Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit uitkeringen Integraal structuurplan noorden des lands 1993/94[Regeling vervallen per 01-01-2005.]

Geldend van 01-04-1993 t/m 31-12-2004

Besluit van 18 maart 1993, houdende regels inzake de verstrekking van uitkeringen in het kader van het Integraal structuurplan noorden des lands in 1993 en 1994

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 28 september 1992, nr. WJA/JZ 92061274;

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;

De Raad van State gehoord (advies van 23 februari 1993, nr. W10.92.0454);

Gezien het nader rapport van de voornoemde staatssecretaris van 9 maart 1993, nr. WJA/JZ 93015913;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 Onze Minister verstrekt in de jaren 1993 en 1994 jaarlijks op aanvraag een uitkering aan de provincies Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel gezamenlijk als bijdrage in de kosten van activiteiten als bedoeld in artikel 7.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2005]

De uitkering is een door Onze Minister vast te stellen bedrag.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2005]

Een aanvraag wordt schriftelijk ingediend bij Onze Minister door een van de in artikel 1, eerste lid, genoemde provincies, mede namens de andere provincies, dan wel een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 1, tweede lid.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2005]

Onze Minister kan afwijzend beslissen op een aanvraag, indien gegronde vrees bestaat dat de provincies dan wel het openbaar lichaam zullen handelen in strijd met ingevolge dit besluit geldende verplichtingen.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2005]

Een beschikking op een aanvraag, inhoudende een toezegging van een uitkering, bevat een vermelding van:

  • a. het maximale bedrag van de uitkering;

  • b. het tijdstip en de wijze waarop het verzoek om vaststelling van het definitieve bedrag van de uitkering moet worden ingediend.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 Aan de toezegging van een uitkering zijn de in de artikelen 7, 8 en 9 opgenomen verplichtingen verbonden.

  • 2 Onze Minister kan aan de toezegging van een uitkering voorschriften verbinden.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 De betrokkenen gebruiken de uitkering voor het op vóór 1 januari 1995 ingediende aanvragen verstrekken van financiële middelen aan degenen die in het gebied van de betrokken provincies een project uitvoeren, dat past in:

    • a. een van de bij besluiten van 29 mei 1991 door de Staatssecretaris van Economische Zaken vastgestelde plannen van aanpak in het kader van het Integraal structuurplan noorden des lands IV, of

    • b. een door de Commissie van de Europese Gemeenschappen goedgekeurd operationeel programma als bedoeld in artikel 5 van de verordening (EEG) nr. 2052/88 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juni 1988 betreffende de taken van de Fondsen met structurele strekking, hun doeltreffendheid alsmede de coördinatie van hun bijstandsverlening onderling met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten (PbEG L 185).

    Onder een operationeel programma wordt mede verstaan een mede door de Commissie van de Europese Gemeenschappen gefinancierd programma als bedoeld in de mededeling 91/C 73/14 aan de Lid-Staten tot vaststelling van richtsnoeren voor globale subsidies waarvoor de Lid-Staten voorstellen kunnen indienen in het kader van een communautair initiatief voor plattelandsontwikkeling (Leader) (PbEG C 73/33).

  • 3 De betrokkenen nemen bij het verstrekken van financiële middelen de ingevolge de verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen voor de staat geldende verplichtingen in acht.

  • 4 De betrokkenen kunnen de uitkering ook gebruiken ten behoeve van door henzelf uit te voeren projecten als bedoeld in het eerste lid, mits Onze Minister hiervoor voorafgaand schriftelijk toestemming heeft gegeven.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2005]

De betrokkene dient een aanvraag om vaststelling van het definitieve bedrag van de uitkering in overeenkomstig hetgeen daaromtrent in de beschikking, bedoeld in artikel 5, is vermeld.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 De betrokkenen voeren een administratie die zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle door hen aangegane verplichtingen en verrichte betalingen kunnen worden afgelezen.

  • 2 De betrokkenen voldoen aan hetgeen door door Onze Minister aangewezen personen wordt verzocht, voor zover dat noodzakelijk is voor een goede uitvoering van dit besluit, omtrent:

    • a. het verlenen van toegang tot door hen gebruikte plaatsen,

    • b. het verlenen van inzage in zakelijke gegevens en bescheiden,

    • c. het maken van kopieën van de onder b bedoelde gegevens en

    • d. het verlenen van medewerking aan het verstrekken van gegevens door derden.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 Op een uitkering ter zake waarvan een beschikking als bedoeld in artikel 5 geldt, kan op aanvraag van de betrokkene eenmaal per kalenderjaar door Onze Minister een voorschot worden verstrekt.

  • 2 Het voorschot bedraagt een gedeelte van het in artikel 5, eerste lid, onder a, bedoelde bedrag, ter grootte van:

    • a. 10 procent in het kalenderjaar waarin de toezegging is gedaan;

    • b. 20 procent in elk van de twee op het onder a bedoelde kalenderjaar volgende kalenderjaren;

    • c. 25 procent in elk van de twee op het laatste onder b bedoelde kalenderjaar volgende kalenderjaren, met dien verstande dat in 1998 geen of een kleiner voorschot kan worden verstrekt, voorzover dat noodzakelijk is om te voorkomen dat aan de betrokkenen een groter bedrag aan voorschotten wordt verstrekt dan het bedrag van de in totaal door hen gemaakte kosten.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 Indien de betrokkene niet op het in artikel 5, onder b, bedoelde tijdstip een aanvraag om vaststelling van het definitieve bedrag van de uitkering heeft ingediend, stelt Onze Minister hem in de gelegenheid binnen een door Onze Minister te stellen termijn alsnog een zodanige aanvraag in te dienen.

  • 2 Indien na afloop van deze termijn geen aanvraag is ingediend, stelt Onze Minister het definitieve bedrag van de uitkering ambtshalve vast.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2005]

Onze Minister geeft een beschikking tot vaststelling van het definitieve bedrag van de uitkering binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag dan wel nadat de in artikel 11 bedoelde termijn is verstreken. Indien de beschikking niet binnen dertien weken kan worden gegeven, stelt Onze Minister de betrokkene daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarop de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 Onze Minister stelt het definitieve bedrag van de uitkering vast overeenkomstig de beschikking, bedoeld in artikel 5.

  • 2 Het definitieve bedrag van de uitkering kan op nihil dan wel een lager bedrag dan het toegezegde bedrag worden gesteld:

    • a. voor zover de betrokkenen geen kosten hebben gemaakt of betaald voor activiteiten als bedoeld in artikel 7;

    • b. indien de betrokkenen niet hebben voldaan aan de verplichtingen welke ingevolge dit besluit voor hen gelden;

    • c. indien de beschikking, bedoeld in artikel 5, ten gevolge van aan de betrokkenen te wijten onjuistheid of onvolledigheid van verstrekte gegevens anders luidt dan het geval zou zijn geweest, indien deze gegevens juist en volledig zouden zijn verstrekt.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2005]

Onze Minister kan een beschikking, inhoudende de vaststelling van het definitieve bedrag van de uitkering, intrekken, indien de beschikking ten gevolge van aan de betrokkenen te wijten onjuistheid of onvolledigheid van verstrekte gegevens anders luidt dan het geval zou zijn geweest, indien de gegevens juist en volledig zouden zijn verstrekt.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2005]

Indien toepassing is gegeven aan de artikelen 13 of 14, zijn ter beschikking gestelde uitkeringen terstond opeisbaar voor zover zij het bedrag waarop de betrokkenen alsdan recht hebben te boven gaan.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2005]

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 1993 en vervalt met ingang van 1 januari 2005.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2005]

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit uitkeringen Integraal structuurplan noorden des lands 1993/94.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij horende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 18 maart 1993

Beatrix

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Y. C. M. T. van Rooy

Uitgegeven de dertigste maart 1993

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin