Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Wet melding ongebruikelijke transacties[Regeling vervallen per 01-08-2008.]

Geldend van 01-02-2008 t/m 31-07-2008

Wet van 16 december 1993, betreffende melding ongebruikelijke transacties bij financiële dienstverlening

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is uitvoering te geven aan de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 juni 1991 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld (91/308/EEG), alsmede dat het wenselijk is de aanbevelingen 15, 16, 17, 20, 26, 28 en 32 van de Financial Action Task Force on money laundering van 30 mei 1990 in de Nederlandse wet- en regelgeving te implementeren;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 1 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    • a. dienst: het in of vanuit Nederland:

      • 1°. in bewaring nemen van effecten, bankbiljetten, munten, muntbiljetten, edele metalen en andere waarden;

      • 2°. openstellen van een rekening waarop een saldo in geld, effecten, edele metalen of andere waarden kan worden aangehouden;

      • 3°. verhuren van een safe-loket;

      • 4°. verrichten van een uitbetaling ter zake van het verzilveren van coupons of vergelijkbare stukken van obligaties of vergelijkbare waardepapieren;

      • 5°. sluiten van een overeenkomst van levensverzekering als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, alsmede het daarbij verlenen van bemiddeling;

      • 6°. doen van een uitkering uit hoofde van een overeenkomst van levensverzekering als bedoeld sub 5°;

      • 7°. crediteren of debiteren dan wel doen crediteren of debiteren van een rekening waarop een saldo in geld, effecten, edele metalen of andere waarden kan worden aangehouden;

      • 8°. wisselen van guldens, euro’s of vreemde valuta;

      • 9°. verkopen, alsmede het verlenen van bemiddeling bij verkoop, van voertuigen, schepen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten, edelstenen, edele metalen, sieraden, juwelen dan wel andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen zaken van grote waarde.

      • 10°. verlenen van andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen diensten;

    • b. cliënt: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan of ten behoeve van wie een dienst wordt verleend, alsmede in geval van een dienst als bedoeld in het eerste lid, onder a, sub 5° en 6°, degene die de premie betaalt alsmede degene ten behoeve van wie de uitkering wordt gedaan;

    • c. transactie: een handeling of samenstel van handelingen van of ten behoeve van een cliënt in verband met het afnemen of het verlenen van één of meer diensten;

    • d. ongebruikelijke transactie: een transactie die aan de hand van de ingevolge artikel 8 bepaalde indicatoren als zodanig wordt aangemerkt;

    • e. melding: een melding als bedoeld in artikel 9;

    • f. meldpunt: het meldpunt bedoeld in artikel 2;

    • g. commissie: de commissie bedoeld in artikel 14;

    • h. financieren van terrorisme:

  • 2 De krachtens het eerste lid, onderdeel 10°, aan te wijzen diensten hebben geen betrekking op werkzaamheden van een advocaat of een notaris betreffende de bepaling van de rechtspositie van een cliënt, diens vertegenwoordiging en verdediging in rechte, het geven van advies voor, tijdens en na een rechtsgeding, of het geven van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding.

  • 3 De voordracht voor een krachtens het eerste lid, onderdeel 9° of 10°, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Hoofdstuk II. Het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 2 [Vervallen per 01-08-2008]

Er is een Meldpunt Ongebruikelijke Transacties.

Artikel 3 [Vervallen per 01-08-2008]

Het meldpunt heeft met het oog op de voorkoming en opsporing van witwassen, heling van geld en financieren van terrorisme tot taak:

  • a. het verzamelen, registreren, bewerken en analyseren van de gegevens die het verkrijgt, teneinde te bezien of deze gegevens van belang kunnen zijn voor de voorkoming en opsporing van misdrijven;

  • b. het verstrekken van persoonsgegevens en andere gegevens in overeenstemming met deze wet en het bij of krachtens de Wet politiegegevens bepaalde;

  • c. degene die overeenkomstig artikel 9 een melding heeft gedaan, in afwijking van artikel 4, tweede lid, berichten over de afdoening van de melding.

  • d. het verrichten van onderzoek naar ontwikkelingen op het gebied van witwassen, heling van geld en financieren van terrorisme en naar de verbetering van de methoden om witwassen, heling van geld en financieren van terrorisme te voorkomen en op te sporen;

  • e. het geven van aanbevelingen voor de bedrijfstakken omtrent de invoering van passende procedures voor interne controle en communicatie en andere te treffen maatregelen tot voorkoming van het gebruik van die bedrijfstakken voor witwassen, heling van geld en financieren van terrorisme;

  • f. het geven van voorlichting omtrent de voorkoming en opsporing van witwassen, heling van geld en financieren van terrorisme aan:

    • 1°. de bedrijfstakken en beroepsgroepen;

    • 2°. de personen en instellingen die krachtens artikel 17b met het toezicht op de naleving van de artikelen 9, 10, tweede lid, 17u en 19 zijn belast;

    • 3°. het openbaar ministerie en de overige ambtenaren belast met de opsporing van strafbare feiten;

    • 4°. het publiek;

  • g. het geven van inlichtingen aangaande het meldgedrag van de meldende instellingen aan de personen en instellingen die krachtens artikel 17b met het toezicht op de naleving van de artikelen 9, 10, tweede lid, 17u en 19 zijn belast;

  • h. het onderhouden van contacten met buitenlandse van overheidswege aangewezen politiële- of niet-politiële instanties die een vergelijkbare taak hebben als het meldpunt;

  • i. het jaarlijks uitbrengen van een verslag van zijn werkzaamheden en van zijn voornemens voor het komende jaar aan Onze Minister van Justitie, en het ter kennis brengen van dit verslag van Onze Minister van Financiën.

Artikel 4 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Bij het meldpunt ongebruikelijke transacties kunnen persoonsgegevens worden verwerkt ten behoeve van de voorkoming en opsporing van de in artikel 3, onderdeel a, bedoelde misdrijven.

  • 2 Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de categorieën van personen waarover het meldpunt gegevens verwerkt alsmede de soorten gegevens die het verwerkt, het coderen van gegevens door deze te voorzien van een indicatie over betrouwbaarheid, de gegevensverstrekking, de bewaring en vernietiging van gegevens en de protocolplicht.

Artikel 5 [Vervallen per 01-08-2008]

De algemene leiding, de organisatie en het beheer van het meldpunt berusten bij Onze Minister van Justitie.

Artikel 6 [Vervallen per 01-08-2008]

Benoeming, schorsing en ontslag van het hoofd van het meldpunt geschiedt bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister van Financiën.

Artikel 7 [Vervallen per 01-08-2008]

Onze Minister van Justitie bepaalt in overeenstemming met Onze Minister van Financiën het budget en de sterkte van het meldpunt.

Hoofdstuk III. De meldingsplicht [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 8 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Bij algemene maatregel van bestuur worden zo nodig per daarbij te onderscheiden categorieën transacties de indicatoren vastgesteld aan de hand waarvan wordt beoordeeld of een transactie wordt aangemerkt als een ongebruikelijke transactie.

  • 2 Indien het spoedeisend belang zulks vereist, kunnen Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie gezamenlijk de indicatoren, bedoeld in het eerste lid, vaststellen voor een termijn van ten hoogste zes maanden.

Artikel 9 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Een ieder die beroeps- of bedrijfsmatig een dienst verleent, meldt een daarbij verrichte of voorgenomen ongebruikelijke transactie binnen veertien dagen nadat het ongebruikelijke karakter van de transactie bekend is geworden, aan het meldpunt.

  • 2 Een melding bevat, voor zover mogelijk, de volgende gegevens:

    • a. de identiteit van de cliënt;

    • b. de aard en het nummer van het identiteitsbewijs van de cliënt;

    • c. de aard, het tijdstip en de plaats van de transactie;

    • d. de omvang en bij een dienst bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, sub 7°, de bestemming en de herkomst van de bij de transactie betrokken gelden, effecten, edele metalen of andere waarden;

    • e. de omstandigheden op grond waarvan de transactie als ongebruikelijk wordt aangemerkt;

    • f. bij een dienst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, sub 9°: een omschrijving van de desbetreffende zaken van grote waarde;

    • g. aanvullende, bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen, gegevens.

  • 3 Degene die een dienst, verleent is verplicht de gegevens, bedoeld in het tweede lid, op toegankelijke wijze te bewaren gedurende vijf jaar na het tijdstip van het doen van de melding.

Artikel 10 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Het meldpunt is bevoegd bij degene die een melding heeft gedaan, alsmede bij degene die door het verlenen van een dienst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, sub 7°, bij een transactie is betrokken waarover het meldpunt gegevens heeft verzameld, nadere gegevens of inlichtingen te vragen, teneinde te kunnen beoordelen of verzamelde gegevens dienen te worden verstrekt op grond van zijn taak bedoeld in artikel 3, onder b.

  • 2 Degene aan wie overeenkomstig het eerste lid deze gegevens of inlichtingen zijn gevraagd, is verplicht deze aan het meldpunt schriftelijk, alsmede in spoedeisende gevallen mondeling, te verstrekken binnen de door het meldpunt gestelde termijn.

Artikel 11 [Vervallen per 01-08-2008]

Het meldpunt kan nadere regels stellen omtrent de wijze waarop een melding moet worden gedaan, respectievelijk gegevens en inlichtingen, gevraagd krachtens artikel 10, eerste lid, moeten worden verstrekt.

Artikel 12 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Gegevens of inlichtingen die in overeenstemming met de artikelen 9 of 10 zijn verstrekt, kunnen niet dienen als grondslag voor of ten behoeve van een opsporingsonderzoek of een vervolging wegens verdenking van, of als bewijs ter zake van een telastelegging wegens witwassen, heling van geld en financieren van terrorisme door degene die deze gegevens of inlichtingen heeft verstrekt.

  • 2 Gegevens of inlichtingen die zijn verstrekt in de redelijke veronderstelling dat uitvoering wordt gegeven aan de artikelen 9 of 10, kunnen niet dienen als grondslag voor of ten behoeve van een opsporingsonderzoek of een vervolging wegens verdenking van, of als bewijs ter zake van een tenlastelegging wegens, overtreding van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht door degene die deze gegevens of inlichtingen heeft verstrekt.

  • 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de persoon die werkzaam is voor degene die gegevens of inlichtingen heeft verstrekt als omschreven in het eerste of tweede lid en die daaraan heeft meegewerkt.

Artikel 13 [Vervallen per 01-08-2008]

Degene die tot een melding op de voet van artikel 9 is overgegaan, is niet aansprakelijk voor schade die een derde dientengevolge lijdt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat gelet op alle feiten en omstandigheden in redelijkheid niet tot melding had mogen worden overgegaan.

Hoofdstuk IV. De Begeleidingscommissie [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 14 [Vervallen per 01-08-2008]

Er is een Begeleidingscommissie voor het meldpunt.

Artikel 15 [Vervallen per 01-08-2008]

De commissie heeft tot taak:

  • a. het meldpunt in zijn functioneren te begeleiden;

  • b. het ter beschikking stellen aan het meldpunt van haar kennis en deskundigheid;

  • c. het desgevraagd of uit eigen beweging adviseren van Onze Minister van Justitie of Onze Minister van Financiën over onder meer:

    • 1°. de wijze waarop het meldpunt zijn taak verricht;

    • 2°. de vaststelling van de indicatoren bedoeld in artikel 8;

    • 3°. de effectiviteit van de meldingsplicht.

Artikel 16 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 De commissie bestaat uit vertegenwoordigers van:

    • a. Onze Minister van Justitie;

    • b. Onze Minister van Financiën;

    • c. de bedrijfstakken en beroepsgroepen die onder de werking van deze wet vallen;

    • d. de toezichthoudende autoriteiten voor de bedrijfstakken die onder de werking van deze wet vallen;

    • e. de Economische Controledienst;

    • f. het openbaar ministerie;

    • g. de politie.

  • 2 De leden van de commissie worden op voordracht van de in het eerste lid bedoelde instanties door Onze Minister van Justitie benoemd voor drie jaren. Zij kunnen éénmaal worden herbenoemd. Bij de samenstelling van de commissie streeft Onze Minister van Justitie naar een evenwichtige verdeling van de vertegenwoordigde instanties.

  • 3 Een vertegenwoordiger van Onze Minister van Justitie bekleedt het voorzitterschap van de commissie.

  • 4 De commissie bepaalt haar eigen werkwijze.

Hoofdstuk V. Het toezicht [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 17 [Vervallen per 01-08-2008]

De instellingen die met het toezicht op financiële instellingen zijn belast, lichten, in afwijking van eventuele geheimhoudingsbepalingen in de op die instellingen toepasbare andere wetten, het meldpunt in, indien zij bij de uitoefening van hun taak feiten ontdekken die duiden op witwassen, heling van geld of financieren van terrorisme.

Artikel 17a [Vervallen per 01-08-2008]

De Nederlandsche Bank N.V. licht, in afwijking van artikel 8 van de Wet financiële betrekkingen buitenland 1994, het meldpunt in indien zij bij de uitoefening van haar taak op grond van die wet feiten ontdekt die duiden op witwassen, heling van geld of financieren van terrorisme.

Artikel 17b [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Bij besluit van Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie gezamenlijk kunnen een of meer rechtspersonen worden aangewezen, die belast zijn met het toezicht op de naleving van de artikelen 9, 10, tweede lid, 17u en 19 door degene die beroeps- of bedrijfsmatig een dienst verleent.

  • 3 Van een besluit tot aanwijzing op grond van het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 17c [Vervallen per 01-08-2008]

  • 3 Het eerste lid is niet van toepassing op degene die, in geval van bezwaren tegen diens handelen of nalaten in de beroepsuitoefening, onderworpen is aan tuchtrechtspraak.

Artikel 17d [Vervallen per 01-08-2008]

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing op degene die, in geval van bezwaren tegen diens handelen of nalaten in de beroepsuitoefening, onderworpen is aan tuchtrechtspraak.

  • 3 De bestuurlijke boete komt toe aan de Staat.

Artikel 17e [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Het bedrag van de bestuurlijke boete wordt bepaald door vermenigvuldiging van het bedrag van € 5445 met de factor die van toepassing is op grond van de categorie-indeling in de bijlage.

  • 2 De bijlage kan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd.

  • 3 Onze Minister van Financiën kan het bedrag van de bestuurlijke boete lager stellen dan in de bijlage is bepaald, indien het bedrag van de boete in een bepaald geval onevenredig hoog is.

Artikel 17f [Vervallen per 01-08-2008]

Degene jegens wie Onze Minister van Financiën een handeling heeft verricht waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat deze hem wegens een overtreding een bestuurlijke boete zal opleggen, is niet verplicht ter zake daarvan enige inlichting te verstrekken. Hij wordt hiervan door Onze Minister van Financiën in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie met betrekking tot de desbetreffende overtreding wordt gevraagd.

Artikel 17g [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Indien Onze Minister van Financiën voornemens is een bestuurlijke boete op te leggen, geeft hij de betrokkene daarvan kennis onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust.

  • 2 In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht, stelt Onze Minister van Financiën de betrokkene in de gelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de bestuurlijke boete wordt opgelegd.

Artikel 17h [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Onze Minister van Financiën legt de bestuurlijke boete op bij beschikking.

  • 2 De beschikking vermeldt in ieder geval:

    • a. het feit ter zake waarvan de bestuurlijke boete wordt opgelegd, alsmede het overtreden voorschrift;

    • b. het bedrag van de bestuurlijke boete en de gegevens op basis waarvan dit bedrag is bepaald; en

    • c. de termijn, bedoeld in artikel 17i, eerste lid, waarbinnen de bestuurlijke boete moet worden betaald.

Artikel 17i [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 De bestuurlijke boete wordt betaald binnen zes weken na de inwerkingtreding van de beschikking waarbij zij is opgelegd.

  • 2 De bestuurlijke boete wordt vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de dag waarop sedert de bekendmaking van de beschikking zes weken zijn verstreken.

  • 3 Indien de bestuurlijke boete niet tijdig is betaald, stuurt Onze Minister van Financiën schriftelijk een aanmaning om binnen twee weken de boete, verhoogd met de kosten van de aanmaning, alsnog te betalen. De aanmaning bevat de aanzegging dat de bestuurlijke boete, voor zover deze niet binnen de gestelde termijn wordt betaald, overeenkomstig het vierde lid zal worden ingevorderd.

  • 4 Bij gebreke van tijdige betaling kan Onze Minister van Financiën de bestuurlijke boete, verhoogd met de kosten van de aanmaning en van de invordering, bij dwangbevel invorderen.

  • 6 Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van de Staat.

  • 7 Het verzet schorst de tenuitvoerlegging niet, tenzij de voorzieningenrechter van de rechtbank in kort geding desgevraagd anders beslist.

  • 8 Het verzet kan niet worden gegrond op de stelling dat de bestuurlijke boete ten onrechte of op een te hoog bedrag is vastgesteld.

Artikel 17j [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt indien ter zake van de overtreding op grond waarvan de boete kan worden opgelegd, tegen de overtreder een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel een strafbeschikking is uitgevaardigd.

  • 2 Het recht tot strafvervolging met betrekking tot een overtreding van de artikelen genoemd in artikel 17d vervalt, indien Onze Minister van Financiën ter zake van die overtreding reeds een boete heeft opgelegd.

Artikel 17k [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt drie jaren na de dag waarop de overtreding is begaan.

  • 2 De termijn bedoeld in het eerste lid wordt gestuit door de bekendmaking van de beschikking waarbij een bestuurlijke boete wordt opgelegd.

Artikel 17l [Vervallen per 01-08-2008]

De werkzaamheden in verband met het opleggen van een dwangsom of van een bestuurlijke boete worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij het vaststellen van de overtreding en het daaraan voorafgegane onderzoek.

Artikel 17m [Vervallen per 01-08-2008]

Onze Minister van Financiën kan, in afwijking van artikel 18, het feit ter zake waarvan een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete is opgelegd, het overtreden voorschrift, alsmede de naam, het adres en de woonplaats van degene aan wie de last onder dwangsom of de bestuurlijke boete is opgelegd, ter openbare kennis brengen, zonodig onder vermelding van de overwegingen die tot de kennisgeving hebben geleid.

Artikel 17n [Vervallen per 01-08-2008]

Degene jegens wie door Onze Minister van Financiën een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat deze zijn handelen of nalaten op grond van artikel 17m ter openbare kennis zal brengen, is niet verplicht ter zake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd.

Artikel 17o [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Onze Minister van Financiën geeft, indien hij voornemens is op grond van artikel 17m een feit ter openbare kennis te brengen, de betrokkene daarvan kennis onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust.

  • 2 In aanvulling op artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht is Onze Minister van Financiën niet gehouden de betrokkene in de gelegenheid te stellen om zijn zienswijze naar voren te brengen, indien van de betrokkene geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen.

  • 3 De beschikking om op grond van artikel 17m een feit ter openbare kennis te brengen vermeldt in ieder geval:

    • a. het feit dat ter openbare kennis wordt gebracht;

    • b. de wijze waarop het feit ter openbare kennis wordt gebracht; en

    • c. de termijn waarna het feit ter openbare kennis wordt gebracht.

  • 4 Tenzij de bevordering van de naleving van deze wet geen uitstel toelaat, wordt de werking van de beschikking om op grond van artikel 17m een feit ter openbare kennis te brengen opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.

  • 5 In afwijking van artikel 3:40 van de Algemene wet bestuursrecht treedt de beschikking in werking op de dag waarop het feit ter openbare kennis is gebracht zonder dat de werking voor de duur van de beroepstermijn of, indien beroep is ingesteld, van het beroep wordt opgeschort, indien van de betrokkene geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen.

Artikel 17p [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 De bevoegdheid om op grond van artikel 17m een feit ter openbare kennis te brengen vervalt indien ter zake van het feit een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel een strafbeschikking is uitgevaardigd.

  • 2 Het recht tot strafvervolging met betrekking tot een feit als bedoeld in artikel 17m vervalt, indien Onze Minister van Financiën het feit reeds ter openbare kennis heeft gebracht.

Artikel 17q [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 De bevoegdheid om op grond van artikel 17m een feit ter openbare kennis te brengen vervalt drie jaren na de dag waarop het feit heeft plaats gehad.

  • 2 De termijn, bedoeld in het eerste lid, wordt gestuit door de bekendmaking van de beschikking waarbij het feit ter openbare kennis wordt gebracht.

Artikel 17r [Vervallen per 01-08-2008]

De werkzaamheden in verband met het op grond van artikel 17m ter openbare kennis brengen van een feit worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij het vaststellen van het feit of het daaraan voorafgegane onderzoek.

Artikel 17s [Vervallen per 01-08-2008]

In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht is voor beroepen tegen besluiten op grond van deze wet de rechtbank te Rotterdam bevoegd.

Artikel 17t [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 De bevoegdheden die Onze Minister van Financiën op grond van dit hoofdstuk heeft, kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden overgedragen aan een of meer rechtspersonen die ingevolge artikel 17b, eerste lid, zijn aangewezen. Alsdan gelden de verplichtingen op grond van dit hoofdstuk jegens Onze Minister van Financiën als verplichtingen jegens de desbetreffende rechtspersoon.

  • 2 Aan de overdracht, bedoeld in het eerste lid, kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.

Artikel 17u [Vervallen per 01-08-2008]

Indien een instelling of persoon niet voldoet aan zijn verplichtingen voortvloeiend uit de artikelen 9, 10, tweede lid, en 19 kunnen de op grond van artikel 17b, eerste lid, aangewezen rechtspersonen aanwijzingen geven aangaande:

  • a. de ontwikkeling van interne procedures en controles ter voorkoming van witwassen; en

  • b. de training van werknemers teneinde hen te informeren over witwassen en de daarbij gebruikte methodes.

Hoofdstuk VI. Geheimhouding [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 18 [Vervallen per 01-08-2008]

Het is aan een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze wet of van krachtens deze wet genomen besluiten enige taak vervult of heeft vervuld verboden van gegevens of inlichtingen, die ingevolge deze wet zijn verstrekt of ontvangen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitoefening van zijn taak of door deze wet wordt geëist.

Artikel 19 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Degene die ingevolge artikel 9 een melding doet of die ingevolge artikel 10 nadere gegevens of inlichtingen verstrekt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover uit de doelstelling van deze wet de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

  • 2 Degene die ingevolge artikel 3, onder c, gegevens of inlichtingen verkrijgt, is verplicht tot geheimhouding daarvan.

Hoofdstuk VII. Overgangsbepaling [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 20 [Vervallen per 01-08-2008]

Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet worden, in afwijking van het bepaalde in artikel 8, eerste lid, door Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie gezamenlijk, gehoord de instanties bedoeld in artikel 16, onder c en d, zo nodig per daarbij te onderscheiden categorieën transacties, voor een termijn van ten hoogste zes maanden, de indicatoren vastgesteld aan de hand waarvan wordt beoordeeld of een transactie moet worden aangemerkt als een ongebruikelijke transactie.

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 21 [Vervallen per 01-08-2008]

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel 22 [Vervallen per 01-08-2008]

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel 23 [Vervallen per 01-08-2008]

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 24 [Vervallen per 01-08-2008]

Deze wet kan worden aangehaald als: Wet melding ongebruikelijke transacties.

Lasten en bevelen dat deze in het staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage, 16 december 1993

Beatrix

De Minister van Financiën,

W. Kok

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

Uitgegeven de achtentwintigste december 1993

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

Bijlage als bedoeld in artikel I, onderdeel H met betrekking tot artikel 17e Wet MOT [Vervallen per 01-08-2008]

Categorie-indeling [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1. Voor de instellingen die beroeps- of bedrijfsmatig een dienst aanbieden geldt de volgende categorie-indeling:

    • a. voor een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 die ingevolge artikel 52, tweede lid, onderdelen a tot en met d, van die wet is geregistreerd of een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2° van de Wet toezicht kredietwezen 1992:

       Categorie I: met een balanstotaal van minder dan € 45 378 000; factor: 1;

       Categorie II: met een balanstotaal van ten minste € 45 378 000, maar minder dan € 453 780 000; factor: 2;

       Categorie III: met een balanstotaal van ten minste € 453 780 000, maar minder dan € 4 537 800 000; factor: 3;

       Categorie IV: met een balanstotaal van ten minste € 4 537 800 000, maar minder dan € 45 378 020 000; factor: 4;

       Categorie V: met een balanstotaal van ten minste € 45 378 020 000; factor: 5.

    • b. voor een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen:

       Categorie I: met een eigen vermogen van minder dan € 453 800; factor: 1;

       Categorie II: met een eigen vermogen van ten minste € 453 800, maar minder dan € 4 538 000; factor: 2;

       Categorie III: met een eigen vermogen van ten minste € 4 538 000, maar minder dan € 45 378 000; factor: 3;

       Categorie IV: met een eigen vermogen van ten minste € 45 378 000, maar minder dan € 453 780 000; factor: 4;

       Categorie V: met een eigen vermogen van ten minste € 453 780 000; factor: 5.

    • c. Voor een geldtransactiekantoor als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren, een speelcasino als bedoeld in artikel 27g, tweede lid, van de Wet op de kansspelen, of een onderneming die creditcards uitgeeft:

       Categorie I: met een opbrengst van minder dan € 45 400; factor: 0,25;

       Categorie II: met een opbrengst van ten minste € 45 400, maar minder dan € 90 800; factor: 0,5;

       Categorie III: met een opbrengst van ten minste € 90 800, maar minder dan € 226 900; factor: 1;

       Categorie IV: ingeschreven geldtransactiekantoren met een opbrengst van ten minste € 226 900, maar minder dan € 453 800; factor: 2;

       Categorie V: ingeschreven geldtransactiekantoren met een opbrengst van ten minste € 453 800; factor: 3.

    • d. Voor een effecteninstelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995:

       Categorie I: met een eigen vermogen van minder dan € 136 100; factor: 1;

       Categorie II: met een eigen vermogen van ten minste € 136 100, maar minder dan € 272 300; factor: 2;

       Categorie III: met een eigen vermogen van ten minste € 272 300, maar minder dan € 453 800; factor: 3;

       Categorie IV: met een eigen vermogen van ten minste € 453 800, maar minder dan € 4 538 000; factor: 4;

       Categorie V: met een eigen vermogen van ten minste € 4 538 000; factor: 5.

    • e. Voor een verzekeraar als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993:

       Categorie I: met een balanstotaal van minder dan € 13 613 000; factor: 1;

       Categorie II: met een balanstotaal van ten minste € 13 613 000, maar minder dan € 68 067 000; factor: 2;

       Categorie III: met een balanstotaal van ten minste € 68 067 000, maar minder dan € 340 335 000; factor: 3;

       Categorie IV: met een balanstotaal van ten minste € 340 335 000, maar minder dan € 1 361 340 000; factor: 4;

       Categorie V: met een balanstotaal van ten minste € 1 361 340 000; factor: 6.

    • f. Voor instellingen, niet genoemd in de onderdelen a tot en met e:

       Categorie I: instellingen met een omzet van minder dan € 45 400; factor: 0,5;

       Categorie II: instellingen met een omzet van ten minste € 45 400, maar minder dan € 90 800; factor: 1;

       Categorie III: instellingen met een omzet van ten minste € 90 800, maar minder dan € 226 900; factor: 2;

       Categorie IV: instellingen met een omzet van ten minste € 226 900, maar minder dan € 453 800; factor: 3;

       Categorie V: instellingen met een omzet van ten minste € 453 800; factor: 4.

  • 2. Indien de gegevens omtrent het balanstotaal, het eigen vermogen, de opbrengst of de omzet niet aan Onze Minister beschikbaar zijn gesteld, kan Onze Minister aan degene aan wie de boete wordt opgelegd, verzoeken deze gegevens binnen een door hem te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete categorie V van toepassing.