Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren[Regeling vervallen per 01-07-2010 met terugwerkende kracht tot en met 01-01-2008.]

Geldend van 13-07-2005 t/m 31-12-2007

Besluit van 26 februari 1993, houdende vaststelling van een regeling van de vergoeding van onkosten voor rechterlijke ambtenaren

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 17 december 1992, Stafafdeling Wetgeving Publiekrecht, nr. 270230/92/6;

Gelet op artikel 7, derde lid, van de Wet op de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren en artikel 125, eerste lid, onderdeel j, van de Ambtenarenwet 1929;

De Raad van State gehoord (advies van 10 februari 1993, nr. W03.92 0640);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 16 februari 1993, Stafafdeling Wetgeving Publiekrecht, nr. 307641/93/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1 [Vervallen per 01-07-2010]

  • 2 De vergoeding bedraagt:

    • a. voor de president van de Hoge Raad: € 4153,72 per jaar;

    • b. voor een vice-president van de Hoge Raad, een coördinerend vice-president senior van een gerechtshof, een coördinerend vice-president van een gerechtshof of een vice-president van een gerechtshof: € 1545,67 per jaar;

    • c. voor een coördinerend vice-president senior van een rechtbank, een coördinerend vice-president van een rechtbank of een vice-president van een rechtbank: € 1418,54 per jaar; en

    • d. voor de andere rechterlijke ambtenaren, bedoeld in het eerste lid: € 1161,47 per jaar.

Artikel 2 [Vervallen per 01-07-2010]

  • 1 Aan de leden van het parket bij de Hoge Raad en de leden van het openbaar ministerie, bedoeld in de artikelen 7, eerste lid, en 8 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, en de leden van het openbaar ministerie, bedoeld in artikel 9, eerste en derde lid, van die wet, die zijn aangewezen voor het vervullen van ten minste de helft van een volledige taak, wordt als tegemoetkoming in de algemene kosten die aan de vervulling van hun ambt zijn verbonden, een algemene onkostenvergoeding toegekend.

  • 2 De vergoeding bedraagt:

    • a. voor de procureur-generaal bij de Hoge Raad: € 4153,72 per jaar,

    • b. voor de procureurs-generaal die het College van procureurs-generaal vormen: € 4023,79 per jaar,

    • c. voor de plaatsvervangend procureur-generaal bij de Hoge Raad: € 2319,67 per jaar,

    • d. voor een hoofdadvocaat-generaal, een hoofdofficier van justitie en een fungerend hoofdofficier van justitie: € 2189,74 per jaar,

    • e. voor een plaatsvervangend hoofdadvocaat-generaal en een plaatsvervangend hoofdofficier van justitie: € 1675,60 per jaar,

    • f. voor een advocaat-generaal bij de Hoge Raad en een advocaat-generaal bij een ressortsparket: € 1418,54 per jaar, en

    • g. voor de overige ambtenaren, bedoeld in het eerste lid: € 1288,60 per jaar.

Artikel 3 [Vervallen per 01-07-2010]

Aan de senior-gerechtsauditeurs en de gerechtsauditeurs, bedoeld in de artikelen 7, eerste lid, en 8 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, die tevens zijn benoemd tot raadsheer-plaatsvervanger in het gerechtshof of rechter-plaatsvervanger in de rechtbank waarbij zij zijn aangesteld, wordt als tegemoetkoming in de algemene kosten die aan de vervulling van hun ambt zijn verbonden, een algemene onkostenvergoeding toegekend van € 1161,47 per jaar.

Artikel 4 [Vervallen per 01-07-2010]

Tenzij artikel 3 van toepassing is, wordt aan de senior-gerechtsauditeurs en de gerechtsauditeurs, bedoeld in de artikelen 7, eerste lid, en 8 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, als tegemoetkoming in de algemene kosten die aan de vervulling van hun ambt zijn verbonden, een algemene onkostenvergoeding toegekend van € 465,06 per jaar.

Artikel 5 [Vervallen per 01-07-2010]

Aan de griffier en de substituut-griffiers van de Hoge Raad wordt als tegemoetkoming in de algemene kosten die aan de vervulling van hun ambt zijn verbonden, een algemene onkostenvergoeding toegekend van € 644,53 per jaar.

Artikel 6 [Vervallen per 01-07-2010]

Aan de rechterlijke ambtenaren in opleiding, bedoeld in artikel 145 van de Wet op de rechterlijke organisatie, wordt als tegemoetkoming in de algemene kosten die aan de vervulling van hun ambt zijn verbonden, een algemene onkostenvergoeding toegekend van € 465,06 per jaar.

Artikel 7 [Vervallen per 01-07-2010]

  • 1 Aan de rechterlijke ambtenaren die zijn aangesteld voor het vervullen van minder dan de helft van een volledige taak wordt een algemene onkostenvergoeding toegekend die een met hun werktijd overeenkomend deel bedraagt van de vergoeding die zij zouden hebben ontvangen indien zij in hetzelfde ambt zouden zijn aangesteld voor het vervullen van een volledige taak.

  • 2 Aan de ambtenaren die met toepassing of overeenkomstige toepassing van artikel 6 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren zijn aangewezen voor het vervullen van minder dan de helft van een volledige taak, wordt een algemene onkostenvergoeding toegekend die een met hun taak overeenkomend deel bedraagt van de vergoeding die zij zouden hebben ontvangen indien zij in hetzelfde ambt zouden zijn aangewezen voor het vervullen van een volledige taak.

Artikel 7a [Vervallen per 01-07-2010]

De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding heeft bij ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, in afwijking van de artikelen 1 tot en met 7, geen aanspraak op een onkostenvergoeding na ommekomst van het kalenderjaar waarin de ongeschiktheid is aangevangen en het kalenderjaar daaropvolgend.

Artikel 7b [Vervallen per 01-07-2010]

Bij regeling van Onze Minister kunnen de in dit besluit genoemde vergoedingen worden aangepast door middel van toepassing van de geldende consumentenprijsindex, waarbij de bedragen worden afgerond naar de eerstvolgende euro.

Artikel 8 [Vervallen per 01-07-2010]

  • 1 De in dit besluit bedoelde vergoedingen worden per kalendermaand berekend en uitbetaald.

  • 2 Indien een aanspraak ontstaat op een andere dag dan de eerste dag van een kalendermaand, wordt zij gelijkgesteld met een aanspraak die is ontstaan op de eerste dag van die kalendermaand.

Artikel 9 [Vervallen per 01-07-2010]

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren.

Artikel 10 [Vervallen per 01-07-2010]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 11 [Vervallen per 01-10-1994]

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 26 februari 1993

Beatrix

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

Uitgegeven de achttiende maart 1993

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin