Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling keuring en handelsverkeer konijne- en hazevlees 1993[Regeling vervallen per 01-01-2006.]

Geldend van 22-01-2005 t/m 31-12-2005

Regeling keuring en handelsverkeer konijne- en hazevlees 1993

De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Gelt op Richtlijn 89/662/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PbEG L 395), op Richtlijn 90/675/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 december 1990 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht (PbEG L 373), alsmede op Richtlijn 91/495/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 november 1990 inzake gezondheidsvoorschriften en veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie en het in de handel brengen van konijnevlees en vlees van gekweekt wild (PbEG L 268);

Gelet op Beschikking 92/571/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 15 december 1992 tot vaststelling van nieuwe overgangsmaatregelen om de overgang naar de bij Richtlijn 90/675/EEG van de Raad vastgestelde regeling inzake veterinaire controles te vergemakkelijken (PbEG L 367), op Beschikking nr. 93/13/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 22 december 1992, tot vaststelling van de procedures voor de veterinaire controles in de inspectieposten aan de grens van de Gemeenschap bij het binnenbrengen van producten uit derde landen (PbEG 1993, L 9), alsmede op Beschikking nr. 93/14/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 23 december 1992 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen inzake de veterinaire controles van producten uit derde landen in vrije entrepots, vrije zones en douane-entrepots, alsmede tijdens het vervoer van een derde land naar een ander derde land via de Gemeenschap (PbEG 1993, L 9);

Gelet op de artikelen 13, eerste en tweede lid, 19, 26 en 28 van de Landbouwwet;

Gelet op het advies van het Productschap voor Pluimvee en Eieren en het Bedrijfschap Pluimveehandel en -industrie;

Besluit:

Paragraaf 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2006]

In deze regeling wordt verstaan onder:

richtlijn 64/433/EEG:

richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964, betreffende gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van vers vlees (PbEG L 121);

richtlijn 71/118/EEG:

richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 februari 1971 inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het handelsverkeer in vers vlees van pluimvee (PbEG L 55);

richtlijn 89/662/EEG:

richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PbEG L 395);

richtlijn 91/495/EEG:

richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 november 1990 inzake gezondheidsvoorschriften en veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie en het in de handel brengen van konijnevlees en vlees van gekweekt wild (PbEG L 268);

richtlijn 97/78/EG:

richtlijn nr. 97/78/EG van de Raad van de Europese Unie van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht (PbEG, L 24);

beschikking 2000/585/EG:

beschikking (EG) nr. 2000/585 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 7 september 2000 houdende vaststelling van een lijst van derde landen waaruit de lidstaten de invoer toestaan van konijnevlees en van bepaalde soorten vlees van vrij en van gekweekt wild, en houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften, gezondheidsvoorschriften en voorschriften inzake de veterinaire certificering voor die invoer (PbEU 2004, L 73);

beschikking 2004/280/EG:

Beschikking (EG) nr. 2004/280 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 19 maart 2004 tot vaststelling van overgangsmaatregelen voor het in de handel brengen van bepaalde producten van dierlijke oorsprong, verkregen in Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije (PbEU L 87);

verordening 1829/2003:

verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PbEU L 268);

verordening 1830/2003:

verordening (EG) nr. 1830/2003 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 september 2003 betreffende de traceerbaarheid van genetisch gemodificeerde organismen en de traceerbaarheid van met genetisch gemodificeerde organismen geproduceerde levensmiddelen en diervoeders en tot wijziging van Richtlijn 2001/18/EG (PbEU L 268);

verordening 136/2004/EG:

verordening (EG) nr. 136/2004 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 22 januari 2004 tot vaststelling van procedures voor de veterinaire controles in de grensinspectieposten van de Gemeenschap bij het binnenbrengen van producten uit derde landen (PbEU L 21);

konijnen:

tamme konijnen;

konijnevlees:

alle voor menselijke consumptie geschikte delen van konijnen;

hazen:

hazen die in gevangenschap zijn gekweekt, gehouden of geslacht;

hazevlees:

alle voor menselijke consumptie geschikte delen van hazen;

konijnevlees of hazevlees:

konijnevlees, hazevlees, gedode wilde konijnen of gedode wilde hazen;

VWA:

de Voedsel en Waren Autoriteit, ingesteld bij besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 8 juli 2002 (Stcrt. 127);

Minister:

Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

officiële dierenarts:

dierenarts verbonden aan de VWA;

ambtenaar:

ambtenaar als bedoeld in artikel 114, eerste of tweede lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

erkende inspectiepost:

op Nederlands grondgebied gelegen inspectiepost die is aangewezen en erkend overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 van richtlijn 97/78/EG;

douane-entrepot:

opslagruimte als bedoeld in verordening (EEG) nr. 2503/88 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 juli 1988 betreffende de douane-entrepots (PbEG L 225);

vrij entrepot:

opslagruimte als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a en b, van verordening (EEG) nr. 2504/88 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 juli 1988 betreffende de vrije zones en de vrije entrepots (PbEG L 225);

ruimte voor tijdelijke opslag:

opslagruimte als bedoeld in verordening (EEG) nr. 4151/88 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988 tot vaststelling van de bepalingen die van toepassing zijn op goederen die het douanegebied van de Gemeenschap worden binnengebracht (PbEG L 367);

lid-staat:

lid-staat van de Europese Unie, niet zijnde Nederland;

derde land:

land, niet zijnde Nederland en niet zijnde een lid-staat;.

partij vlees:

hoeveelheid vlees van dezelfde aard waar voor eenzelfde certificaat of document geldt, die met hetzelfde vervoermiddel wordt vervoerd en afkomstig is uit hetzelfde land of gedeelte van een land;

handelaar:

elke natuurlijke persoon of rechtspersoon, zijnde de eerste ontvanger op Nederlands grondgebied van een partij vlees afkomstig uit een Lid-Staat;

importeur:

elke natuurlijk persoon of rechtspersoon die vlees met het oog op de invoer of de doorvoer bij een erkende inspectiepost ten onderzoek aanbiedt, dan wel zijn gemachtigde;

belanghebbende bij de lading:

belanghebbende bij de lading als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van richtlijn 97/78/EG.

Paragraaf 2. Regelen betreffende het vervoer van konijnevlees of hazevlees bestemd voor een lid-staat of Noorwegen [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het vervoer van:

    • a. een partij konijnevlees verkregen van in Nederland geslachte konijnen;

    • b. een partij in Nederland uitgesneden konijnevlees;

    • c. een partij hazevlees van in Nederland geslachte hazen, of

    • d. een partij in Nederland uitgesneden hazevlees,

      van enige plaats in Nederland en bestemd voor een Lid-Staat of Noorwegen is slechts toegestaan indien:

      • voor zover het betreft konijnevlees, de partij vergezeld gaat van een gezondheidscertificaat als bedoeld in bijlage II van richtlijn 91/495/EEG;

      • voor zover het betreft hazevlees, de partij vergezeld gaat van een gezondheidscertificaat als bedoeld in bijlage IV van richtlijn 91/495/EEG;

      • het certificaat, bedoeld in onderdeel 1 onderscheidenlijk 2 is opgesteld in overeenstemming met artikel 3, tweede lid, tweede alinea, van richtlijn 91/495/EEG, terwijl tevens in voorkomend geval op het betrokken certificaat de ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschappen voorgeschreven vermeldingen voorkomen, en

      • is voldaan aan, voor zover van toepassing, het bepaalde in artikel 3, tweede lid, van richtlijn 89/662/EEG.

      • op grond van de regelgeving van de Europese Gemeenschap of de Toezichthoudende Autoriteit van de Europese Vrijhandelsassociatie geen verbod geldt om de partij naar het grondgebied van die lid-staat, onderscheidenlijk Noorwegen te vervoeren.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde certificaten worden afgegeven door de Minister.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De Minister geeft een certificaat als bedoeld in artikel 2 slechts af, indien:

    • a. het konijne- of hazevlees is verkregen in een erkend slachthuis als bedoeld in artikel 31, tweede of vierde lid;

    • b. de konijnen onderscheidenlijk hazen waarvan het vlees afkomstig is, voor het slachten zijn gekeurd overeenkomstig hoofdstuk I van bijlage I van richtlijn 91/495/EEG en daarbij geschikt zijn bevonden om te worden geslacht;

    • c. het konijne- of hazevlees is behandeld onder bevredigende hygiënische omstandigheden overeenkomstig hoofdstuk V van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG, met uitzondering van de onderdelen 28bis en 28ter daarvan;

    • d. het konijne- of hazevlees na het slachten is gekeurd overeenkomstig hoofdstuk II van bijlage I van richtlijn 91/495/EEG en met inachtneming van artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van die richtlijn;

    • e. het konijne- of hazevlees na de keuring na het slachten onder bevredigende hygiënische omstandigheden is opgeslagen overeenkomstig hoofdstuk IV van bijlage I van richtlijn 91/495/EEG, met inachtneming van artikel 3, eerste lid, onderdeel g, van die richtlijn en met dien verstande dat artikel 33, vierde lid, van overeenkomstige toepassing is;

    • f. het konijne- of hazevlees, voor zover dat niet herkomstig is uit een derde land, niet zijnde Noorwegen, is voorzien van een keurmerk als bedoeld in hoofdstuk III van bijlage I van richtlijn 91/495/EEG.

    • g. voor zover het delen van geslachte dieren of uitgebeend konijne- of hazevlees betreft, onverminderd de onderdelen a tot en met g, het konijne- of hazevlees is verkregen in een erkende uitsnijderij als bedoeld in artikel 31, tweede of vierde lid, met inachtneming van hoofdstuk VIII van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG;

    • h. het vervoer van het konijne- of hazevlees onder bevredigende hygiënische omstandigheden plaatsvindt, overeenkomstig hoofdstuk V van bijlage I van richtlijn 91/495/EEG;

    • i. is voldaan aan:

      • 1°. de artikelen 4, eerste, tweede en zesde lid, 8, eerste lid, 9, eerste en derde lid, en 13 van verordening 1829/2003;

      • 2°. de artikelen 4, eerste, tweede, vierde en zesde lid, en 5, eerste en tweede lid, van verordening 1830/2003.

  • 2 Voor menselijke consumptie wordt ongeschikt verklaard:

    • a. konijnevlees en hazevlees, waarvan is geconstateerd dat het een van de gebreken vertoont als bedoeld in artikel 13, onderdeel a, van richtlijn 91/495/EEG, en konijnevlees en hazevlees dat een behandeling heeft ondergaan als bedoeld in artikel 13, onderdeel c, van die richtlijn;

    • b. voor zover een besluit is genomen als bedoeld in artikel 13, onderdeel b, van richtlijn 91/495/EEG, welk besluit in de Staatscourant is bekendgemaakt, konijnevlees en hazevlees waaraan stoffen zijn toegevoegd waardoor het vlees gevaarlijk of schadelijk kan worden voor de volksgezondheid, zoals bepaald overeenkomstig genoemd besluit.

  • 3 Tot afgifte van een certificaat als bedoeld in het eerste lid wordt slechts overgegaan, indien de partij vlees vergezeld gaat van een daartoe bestemd, op deze partij betrekking hebbend, aanvraagformulier.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Ten aanzien van het vervaardigen, het in voorraad hebben en het gebruiken van het keurmerk, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel g, is artikel 4.22 van de Regeling keuring en handel dierlijke producten van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf 3. Regelen betreffende het vervoer van konijnevlees of hazevlees afkomstig uit een lid-staat of Noorwegen [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het vervoer van een uit een Lid-Staat of Noorwegen verzonden partij konijnevlees of hazevlees van de plaats waar de partij op Nederlands grondgebied wordt gebracht naar de plaats waar de handelaar de partij ontvangt is slechts toegestaan indien:

  • 2 In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is het vervoer als bedoeld in het eerste lid, aanhef, tot en met 30 april 2005 eveneens toegestaan van een uit Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië of Slowakije verzonden partij konijnevlees of hazevlees, die vóór 1 mei 2004 is verkregen in een inrichting die erkend was voor uitvoer naar de Europese Gemeenschap, indien de partij voorzien is van het keurmerk, bedoeld in artikel 3, onderdeel a, van beschikking 2004/280/EG, mits het certificaat of document dat de producten vergezelt, door de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst is voorzien van de verklaring: ‘Vóór 1 mei 2004 geproduceerd overeenkomstig Beschikking 2004/280/EG van de Commissie.’

  • 3 Het vervoer van een uit een Lid-Staat of Noorwegen verzonden partij konijnevlees of hazevlees van de plaats waar de handelaar de partij ontvangt naar de plaats van bestemming is slechts toegestaan indien voldaan is aan artikel 3, eerste lid, onderdelen g en i, met dien verstande dat voor partijen konijnevlees of hazevlees als bedoeld in het tweede lid als keurmerk, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel g, ook het keurmerk geldt, bedoeld in artikel 3, onderdeel a, van beschikking 2004/280/EG.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het vervoer van een partij konijnevlees of hazevlees als bedoeld in artikel 5, welke partij in Nederland niet is verwerkt of omgepakt, van de plaats waar de handelaar de partij ontvangt naar het grondgebied van en bestemd voor een Lid-Staat of Noorwegen is slechts toegestaan indien:

  • 2 Het vervoer van een partij konijnevlees of hazevlees als bedoeld in artikel 5, welke partij in Nederland is verwerkt of omgepakt, van de plaats waar de handelaar de partij ontvangt naar het grondgebied en bestemd voor een Lid-Staat of Noorwegen is slechts toegestaan indien:

    • a. de verwerking of ompakking van het vlees op hygiënische wijze heeft plaatsgevonden in een erkende uitsnijderij als bedoeld in artikel 31, tweede lid, en

    • b. is voldaan aan het eerste lid, onderdelen a tot en met f.

  • 3 Het vervoer van een partij konijnevlees of hazevlees als bedoeld in artikel 5 van enige plaats in Nederland naar het grondgebied van en bestemd voor een derde land is slechts toegestaan, indien:

  • 4 In aanvulling op het eerste, tweede en derde lid, is het vervoer van een partij konijnenvlees of hazenvlees als bedoeld in artikel 5 van enige plaats in Nederland naar het grondgebied van een Lid-Staat of derde land slechts toegestaan indien is voldaan aan de eisen, gesteld in:

    • 1°. de artikelen 4, eerste, tweede en zesde lid, 8, eerste lid, 9, eerste en derde lid, en 13 van verordening 1829/2003;

    • 2°. de artikelen 4, eerste, tweede, vierde en zesde lid, en 5, eerste en tweede lid, van verordening 1830/2003.

Paragraaf 4. Regelen betreffende het vervoer van konijnevlees of hazevlees afkomstig uit een derde land, niet zijnde Noorwegen [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het vervoer van uit een derde land, niet zijnde Noorwegen, verzonden konijnenvlees of hazenvlees van de plaats waar de partij on Nederlands grondgebied wordt gebracht naar de plaats van bestemming is slechts toegestaan indien:

    • a. het vlees afkomstig is uit een derde land of deel van een derde land dat voor de betrokken diersoort waarvan het vlees afkomstig is, vermeld staat op de lijst in bijlage II bij beschikking 2000/585/EG;

    • b. het vlees vergezeld gaat van een op de partij betrekking hebbend gezondheidscertificaat waarvan het model overeenstemt met het voor de betrokken vleessoort uit het betrokken land van herkomst in beschikking 2000/585/EG vastgestelde model;

    • c. het vlees voldoet aan de voorschriften die zijn vermeld op het in onderdeel b bedoelde certificaat en in beschikking 2000/585/EG, en

    • d. het vlees afkomstig is uit een inrichting die, zodra deze is vastgesteld en in werking getreden, voorkomt op de voor konijnen- of hazenvlees uit het betrokken land van herkomst geldende voorlopige lijst van inrichtingen als bedoeld in beschikking 95/408/EG van de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1995 tot vaststelling van voorschriften voor het opstellen voor een overgangsperiode van voorlopige lijsten van inrichtingen in derde landen waaruit de lid-staten bepaalde producten van dierlijke oorsprong, visserijproducten en levende tweekleppige weekdieren mogen invoeren (PbEG L 243), die alsdan ter inzage ligt in de bibliotheek van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in Den Haag, met dien verstande dat indien bij de vaststelling van voornoemde lijst is voorzien in overgangsbepalingen het vlees met inachtneming van die bepalingen afkomstig mag zijn uit een inrichting die voldoet aan artikel 3 van richtlijn 91/495/EEG.

  • 2 Een partij konijnen- of hazenvlees afkomstig uit Nieuw-Zeeland mag in afwijking van hetgeen in het eerste lid, onderdeel b, dan wel paragraaf 2 van hoofdstuk 3 van de Regeling keuring en handel dierlijke producten is bepaald ten aanzien van de voor dierlijke producten uit derde landen voorgeschreven gezondheidscertificaten, vergezeld gaan van een op de partij betrekking hebbend gezondheidscertificaat dat ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschap ter uitvoering van de Overeenkomst van 17 december 1996 tussen de Europese Gemeenschap en Nieuw-Zeeland inzake sanitaire maatregelen voor de handel in levende dieren en dierlijke producten (PbEG 1997, L 57) is vastgesteld, indien de desbetreffende partij voldoet aan de ingevolge vorenbedoelde regelgeving gestelde bijkomende voorwaarden.

  • 3 Het vlees is niet afkomstig van konijnen waaraan stoffen zijn toegediend die ingevolge artikel 3, onderdeel a, van richtlijn 96/22/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 april 1996 betreffende het gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met thyreostatische werking, alsmede van ß-agonisten en tot intrekking van de Richtlijnen 81/602/EEG, 88/146/EEG en 88/299/EEG (PbEG L 125), niet aan konijnen mogen worden toegediend, tenzij aan de voorwaarden ingevolge artikel 11 van genoemde richtlijn is voldaan.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2006]

Het vervoer van uit een derde land afkomstig konijnevlees of hazevlees van enige plaats in Nederland naar het grondgebied van en bestemd voor een Lid-Staat of een derde land, niet zijnde Noorwegen, is slechts toegestaan indien:

  • a. is voldaan aan artikel 7, onderdeel e, en het vlees vergezeld gaat van het certificaat, bedoeld in artikel 7, onderdeel b;

  • b. voor zover het vlees eerst in Nederland is ingevoerd en daarna wordt uitgevoerd naar een lid-staat of Noorwegen, deze staat heeft ingestemd met het op zijn grondgebied brengen van het vlees en tevens wordt voldaan aan de voorschriften die door die staat ter zake van de invoer van dat vlees worden gesteld, met dien verstande dat:

    • 1º. indien de partij in Nederland niet is verwerkt of omgepakt, de partij, voorzien van het keurmerk bedoeld in artikel 27, onderdeel b, onder 4, vergezeld gaat van een gewaarmerkt afschrift van het certificaat bedoeld in artikel 7, onderdeel b, met dien verstande dat op dit afschrift of op een afzonderlijk certificaat tevens door de officiële dierenarts is verklaard dat de partij voldoet aan de voorschriften van richtlijn 91/495/EEG en is ingevoerd overeenkomstig de Nederlandse voorschriften;

    • 2º. indien de partij in Nederland is verwerkt of omgepakt en het vlees daarbij is voorzien van een merk als bedoeld in artikel 27, onderdeel b, onder 3, de partij vergezeld gaat van een door de officiële dierenarts ingevuld en ondertekend certificaat overeenkomstig het model van bijlage II van richtlijn 91/495/EEG, waarop tevens door de officiële dierenarts is verklaard dat het vlees is ingevoerd overeenkomstig de Nederlandse voorschriften.

  • c. is voldaan aan de eisen van artikel 6, eerste lid, onderdeel b;

  • d. het vlees behoorlijk is verpakt en op voldoende hygiënische wijze wordt vervoerd, en

  • e. is voldaan aan verordening 136/2004/EG en, voor zover van toepassing, de artikelen 19 tot en met 24;

  • f. is voldaan aan:

    • 1°. de artikelen 4, eerste, tweede en zesde lid, 8, eerste lid, 9, eerste en derde lid, en 13 van verordening 1829/2003;

    • 2°. de artikelen 4, eerste, tweede, vierde en zesde lid, en 5, eerste en tweede lid, van verordening 1830/2003.

Paragraaf 5. [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 9 [Vervallen per 19-06-1994]

Artikel 10 [Vervallen per 19-06-1994]

Paragraaf 6. [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 11 [Vervallen per 19-06-1994]

Artikel 12 [Vervallen per 19-06-1994]

Paragraaf 7. Controlebepalingen betreffende het vervoer van vlees afkomstig uit Lid-Staten [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Krachtens de regelgeving van de Europese Gemeenschappen zijn geen maatregelen genomen, houdende instelling van een verbod om de betreffende partij vlees uit de betrokken Lid-Staat in te voeren of houdende de machtiging tot instelling van een verbod om de betreffende partij vlees in Nederland in te voeren, noch is de Lid-Staat van verzending ingevolge die regelgeving gehouden de afgifte van de certificaten of vervoersdocumenten, zulks in verband met de invoer in Nederland, op te schorten.

  • 2 Ingevolge de regelgeving van de Lid-Staat van verzending is er geen verbod om de betrokken partij vlees op het grondgebied van die Lid-Staat in de handel te brengen.

  • 3 Ten aanzien van de betrokken partij vlees is, in voorkomend geval, voldaan aan de ingevolge artikel 9 van richtlijn 89/662/EEG vastgestelde regelgeving van de Europese Gemeenschap of van de lid-staat van verzending zelf, in geval van een uitbraak van een epidemische dierziekte in de lid-staat van verzending.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De partij vlees gaat:

    • a. indien zij voor Nederland is bestemd, tot en met de ontvangst door de handelaar genoemd in de hierna bedoelde documenten, vergezeld van:

      • -

        voorzover de partij van oorsprong afkomstig is uit een lid-staat, het document, dat dienaangaande is vereist op grond van artikel 5;

      • -

        voorzover de partij van oorsprong afkomstig is uit een derde land, doch via een lid-staat op Nederlands grondgebied wordt gebracht een Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst als bedoeld in verordening 282/2004/EG en van een gewaarmerkt afschrift als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van richtlijn 97/78/EG;

    • b. indien zij voor een lidstaat is bestemd, tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied vergezeld van:

      • -

        voorzover de partij van oorsprong afkomstig is uit een lidstaat, van het document, dat dienaangaande is vereist op grond van artikel 6, alsmede, in voorkomend geval, van het document dat door de lid-staat van bestemming voor de invoer in dat land wordt vereist;

      • -

        voorzover de partij van oorsprong afkomstig is uit een derde land, doch via een lid-staat op Nederlands grondgebied wordt gebracht, een Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst als bedoeld in verordening 282/2004/EG en van een gewaarmerkt afschrift als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van richtlijn 97/78/EG.

    • c. indien zij voor een derde land is bestemd, tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied vergezeld van:

      • -

        het bij de partij behorende document;

      • -

        een Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst als bedoeld in verordening 282/2004/EG, waarin is aangegeven langs welke grensinspectiepost als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van richtlijn 97/78/EG de partij de Gemeenschap verlaat.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De handelaar die betrokken is bij het vervoer, bedoeld in artikel 5, onderscheidenlijk artikel 6, van het aldaar bedoelde vlees bestemd voor Nederland of een Lid-Staat, is ingeschreven in een register dat wordt bijgehouden door de Minister, terwijl die registratie niet is getroffen door een beslissing als bedoeld in het derde lid.

  • 2 De handelaar die overeenkomstig het eerste lid is geregistreerd:

    • a. geeft van elke aanvoer van een partij vlees tussen 08.00 uur en 17.00 uur en ten laatste op de dag, niet zijnde een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag, voorafgaande aan de dag van aankomst op de plaats waar de handelaar het partij vlees ontvangt, kennis aan de VWA, onder opgave van deze plaats, het vermoedelijke tijdstip van aankomst alsmede van de hoeveelheid en de soort vlees;

    • b. volgt de instructies van de ambtenaar in verband met een controle op en biedt desgevraagd de aangevoerde partij vlees aan de ambtenaar ten onderzoek aan en overlegt desgevraagd de in artikel 14, eerste lid, bedoelde, voor het vervoer in het kader van de invoer van het betrokken vlees uit Lid-Staten voorgeschreven documenten en geeft alle medewerking en verstrekt alle inlichtingen die voor deze controle noodzakelijk worden geacht;

    • c. voert een administratie waarin ten minste de leveringen van vlees en de eventuele verdere bestemming van het vlees zijn vermeld en waarin alle op de partijen vlees betrekking hebbende bescheiden, en met name de in onderdeel b bedoelde documenten, zijn opgenomen;

    • d. bewaart de vorenbedoelde administratie gedurende ten minste drie jaren;

    • e. gaat voorafgaand aan de ontvangst, onderscheidenlijk de verdere verdeling of verhandeling van elke partij vlees na of aan de voorwaarden, gesteld in de artikelen 13 en 14, voor zover deze betrekking hebben op de invoer van het betrokken vlees uit Lid-Staten, is voldaan;

    • f. meldt onmiddellijk nalatigheden en onregelmatigheden met betrekking tot een levering van een partij vlees aan de VWA;

  • 3 Indien een handelaar zijn in het tweede lid bedoelde verplichtingen niet nakomt of in strijd handelt met artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht, kan de Minister beslissen dat zijn in het eerste lid bedoelde registratie wordt doorgehaald dan wel niet wordt erkend. Doorhaling dan wel niet-erkenning geschiedt niet dan na voorafgaande schriftelijke waarschuwing door de Minister en na het verstrijken van een daarbij te stellen termijn, waarbinnen aan de vorenbedoelde voorschriften moet worden voldaan.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2006]

De vervoerder van het vlees volgt de instructies van de ambtenaar in verband met een controle op. Desverlangd biedt hij het vlees de ambtenaar ten onderzoek aan en overlegt hij de in artikel 14, eerste lid, bedoelde documenten. Bij een zodanig onderzoek verleent hij alle medewerking en verstrekt hij alle inlichtingen die voor het onderzoek noodzakelijk worden geacht.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het vervoer over Nederlands grondgebied van een uit een derde land verzonden partij vlees, die via het grondgebied van een lid-staat in het kader van de doorvoer naar het betrokken derde land op Nederlands grondgebied wordt gebracht, is slechts toegestaan indien het vervoer over Nederlands grondgebied geschiedt onder douanetoezicht tot op de plaats waar het Nederlands grondgebied wordt verlaten in verzegelde voertuigen of verzegelde containers en zonder splitsing of, tenzij de partij overeenkomstig het tweede lid wordt opgeslagen, lossing van de partij.

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Indien wordt vermoed of geconstateerd dat er verwekkers van ziekten, zoönosen of andere aandoeningen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van richtlijn 89/662/EEG, aanwezig zijn of het vlees afkomstig zijn uit een met een epidemische dierziekte besmet gebied, kan de Minister, indien hij de aanwezigheid van verwekkers van ziekten, zoönosen of andere aandoeningen vermoedt, gelasten dat de partij in tijdelijke afzondering wordt geplaatst, dan wel worden de maatregelen uitgevoerd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, eerste alinea, van richtlijn 89/662/EEG, al naar gelang de Minister daaromtrent heeft besloten.

  • 2 Indien wordt vermoed of geconstateerd dat overigens niet wordt voldaan aan de voorschriften van de onderhavige regeling dan wel aan de van toepassing zijnde communautaire voorschriften, kan de Minister, indien hij vermoedt dat niet wordt voldaan aan vorenbedoelde voorschriften, gelasten dat de partij in tijdelijke afzondering wordt geplaatst, dan wel wordt één van de maatregelen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, van richtlijn 89/662/EEG, waartoe de Minister heeft besloten, uitgevoerd. Indien zulks op grond van de veterinairrechtelijke voorschriften mogelijk is, neemt de Minister dat besluit overeenkomstig de keuze van de afzender of diens gemachtigde.

  • 3 Een besluit als bedoeld in het eerste of het tweede lid, wordt ter kennis gebracht van de afzender of diens gemachtigde met vermelding van de redenen. Desgevraagd geschiedt die kennisgeving schriftelijk, met vermelding van datum en uur waarop het besluit is genomen.

  • 4 Een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid laat onverlet het recht van de afzender van de partij producten om, overeenkomstig artikel 8, tweede lid, vierde alinea, van richtlijn 89/662/EEG, binnen een maand na de kennisgeving, bedoeld in het derde lid, het advies van een veterinair deskundige in te winnen, met dien verstande evenwel, dat de Minister te allen tijde kan beslissen om de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onmiddellijk uit te voeren, indien zulks noodzakelijk is om redenen van gezondheidsbescherming.

  • 5 De kosten van de in het eerste en tweede lid bedoelde maatregelen komen zonder vergoeding van Staatswege voor rekening van de afzender of diens gemachtigde, dan wel van de afnemer.

Paragraaf 8. Controlebepalingen betreffende het vervoer van vleesafkomstig uit derde landen [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Noch krachtens artikel 22, eerste lid, eerste gedachtenstreepje, van richtlijn 97/78/EG, noch krachtens andere regelgeving van de Europese Gemeenschappen zijn maatregelen genomen houdende instelling van een verbod om het betrokken vlees in de Europese Gemeenschappen dan wel in Nederland in te voeren.

  • 2 Ten aanzien van de betrokken partij vlees is, in voorkomend geval, voldaan aan de op grond van artikel 22, eerste lid, tweede en derde gedachtenstreepje, van richtlijn 97/78/EG dan wel op grond van andere regelgeving van de Europese Gemeenschap vastgestelde bijzondere voorschriften.

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Een partij producten, rechtstreeks afkomstig uit een derde land, wordt aangevoerd via een erkende inspectiepost.

  • 2 De melding van de aanvoer van een partij vindt plaats aan de VWA overeenkomstig artikel 2 van verordening 136/2004/EG.

  • 3 Indien terzake van het vervoer in het kader van de in- of doorvoer van het betrokken vlees op grond van artikel 5, onderscheidenlijk 6, voorzover het vlees afkomstig is uit Noorwegen, dan wel op grond van artikel 7, onderscheidenlijk 8, voorzover het vlees afkomstig is uit een ander derde land, een ander document is vereist, wordt dit document bij aankomst op de erkende inspectiepost aan de ambtenaar ter beschikking gesteld, met dien verstande dat:

    • a. indien de partij is bestemd voor een lidstaat, tevens een door of namens de bevoegde autoriteit van die lidstaat geautoriseerde verklaring ter beschikking wordt gesteld, waarin de ter zake van de invoer in deze lidstaat gestelde veterinairrechtelijke en sanitaire eisen zijn opgenomen;

    • b. indien de partij is bestemd voor een derde land en indien opslag op het grondgebied van de Europese Gemeenschappen in een douane-entrepot of ruimte voor tijdelijke opslag is voorzien, uit dat document blijkt dat is voldaan aan de voorschriften voor invoer in Nederland onderscheidenlijk in de betreffende lid-staat.

  • 4 De partij producten wordt door de belanghebbende bij de lading bij aankomst op de inspectiepost ter onderzoek aangeboden aan de ambtenaar.

  • 5 De in het derde lid bedoeld documenten zijn originelen waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken. Zij zijn, voorzover van toepassing, in overeenstemming met de regelgeving van de Europese Gemeenschap opgesteld en afgegeven, volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend.

  • 7 Voor de toepassing van de in het zesde lid bedoelde artikelen wordt voor "keuringsdierenarts" gelezen: ambtenaar.

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Terzake van een partij vlees die zich aan boord bevindt van een vliegtuig of schip dat bij vervoer tussen twee derde landen op Nederlands grondgebied landt of aanlegt, overlegt de vervoerder aan de ambtenaar desgevraagd het document, bedoeld in artikel 20, derde lid, aanhef.

  • 2 Indien de in het eerste lid bedoelde partij van het ene vliegtuig of schip in het andere wordt overgeladen, stelt de vervoerder de ambtenaar hiervan in kennis en overlegt hij hem desgevraagd het document, bedoeld in het eerste lid.

  • 3 Indien de in het eerste lid bedoelde partij tijdelijk wordt uitgeladen en opgeslagen op de desbetreffende luchthaven of haven, in afwachting van verzending naar een vooraf bepaald derde land, overlegt de vervoerder aan de ambtenaar, het in het eerste lid bedoelde document en biedt hij de partij aan hem ten onderzoek aan.

  • 4 In de in het eerste tot en met het derde lid bedoelde gevallen gaat de desbetreffende partij bij verzending naar het derde land vergezeld van het originele document, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Bij de in- of doorvoer van een partij producten die door een derde land zijn geweigerd en vanuit het grondgebied van de Europese Gemeenschap naar het betrokken derde land zijn verzonden, wordt voldaan aan:

  • 2 Op de in het eerste lid bedoeld partij zijn de artikelen 2.17, achtste en twaalfde lid, 2.18a, 2.19, eerste lid, en 2.22, eerste lid, tweede lid, vijfde lid en zesde lid, van de Regeling keuring en handel dierlijke producten van overeenkomstige toepassing.

Artikel 23 [Vervallen per 01-08-1999]

Artikel 24 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Indien wordt vermoed of geconstateerd dat in de partij verwekkers van ziekten, zoönosen of andere aandoeningen aanwezig zijn of dat de partij afkomstig is uit een met een epidemische dierziekte besmet gebied, kan de Minister, indien hij de aanwezigheid van verwerkers van ziekten, zoönosen of andere aandoeningen vermoedt, gelasten dat de partij in tijdelijke afzondering wordt geplaatst, dan wel wordt de partij vernietigd of voor andere doeleinden gebruikt dan waarvoor ze is bestemd, al naar gelang de Minister daaromtrent heeft besloten en met inachtneming van diens aanwijzingen.

  • 2 Indien aan de hand van de op grond van deze regeling uitgevoerde controles wordt vastgesteld dat een voor Nederland of een lidstaat bestemd product niet voldoet aan de op grond van deze regeling voor dat product gestelde voorschriften of dat een onregelmatigheid is begaan, besluit de Minister in overleg met de belanghebbende bij de lading of zijn vertegenwoordiger:

    • a. dat het product in ieder geval binnen 60 dagen nadat is geconstateerd dat niet aan de onderhavige regeling wordt voldaan vanuit de inspectiepost met hetzelfde vervoermiddel wordt teruggezonden naar een derde land indien veterinairrechtelijke of gezondheidsredenen zich daar niet tegen verzetten;

    • b. indien terugzending als bedoeld in onderdeel a onmogelijk is of de in dat onderdeel bedoelde termijn is verstreken, dat de partij wordt vernietigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 17, tweede lid, onderdeel b, van richtlijn 97/78/EG;

    • c. dat de partij voor andere doeleinden dan de menselijke consumptie wordt gebruikt.

  • 3 Indien een partij in Nederland is gebracht zonder dat, voorzover van toepassing, die partij is onderworpen aan de in artikel 20 bedoelde controles, besluit de Minister dat de partij overeenkomstig het tweede lid, onderdeel b, wordt vernietigd of wordt teruggezonden naar een derde land indien veterinairrechtelijke of gezondheidsredenen zich daar niet tegen verzetten.

  • 4 In afwachting van de terugzending of de vernietiging van een partij als bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid, wordt de partij onder toezicht van de ambtenaar in tijdelijke afzondering geplaatst en opgeslagen.

  • 5 Alle kosten die in verband met de in dit artikel bedoelde maatregelen worden gemaakt, komen ten laste van de belanghebbende bij de lading.

Artikel 25 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 3 Tenzij met de Minister anders is overeengekomen, geeft de belanghebbende bij de lading van de aanvoer als bedoeld in het tweede lid tenminste 24 uur voor de aankomst schriftelijk kennis aan de VWA, onder opgaven van het vermoedelijke tijdstip van aankomst, van de hoeveelheid en van de herkomst en van de soort producten.

Artikel 25a [Vervallen per 01-01-2006]

De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 10 van verordening 136/2004/EG.

Paragraaf 9. Regelen ten aanzien van keuring en hygiëne ter zake van het slachten van konijnen of hazen alsmede het uit- snijden van konijnevlees of hazevlees [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 26 [Vervallen per 01-01-2006]

Degene die voornemens is konijnen of hazen bedrijfsmatig te slachten dan wel konijnevlees of hazevlees bedrijfsmatig uit te snijden waarschuwt de officiële dierenarts ten behoeve van de keuring van het vlees de werkdag tevoren tussen 8.15 en 17.00 en verleent de door de officiële dierenarts of diens assistenten verlangde medewerking of doet die medewerking verlenen.

Artikel 27 [Vervallen per 01-01-2006]

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 2 tot en met 8 is het bedrijfsmatig slachten van konijnen of hazen alsmede het bedrijfsmatig voorhanden en in voorraad hebben, te koop aanbieden, afleveren, vervoeren, kopen, vervreemden en uitsnijden van konijnevlees of hazevlees slechts toegestaan indien:

  • a. voor wat betreft het slachten van konijnen of hazen, alsmede het uitsnijden van het vlees daarvan, dit geschiedt in een op grond van artikel 31 erkend slachthuis respectievelijk erkende uitsnijderij;

  • b. voor wat betreft het voorhanden en in voorraad hebben, het te koop aanbieden, afleveren, vervoeren, kopen en vervreemden van konijnevlees of hazevlees het vlees is voorzien van:

terwijl de opslag van het vlees geschiedt overeenkomstig artikel 3, eerste lid, onderdeel f.

Artikel 28 [Vervallen per 01-01-2006]

Konijnevlees of hazevlees, bestemd voor gebruik in Nederland, wordt slechts voorzien van:

Artikel 29 [Vervallen per 01-01-2006]

Ten aanzien van het vervaardigen, het in voorraad hebben en het gebruiken van het merk, bedoeld in artikel 27, onderdeel b, onder 1 en 3, is artikel 4 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 30 [Vervallen per 01-01-2006]

Ten aanzien van het vervoer van konijnevlees of hazevlees, bestemd voor gebruik in Nederland, is artikel 5, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf 10. Regelen ten aanzien van de erkenning van slachthuizen en uitsnijderijen [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 31 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Erkenning van een slachthuis onderscheidenlijk een uitsnijderij geschiedt door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

  • 2 Een erkenning wordt verleend indien uit een door de officiële dierenarts ingesteld onderzoek is gebleken dat wordt voldaan aan de voorschriften, bedoeld in artikel 4.16, eerste lid, van de Regeling keuring en handel dierlijke producten.

  • 4 Een erkenning wordt eveneens verleend indien:

    • a. voor zover het betreft een slachthuis, in de inrichting niet meer dan 3000 dieren per week en niet meer dan 150.000 dieren per jaar worden geslacht;

    • b. voor zover het betreft een uitsnijderij:

      • 1. de inrichting niet in een inrichting als bedoeld in het tweede of derde lid is gelegen, met uitzondering van een inrichting die is erkend op grond van krachtens de Vleeskeuringswet ter implementatie van artikel 4, tweede lid, van richtlijn 64/433/EEG gestelde regelen;

      • 2. indien de inrichting tevens is erkend op grond van krachtens de Vleeskeuringswet ter implementatie van artikel 4, tweede lid, van richtlijn 64/433/EEG gestelde regelen, in die inrichting in totaal niet meer dan 5 ton vlees per week wordt geproduceerd, en

      • 3. in andere gevallen dan als bedoeld onder 2, in de inrichting in totaal niet meer dan 3 ton vlees per week wordt geproduceerd, en

    • c. uit een door de officiële dierenarts ingesteld onderzoek is gebleken dat:

      • 1. de inrichting voldoet aan de erkeningsvoorwaarden van bijlage II van richtlijn 71/118/EEG, zoals deze richtlijn is gewijzigd bij de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 december 1992, nr. 92/116/EEG, tot wijziging en bijwerking van Richtlijn 71/118/EEG inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het handelsverkeer in vers vlees van pluimvee (PbEG L 62), met dien verstande dat de bevoegde autoriteit, genoemd in laatstgenoemde bijlage, de officiële dierenarts is;

      • 2. in de inrichting aan de VWA de voorzieningen, bedoeld in artikel 4.16, tweede lid, van de Regeling keuring en handel dierlijke producten om niet ter beschikking worden gesteld;

      • 3. het vlees, afkomstig uit de inrichting:

        • -

          wordt gemerkt met het merk, bedoeld in artikel 27, onderdeel b, onder 3;

        • -

          wordt bestemd om op de plaatselijke markt hetzij vers, hetzij na verwerking, rechtstreeks aan detailhandelaren of aan de consument te worden verkocht zonder voorverpakking of voorafgaande onmiddellijke verpakking;

        • -

          onder hygiënische omstandigheden naar zijn bestemming wordt vervoerd.

      • 4. voor zover het betreft de inrichting, bedoeld in onderdeel a:

        • -

          de exploitant, de eigenaar of diens vertegenwoordiger een register bijhoudt op grond waarvan de volgende gegevens kunnen worden gecontroleerd:

          • de inkomende dieren en de uitgaande slachtproducten;

          • de uitgevoerde controles;

          • de resultaten van de controles, en ervoor zorgdraagt dat de gegevens desgevraagd aan de officiële dierenarts worden meegedeeld;

        • -

          door of namens de onder 1° genoemde personen de officiële dierenarts op de hoogte wordt gebracht van het tijdstip van slachten, het aantal dieren en de herkomst ervan;

        • -

          indien de officiële dierenarts of diens assistent niet bij het slachten aanwezig kan zijn, het vlees de inrichting slechts verlaat nadat een keuring na het slachten is verricht, die op de dag van het slachten heeft plaatsgevonden;

        • -

          van de inrichting afkomstig, voor menselijke consumptie ongeschikt verklaard vlees wordt gemerkt op een door de Minister vastgestelde wijze;

      • 5. voor zover het een uitsnijderij betreft, hoofdstuk III, punt 10, hoofdstuk VI, hoofdstuk VIII en hoofdstuk IX, punt 42, van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG niet van toepassing zijn op de opslag en het uitsnijden, en

      • 6. is gewaarborgd dat in de inrichting de overige hygiëne- en keuringsvoorschriften van richtlijn 71/118/EEG, voor zover van toepassing, worden nageleefd;

  • 5 Een erkenning wordt door de Minister ingetrokken, indien blijkt dat niet of niet meer wordt voldaan aan de voorschriften, bedoeld in het tweede, derde onderscheidenlijk vierde lid, dan wel indien blijkt dat niet wordt voldaan aan artikel 29. Intrekking geschiedt niet dan na voorafgaande schriftelijke waarschuwing door de Minister en na het verstrijken van een daarbij te stellen termijn, waarbinnen aan de evenbedoelde voorschriften en beperkingen moet worden voldaan.

  • 6 Het toezicht op de naleving van de voorschriften, bedoeld in het tweede, derde en vierde lid, berust bij de officiële dierenarts.

Artikel 32 [Vervallen per 01-01-2006]

Aan een erkend slachthuis, onderscheidenlijk een erkende uitsnijderij wordt een toelatingsnummer toegekend.

Artikel 33 [Vervallen per 01-01-2006]

Zolang een slachthuis is erkend draagt de eigenaar, het hoofd of de bestuurder van het slachthuis ervoor zorg dat aan de navolgende voorschriften is voldaan:

  • 1. al de konijnen of hazen die in het slachthuis worden geslacht, worden aan de officiële dierenarts ter keuring voor en na het slachten aangeboden, op zodanige wijze dat de keuringen, bedoeld in de hoofdstukken I en II van bijlage I van richtlijn 91/495/EEG worden gewaarborgd, waarbij de aanwijzingen van de officiële dierenarts of diens assistent worden opgevolgd;

  • 2. er wordt een zodanige administratie gevoerd, dat daaruit te allen tijde het aantal ter keuring aangeboden konijnen of hazen, het aantal eenheden en het gewicht van het goedgekeurde konijne- of hazevlees, de voorraad en de afgeleverde hoeveelheid konijne- of hazevlees alsmede het gebruik en de voorraad van merkplaatjes en van keurmerken voorziene onmiddellijke verpakkingen en etiketten als bedoeld in hoofdstuk III van bijlage I, behorende bij richtlijn 91/495/EEG kan worden gekend;

  • 3. de in onderdeel 2 bedoelde bescheiden worden terstond desgevraagd ter inzage gegeven aan de bevoegde officiële dierenarts. Aan deze ambtenaar wordt desverlangd toegang verleend tot het gehele bedrijf;

  • 4. dieren of delen daarvan, die bij de in onderdeel 1 bedoelde keuring niet geschikt worden bevonden voor menselijke consumptie respectievelijk konijne- of hazevlees dat anderszins door de officiële dierenarts of diens assistent niet geschikt wordt bevonden voor menselijke consumptie worden onmiddellijk verzameld op de wijze als bedoeld in hoofdstuk V, onderdeel 27, van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG ten einde onder toezicht van de bevoegde officiële dierenarts of diens assistent onbruikbaar te worden gemaakt voor menselijke consumptie en ter destructie te worden bestemd.

Artikel 34 [Vervallen per 01-01-2006]

Zolang een uitsnijderij erkend is dient de eigenaar, het hoofd of de bestuurder van de uitsnijderij ervoor zorg te dragen dat aan de navolgende voorschriften is voldaan:

  • 1. er mag slechts konijne- of hazevlees op zijn bedrijf worden aangevoerd dat voldoet aan het gestelde in artikel 3, eerste lid, onderdeel a tot en met e, g, h en i;

  • 2. konijnevlees of hazevlees wordt op hygiënische wijze behandeld, verpakt en onder koeling bewaard, zulks ten genoegen van de officiële dierenarts of diens assistent, waarbij hun aanwijzingen worden opgevolgd en waarbij wordt voldaan aan hoofdstuk II van bijlage I, van bij richtlijn 71/118/EEG en hoofdstuk III van die bijlage, voor zover dit hoofdstuk op uitsnijderijen van toepassing is;

  • 3. er wordt een zodanige administratie gevoerd dat daaruit te allen tijde blijkt:

    • a. welke hoeveelheden konijne- of hazevlees iedere dag zijn aangevoerd;

    • b. van welke slachthuizen onderscheidenlijk uitsnijderijen dit vlees afkomstig is;

    • c. van welke soort het vlees afkomstig is en de aard der delen of organen;

    • d. welke producten in welke hoeveelheden per dag zijn vervaardigd;

    • e. welke voorraad producten in de vries- en koelruimten aanwezig is en de afgeleverde hoeveelheid per dag;

    • f. het verbruik en de voorraad van keurmerken en van keurmerken voorziene verpakkingen en etiketten als bedoeld in hoofdstuk III van bijlage I van richtlijn 91/495/EEG en artikel 27, onderdeel b, onder 1 en 2;

  • 4. de in onderdeel 3 bedoelde bescheiden worden terstond desgevraagd ter inzage gegeven aan de in onderdeel 2 bedoelde ambtenaar. Aan deze ambtenaar wordt desverlangd toegang verleend tot het gehele bedrijf;

  • 5. ten aanzien van dieren of delen daarvan, die niet geschikt worden bevonden voor menselijke consumptie, dient te worden gehandeld op de wijze als bedoeld in artikel 33, onderdeel 4.

Paragraaf 11. Overige bepalingen [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 35 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Artikel 4.24, eerste lid, van de Regeling keuring en handel dierlijke producten, is van overeenkomstige toepassing op konijne- en hazevlees.

  • 2 De Minister kan ontheffing verlenen van de artikelen 2 tot en met 34. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend.

  • 3 Paragraaf 9 is niet van toepassing op:

    • a. het afstaan van konijne- of hazevlees door fokkers met een jaarproductie van minder dan 10.000 stuks, in hoeveelheden van maximaal 50 geslachte dieren per week tot maximaal 500 geslachte dieren per jaar, rechtstreeks aan de eindverbruiker op het bedrijf of op de dichtstbijgelegen weekmarkt, met uitzondering van venthandel en verkoop door middel van verzending, en

    • b. het afstaan van konijne- of hazevlees door een kleine producent, niet zijnde de eigenaar of exploitant van een erkende inrichting, in hoeveelheden van maximaal 50 geslachte dieren per week tot maximaal 500 geslachte dieren per jaar, rechtstreeks aan de eindverbruiker voor eigen verbruik, met uitzondering van venthandel, verkoop door middel van verzending en verkoop op markten.

  • 4 In de gevallen bedoeld in het derde lid, houdt de fokker dan wel de producent een register bij van het aantal dieren dat op zijn bedrijf wordt aan- en afgevoerd, alsmede van het aantal geslachte dieren dat wordt afgeleverd. Bedoelde gegevens worden terstond na de aan- of afvoer in het register genoteerd. De dieren worden in een andere ruimte geslacht dan waar zij worden gehouden.

Artikel 36 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Een wijziging van een of meer onderdelen van de in artikel 1 bedoelde dan wel genoemde richtlijnen treedt voor de toepassing van de artikelen uit deze regeling, waarin naar die onderdelen wordt verwezen, in werking met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.

  • 2 De Minister doet van een wijzigingsrichtlijn als bedoeld in het eerste lid mededeling in de Staatscourant.

Artikel 36a [Vervallen per 01-01-2006]

Deze regeling is niet van toepassing op:

  • a. gehakt, vlees in stukken van minder dan 100 gram en vleesbereidingen als bedoeld in Richtlijn nr. 88/657/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 december 1988 tot vaststelling van de eisen voor de productie van en het handelsverkeer in gehakt, vlees in stukken van minder dan 100 gram en vleesbereidingen en tot wijziging van de Richtlijnen 64/433/EEG, 71/118/EEG en 72/462/EEG (PbEG L 382);

  • b. gehakt vlees en vleesbereidingen als bedoeld in Richtlijn nr. 94/65/EG van de Raad van de Europese Unie van 14 december 1994 tot vaststelling van voorschriften voor de productie en het in de handel brengen van gehakt vlees en vleesbereidingen (PbEG L 368), niet zijnde gehakt vlees als bedoeld in artikel 9.15, tweede lid, van de Regeling keuring en handel dierlijke producten en met inachtneming van, voor zover van toepassing, artikel 9.15, vierde lid, van laatstgenoemde regeling;

  • c. vlees als bedoeld in artikel 1 van verordening (EG) nr. 745/2004 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 16 april 2004 tot vaststelling van maatregelen betreffende de invoer van producten van dierlijke oorsprong voor persoonlijke consumptie (PbEU L 122), voor zover door reizigers in de Europese Gemeenschap binnengebracht of aan particulieren in de Europese Gemeenschap toegezonden.

Artikel 37 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

's-Gravenhage, 30 juni 1993

De

Staatssecretaris

van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
voor deze:
De

secretaris-generaal

,

T. H. J. Joustra

Bijlage [Vervallen per 19-06-1994]