Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Wijzigingswet Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992

Geldend van 01-08-1998 t/m heden

Wet van 16 december 1993, tot wijziging van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 in verband met verruiming van het begrip personenauto

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in de fiscale wetgeving het begrip personenauto nader te definiëren, alsmede om nog enige andere wijzigingen aan te brengen in de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel II

  • 1 Indien vóór 1 januari 1994 geregistreerde motorrijtuigen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 zoals dat luidde op 31 december 1993, in een zodanige staat worden gebracht dat zij een personenauto of motorrijwiel worden in de zin van artikel 3 onderscheidenlijk artikel 4 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992, zoals die luidden op 31 december 1993, is belasting van personenauto’s en motorrijwielen verschuldigd. De belasting is verschuldigd door degene op wiens naam het motorrijtuig is geregistreerd.

  • 2 In afwijking in zoverre van het eerste lid, is voor motorrijtuigen die vóór 1 januari 1993 zijn geregistreerd en die uiterlijk op 1 juli 1994 door het aanbrengen van zijruiten of zitplaatsen in de laadruimte in een zodanige staat zijn gebracht dat deze een personenauto zijn, de belasting van personenauto’s en motorrijwielen verschuldigd bij de vervreemding van de personenauto na 1 juli 1994, mits vanaf het tijdstip waarop het motorrijtuig een personenauto is geworden, de motorrijtuigenbelasting is betaald naar het tarief voor personenauto’s. De belasting is in die gevallen verschuldigd door degene op wiens naam de personenauto onmiddellijk vóór het tijdstip van die vervreemding is geregistreerd.

Artikel III

Met betrekking tot vóór 1 januari 1994 geregistreerde motorrijtuigen, die uitsluitend ten gevolge van deze wet een personenauto worden is, behoudens het gestelde in artikel II, in afwijking van artikel 1, vierde lid, van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992, geen belasting verschuldigd ter zake van de aanvang van het gebruik van de weg in Nederland.

Artikel IV

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel V

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel VI

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel VII

  • 1 Met betrekking tot motorrijtuigen waarvan de dagtekening van deel I van het ingevolge de Wegenverkeerswet afgegeven kentekenbewijs een vroegere datum is dan 1 januari 1994, is artikel IV van toepassing met ingang van 1 januari 1995.

  • 2 Voor een motorrijtuig als bedoeld in het eerste lid, waarvoor vóór 1 januari 1995 motorrijtuigenbelasting is betaald over een tijdvak van drie maanden waarvan een gedeelte valt na 31 december 1994, is over het gehele tijdvak motorrijtuigenbelasting verschuldigd naar het tarief dat met betrekking tot dat motorrijtuig geldt bij de aanvang van dat tijdvak.

  • 3 Voor een motorrijtuig als bedoeld in het eerste lid, waarvoor vóór 1 januari 1995 motorrijtuigenbelasting is betaald over een tijdvak van twaalf maanden waarvan een gedeelte valt na 31 december 1994, is over het gedeelte van dat tijdvak dat valt na 31 december 1994 motorrijtuigenbelasting verschuldigd naar het tarief dat met betrekking tot dat motorrijtuig geldt met ingang van 1 januari 1995.

  • 4 [Red: Vervallen.]

  • 5 In afwijking in zoverre van het bepaalde in de vorige leden is artikel IV op verzoek niet van toepassing met betrekking tot motorrijtuigen waarvan de dagtekening van het ingevolge de Wegenverkeerswet afgegeven kentekenbewijs een vroegere datum is dan 1 januari 1994, en waarvan de houder op 1 januari 1995 in het bezit is van een geldige invalidenparkeerkaart als bedoeld in het Besluit Invalidenparkeerkaart van 1 oktober 1991. Op het verzoek beslist de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking. Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorwaarden worden gesteld met betrekking tot de toepassing van deze bepaling.

Artikel VIII

De artikelen V en VI zijn met betrekking tot motorrijtuigen waarvan de dagtekening van deel I van het ingevolge de Wegenverkeerswet afgegeven kentekenbewijs een vroegere datum is dan 1 januari 1994, van toepassing met ingang van 1 januari 1995.

Artikel IX

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1994.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage, 16 december 1993

Beatrix

De Staatssecretaris van Financiën,

M. J. J. van Amelsvoort

Uitgegeven de drieëntwintigste december 1993

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin