;

    • b. indien de betrokkenen niet hebben voldaan aan verplichtingen, welke ingevolge dit besluit voor hen gelden;

    • c. indien de beschikking, bedoeld in artikel 5, ten gevolge van aan de betrokkenen te wijten onjuistheid of onvolledigheid van verstrekte gegevens anders luidt dan het geval zou zijn geweest, indien deze gegevens juist en volledig zouden zijn verstrekt.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2003]

Onze Minister kan de beschikking, inhoudende de vaststelling van het definitieve bedrag van de uitkering, intrekken, indien de beschikking ten gevolge van aan de betrokkene te wijten onjuistheid of onvolledigheid van verstrekte gegevens anders luidt dan het geval zou zijn geweest, indien de gegevens juist en volledig zouden zijn verstrekt.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2003]

Indien toepassing is gegeven aan artikel 13 of 14 zijn ter beschikking gestelde uitkeringen terstond opeisbaar voor zover zij het bedrag waarop de betrokkene alsdan recht heeft te boven gaan.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2003]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2003.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2003]

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit uitkeringen provinciale investeringspremies 1994.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 17 december 1993

Beatrix

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Y. C. M. T. van Rooy

Uitgegeven de dertigste december 1993

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin