Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Wijzigingsbesluit Premiespaarregeling Rijksambtenaren 1968 (2)[Regeling materieel uitgewerkt per 01-03-2001.]

Geldend van 01-07-1993 t/m heden

Besluit van 25 juni 1993, houdende wijziging van de Premiespaarregeling Rijksambtenaren 1968

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken van 17 juni 1993, directoraat-generaal Politie en Criminaliteitsbestrijding, directie Politie, hoofdafdeling Personeelszaken, nr. 357212/593/RA en directoraat-generaal Openbare orde en Veiligheid, directie Politie, hoofdafdeling Personeel, Informatie en Organisatie, afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid nr. EA 93/4779;

Gelet op artikel 125, eerste lid, van de Ambtenarenwet;

De Raad van State gehoord (advies van 18 mei 1993, nr. WO3.93.0246);

Gezien het nader rapport van onze Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken van 14 juni 1993, directoraat-generaal Politie en Criminaliteitsbestrijding, directie Politie, hoofdafdeling Politieorganisatie en Bedrijfsvoering, nr. 371307/593/GBJ, en directoraat-generaal Openbare Orde en Veiligheid, directie Politie, hoofdafdeling Personeel, Organisatie en Informatie, afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid, nr. EA 93/U 1619;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel I

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel II

  • 1 De ambtenaar, bedoeld in artikel 1 van het Ambtenarenreglement voor de rijkspolitie 1975, die voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit belanghebbende was in de zin van artikel 1, eerste lid, onder a, van de Premiespaarregeling Rijksambtenaren 1968 en die op zijn bijzondere spaarrekening in de zin van artikel 4 van de Premiespaarregeling Rijksambtenaren 1968 een op zijn bezoldiging ingehouden bedrag had uitstaan komt in aanmerking voor de toekenning van een spaarpremie over dat bedrag met overeenkomstige toepassing van die regeling.

  • 2 Ten aanzien van het op grond van artikel 4 van de Premiespaarregeling Rijksambtenaren 1968 op de bezoldiging ingehouden en op de bijzonder spaarrekening, van de in het eerste lid bedoelde ambtenaar, uitstaande bedrag dat nog niet voldoet aan de in die regeling gestelde voorwaarden voor toekenning van de spaarpremie, geldt, dat dit uitstaande bedrag gelijk gesteld wordt met het bedrag dat de volle termijn van vier jaren heeft vastgestaan en derhalve in aanmerking komt voor de toekenning van een spaarpremie over dat bedrag met overeenkomstige toepassing van die regeling.

  • 3 De ambtenaar bedoeld in artikel 1 van het Ambtenarenreglement voor de rijkspolitie 1975 die voor de inwerkingtreding van dit besluit belanghebbende was in de zin van artikel 1, eerste lid, onder a, van de Premiespaarregeling Rijksambtenaren 1968 en betalingen heeft verricht in de zin van artikel 5 van de Premiespaarregeling Rijksambtenaren 1968 komt in aanmerking voor de toekenning van een premie met overeenkomstige toepassing van die regeling, met dien verstande dat voor de over de maand juni 1993 in de zin van artikel 5 van de Premiespaarregeling Rijksambtenaren 1968 verrichte betalingen voor 1 november 1993 een verzoek in de zin van artikel 12, tweede lid, van die regeling moet zijn ingediend.

Artikel III

Dit besluit treedt in werking op 1 juli 1993.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 25 juni 1993

Beatrix

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

De Minister van Binnenlandse Zaken,

C. I. Dales

Uitgegeven de dertigste juni 1993

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin