Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling bezwarenprocedure functiewaardering personeel basisonderwijs, (voortgezet) [...] onderwijs, verzorgingsinstellingen en centrale diensten[Regeling vervallen per 18-06-2003.]

Geldend van 08-09-1993 t/m 17-06-2003

Regeling bezwarenprocedure functiewaardering personeel basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs, verzorgingsinstellingen en centrale diensten

De minister van onderwijs en wetenschappen,Mede namens de minister van landbouw, natuurbeheer en visserij;

Gelet op artikel I-A8, derde lid, van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (Stb. 1985, 110);

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 18-06-2003]

  • 2 In dit besluit wordt voorts verstaan onder:

    • a. ‘rechtspositiebesluit’: het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel;

    • b. ‘instelling’: een instelling, bedoeld in artikel I-A1, onder d1, d2, d3, d12 en d16, van het rechtspositiebesluit;

    • c. ‘belanghebbende’: de belanghebbende, bedoeld in artikel I-A1, onder e1, e2, e3, e12 en e16, van het rechtspositiebesluit die niet is benoemd in een normfunctie;

    • d. ‘bezwarencommissie’: de bezwarencommissie bedoeld in artikel 2 van dit besluit;

Artikel 2. Bezwarencommissie [Vervallen per 18-06-2003]

  • 1 Het bevoegd gezag van één of meer instellingen stelt ten behoeve van de onder zijn gezag ressorterende instellingen een bezwarencommissie functiewaardering in.

  • 2 De bevoegde gezagsorganen van twee of meer instellingen kunnen een gezamenlijke bezwarencommissie instellen.

Artikel 3. Functiewaarderingsprocedure [Vervallen per 18-06-2003]

  • 1 Het bevoegd gezag van de instelling stelt iedere belanghebbende schriftelijk en met redenen omkleed in kennis van de voorgenomen waardering van zijn functie. Daarbij wordt de belanghebbende gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van bedenkingen op de wijze als bedoeld in het derde lid en binnen de daarvoor gestelde termijn.

  • 2 Het bevoegd gezag stelt op verzoek alle noodzakelijke informatie met betrekking tot deze voorgenomen functiewaardering aan de belanghebbende ter beschikking.

  • 3 De belanghebbende kan binnen dertig dagen na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde kennisgeving bij het bevoegd gezag schriftelijk en met redenen omkleed zijn bedenkingen tegen de voorgenomen functiewaardering indienen. Het bevoegd gezag stelt de functiewaardering vast wanneer de belanghebbende binnen deze termijn geen bedenkingen heeft ingediend.

  • 4 Binnen drie maanden na ontvangst van het in het derde lid bedoelde verzoek stelt het bevoegd gezag de functiewaardering al dan niet gewijzigd vast en stelt de belanghebbende hiervan schriftelijk en met redenen omkleed in kennis. Hierbij wordt de belanghebbende tevens gewezen op de mogelijkheid tot het maken van bezwaar als bedoeld in artikel 4.

Artikel 4. Bezwarenprocedure [Vervallen per 18-06-2003]

  • 1 De belanghebbende die niet instemt met de vastgestelde functiewaardering kan binnen zes weken na ontvangst van de in artikel 3, vierde lid, bedoelde kennisgeving, schriftelijk en met redenen omkleed bezwaar maken bij het bevoegd gezag.

  • 2 Indien de belanghebbende bezwaar maakt tegen de vastgestelde functiewaardering, vraagt het bevoegd gezag binnen veertien dagen na ontvangst van het bezwaar advies aan de bezwarencommissie met betrekking tot het bezwaar van de belanghebbende tegen de waardering van zijn functie.

  • 3 De bezwarencommissie toetst de vastgestelde functiewaardering en adviseert het bevoegd gezag.

  • 4 De bezwarencommissie zendt het advies aan het bevoegd gezag met een voor de belanghebbende bestemd, gewaarmerkt afschrift.

  • 5 Het bevoegd gezag neemt na ontvangst van het advies een beslissing en deelt deze beslissing binnen tien weken na ontvangst van het bezwaarschrift schriftelijk en met redenen omkleed mee aan de belanghebbende en zendt een afschrift van zijn beslissing aan de bezwarencommissie.

Artikel 5. Samenstelling van de bezwarencommissie [Vervallen per 18-06-2003]

  • 1 De bezwarencommissie bestaat uit een voorzitter tevens lid en twee leden, en hun plaatsvervangers.

  • 2 De voorzitter en diens plaatsvervanger worden benoemd door het bevoegd gezag in overeenstemming met het overlegorgaan, bedoeld in artikel IV-F2, eerste lid, van het rechtspositiebesluit. De voorzitter maakt geen deel uit van en is niet werkzaam bij een bevoegd gezag dat de bezwarencommissie heeft ingesteld.

  • 3 De voorzitter van een gezamenlijke bezwarencommissie en diens plaatsvervanger worden benoemd door de bevoegde gezagsorganen van de betrokken instellingen in overeenstemming met het overkoepelend overlegorgaan, bedoeld in artikel IV-F2, tweede lid, van het rechtspositiebesluit.

  • 4 De voorzitter wijst een lid en een plaatsvervangend lid aan op voordracht van het bevoegd gezag of van de bevoegde gezagsorganen en een lid en een plaatsvervangend lid op voordracht van de centrales van overheids- en onderwijspersoneel.

  • 5 Leden en plaatsvervangend leden die in dienst zijn van de instelling, waarvan het bevoegd gezag advies heeft gevraagd, onthouden zich in voorkomende gevallen van deelname aan de werkzaamheden van de bezwarencommissie.

Artikel 6. Werkwijze van de bezwarencommissie [Vervallen per 18-06-2003]

De bezwarencommissie legt de regeling van haar werkzaamheden vast in een reglement. Hierin dient in ieder geval een regeling te worden opgenomen met betrekking tot de toepassing van artikel 5, vijfde lid.

Artikel 7. Bekendmaking [Vervallen per 18-06-2003]

Deze regeling wordt bekendgemaakt in het officiële publikatieblad van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen.

Artikel 8. Inwerkingtreding [Vervallen per 18-06-2003]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag van plaatsing in het officiële publikatieblad van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen.

Artikel 9. Citeertitel [Vervallen per 18-06-2003]

Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Regeling bezwarenprocedure functiewaardering personeel basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs, verzorgingsinstellingen en centrale diensten’.

De

minister

van onderwijs en wetenschappen,

dr. ir. J.M.M. Ritzen