Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Aanwijzing ex artikel 14 Wet tarieven gezondheidszorg inzake het tarievenbeleid voor de orthodontie[Regeling materieel uitgewerkt per 01-10-2006.]

Geldend van 21-11-1993 t/m heden

Aanwijzing ex artikel 14 Wet tarieven gezondheidszorg inzake het tarievenbeleid voor de orthodontie

De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, en de Minister van Economische Zaken,

Gelet op artikel 14 van de Wet tarieven gezondheidszorg (Stb. 1980, 646), laatstelijk gewijzigd bij wet van 20 november 1991 (Stb. 584);

Gehoord het Centraal orgaan tarieven gezondheidszorg (advies van 21 oktober 1993, kenmerk Sch/mvd/A/93/084, vastgesteld in de vergadering van 18 oktober 1993)

Na schriftelijke mededeling te hebben gedaan aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal (brief van 1 november 1993, kenmerk VMP/O-933087);

Besluiten:

Artikel 1

Het Centraal orgaan tarieven gezondheidszorg (verder te noemen: Cotg) stelt richtlijnen vast voor de ziekenfondspraktijk en de particuliere praktijk ten behoeve van de vaststelling van de maximumtarieven van personen en instellingen die in artikel 1, onder B, nummers 2 en 4, onderscheidenlijk artikel 1, onder A, nummer 32 in het Besluit werkingssfeer Wet tarieven gezondheidszorg 1992 als orgaan voor gezondheidszorg zijn aangewezen. De aanpassing heeft tot doel een adequate onderbouwing van de tarieven naar inkomens-en kostenbestandelen alsmede de rekennorm voor de hieronder nader aangegeven prestaties te verkrijgen. Het betreft de volgende prestaties:

  • -

    behandelingen met uitsluitend of voornamelijk uitneembare apparatuur;

  • -

    behandeling met partieel vaste apparatuur;

  • -

    behandeling met volledig vaste apparatuur in boven- en onderkaak.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dan na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 3

Deze regeling zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,

Hans J. Simons

De

Minister

van Economische Zaken,

J.E. Andriessen