KruimelpadGeldend op 22-02-2009
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is te komen tot maatregelen voor het opheffen of verminderen van onderwijsachterstanden van leerlingen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen zendt, in overeenstemming met Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, binnen vier jaar na inwerkingtreding van de wijzigingen die deze wet aanbrengt, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wijzigingen in de praktijk.
1.Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de onderscheiden artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden bepaald.
2.Het eerste tijdvak, bedoeld in de artikelen 111a, vierde lid, onderdeel f, van de Wet op het basisonderwijs, 107a, vierde lid, onderdeel f van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en 102b, vierde lid, onderdeel f van de Wet op het voortgezet onderwijs, vangt aan op 1 augustus 1993.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Beatrix
De Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen,
J. Wallage
De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,
H. d'Ancona
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
P. Bukman
De Minister van Justitie,
E. M. H. Hirsch Ballin