KruimelpadGeldend op 26-01-2010
De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling.
Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van
in de balk hierboven.
1.Een door Onze minister te bepalen deel van het onderwijsdeel wo wordt over de universiteiten verdeeld op basis van de aantallen graden per opleiding die in de peilperiode door een universiteit zijn verleend.
2.Het aantal te bekostigen graden in een opleiding is gelijk aan het product van het aantal graden, verleend in die opleiding en de factor behorend bij het bekostigingsniveau van de desbetreffende opleiding.
3.De factoren, bedoeld in het tweede lid, zijn:
a. voor graden Bachelor bij opleidingen met een laag bekostigingsniveau: 2/3,
b. voor graden Bachelor bij opleidingen met een hoog bekostigingsniveau: 1,
c. voor graden Bachelor bij opleidingen met een topbekostigingsniveau: 6/5,
d. voor graden Master bij opleidingen met een laag bekostigingsniveau: 1/3,
e. voor graden Master bij opleidingen met een hoog bekostigingsniveau: 1/2, en
f. voor graden Master bij opleidingen met een topbekostigingsniveau: 9/5.
4.Uit het onderwijsdeel wo wordt aan een universiteit een bedrag toegekend, vastgesteld door het in het tweede lid berekende aantal te bekostigen graden te vermenigvuldigen met een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag.
5.Indien de som van de bedragen per universiteit, bedoeld in het vierde lid, afwijkt van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt het verschil van het bedrag bedoeld in het eerste lid en die som verdeeld op basis van de percentages in bijlage 4 bij dit besluit.