Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
Kruimelpad

Wet- en regelgeving

Instellingen (nu: volledige regeling), opent een nieuw venster
  • Vorige

  • Volgende

Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen

Geldend op 17-05-2012


  • Wet van 7 juli 1993, tot wijziging van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, de overheidspensioenwetten en enkele andere wetten strekkende tot herziening van het arbeidsongeschiktheidscriterium, het binden van het uitkeringsrecht aan een termijn, aanpassing van de arbeidsongeschiktheidsuitkering aan de leeftijd alsmede invoering van een stimuleringsmaatregel voor herintreding van arbeidsongeschikten
  • Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

    Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

    Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is met het oog op terugdringing van het arbeidsongeschiktheidsvolume het arbeidsongeschiktheidscriterium in de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en de overheidspensioenwetten te herzien en het recht op uitkering ingevolge die wetten aan een termijn te binden, in de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de overheidspensioenwetten de hoogte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband te brengen met de leeftijd, waarop de uitkering wordt toegekend en een stimuleringsmaatregel te treffen voor arbeidsongeschikten die herintreden op de arbeidsmarkt;

    Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

  • Hoofdstuk I. Wetswijzigingen

  • Artikel I

    [Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

  • Artikel II

    [Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

  • Artikel III

    [Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

  • Artikel IV

    [Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

  • Artikel V

    [Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

  • Artikel VI

    [Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

  • Artikel VII

    [Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

  • Hoofdstuk II. De stimuleringsuitkering

  • Artikel VIII

    Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt als arbeidsongeschikte aangemerkt de persoon:

  • Artikel IX

    • 1.Recht op een stimuleringsuitkering heeft de arbeidsongeschikte die in de periode van 1 februari 1992 tot 1 februari 1994 arbeid gaat verrichten in verband waarmee de uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, dan wel de aanvulling van het invaliditeitspensioen op grond van de Algemene burgerlijke pensioenwet, alsmede de verhoging op grond van artikel F 9b van die wet, of de aanvulling van het invaliditeitspensioen op grond van de Spoorwegpensioenwet, alsmede de verhoging op grond van artikel F 7b van die wet, of de aanvulling van het pensioen uit hoofde van ziekten of gebreken op grond van de Algemene militaire pensioenwet, alsmede de verhoging op grond van artikel F 9a van die wet wordt verlaagd of ingetrokken, dan wel niet of gedeeltelijk wordt uitbetaald onder toepassing van artikel 33 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet of artikel 44 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, dan wel onder toepassing van artikel J 20 van de Algemene burgerlijke pensioenwet, artikel J 20 van de Spoorwegpensioenwet of artikel V 4 van de Algemene militaire pensioenwet.

    • 2.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt niet onder arbeid verstaan arbeid in een dienstbetrekking krachtens de Wet Sociale Werkvoorziening.

  • Artikel X

    • 1.De stimuleringsuitkering bedraagt 60% van het totaal aan arbeidsongeschiktheidsuitkering en en de daarmee verband houdende vakantie-uitkeringen, daaronder begrepen de aanvulling van invaliditeitspensioen op grond van artikel F 9 van de Algemene burgerlijke pensioenwet, alsmede de verhoging op grond van artikel F 9b van die wet, dan wel de aanvulling van het invaliditeitspensioen op grond van artikel F 7 van de Spoorwegpensioenwet, alsmede de verhoging op grond van artikel F 7b van die wet, dan wel de aanvulling van het invaliditeitspensioen op grond van pensioen uit hoofde van ziekten of gebreken op grond van artikel E 6 van de Algemene militaire pensioenwet, alsmede de verhoging op grond van artikel F 6a van die wet en toeslag op grond van de Toeslagenwet (Stb. 1987, 91) dat wegens het verrichten van de arbeid vanaf de aanvang van die arbeid in een periode van drie jaar niet wordt uitbetaald.

    • 2.Voor de berekening van de niet betaalde toeslag, bedoeld in het eerste lid, wordt in afwijking van dat lid in aanmerking genomen het naar een bedrag per jaar herleide bedrag aan toeslag

      • a. waarop de betrokkene recht had onmiddellijk voorafgaande aan het verrichten van die werkzaamheden; of

      • b. waarop, indien het een volgende betalingstermijn betreft, de betrokkene recht zou hebben gehad op de eerste dag van die termijn indien hij die werkzaamheden niet was gaan verrichten.

  • Artikel XI

  • Artikel XII

    De stimuleringsuitkering is geen inkomen in de zin van de artikelen 6 en 10 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, de Toeslagenwet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Stb. 1987, 92), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Stb. 1987, 281) en de Wet werk en bijstand en geen inkomen uit of in verband met arbeid in de zin van de Algemene burgerlijke pensioenwet, de Spoorwegpensioenwet en de Algemene militaire pensioenwet.

  • Artikel XIII

    • 1.Indien het recht op stimuleringsuitkering wordt ontleend aan een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, wordt de stimuleringsuitkering betaald door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen die de arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft toegekend en komt zij in verhouding van de niet betaalde uitkeringen en toeslagen, bedoeld in artikel X, ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds, het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds, het Rijk, indien het een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen betreft, en het Toeslagenfonds.

    • 2.Indien het recht op stimuleringsuitkering wordt ontleend aan de aanvulling van het invaliditeitspensioen op grond van de Algemene burgerlijke pensioenwet, alsmede de verhoging op grond van artikel F 9b van die wet, of aan de aanvulling van het invaliditeitspensioen op grond van de Spoorwegpensioenwet, alsmede de verhoging op grond van artikel F 7 b van die wet, dan wel van het pensioen uit hoofde van ziekten of gebreken op grond van de Algemene militaire pensioenwet, alsmede de verhoging op grond van artikel F 9a van die wet,wordt de stimuleringsuitkering betaald en komt zij ten laste van onderscheidenlijk het Algemeen burgerlijk pensioenfonds, het Spoorwegpensioenfonds of het Rijk.

  • Artikel XIV

  • Artikel XV

    Bij ministeriële regeling kan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, voor zover het hen aangaat in overeenstemming met Onze Ministers van Binnenlandse Zaken, Verkeer en Waterstaat en van Defensie, met betrekking tot dit hoofdstuk nadere regels stellen. In deze regels kan onder meer worden bepaald, dat perioden waarin geen arbeid is verricht worden gelijkgesteld met perioden waarin arbeid is verricht.

  • Hoofdstuk III. Overgangs- en slotbepalingen

  • Artikel XVI

  • Artikel XVII

  • Artikel XVIII [Vervallen per 01-10-2004]

  • Artikel XIX

  • Artikel XX [Vervallen per 01-01-1998]

  • Artikel XXI [Vervallen per 01-01-1998]

  • Artikel XXII [Vervallen per 01-01-1998]

  • Artikel XXIII [Vervallen per 01-01-1998]

  • Artikel XXIV [Vervallen per 01-01-1998]

  • Artikel XXV [Vervallen per 01-01-1998]

  • Artikel XXVA [Vervallen per 01-01-1998]

  • Artikel XXVI [Vervallen per 01-01-1998]

  • Artikel XXVII [Vervallen per 01-01-1998]

  • Artikel XXVIIA

    • 2. Indien bezwaar wordt gemaakt tegen een besluit waaraan een medische of arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt, beslist het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen binnen zeventien weken of indien zij advies vraagt aan een deskundige die niet onder haar verantwoordelijkheid werkzaam is binnen eenentwintig weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.

  • Artikel XXVIIB

    Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de behandeling van bezwaarschriften tegen besluiten, waaraan een medische of arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt.

  • Artikel XXVIII

    In artikel 52, derde lid, van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid, zoals deze luidt op de dag waarop deze wet in werking treedt, wordt na "arbeidsongeschiktheidsregelingen" op de gebruikelijke wijze ingevoegd de jaargang en het nummer van het Staatsblad waarin deze wet is geplaatst.

  • Artikel XXIX

    • 1.Deze wet, met uitzondering van artikel II, onderdeel L, treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.

    • 2.Bij koninklijk besluit kan de datum van 1 februari 1994, genoemd in artikel IX, eerste lid, later worden gesteld.

    • 3.Artikel II, onderdeel L, treedt in werking met ingang van 1 maart 1993. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 28 februari 1993, treedt dit artikel in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin deze wet wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 maart 1993.

  • Artikel XXX

    Deze wet wordt aangehaald als "Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen".

  • Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

    Gegeven te 's-Gravenhage, 7 juli 1993

    Beatrix

    De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

    J. Wallage

    De Minister van Binnenlandse Zaken,

    C. I. Dales

    De Minister van Defensie,

    A. L. ter Beek

    De Minister van Verkeer en Waterstaat,

    J. R. H. Maij-Weggen

    Uitgegeven de negenentwintigste juli 1993

    De Minister van Justitie a.i.,

    J. E. Andriessen