KruimelpadGeldend op 14-07-2009
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Justitie van 14 juli 1993, nr. 379228/93/6, Stafafdeling Wetgeving Privaatrecht;
Gelet op artikel 16d, tweede lid, van de Auteurswet 1912, de artikelen 4, onder d, 5, derde lid, 7, achtste lid, en 16, achtste lid, van de Wet opneming buitenlandse pleegkinderen, artikel 89, eerste lid van de Grondwet, artikel 61, vierde lid, van de Wet op de jeugdhulpverlening, de artikelen 14d , derde lid, 17, 32, tweede lid, 37d , tweede lid, onder 2, en 37e, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 59, vijfde lid, 62, vierde lid, 147, 177, tweede lid, en 310 van het Wetboek van Strafvordering, en artikel 15, tweede lid, van de Wet op de naburige rechten;
De Raad van State gehoord, advies van 26 oktober 1993, No. W03.93.0429;
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Justitie van 12 november 1993, nr. 409195/93/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. Dit besluit is met betrekking tot de bepalingen genoemd in de artikelen II, III en IV van toepassing op boekjaren die op of na 1 januari 1994 aanvangen.