Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank

Geldend op 30-10-2009

[Regeling vervalt per 01-01-2010]


  • Wet van 15 december 1993, houdende regeling van de bestuurlijke verhouding tussen de Minister van Onderwijs en Wetenschappen en de Informatie Beheer Groep, voorheen de Informatiseringsbank
  • Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

    Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

    Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is over te gaan tot externe verzelfstandiging van het dienstonderdeel Informatiseringsbank van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen door oprichting van een zelfstandig bestuursorgaan en in verband daarmee enige andere wetten te wijzigen;

    Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

  • Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

  • Artikel 1. Definities

    In deze wet wordt verstaan onder:

  • Artikel 2. Instelling Informatie Beheer Groep

    • 1.Er is een Informatie Beheer Groep, die is gevestigd te Groningen.

    • 2.De Informatie Beheer Groep bezit rechtspersoonlijkheid.

  • Artikel 3. Taak

    • 2. De Informatie Beheer Groep kan met toestemming van Onze minister andere taken uitvoeren, dan die welke rechtstreeks voortvloeien uit de in het eerste lid genoemde, mits deze taken:

      • a. liggen op het terrein van de uitvoering van bestuurlijke taken en nauw verband houden met de in het eerste lid genoemde taken van de Informatie Beheer Groep;

      • b. toepassingen met zich brengen van produktiemiddelen, die de Informatie Beheer Groep voor de vervulling van haar in het eerste lid genoemde taken, voorhanden heeft;

      • c. niet leiden tot concurrentievervalsing ten opzichte van private aanbieders van vergelijkbare diensten, en

      • d. tegen kostendekkende tarieven worden verricht.

    • 3. Onze minister kan bij het verlenen van de toestemming, bedoeld in het tweede lid, voorwaarden stellen.

  • Artikel 3a. Oprichten van of deelnemen in andere rechtspersonen

    Voor het oprichten van of deelnemen in andere rechtspersonen door de Informatie Beheer Groep is voorafgaande toestemming van Onze Minister en van Onze Minister van Financiën vereist. Onze Minister past daarbij artikel 34 van de Comptabiliteitswet 2001 overeenkomstig toe.

  • Artikel 3b. Gebruik persoonsgebonden nummer als registratienummer

    De Informatie Beheer Groep kan bij de uitoefening van de taken, bedoeld in artikel 3, eerste lid, het persoonsgebonden nummer van een persoon gebruiken als registratienummer.

  • Hoofdstuk II. De organisatie

  • Artikel 4. Bestuursorganen Informatie Beheer Groep

    • 1.De bestuursorganen van de Informatie Beheer Groep zijn de Raad van Toezicht en de hoofddirectie.

    • 2.De Raad ziet toe op de werkzaamheden van de hoofddirectie en staat die met raad terzijde. Hij kan aan de hoofddirectie algemene aanwijzingen geven met betrekking tot de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 3.

    • 3.De hoofddirectie is belast met de dagelijkse leiding van de Informatie Beheer Groep. Zij draagt zorg voor een goede uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 3, en voor een goede kwaliteit van de dienstverlening van de Informatie Beheer Groep.

    • 4.De hoofddirectie oefent de taken en bevoegdheden uit die bij of krachtens de wet aan de Informatie Beheer Groep zijn opgedragen, voor zover bij of krachtens deze wet niet anders is bepaald.

  • Artikel 5. Raad van Toezicht

    • 1. De Raad van Toezicht bestaat uit vijf leden, de voorzitter daaronder begrepen.

    • 2. De leden worden door Onze Minister benoemd, de Raad gehoord. Een van de leden heeft affiniteit met de studentenwereld. Wat dit lid betreft, worden tevens de daarvoor in aanmerking komende belangenorganisaties van studenten gehoord.

    • 3. De benoeming geschiedt voor de duur van vier jaren. De leden zijn na afloop van die periode terstond éénmaal herbenoembaar.

    • 4. De leden kunnen door Onze minister om zwaarwichtige redenen worden geschorst of tussentijds ontslagen. Voorts kan tussentijds ontslag op eigen verzoek van het lid van de Raad worden verleend.

    • 5. Bij tussentijdse beëindiging van het lidmaatschap wordt het lid dat ter vervulling van de opengevallen plaats wordt benoemd, benoemd voor de duur van vier jaren. Dit lid is na afloop van die periode terstond éénmaal herbenoembaar.

    • 6. Zolang in een vacature in de Raad niet is voorzien, vormen de overblijvende leden de Raad, met de bevoegdheden van de voltallige Raad.

    • 7. De leden hebben op persoonlijke titel zitting in de Raad en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.

    • 8. De Raad stelt regels vast omtrent zijn werkwijze en de openbaarheid van zijn vergaderingen. Deze regels behoeven de instemming van Onze minister.

    • 9. Onverminderd het bepaalde in het zesde lid, kan de Raad geen rechtsgeldige besluiten nemen indien niet tenminste vier leden ter vergadering aanwezig zijn.

  • Artikel 6. Ondersteuning en vergoeding

    • 1.De Informatie Beheer Groep draagt zorg voor de administratieve ondersteuning van de Raad.

    • 2.Onze minister kent de leden van de Raad, ten laste van de Informatie Beheer Groep, een vergoeding toe voor hun werkzaamheden.

    • 3.De leden van de Raad hebben aanspraak op vergoeding door de Informatie Beheer Groep van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte reis- en verblijfkosten.

  • Artikel 7. Hoofddirectie

    • 1.De hoofddirectie bestaat uit ten hoogste drie leden.

    • 2.De leden van de hoofddirectie worden aangesteld, geschorst en ontslagen door de Raad. De aanstelling is voor onbepaalde tijd.

    • 3.Bij schorsing of ontstentenis van een lid van de hoofddirectie voorziet de Raad in de waarneming van diens functie. De leden van de Raad zijn van waarneming uitgesloten.

    • 4.De leden van de hoofddirectie vertegenwoordigen de Informatie Beheer Groep in en buiten rechte.

  • Artikel 7a. Nevenfuncties

    • 1.Een lid van de hoofddirectie vervult geen nevenfuncties die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van zijn functie of de handhaving van zijn onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.

    • 2.Een lid van de hoofddirectie meldt het voornemen tot het aanvaarden van een nevenfunctie anders dan uit hoofde van zijn functie aan de Raad.

    • 3.Nevenfuncties van een lid van de hoofddirectie anders dan uit hoofde van zijn functie worden openbaar gemaakt. Openbaarmaking geschiedt door het ter inzage leggen van een opgave van deze nevenfuncties bij de Informatie Beheer Groep.

  • Artikel 8. Interne organisatie

    • 1.De hoofddirectie is verantwoording verschuldigd aan de Raad. Zij verstrekt de Raad alle inlichtingen en andere gegevens over de uitvoering van haar taken.

    • 2.De hoofddirectie legt jaarlijks, en voorts tussentijds indien hiertoe naar het oordeel van de Raad aanleiding bestaat, aan de Raad verantwoording af over het door haar gevoerde beleid.

    • 3.De hoofddirectie stelt regels vast omtrent:

      • a. de inrichting en de wijze van bedrijfsvoering van de Informatie Beheer Groep,

      • b. de onderlinge verdeling van de werkzaamheden, en

      • c. de afbakening van de bevoegdheden tussen de hoofddirectie en de Raad.

      De regels, bedoeld in de onderdelen b en c, behoeven de instemming onderscheidenlijk goedkeuring van de Raad.

    • 4.Goedkeuring dan wel instemming van de Raad behoeven de besluiten dan wel beslissingen van de hoofddirectie betreffende:

      • a. de regels, bedoeld in artikelen 9, tweede lid, en 9d, derde lid;

      • b. de investeringen die buiten de door de Raad vast te stellen grenzen vallen;

      • c. de apparaatskostenbegroting, bedoeld in artikel 11;

      • d. het jaarverslag, bedoeld in artikel 19;

      • e. wijzigingen in de rechtspositie van het personeel;

      • f. het meerjarenbedrijfsplan;

      • g. het verrichten van andere taken als bedoeld in artikel 3, tweede lid, alsmede over de ten aanzien van die taken te hanteren tarieven.

      De goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.

    • 5.Indien binnen vier weken na ontvangst van het besluit dan wel de beslissing door de Raad niet anders is beslist, wordt de Raad geacht te hebben goedgekeurd onderscheidenlijk ingestemd.

  • Artikel 8a. Functionaris voor de gegevensbescherming

    De hoofddirectie benoemt een functionaris voor de gegevensbescherming als bedoeld in artikel 62 van de Wet bescherming persoonsgegevens.

  • Artikel 9. Personeel

    • 1.Het personeel van de Informatie Beheer Groep, de leden van de hoofddirectie daaronder begrepen, is ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet 1929, behoudens degenen met wie een arbeidsovereenkomst is gesloten naar burgerlijk recht.

    • 2.De hoofddirectie stelt regels vast omtrent de rechtstoestand van het personeel.

    • 3.Onverminderd hetgeen reeds bij of krachtens de wet is geregeld, bevatten de regels, bedoeld in het tweede lid, in ieder geval voorschriften betreffende de volgende onderwerpen:

      • a. aanstelling;

      • b. schorsing;

      • c. ontslag;

      • d. het onderzoek naar de geschiktheid en de bekwaamheid;

      • e. bezoldiging;

      • f. wachtgeld;

      • g. diensttijden;

      • h. verlof en vakantie;

      • i. voorzieningen in verband met ziekte;

      • j. bescherming bij de arbeid;

      • k. woon-, verblijfs- en bereikbaarheidsverplichtingen;

      • l. medezeggenschap;

      • m. overige rechten en verplichtingen van het personeel;

      • n. disciplinaire straffen;

      • o. de wijze waarop met de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties van overheidspersoneel overleg wordt gevoerd over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand en de bezoldiging van het personeel van de Informatie Beheer Groep;

      • p. een geschillenregeling met betrekking tot de onder l en o genoemde onderwerpen.

    • 4.Indien de hoofddirectie in gebreke blijft bij de vaststelling van de in het tweede lid bedoelde regels, is Onze minister bevoegd de Raad uit te nodigen die regels vast te stellen. Blijft ook de Raad in gebreke, dan geschiedt de vaststelling van bedoelde regels door Onze minister.

  • Hoofdstuk IIA. Het basisregister onderwijs en het meldingsregister relatief verzuim

  • Paragraaf 1. Het basisregister onderwijs

  • Artikel 9a. Het basisregister
    • 1. Er is een basisregister onderwijs, dat ten doel heeft:

      • a. Onze minister en, voorzover het betreft onderwijs en onderzoek op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, gegevens te verstrekken ten behoeve van de bekostiging van scholen en instellingen en de begrotings- en beleidsvoorbereiding, alsmede de planning en bekostiging van de instellingen voor hoger onderwijs;

      • b. de Informatie Beheer Groep gegevens te verstrekken ten behoeve van de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 3, eerste lid;

      • c. de inspectie van het onderwijs en, voorzover het betreft onderwijs en onderzoek op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving, de inspectie van het landbouwonderwijs, gegevens te verstrekken ten behoeve van het toezicht op het onderwijs;

      • d. het Centraal bureau voor de statistiek gegevens te verstrekken teneinde het Centraal bureau voor de statistiek in staat te stellen:

        • 1°. Onze minister en, voorzover het betreft onderwijs en onderzoek op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, gegevens te verstrekken ten behoeve van de beleidsvoorbereiding;

        • 2°. de gemeenten gegevens te verstrekken ten behoeve van de toekenning van uitkeringen, bedoeld in artikel 2 van de Wet participatiebudget, aan instellingen, en ten behoeve van de begrotings- en beleidsvoorbereiding inzake de gemeentelijke taken op het gebied van het onderwijs; en

      • e. het meldingsregister relatief verzuim te voorzien van de gegevens die noodzakelijk zijn in het kader van het doel van dat register.

    • 2. Met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, bedoeld in deze paragraaf, is de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep de verantwoordelijke in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens.

  • Artikel 9b. Inhoud van het basisregister
    • 3.De persoonsgegevens van de leerlingen, deelnemers, studenten en extraneï die niet langer zijn ingeschreven aan een school of instelling als bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met f, worden tot vijf jaren na beëindiging van de laatste inschrijving bewaard in het basisregister in een vorm die het mogelijk maakt de betrokkene te identificeren. Artikel 10, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens is niet van toepassing. In afwijking van de eerste volzin geldt voor de geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, instelling voor hoger onderwijs waar een opleiding is gevolgd, naam van die opleiding, datum diploma en het aantal jaren genoten hoger onderwijs van studenten die niet langer zijn ingeschreven aan een instelling als bedoeld in het eerste lid, onder f, een bewaartermijn van vijftig jaren.

  • Artikel 9c. Beveiligingsmaatregelen

    Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de technische en organisatorische maatregelen, bedoeld in artikel 13 van de Wet bescherming persoonsgegevens, die de hoofddirectie ten uitvoer moet leggen om de in het basisregister opgenomen persoonsgegevens te beveiligen tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking.

  • Artikel 9d. Het verstrekken van gegevens aan de betrokkene, de onderwijsinstelling en de Informatie Beheer Groep
    • 1.Uit het basisregister kunnen persoonsgegevens worden verstrekt aan de betrokkene en diens wettelijke vertegenwoordiger, alsmede aan de school of instelling waar de betrokkene als leerling, deelnemer, student of extraneus is of was ingeschreven, voorzover de gegevens betrekking hebben op de periode waarin hij aan de desbetreffende school of instelling is of was ingeschreven.

    • 2.Binnen de organisatie van de Informatie Beheer Groep worden uit het basisregister uitsluitend persoonsgegevens verstrekt aan personen of organen, voorzover dat:

      • a. bij wet is vereist of wordt toegestaan; of

      • b. in het belang is van de uitoefening van de taken, bedoeld in artikel 3, eerste lid, en de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene daardoor niet onevenredig wordt geschaad.

    • 3.De hoofddirectie stelt, met inachtneming van het bepaalde krachtens artikel 9c, regels omtrent de wijze van verstrekking van gegevens aan de personen of organen, bedoeld in het tweede lid, en omtrent de toegang van deze personen of organen tot het basisregister.

  • Artikel 9e. Het verstrekken van gegevens aan derden
    • 1. Uit het basisregister worden kosteloos persoonsgegevens en andere gegevens verstrekt aan Onze minister en de inspectie van het onderwijs dan wel, voorzover het betreft onderwijs en onderzoek op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving, aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de inspectie van het landbouwonderwijs, voorzover dat bij wet is vereist of wordt toegestaan.

    • 4. In afwijking van het derde lid worden van degenen die wel voldoen aan het derde lid, onderdelen a en b, maar die niet voldoen aan het derde lid, onderdeel c, de in de aanhef van het derde lid bedoelde gegevens aan burgemeester en wethouders verstrekt, indien dit de eerste verstrekking uit het basisregister aan burgemeester en wethouders betreft waaruit blijkt dat diegenen niet voldoen aan het derde lid, onderdeel c.

    • 5. Uit het basisregister worden persoonsgegevens verstrekt aan door de minister aangewezen instellingen ten behoeve van onderzoeksactiviteiten naar de kwaliteit en de toegankelijkheid van het beroepsonderwijs, de educatie en het hoger onderwijs.

    • 7. Uit het basisregister worden kosteloos persoonsgegevens aan het Centraal bureau voor de statistiek verstrekt. Het Centraal bureau voor de statistiek gebruikt deze gegevens in ieder geval om:

      • a. Onze minister en, voorzover het betreft onderwijs en onderzoek op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, gegevens te verstrekken ten behoeve van de beleidsvoorbereiding; en

      • b. de gemeenten gegevens te verstrekken ten behoeve van de toekenning van uitkeringen, bedoeld in artikel 2 van de Wet participatiebudget, aan instellingen, en ten behoeve van de begrotings- en beleidsvoorbereiding inzake de gemeentelijke taken op het gebied van het onderwijs.

    • 8. Het Centraal bureau voor de statistiek mag de gegevens die het op grond van het zevende lid heeft ontvangen, openbaar maken in de vorm van overzichten die betrekking hebben op afzonderlijke scholen, instellingen of opleidingen, mits aan deze overzichten geen herkenbare gegevens over een afzonderlijk persoon of een afzonderlijk huishouden kunnen worden ontleend.

    • 13. Uit het basisregister worden aan het meldingsregister relatief verzuim toegevoegd de persoonsgebonden nummers van de leerlingen en deelnemers, bedoeld in artikel 9b, onderdelen a tot en met e, met van elke leerling of deelnemer de naam, het geslacht, de geboortedatum, het adres en het gegeven of betrokkene al dan niet beschikt over een startkwalificatie.

    • 15. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het derde en vierde lid.

  • Paragraaf 2. Het meldingsregister relatief verzuim

  • Artikel 9f. Het meldingsregister relatief verzuim
    • 2. Met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, bedoeld in deze paragraaf, is de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep de verantwoordelijke in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens.

  • Artikel 9g. Inhoud van het meldingsregister relatief verzuim
  • Artikel 9h. Beveiligingsmaatregelen

    Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de technische en organisatorische maatregelen, bedoeld in artikel 13 van de Wet bescherming persoonsgegevens, die de hoofddirectie ten uitvoer moet leggen om de in het meldingsregister relatief verzuim opgenomen persoonsgegevens te beveiligen tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking.

  • Artikel 9i. Het verstrekken van gegevens
    • 1. Uit het meldingsregister relatief verzuim kunnen persoonsgegevens worden verstrekt aan de betrokkene en diens wettelijke vertegenwoordiger.

    • 2. Uit het meldingsregister relatief verzuim worden aan Onze Minister gegevens verstrekt ten behoeve van de beleidsvorming ten aanzien van de taken, bedoeld in artikel 9f, eerste lid.

    • 3. De gegevens, bedoeld in het tweede lid, worden op een zodanige wijze verstrekt, dat degenen van de leerlingen of deelnemers, bedoeld in artikel 9g, op wie zij betrekking hebben, niet geïdentificeerd of identificeerbaar zijn.

    • 4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het tweede en derde lid.

  • Hoofdstuk III. Financiering, planning en beheer

  • § 1. Apparaatsbudget

  • Artikel 10. Financiële middelen
    • 1.Onze minister stelt jaarlijks aan de Informatie Beheer Groep ten laste van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap middelen ter beschikking ten behoeve van de vervulling van haar taken, voortvloeiend uit artikel 3, eerste lid, onder a, b en c, alsmede, voor zover opgedragen door Onze minister, voortvloeiend uit artikel 3, eerste lid, onder e.

    • 2.Onze Minister stelt jaarlijks voor 1 september, na overleg met de Informatie Beheer Groep en onder voorbehoud van goedkeuring van de in het eerste lid bedoelde begroting, een voorlopig bedrag vast dat voor het daaropvolgende kalenderjaar aan de Informatie Beheer Groep ter beschikking zal worden gesteld. Hij neemt dit bedrag op in het voorstel van wet tot vaststelling van die begroting.

    • 3.Onze Minister stelt jaarlijks uiterlijk op 31 december in overeenstemming met de Informatie Beheer Groep de in het daaropvolgende kalenderjaar te realiseren prestatie- en kwaliteitsdoelen vast. Voorts stelt hij onder voorbehoud van goedkeuring van de in het eerste lid bedoelde begroting het definitieve bedrag vast dat voor het daaropvolgende kalenderjaar aan de Informatie Beheer Groep ter beschikking zal worden gesteld.

    • 4.Het boekjaar van de Informatie Beheer Groep valt samen met het kalenderjaar.

    • 5.Zolang de wet tot vaststelling van de begroting, bedoeld in het eerste lid, niet in werking is getreden, verstrekt Onze minister met ingang van het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft, een voorschot aan de Informatie Beheer Groep, in de vorm van maandelijkse termijnen.

    • 6.De Informatie Beheer Groep trekt geen gelden aan die dagelijks of op termijn opvorderbaar zijn. In afwijking van de vorige volzin is het de Informatie Beheer Groep toegestaan dergelijke gelden bij het Rijk op te nemen onder de voorwaarden van de Comptabiliteitswet 2001.

    • 7.Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie stelt jaarlijks aan de Informatie Beheer Groep ten laste van de begroting van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer middelen ter beschikking ten behoeve van de vervulling van haar taken, voortvloeiend uit artikel 3, eerste lid, onder d. Het tweede lid, met uitzondering van de laatste volzin, en het derde tot en met het vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «Onze minister» telkens wordt gelezen: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie.

  • Artikel 11. Apparaatskostenbegroting
    • 1.De apparaatskostenbegroting van de Informatie Beheer Groep bevat een raming van alle baten en lasten, de investeringsuitgaven en de financiering. De ramingen worden zoveel mogelijk onderbouwd aan de hand van kostencomponenten en prestatie-elementen.

    • 2.De begroting bestaat uit:

      • a. de jaarlijkse financiële begroting, bestaande uit een exploitatiebegroting en een kapitaalsbegroting;

      • b. de financiële paragraaf uit het meerjarenbedrijfsplan.

  • Artikel 12. Verantwoording apparaatsbudget
    • 1. De Raad stelt jaarlijks een jaarrekening vast en dient deze voor 1 mei in bij Onze Minister. Van de jaarrekening maakt de in het zesde lid bedoelde afrekening deel uit. De jaarrekening behoeft de instemming van Onze Minister, welke instemming niet wordt gegeven dan nadat Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie met de in het zesde lid bedoelde afrekening heeft ingestemd. Instemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht. In de jaarrekening wordt rekening en verantwoording afgelegd over het financieel beheer over het afgelopen boekjaar ten aanzien van het apparaatsbudget.

    • 2. De hoofddirectie stelt de jaarrekening op. De jaarrekening wordt ingericht overeenkomstig het gestelde in titel 9, boek 2, van het Burgerlijk Wetboek.

    • 3. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de Raad aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De verklaring heeft mede betrekking op de rechtmatige besteding van het apparaatsbudget. Bij de aanwijzing van de accountant wordt bedongen dat aan Onze minister dan wel aan een door hem aangewezen accountant als bedoeld in het vierde lid, op diens verzoek inzicht wordt geboden in de controlewerkzaamheden van de accountant.

    • 4. Onze minister wijst een accountant aan die wordt belast met een onderzoek naar de controlewerkzaamheden van de accountant, bedoeld in het derde lid. Onze minister kan de door hem aangewezen accountant belasten met een onderzoek naar de doelmatigheid van het beheer, de organisatie en het beleid van de Informatie Beheer Groep. Aan de accountant, bedoeld in dit lid, wordt ten behoeve van een onderzoek naar de doelmatigheid desgevraagd inzage gegeven van de boeken en bescheiden en worden alle inlichtingen verstrekt die hij voor de uitvoering van zijn taak nodig oordeelt.

    • 5. Indien uitgaven zijn geschied in strijd met het bepaalde bij of krachtens de wet kan Onze minister bepalen dat de daarmee gemoeide bedragen in mindering worden gebracht op het apparaatsbudget.

    • 6. De hoofddirectie stelt jaarlijks een afrekening op waarin rekening en verantwoording wordt afgelegd over het financieel beheer over het afgelopen begrotingsjaar ten aanzien van het apparaatsbudget, voorzover het de middelen betreft die zijn aangewend ter vervulling van de taken, voortvloeiend uit artikel 3, eerste lid, onder d, en dient deze voor 1 april bij Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie in. Het tweede lid, tweede volzin, derde lid, vierde lid, eerste volzin, en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «Onze minister» telkens wordt gelezen: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie.

  • § 2. Programmabudgetten

  • Artikel 13. Programma-uitgaven en ontvangsten
    • 1.De kosten van de uitkeringen, vergoedingen en tegemoetkomingen die worden verstrekt op grond van de in artikel 3 bedoelde regelingen, komen ten laste van het Rijk.

    • 2.De ontvangsten voortvloeiend uit de uitvoering van de in artikel 3 bedoelde regelingen, komen ten gunste van het Rijk.

  • Artikel 14. Financieel beheer, rekening en verantwoording programmabudgetten
    • 1.De Informatie Beheer Groep legt jaarlijks voor 1 maart en zonodig tussentijds bij Onze minister rekening en verantwoording af van het financiële beheer van de voor de uitvoering van de in artikel 3, eerste lid, onder a tot en met c bedoelde regelingen beschikbare programmabudgetten.

    • 2.Onze minister kan met betrekking tot de programmabudgetten algemene aanwijzingen geven over het te voeren financieel beheer en de verantwoording daarover.

    • 3.Onze minister wijst een accountant aan die wordt belast met de controle van de rekening en verantwoording door de Informatie Beheer Groep. De accountant, genoemd in de eerste volzin, wijdt aandacht aan de doelmatigheid van het beheer, de organisatie en het beleid van de Informatie Beheer Groep. Aan de accountant wordt desgevraagd inzage gegeven van de boeken en bescheiden en worden alle inlichtingen verstrekt die hij voor de uitvoering van zijn taak nodig oordeelt.

    • 4.De Informatie Beheer Groep legt jaarlijks voor 1 maart en zo nodig tussentijds bij Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie rekening en verantwoording af van het financiële beheer van de voor de uitvoering van de in artikel 3, eerste lid, onder d, bedoelde regelingen beschikbare programmabudgetten. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «Onze minister» telkens wordt gelezen: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie.

  • Hoofdstuk IV. Verantwoording en informatieverschaffing

  • Artikel 15. Verantwoording

    De Raad verstrekt Onze minister, dan wel, voor zover het landbouwonderwijs betreft, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, dan wel, voor zover het de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder d, betreft, Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie, alle inlichtingen met betrekking tot de werkzaamheden van de Informatie Beheer Groep.

  • Artikel 16. Aanwijzingsbevoegdheid

    • 2.Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie kan de Raad algemene aanwijzingen geven met betrekking tot de uitvoering door de Informatie Beheer Groep van de regelingen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder d.

  • Artikel 17. Informatieverstrekking minister

    Onze minister, dan wel, voor zover het landbouwonderwijs betreft, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, dan wel, voor zover het de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder d, betreft, Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie, geeft de Informatie Beheer Groep inzage van de gegevens die bij hem berusten, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor een goede vervulling van de taken, bedoeld in artikel 3, eerste lid.

  • Artikel 18. Informatiestatuut

    • 1.Onze minister stelt na overleg met de Informatie Beheer Groep een informatiestatuut vast. Het informatiestatuut bevat regels met betrekking tot de informatievoorziening tussen Onze minister en de Informatie Beheer Groep.

    • 2.Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie stelt na overleg met de Informatie Beheer Groep een informatiestatuut vast. Het informatiestatuut bevat regels met betrekking tot de informatievoorziening tussen Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie en de Informatie Beheer Groep.

  • Artikel 19. Jaarverslag

    • 1.De Informatie Beheer Groep stelt jaarlijks voor 1 mei een verslag op over het afgelopen kalenderjaar van:

      • a. haar werkzaamheden,

      • b. het gevoerde beheer en beleid, en

      • c. de kwaliteit van haar dienstverlening jegens opdrachtgever en burger.

      Het jaarverslag omvat mede het voorgenomen beleid ten aanzien van de werkzaamheden. Zij biedt dit verslag aan Onze minister , Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie alsmede aan de beide Kamers der Staten-Generaal aan en stelt het algemeen verkrijgbaar.

    • 2.In het jaarverslag wordt in ieder geval aandacht besteed aan de doelmatigheid en doeltreffendheid van de wijze waarop in het afgelopen kalenderjaar de technische en organisatorische maatregelen, bedoeld in artikel 9c, ten uitvoer zijn gelegd.

  • Artikel 20. Voorziening bij nalatigheid

    • 1.Indien de Informatie Beheer Groep haar taken, voortvloeiend uit artikel 3, eerste lid, onder a, b, c en e, naar het oordeel van Onze minister verwaarloost, kan deze voorzieningen treffen. Onze minister doet hiervan terstond mededeling aan de Staten-Generaal.

    • 2.Indien de Informatie Beheer Groep haar taken, voortvloeiend uit artikel 3, eerste lid, onder d, naar het oordeel van Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie verwaarloost, kan deze voorzieningen treffen. Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie doet hiervan terstond mededeling aan de Staten-Generaal.

  • Hoofdstuk V. Wijzigingen in andere wetten

  • Artikel 21

    [Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

  • Artikel 22

    [Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

  • Artikel 23

    [Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

  • Artikel 24

    [Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

  • Artikel 25

    [Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

  • Artikel 26

    [Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

  • Artikel 27

    [Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

  • Hoofdstuk VI. Overgangs- en slotbepalingen

  • Artikel 28. Overgang personeel

    • 1.Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet zijn de ambtenaren van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, die werkzaam zijn bij het dienstonderdeel Informatiseringsbank, van wie de naam is vermeld op een door Onze minister en de Informatiseringsbank gezamenlijk vastgestelde lijst, van rechtswege in dienst van de Informatie Beheer Groep.

    • 2.De overgang van de in het eerste lid bedoelde ambtenaren vindt plaats in dezelfde salarispositie, op dezelfde voet en ook overigens in dezelfde rechtstoestand als voor elk van die ambtenaren gold bij het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen.

    • 3.Op de overgang, bedoeld in het tweede lid, is het sociaal beleidskader ter zake van de reorganisatie van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen in 1991 van toepassing. De verplichtingen die voortvloeien uit dit sociaal beleidskader gaan over op de Informatie Beheer Groep.

  • Artikel 29. Overgang rechten, bezittingen en verplichtingen

    • 1.Bezittingen, rechten en verplichtingen van de Staat der Nederlanden, die kennelijk zijn verworven, onderscheidenlijk aangegaan ten behoeve van het dienstonderdeel Informatiseringsbank van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, gaan voor zover zij zijn opgenomen in een door Onze minister in overeenstemming met de Informatiseringsbank op te stellen lijst en voor zover nodig voorzien van in die lijst op te nemen garanties, vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet over op de Informatie Beheer Groep zonder dat daarvoor een nadere akte of betekening wordt gevorderd.

    • 2.De Informatie Beheer Groep verkrijgt de door de Staat der Nederlanden aan haar toegescheiden bezittingen om niet.

  • Artikel 30. Aanhangige procedures en rechtsgedingen alsmede overname vorderingen

    Lopende wettelijke procedures of rechtsgedingen omtrent de toepassing van de regelingen genoemd in artikel 3, eerste lid, waarbij de diensteenheid Informatiseringsbank van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen namens Onze minister optreedt, dan wel vorderingen van Onze minister voortvloeiend uit de regelingen, genoemd in artikel 3, eerste lid, worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet door de Informatie Beheer Groep voortgezet, onderscheidenlijk overgenomen.

  • Artikel 30a. Afwikkeling nog lopende zaken RS-regeling en TS-regelingen

  • Artikel 31. Totstandkoming Raad van Toezicht

    • 1.Onze minister draagt zorg dat binnen 2 maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet een Raad van Toezicht tot stand komt overeenkomstig artikel 5.

    • 2.Bij de eerste samenstelling van de Raad benoemt Onze minister, in afwijking van artikel 5, derde lid, de leden, waaronder de voorzitter, zonder dat de Raad is gehoord.

  • Artikel 32. Aftreden leden Raad van Toezicht

    In afwijking van de benoemingstermijn van de leden van de Raad, genoemd in artikel 5, vierde lid, worden bij de eerste samenstelling van de Raad twee leden voor een periode van twee jaren benoemd. Zij zijn terstond herbenoembaar.

  • Artikel 33

    [Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

  • Artikel 34

    [Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

  • Artikel 35

    [Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

  • Artikel 36. Evaluatie

    Onze minister zendt binnen 5 jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na 5 jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

  • Artikel 37. Inwerkingtreding

    Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1994. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 1993, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 1 januari 1994.

  • Artikel 38. Citeertitel

    Deze wet kan worden aangehaald als: Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank.

  • Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

    Gegeven te ’s-Gravenhage, 15 december 1993

    Beatrix

    De Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen,

    M. J. Cohen

    Uitgegeven de dertigste december 1993

    De Minister van Justitie,

    E. M. H. Hirsch Ballin