Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling aquicultuur[Regeling vervallen per 01-08-2008.]

Geldend van 15-12-2006 t/m 31-07-2008

Regeling aquicultuur

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Gelet op richtlijn 91/67/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 januari 1991 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het in de handel brengen van aquicultuurdieren en aquicultuurprodukten (PbEG L 46), richtlijn 89/662/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PbEG L 395/13), richtlijn 90/425/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en produkten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PbEG L 224/29), richtlijn 90/675/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 december 1990 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor produkten uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht (PbEG L 373), richtlijn 91/496/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1991 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor dieren uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht (Pb EG L 268/56), beschikking 92/571/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 15 december 1992 inzake nieuwe overgangsmaatregelen om de overgang naar de bij richtlijn 90/675/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen vastgestelde regeling inzake veterinaire controles te vergemakkelijken (PbEG L 367), op artikel 2b van de Visserijwet 1963 (Stb. 312)1Laatstelijk gewijzigd bij Wet van 25 oktober 1989, Stb. 490. en artikel 3 van het Reglement zee- en kustvisserij 1977 (Stb. 666)2Laatstelijk gewijzigd bij besluit van 15 mei 1991, Stb. 343.;

Gehoord het Produktschap voor Vis en Visprodukten;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 1 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    a. VWA:

    Voedsel en Waren Autoriteit;

    b. ambtenaar:

    ambtenaar als bedoeld in artikel 114, tweede lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

    c. officiële dierenarts:

    door de bevoegde centrale autoriteit van het land van verzending aangewezen dierenarts;

    d. richtlijn 91/67/EEG:

    Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 januari 1991 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het in de handel brengen van aquicultuurdieren en aquicultuurprodukten (PbEG L 46/1);

    e. richtlijn 89/662/EEG:

    Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PbEG L 395/13);

    f. richtlijn 90/425/EEG:

    Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en produkten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PbEG L 224/29);

    g. richtlijn 97/78/EG:

    richtlijn nr. 97/78/EG van de Raad van de Europese Unie van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht;.

    h. richtlijn 91/496/EEG:

    Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1991 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor dieren uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht en tot wijziging van de Richtlijnen 89/662/EEG, 90/425/EEG en 90/675/EEG (PbEG L 268/56);

    i. verordening 136/2004/EG:

    verordening (EG) nr. 136/2004 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 22 januari 2004 tot vaststelling van procedures voor de veterinaire controles in de grensinspectieposten van de Gemeenschap bij het binnenbrengen van producten uit derde landen (PbEU 21);

    j. verordening 282/2004/EG:

    Verordening (EG) nr. 282/2004 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 februari 2004 betreffende de vaststelling van een document voor de aangifte en de veterinaire controle van uit derde landen afkomstige dieren die in de Gemeenschap worden binnengebracht (PbEU L 49);

    k.
    [Red: vervallen;]
    l. richtlijn 93/53/EEG:

    Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juni 1993 tot vaststelling van minimale communautaire maatregelen voor de bestrijding van bepaalde visziekten (PbEG L 175);

    m. beschikking 93/444/EEG:

    Beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 juli 1993 houdende toepassingsbepalingen inzake het intracommunautaire handelsverkeer van bepaalde levende dieren en produkten die bestemd zijn voor uitvoer naar derde landen (PbEG L 208);

    n.
    [Red: vervallen;]
    o.
    [Red: vervallen;]
    p. richtlijn 96/22/EG:

    richtlijn (EG) nr. 96/22 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 april 1996 betreffende het gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met thyreostatische werking, alsmede van ß-agonisten en tot intrekking van de Richtlijnen 81/602/EEG, 88/146/EEG en 88/299/EEG (PbEG L 125);

    q. richtlijn 98/45/EG:

    Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juni 1998 houdende wijziging van richtlijn 91/67/EEG inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het in de handel brengen van aquicultuurdieren en aquicultuurproducten (PbEG L 189);

    r. beschikking 99/567/EG:

    Beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 27 juli 1999 tot vaststelling van het model van het in artikel 16, lid 1, van Richtlijn 91/67/EEG van de Raad bedoelde certificaat (PbEG L 216);

    s. aquicultuurdieren:

    aquicultuurdieren als bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van richtlijn 91/67/EEG;

    t. aquicultuurprodukten:

    aquicultuurprodukten als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, van richtlijn 91/67/EEG;

    u. bedrijf:

    bedrijf als bedoeld in artikel 2, onderdeel 4, van richtlijn 91/67/EEG;

    v. erkend bedrijf:

    bedrijf dat krachtens artikel 6 van richtlijn 91/67/EEG als zodanig is aangemerkt;

    w. erkend gebied:

    gebied dat krachtens artikel 5 van richtlijn 91/67/EEG als zodanig is aangemerkt;

    x. erkend laboratorium:

    een door de minister aangewezen laboratorium;

    y. erkende inspectiepost:

    op Nederlands grondgebied gelegen inspectiepost die is aangewezen en erkend overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 van richtlijn 91/496/EEG voor zover het de in- of doorvoer van aquicultuurdieren betreft onderscheidenlijk het bepaalde in artikel 6 van richtlijn 97/78/EG voor zover het de in-of doorvoer van aquicultuurprodukten betreft;

    z. importeur:

    elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die aquicultuurdieren of aquicultuurprodukten met het oog op de invoer of doorvoer bij een erkende inspectiepost ten onderzoek aanbiedt dan wel zijn gemachtigde;

    aa. Lid-Staat:

    land, niet zijnde Nederland, dat lid is van de Europese Gemeenschappen;

    bb. derde land:

    land, niet zijnde Nederland en niet zijnde een Lid-Staat;

    cc. partij aquicultuurdieren:

    hoeveelheid aquicultuurdieren van dezelfde soort die met een zelfde vervoermiddel wordt vervoerd en afkomstig is uit een zelfde land;

    dd. partij aquicultuurprodukten:

    hoeveelheid aquicultuurprodukten van dezelfde soort die met een zelfde vervoermiddel wordt vervoerd en afkomstig is uit een zelfde land;

    ee. ondernemer:

    de eigenaar van een bedrijf;

    ff. doorvoer:

    vervoer over Nederlands grondgebied van een partij afkomstig uit een Lid-Staat of een derde land, naar een Lid-Staat of derde land;

    gg. in de handel brengen:

    voorhanden en in voorraad hebben met het oog op verkoop, te koop aanbieden, vervreemden, afleveren of iedere andere vorm van in de handel brengen in Nederland en in een Lid-Staat, met uitzondering van de verkoop in de detailhandel;

    hh. punt van uitgang:

    douanekantoor van uitgang, of een in een andere Lid-Staat gelegen plaats als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel a, van beschikking 93/444/EEG, van waaruit de betrokken partij aquicultuurdieren of aquicultuurprodukten rechtstreeks naar het derde land van bestemming worden doorgevoerd;

    ii. douane-entrepot:

    opslagruimte als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 (PbEG L 302);

    jj. ruimte voor tijdelijke opslag:

    opslagruimte als bedoeld in artikel 185 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 juli 1993 (PbEG L 253);

    kk. vrij entrepot:

    opslagruimte als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 (PbEG L 302);

    ll. belanghebbende bij de lading:

    belanghebbende bij de lading als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel e, van richtlijn 97/78/EG..

  • 2 In deze regeling wordt onder ‘uitzetten’ mede begrepen: verwateren.

  • 3 Voor de toepassing van hoofdstuk 2 wordt onder ‘inspecteur’ mede verstaan degene die namens de inspecteur-districtshoofd van de Veterinaire Dienst onder diens gezag en verantwoordelijkheid optreedt.

Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen inzake het in de handel brengen van aquicultuurdieren en aquicultuurprodukten [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 2 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Het is verboden aquicultuurdieren in de handel te brengen die:

    • a. op de dag van lading enig klinisch symptoom van ziekte vertonen;

    • b. bestemd zijn om in het kader van een nationaal programma voor uitroeiing van een in bijlage A van richtlijn 91/67/EEG genoemde ziekte te worden vernietigd of gedood;

    • c. afkomstig zijn van een bedrijf waarvoor een veterinairrechtelijkverbod geldt of in contact zijn geweest met dieren van dergelijke bedrijven, en met name van een bedrijf waarvoor de in het kader van richtlijn 93/53/EEG bedoelde bestrijdingsmaatregelen gelden.

  • 2 Het is verboden aquicultuurprodukten voor kweekdoeleinden, met name eieren en gameten, in de handel te brengen voor zover deze afkomstig zijn van dieren bedoeld in het eerste lid.

  • 3 Het is verboden aquicultuurprodukten die bestemd zijn voor consumptie in de handel te brengen tenzij deze produkten afkomstig zijn van dieren die op de dag van lading geen enkel klinisch symptoom van ziekte vertonen.

  • 4 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op de situatie, bedoeld in artikel 2 van beschikking 99/567/EG, indien de partij levend gekweekte vis, dan wel de eieren of gameten daarvan, vergezeld gaan van een uit één enkel blad bestaand origineel document dat is opgesteld overeenkomstig het model van bijlage II bij beschikking 99/567/EG.

Artikel 3 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Aquicultuurdieren dienen vanaf een bedrijf of vanaf de plaats waar zij voor het eerst zijn opgevist, zo snel mogelijk naar de plaats van bestemming te worden gebracht.

  • 2 Het is verboden aquicultuurdieren naar de plaats van bestemming te vervoeren in vervoermiddelen die niet vooraf zijn gereinigd en, voor zover nodig, zijn ontsmet met een door de minister aangewezen ontsmettingsmiddel.

Artikel 4 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Voor zover het vervoer van aquicultuurdieren over land in water geschiedt, dienen de voertuigen zo te zijn ingericht dat tijdens het transport geen water uit het voertuig kan wegvloeien of kan worden gemorst.

  • 2 Tijdens vervoer als bedoeld in het eerste lid, moet de gezondheidstoestand van de aquicultuurdieren doelmatig worden beschermd, met name door het water waarin zij worden vervoerd, te verversen.

  • 3 Het is verboden water waarin aquicultuurdieren over land worden vervoerd, te verversen op andere plaatsen dan die door de minister daartoe zijn aangewezen met in achtneming van het bepaalde in bijlage D van richtlijn 91/67/EEG.

Hoofdstuk 3. Erkende gebieden [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 5 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 De minister kan, al dan niet op verzoek van de betrokken ondernemers, bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen een gebied, als bedoeld in bijlage B, onder I.A, II.A of III.A van richtlijn 91/97/EEG, in aanmerking brengen voor erkenning door die Commissie als is voldaan aan de vereisten, bedoeld in bijlage B, onder I.B, II.B of III.B van richtlijn 91/67/EEG.

  • 2 De minister geeft slechts toepassing aan het bepaalde in het eerste lid, indien de betrokken ondernemers zich schriftelijk jegens de minister bereid hebben verklaard hun bedrijven, voorzover gelegen in het betreffende gebied, onder toezicht te stellen van ambtenaren tegen de daaraan verbonden kosten.

Artikel 6 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Indien het gebied, bedoeld in artikel 5, door de Commissie van de Europese Gemeenschappen is geplaatst op de lijst van erkende gebieden, bedoeld in artikel 5, derde lid, van richtlijn 91/67/EEG, gelden voor de ondernemers in dat gebied de volgende verplichtingen:

    • a. zij dienen medewerking te verlenen aan gezondheidscontroles, als bedoeld in bijlage B van richtlijn 91/67/EEG, in hun bedrijf;

    • b. zij dienen een register bij te houden waarin alle gegevens dienen te worden vermeld die van belang zijn om de gezondheidstoestand van de vis permanent te kunnen volgen.

  • 2 Het is verboden in een erkend gebied aquicultuurdieren die vatbaar zijn voor de ziekten, bedoeld in bijlage A, kolom 1, lijst II, van richtlijn 91/67/EEG, uit te zetten tenzij die dieren uit een ander erkend gebied of uit een erkend bedrijf afkomstig zijn.

  • 3 De minister kan omtrent de opbouw van het register, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, alsmede omtrent de eisen waaraan dit register dient te voldoen en de wijze waarop stukken daarin dienen te worden bewaard dan wel gegevens dienen te worden gerangschikt, regels stellen.

Artikel 7 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 De minister schorst de erkenning van een gebied als erkend gebied of trekt deze erkenning in indien:

    • a. door een ondernemer in dat gebied niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 6, eerste lid, dan wel is gehandeld in strijd met het verbod, gesteld in artikel 6, tweede lid;

    • b. het onderzoek door een erkend laboratorium op de bij de gezondheidscontroles genomen monsters aquicultuurdieren of aquicultuurprodukten geen negatief resultaat heeft gegeven ten aanzien van het voorkomen van verwekkers van in bijlage A, kolom 1, lijst II, van richtlijn 91/67/EEG vermelde ziekten;

    • c. door een ondernemer in het gebied anderszins is gehandeld in strijd met het bepaalde in deze regeling of richtlijn 91/67/EEG, voor zover daardoor de erkenning van het gebied in gevaar kan worden gebracht.

  • 2 De schorsing of intrekking, bedoeld in het eerste lid, kan betrekking hebben op een gedeelte van een erkend gebied, voorzover daarbij het bepaalde in bijlage B, onder I.D, II.D of III.D van richtlijn 91/67/EEG in acht wordt genomen en het gedeelte van het gebied waarvoor de erkenning wordt gehandhaafd, voldoet aan de omschrijving, bedoeld in bijlage B, onder I.A, II.A of III.A van richtlijn 91/67/EEG.

Artikel 8 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 De ondernemer, handelaar of dierenarts doet onverwijld aangifte bij de VWA van iedere abnormale sterfte of van ieder ander symptoom dat doet vermoeden dat aquicultuurdieren of aquicultuurproducten één van de in bijlage A, kolom 1, lijst II, van richtlijn 91/67/EEG vermelde ziekten hebben.

  • 2 Onverminderd het bepaalde in artikel 7 schorst de minister onmiddellijk na ontvangst van een mededeling bedoeld in het eerste lid, de erkenning van het gebied dan wel overeenkomstig het bepaalde in bijlage B, onder I.D, II.D of III.D van richtlijn 91/67/EEG een gedeelte daarvan, voorzover het gedeelte van het gebied waarvoor de erkenning wordt gehandhaafd, voldoet aan de omschrijving, bedoeld in bijlage B, onder I.A, II.A of III.A van richtlijn 91/67/EEG.

Artikel 9 [Vervallen per 01-08-2008]

De minister heft de schorsing van de erkenning van een erkend gebied dan wel van een deel van een gebied op, indien:

  • -

    een erkend laboratorium aanwezigheid van ziekteverwekkers als bedoeld in bijlage A, kolom 1, lijst II, uit het gebied dan wel gedeelte daarvan niet heeft kunnen vaststellen;

  • -

    de besmettingshaard overeenkomstig het bepaalde in bijlage B, onder I.D., II.D. of III.D. van richtlijn 91/67/EEG is uitgeroeid en het gebied dan wel gedeelte daarvan weer voldoet aan de vereisten, bedoeld in bijlage B, onder I.B., II.B. of III.B. van richtlijn 91/67/EEG.

Hoofdstuk 4. Erkende bedrijven [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 10 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Een ondernemer kan de minister verzoeken om zijn bedrijf, voor zover niet gelegen in een erkend gebied, in aanmerking te brengen voor erkenning door de Commissie van de Europese Gemeenschappen als erkend bedrijf.

  • 2 De ondernemer verklaart zich bij dit verzoek tevens bereid zijn bedrijf onder toezicht te stellen van ambtenaren tegen de daaraan verbonden kosten en, in voorkomend geval, medewerking te verlenen aan de door deze ambtenaren ten aanzien van zijn bedrijf nodig geachte maatregelen ter voorkoming van het binnenbrengen van ziekten.

Artikel 11 [Vervallen per 01-08-2008]

De minister brengt een bedrijf bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen in aanmerking voor erkenning door die Commissie als is voldaan aan de vereisten, bedoeld in bijlage C, onder I.A., II.A of III.A, van richtlijn 91/67/EEG.

Artikel 12 [Vervallen per 01-08-2008]

Het bepaalde in de artikelen 6 tot en met 9 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van erkende bedrijven.

Hoofdstuk 4a. Erkende invoercentra [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 12a [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Een eigenaar van een invoercentrum kan bij de minister een aanvraag indienen tot erkenning van zijn invoercentrum. De eigenaar verklaart zich bij de aanvraag bereid zijn invoercentrum onder toezicht te stellen van ambtenaren tegen de daaraan verbonden kosten.

  • 2

De minister erkent een invoercentrum, indien dit voldoet aan de krachtens artikel 20 van richtlijn 91/67/EEG gestelde voorschriften. De minister trekt de erkenning in op het moment dat het invoercentrum niet meer voldoet aan deze voorschriften.

  • 3

Een aanvraag tot erkenning als bedoeld in het eerste lid wordt ingediend bij de VWA.

Hoofdstuk 5. Verdere bepalingen inzake het in de handel brengen van aquicultuurdieren en aquicultuurprodukten [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 13 [Vervallen per 01-08-2008]

Het is verboden levende vis, met uitzondering van weekdieren, van voor ziekte vatbare soorten vermeld in bijlage A, kolom 2, lijst II, van richtlijn 91/67/EEG, als ook eieren of gameten daarvan, in de handel te brengen, zonder dat de betreffende zending van deze dieren vergezeld gaat van een vervoerdocument, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van richtlijn 91/67/EEG, voor zover de betreffende vis, eieren of gameten bestemd zijn om te worden binnengebracht in een erkend gebied of bij een erkend bedrijf dat voldoet aan de voorwaarden van bijlage C, punt I, van die richtlijn, ten einde daar te worden uitgezet.

Artikel 14 [Vervallen per 01-08-2008]

Het is verboden levende weekdieren, bedoeld in bijlage A, kolom 2, lijst II, van richtlijn 91/67/EEG, in de handel te brengen in strijd met het bepaalde in artikel 8, eerste lid, van richtlijn 91/67/EEG.

Artikel 15 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Het is verboden een partij aquicultuurdieren, met uitzondering van weekdieren, vatbaar voor de in bijlage A, kolom 1, lijst II, van richtlijn 91/67/EEG vermelde ziekten, voor zover deze bestemd zijn voor menselijke consumptie, afkomstig uit een niet erkend gebied, in een erkend gebied in de handel te brengen, behoudens voor zover de dieren voor verzending zijn gedood en van de ingewanden ontdaan.

  • 2 Het bepaalde in het eerste lid geldt niet indien de aquicultuurdieren afkomstig zijn van een erkend bedrijf, gelegen in een niet erkend gebied.

Artikel 16 [Vervallen per 01-08-2008]

Het is verboden levende weekdieren die vatbaar zijn voor de in bijlage A, kolom 1, lijst II, van richtlijn 91/67/EEG vermelde ziekten, voor zover zij afkomstig zijn uit een niet erkend gebied, in een erkend gebied af te leveren anders dan voor rechtstreekse menselijke consumptie of voor de conservenindustrie. Zij mogen niet opnieuw worden uitgezet, behalve in de gevallen, bedoeld in artikel 9, onderdeel 2, van richtlijn 91/67/EEG.

Artikel 17 [Vervallen per 01-08-2008]

Voor zover zij bestemd zijn om te worden binnengebracht in een erkend gebied teneinde in dat gebied te worden uitgezet of in een bedrijf dat voldoet aan de eisen van bijlage C van richtlijn 91/67/EEG, is het verboden levende gekweekte vissen, alsmede de eieren of gameten daarvan, en gekweekte weekdieren, die niet behoren tot de in bijlage A, kolom 2, lijst II, van richtlijn 91/67/EEG vermelde voor de betreffende ziekte vatbare soorten, in de handel te brengen zonder dat de betreffende zending vergezeld gaat van een document als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van richtlijn 91/67/EEG.

Artikel 18 [Vervallen per 01-08-2008]

Voor zover zij bestemd zijn om te worden binnengebracht in een erkend gebied of in een bedrijf dat voldoet aan de eisen van bijlage C van richtlijn 91/67/EEG, is het verboden in het wild levende vissen, week- of schaaldieren, als ook eieren of gameten daarvan, in de handel te brengen, in strijd met het bepaalde in artikel 14, derde lid, van richtlijn 91/67/EEG.

Artikel 18a [Vervallen per 01-08-2008]

De artikelen 17 en 18 zijn niet van toepassing op:

  • a. aquicultuurdieren die voorkomen op de in artikel 14, vierde lid, van richtlijn 91/67/EEG bedoelde lijst;

  • b. tropische siervissen die permanent in aquaria worden gehouden.

Artikel 19 [Vervallen per 01-08-2008]

De verboden, bedoeld in de artikelen 13 tot en met 18, zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van gebieden of bedrijven waarvoor een programma als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van richtlijn 91/67/EEG, is vastgesteld.

Hoofdstuk 6. De in- en doorvoer van aquicultuurdieren [Vervallen per 01-08-2008]

Paragraaf 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 20 [Vervallen per 01-08-2008]

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder ‘handelaar’ verstaan elke natuurlijke of rechtspersoon die aquicultuurdieren met het oog op de verhandeling onder zich heeft.

Artikel 21 [Vervallen per 01-08-2008]

De in- en doorvoer van aquicultuurdieren is verboden.

Paragraaf 2. In- en doorvoer vanuit Lid-Staten [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 22 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Van het verbod, bedoeld in artikel 21, wordt vrijstelling verleend ter zake van de in- en doorvoer van aquicultuurdieren:

    • a. die zijn verzonden vanuit een Lid-Staat;

    • b. die zijn verzonden vanuit een derde land, en via het grondgebied van een Lid-Staat in het kader van de in- of doorvoer op Nederlands grondgebied worden gebracht;

      mits, voor zover van toepassing, voldaan wordt aan het bepaalde in de artikelen 23 tot en met 29.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde vrijstelling geldt niet ter zake van de doorvoer naar Finland van vissen, bestemd voor de teelt of het weer uitzetten.

  • 3 De in het eerste lid bedoelde vrijstelling geldt niet terzake van aquicultuurdieren afkomstig uit België.

Artikel 23 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 De aquicultuurdieren mogen niet afkomstig zijn van een plaats als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van richtlijn 90/425/EEG, tenzij toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van richtlijn 93/53/EEG.

  • 2 Ten aanzien van de aquicultuurdieren dient voldaan te zijn aan het bepaalde in de artikelen 2, eerste lid, 3 en 4 en, indien de aquicultuurdieren zijn bestemd voor Zweden, in afwachting van de met betrekking tot IPN, BKD, furunculose en ERM-Yersiniose gestelde algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van richtlijn 91/67/EEG, en de met betrekking tot voorjaarsviremie bij karpers gestelde algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van richtlijn 91/67/EEG, aan de voorschriften die Zweden stelt met betrekking tot IPN, BKD, furunculose, ERM-Yersiniose, en bij karpers de voorjaarsviremie.

  • 3 De partij aquicultuurdieren dient in het kader van de invoer, tot en met de ontvangst door de ontvanger, genoemd in de hierna bedoelde documenten, en in het kader van de doorvoer, tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied, voor zover de partij is verzonden uit een derde land en via het grondgebied van een Lid-Staat in het kader van de in- of doorvoer op Nederlands grondgebied wordt gebracht, vergezeld te gaan van het Gemeenschappelijke veterinaire document van binnenkomst, bedoeld in verordening 282/2004/EG, alsmede het document, onderscheidenlijk de documenten, bedoeld in artikel 7, eerste lid, eerste gedachtestreepje, van richtlijn 91/496/EEG zijn voorgeschreven, dan wel, voor zover de partij verzonden is uit een Lid-Staat en bestemd is voor een bedrijf gelegen in een erkend gebied of voor een erkend bedrijf, van de vervoersdocumenten bedoeld in de artikelen 13, 14, 17 of 18.

  • 4 De in het derde bedoelde documenten zijn volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend en voldoen, in voorkomend geval, aan artikel 28, onderdelen d en e. Voorts is de geldigheidsduur ervan niet verstreken en zijn zij in overeenstemming met de regelgeving van de Europese Gemeenschappen afgegeven.

  • 5 De vanuit een Lid-Staat verzonden partij levende gekweekte vis dient in de situatie, bedoeld in artikel 1 van beschikking 99/567/EG, in het kader van de invoer, tot en met de ontvangst door de geadresseerde, genoemd in het hierna bedoelde document, en in het kader van de doorvoer, tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied, vergezeld te gaan van een uit één enkel blad bestaand origineel document dat is opgesteld overeenkomstig het model van bijlage 1 bij beschikking 99/567/EG.

  • 6 De vanuit een Lid-Staat verzonden partij levende gekweekte vis dient in de situatie, bedoeld in artikel 2 van beschikking 99/567/EG, in het kader van de invoer, tot en met de ontvangst door de geadresseerde, genoemd in het hierna bedoelde document, en in het kader van de doorvoer, tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied, vergezeld te gaan van een uit één enkel blad bestaand origineel document dat is opgesteld overeenkomstig het model van bijlage II bij beschikking 99/567/EG.

Artikel 24 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 De ontvanger van aquicultuurdieren, bedoeld in artikel 23, derde lid, dient van elke partij aquicultuurdieren de aankomst tussen 08.00 uur en 17.00 uur en ten laatste op de dag, niet zijnde een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag, voorafgaand aan de dag van aankomst op de plaats van bestemming te melden of te doen melden bij de VWA. Bij die melding dient mededeling te worden gedaan van het vermoedelijke tijdstip van aankomst en de aard en omvang van de partij.

  • 2 De ontvanger moet de instructies opvolgen, die de ambtenaar hem of degene die namens hem is opgetreden heeft gegeven in verband met een controle. Desverlangd is hij verplicht de aangevoerde dieren ten onderzoek aan te bieden aan de ambtenaar en de in artikel 23, derde lid, bedoelde documenten te overleggen. Bij een zodanig onderzoek verleent hij alle medewerking en verstrekt hij alle inlichtingen die voor het onderzoek noodzakelijk worden geacht.

  • 3 De ontvanger van de aquicultuurdieren moet de in artikel 23, derde lid, bedoelde documenten ten minste zes maanden vanaf de aanvoer van die dieren te bewaren.

Artikel 25 [Vervallen per 01-08-2008]

De vervoerder van de aquicultuurdieren moet de instructies van de ambtenaar in verband met een controle opvolgen. Desverlangd is hij verplicht de dieren ten onderzoek aan de ambtenaar aan te bieden en artikel 23, derde lid, bedoelde documenten te overleggen. Bij een zodanig onderzoek verleent hij alle medewerking en verstrekt hij alle inlichtingen die voor het onderzoek noodzakelijk worden geacht.

Artikel 26 [Vervallen per 01-08-2008]

De bij de invoer betrokken handelaar alsmede, indien de aquicultuurdieren bestemd zijn om naar een Lid-Staat te worden doorgevoerd, de bij de doorvoer betrokken handelaar, moet zijn ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 63, eerste lid, terwijl die inschrijving niet is getroffen door een beslissing als bedoeld in het derde lid van dat artikel.

Artikel 27 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Krachtens de regelgeving van de Europese Gemeenschappen zijn geen maatregelen genomen, houdende de instelling van een verbod om de aquicultuurdieren uit de betrokken Lid-Staat uit te voeren of houdende de machtiging tot de instelling van een verbod om de betreffende dieren in Nederland in te voeren, onderscheidenlijk in het kader van de doorvoer op Nederlands grondgebied te brengen, noch is de Lid-Staat van verzending ingevolge die regelgeving gehouden de afgifte van documenten, bedoeld in deze regeling, zulks in verband met de invoer in, onderscheidenlijk de doorvoer door Nederland, op te schorten.

  • 2 Ingevolge de regelgeving van de Lid-Staat van verzending is er geen verbod om de betrokken aquicultuurdieren op het grondgebied van die Lid-Staat in de handel te brengen.

Artikel 28 [Vervallen per 01-08-2008]

Indien de aquicultuurdieren zijn verzonden vanuit een Lid-Staat en bestemd zijn voor een derde land:

  • a. blijft het vervoer van de betreffende partij, indien zij onder douanetoezicht is geplaatst, onder dat toezicht tot de plaats waar het Nederlands grondgebied wordt verlaten;

  • b. gaat de betreffende partij, indien het punt van uitgang is gelegen in een erkend gebied of indien de ontvanger een erkend bedrijf is, vergezeld van de onderscheiden vervoersdocumenten, bedoeld in de artikelen 13, 14, 17 of 18;

  • c. wordt de betreffende partij, indien de doorvoer vanuit Nederland rechtstreeks naar het derde land van bestemming plaatsvindt, doorgevoerd via het punt van uitgang dat op de in onderdeel b bedoelde documenten is vermeld;

  • d. geldt ter zake van de in onderdeel b bedoelde documenten tevens dat:

    • -

      zij in ten minste één van de talen van de Lid-Staat van oorsprong zijn gesteld en in de Nederlandse taal of, indien de partij bestemd is om te worden doorgevoerd via een andere Lid-Staat, tevens in één van de talen van de Lid-Staat waar zich het punt van uitgang bevindt;

    • -

      daarop het punt van uitgang als plaats van bestemming is vermeld;

    • -

      daarop als ontvanger is vermeld, met naam en adres, de handelaar, bedoeld in onderdeel e, dan wel, ingeval de partij bestemd is om te worden doorgevoerd via een andere Lid-Staat, de ontvanger bij het punt van uitgang, bedoeld in artikel 4, tweede gedachtenstreepje, van beschikking 93/444/EEG;

  • e. gaat de partij bovendien vergezeld van veterinaire documenten of certificaten die aan de veterinaire voorschriften van het derde land van bestemming voldoen, tenzij op de documenten, bedoeld in onderdeel b, de vermelding ‘Dieren of produkten voor uitvoer naar (naam van het derde land)’ voorkomt, waarbij de naam van het derde land van bestemming als het gedeelte tussen haakjes is opgenomen;

  • f. zijn de artikelen 26 en 63 van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de handelaar die in Nederland bij het punt van uitgang bij de doorvoer van de partij betrokken is, en

  • g. vindt het vervoer van de partij, indien deze niet aan de voorschriften van richtlijn 91/67/EEG voldoet, slechts plaats indien de minister daartoe vooraf toestemming heeft verleend.

Artikel 29 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Indien bij het onderzoek, bedoeld in artikel 24, tweede lid, en artikel 63, tweede lid, of bij een controle tijdens het vervoer in het kader van de in- of doorvoer, wordt vermoed of geconstateerd dat er verwekkers van ziekten, zoönosen of andere aandoeningen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van richtlijn 90/425/EEG, aanwezig zijn of dat aquicultuurdieren afkomstig zijn uit een met een epidemische dierziekte besmet gebied, moeten de daarbij betrokken aquicultuurdieren in afzondering worden geplaatst of worden gedood of vernietigd, al naar gelang de minister daaromtrent heeft besloten.

  • 2 Indien bij een controle of onderzoek als bedoeld in het eerste lid, wordt vermoed of geconstateerd dat niet is voldaan aan de overige voorschriften van deze regeling dan wel aan de van toepassing zijnde communautaire voorschriften, kan de minister, indien hij vermoedt dat niet is voldaan aan vorenbedoelde voorschriften, gelasten dat de aquicultuurdieren in tijdelijke afzondering worden geplaatst, dan wel wordt één van de maatregelen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van richtlijn 90/425/EEG uitgevoerd, al naar gelang de minister daaromtrent, overeenkomstig de keuze van de afzender of diens gemachtigde en mits zulks mogelijk is op grond van veterinairrechtelijke voorschriften, heeft besloten.

    Deze maatregelen kunnen tevens door de minister worden genomen in het in artikel 28 bedoelde geval, indien zich tijdens het vervoer andere onregelmatigheden voordoen dan als bedoeld in de eerste volzin, of indien het derde land van bestemming de aquicultuurdieren weigert, mits voor Nederland de waarborgen gelden bedoeld in artikel 2, tweede lid, van beschikking 93/444/EEG.

  • 3 Een besluit als bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt ter kennis gebracht van de afzender of diens gemachtigde met vermelding van de redenen. Desgevraagd geschiedt die kennisgeving schriftelijk met vermelding van de datum en het uur, waarop het besluit is genomen.

  • 4 Een besluit als bedoeld in het eerste of het tweede lid, laat onverlet het recht van de afzender van de aquicultuurdieren om, overeenkomstig het bepaalde in artikel 9, tweede lid, vierde alinea, van richtlijn 90/425/EEG, het advies van een veterinair deskundige in te winnen, met dien verstande dat de minister te allen tijde kan beslissen om de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onmiddellijk uit te voeren, indien zulks noodzakelijk is om redenen van gezondsheidsbescherming.

  • 5 De kosten, die uit het eerste of tweede lid bedoelde maatregelen voortvloeien, komen voor rekening van de afzender of diens gemachtigde dan wel van degene die met de zorg voor de betrokken aquicultuurdieren is belast.

Paragraaf 3. In- en doorvoer uit derde landen [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 30 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Van het verbod, bedoeld in artikel 21, wordt vrijstelling verleend ter zake van de invoer van aquicultuurdieren, die daarbij voor het eerst op het grondgebied van de Europese Gemeenschappen worden gebracht en die zijn verzonden vanuit een derde land of een deel van een derde land, mits, voor zover van toepassing, is voldaan aan de bij of krachtens de artikelen 19, 20 en 21 van richtlijn 91/67/EEG gestelde voorschriften, aan verordening 282/2004/EG en aan de artikelen 31, 32 en 35 tot en met 38.

  • 2 Van het verbod, bedoeld in artikel 21, wordt vrijstelling verleend ter zake van de doorvoer van aquicultuurdieren:

    • a. die zijn verzonden vanuit een derde land en via Nederland voor het eerste op het grondgebied van de Europese Gemeenschappen worden gebracht;

    • b. waarvan de eerst volgende bestemming blijkens de bij de partij behorende documenten een derde land is;

    • c. die zijn aangevoerd met een vliegtuig, onderscheidenlijk een schip en met een vliegtuig, onderscheidenlijk een schip het Nederlandse grondgebied rechtstreeks via dezelfde luchthaven, onderscheidenlijk haven van aanvoer weer verlaten, en

    • d. die tussentijds niet in contact komen met andere partijen aquicultuurdieren of aquicultuurproducten en, indien zij tussentijds het transportmiddel verlaten, het daartoe door de minister aangewezen terrein niet verlaten, mits de zodanige doorvoer tijdig bij de VWA is gemeld en de door de minister gegeven instructies worden opgevolgd en voorts, voor zover van toepassing, voldaan is aan verordening 282/2004/EG en de artikelen 31, 32, 35 en 38.

  • 3 Voorts wordt vrijstelling verleend van het verbod, bedoeld in artikel 21, ter zake van de doorvoer van aquicultuurdieren die via Nederland voor het eerst op het grondgebied van de Europese Gemeenschappen worden gebracht en zijn verzonden uit een derde land of een deel van een derde land, dat is vermeld op de krachtens artikel 19, eerste lid, van de richtlijn 91/67/EEG opgestelde lijst of die, zolang die lijst niet is vastgesteld, zijn verzonden uit derde landen, mits, voor zover van toepassing, is voldaan aan verordening 282/2004/EG en de artikelen 31 tot en met 38.

Artikel 31 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Elke partij aquicultuurdieren moet het Nederlands grondgebied worden binnengebracht via een erkende inspectiepost.

  • 2 Elke binnenkomst, bedoeld in het eerste lid, wordt gemeld aan de VWA overeenkomstig artikel 1, eerste tot en met derde lid, van verordening 282/2004/EG.

  • 3 Elke partij aquicultuurdieren moet bij aankomst op de erkende inspectiepost ten onderzoek worden aangeboden aan de ambtenaar op die inspectiepost.

  • 4 Bij het in het derde lid bedoelde onderzoek dient aan de ambtenaar te worden overgelegd een door de officiële dierenarts afgegeven, volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend origineel certificaat als bedoeld in artikel 21 van de richtlijn 91/67/EEG:

    • -

      dat in overeenstemming met de regelgeving van de Europese Gemeenschappen is afgegeven;

    • -

      waaruit tevens dient te blijken dat is voldaan aan nadere voorwaarden die bij de regelgeving van de Europese Gemeenschappen zijn gesteld aan de invoer van aquicultuurdieren vanuit het betrokken derde land of deel van dat derde land en

    • -

      waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken, en, waaruit blijkt dat, indien de partij bestemd is voor Finland of Zweden, tenminste voldaan is aan de voorschriften die gelden met betrekking tot de invoer in Finland of Zweden van aquicultuurdieren uit Lid-Staten.

  • 6 Een partij aquicultuurdieren afkomstig uit Nieuw-Zeeland mag in afwijking van het vierde lid vergezeld gaan van een op de partij betrekking hebbend gezondheidscertificaat dat ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschap ter uitvoering van de Overeenkomst van 17 december 1996 tussen de Europese Gemeenschap en Nieuw-Zeeland inzake sanitaire maatregelen voor de handel in levende dieren en dierlijke producten (PbEG 1997, L 57) is vastgesteld, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:

    • a. de desbetreffende aquicultuurdieren zijn ingevolge de vorenbedoelde overeenkomst in elk geval op het gebied van de diergezondheid als gelijkwaardig erkend;

    • b. de partij producten voldoet aan de ingevolge vorenbedoelde regelgeving gestelde bijkomende voorwaarden.

Artikel 31a [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 In afwijking in zoverre van artikel 31, tweede lid, kan de belanghebbende bij de lading de melding van de binnenkomst van een partij, bedoeld in artikel 31, tweede lid, op elektronische wijze verrichten, mits de minister daarmee heeft ingestemd.

  • 2 De minister kan aan zijn instemming, bedoeld in het eerste lid, voorwaarden stellen en nadere voorschriften verbinden.

  • 3 De minister kan zijn instemming, bedoeld in het eerste lid in, intrekken, indien de belanghebbende bij de lading:

    • a. niet meer voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, of

    • b. niet voldoet aan de nadere voorschriften, bedoeld in het tweede lid.

  • 4 Het melden van de aankomst, bedoeld in het eerste lid, geschiedt via een daarvoor bestemd elektronisch systeem met behulp van een door de minister beschikbaar gestelde toegang.

  • 5 De minister kan een elektronische aanmelding weigeren, indien deze niet overeenkomstig artikel 31, tweede lid, is ingediend.

Artikel 32 [Vervallen per 01-08-2008]

De importeur of de vervoerder van de in of door te voeren aquicultuurdieren moet de instructies van de ambtenaar, in verband met het onderzoek of een controle opvolgen. Daarbij verleent hij alle medewerking en verstrekt hij alle inlichtingen die voor het onderzoek of de controle noodzakelijk worden geacht.

Artikel 33 [Vervallen per 01-08-2008]

Indien de aquicultuurdieren blijkens het in artikel 31, vierde lid, bedoelde certificaat bestemd zijn om naar een Lid-Staat te worden doorgevoerd, moet de bij doorvoer betrokken handelaar zijn ingeschreven in het in artikel 63 bedoelde register, terwijl die inschrijving niet is getroffen door een beslissing als bedoeld in het derde lid van dat artikel.

Artikel 34 [Vervallen per 01-08-2008]

Indien de aquicultuurdieren blijkens het in artikel 31, vierde lid, bedoelde certificaat bestemd zijn voor een derde land, moet worden aangetoond dat het eerste derde land waarnaar zij worden vervoerd de verplichting op zich neemt de partij waarvan het de invoer of de doorvoer toestaat, in geen geval te weigeren of terug te zenden en, voor zover daarbij vervoer over het grondgebied van een of meer Lid-Staten zal plaatsvinden, dat door de bevoegde centrale autoriteit van die Lid-Staat of Lid-Staten toestemming voor dat vervoer is verleend.

Artikel 35 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Noch krachtens artikel 18, eerste lid, eerste gedachtenstreepje, van richtlijn 91/496/EEG, noch krachtens andere regelgeving van de Europese Gemeenschappen tot wering en bestrijding van besmettelijke dierziekten zijn maatregelen genomen, houdende de instelling van een verbod om de betrokken aquicultuurdieren in de Europese Gemeenschappen dan wel in Nederland in te voeren, onderscheidenlijk in het kader van de doorvoer op Nederlands grondgebied te brengen.

  • 2 Aan de aquicultuurdieren zijn geen stoffen toegediend die ingevolge artikel 3, onderdeel a, van richtlijn 96/22/EG niet aan aquicultuurdieren mogen worden toegediend, tenzij aan de voorwaarden ingevolge artikel 11 van genoemde richtlijn is voldaan.

Artikel 36 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Met betrekking tot de partij aquicultuurdieren is door de minister een Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst als bedoeld in verordening 282/2004/EG afgegeven.

  • 2 Indien de partij is bestemd voor een Lid-Staat neemt de minister bovendien het in artikel 31, vierde lid, bedoelde originele document in en geeft een gewaarmerkt afschrift daarvan af, met dien verstande dat bij splitsing van de partij voor iedere aldus ontstane partij een gewaarmerkt afschrift wordt afgegeven.

Artikel 37 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 De ingevoerde aquicultuurdieren dienen tijdens het vervoer vanaf de erkende inspectiepost, per partij, vergezeld te gaan van het in artikel 31, vierde lid, bedoelde document alsmede van het Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst, bedoeld in verordening 282/2004/EG.

  • 2 De door te voeren aquicultuurdieren die voor een Lid-Staat zijn bestemd, dienen tijdens het vervoer vanaf de erkende inspectiepost, per partij, vergezeld te gaan van het gewaarmerkte afschrift, bedoeld in artikel 36, tweede lid, alsmede van het Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst, bedoeld in verordening 282/2004/EG.

  • 3 De door te voeren aquicultuurdieren die voor een derde land zijn bestemd, dienen tijdens het vervoer vanaf de erkende inspectiepost, per partij, vergezeld te gaan van het in artikel 31, vierde lid, bedoelde document alsmede van het Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst, bedoeld in verordening 282/2004/EG.

Artikel 38 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Indien bij het onderzoek, bedoeld in artikel 31, derde lid, artikel 63, tweede lid, of bij een controle tijdens het vervoer in het kader van de invoer of de doorvoer wordt vermoed of geconstateerd dat er verwekkers van ziekten, zoönosen of andere aandoeningen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van richtlijn 90/425/EEG, aanwezig zijn, kan de minister, indien hij vermoedt dat er verwekkers van ziekten, zoönosen of andere aandoeningen aanwezig zijn, gelasten dat de daarbij betrokken aquicultuurdieren in tijdelijke afzondering worden geplaatst, dan wel moeten de aquicultuurdieren na een daartoe strekkend besluit van de minister worden vernietigd. Het bepaalde in artikel 29, tweede lid, is ten aanzien van dit besluit van toepassing.

  • 2 Indien bij een onderzoek of een controle als bedoeld in het eerste lid, wordt vermoed of geconstateerd dat niet is voldaan aan de overige voorwaarden, die in deze regeling dan wel in de van toepassing zijnde commumautaire regelgeving zijn neergelegd, of dat de aquicultuurdieren afkomstig zijn uit een met een epidemische dierziekte besmet gebied, besluit de minister, na overleg met de importeur, om maatregelen te nemen als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdelen a, b of c van richtlijn 91/496/EEG.

  • 3 De kosten, die uit de in het eerste of tweede lid, bedoelde maatregelen voortvloeien, komen voor rekening van de importeur, met uitzondering van de kosten die voortvloeien uit de vernietiging van de partij aquicultuurdieren als bedoeld in het tweede lid, welke ten laste komen van de afzender, de geadresseerde of hun gemachtigde.

Artikel 38a [Vervallen per 01-08-2008]

De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 7 van verordening 282/2004/EG.

Hoofdstuk 7. De in- en doorvoer van aquicultuurprodukten [Vervallen per 01-08-2008]

Paragraaf 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 39 [Vervallen per 01-08-2008]

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder ‘handelaar’ verstaan elke natuurlijke persoon of rechtspersoon zijnde de eerste ontvanger op Nederlands grondgebied van een partij aquicultuurprodukten.

Artikel 40 [Vervallen per 01-08-2008]

De in- en doorvoer van aquicultuurprodukten is verboden.

Paragraaf 2. De in- en doorvoer vanuit Lid-Staten [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 41 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Van het verbod, bedoeld in artikel 40, wordt vrijstelling verleend ter zake van de in- en doorvoer van aquicultuurprodukten:

    • a. die zijn verzonden vanuit een Lid-Staat;

    • b. die zijn verzonden vanuit een derde land, en via het grondgebied van een Lid-Staat in het kader van de in- of doorvoer op Nederlands grondgebied worden gebracht;

      mits voor zover van toepassing, voldaan wordt aan het bepaalde in de artikelen 42 tot en met 44.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde vrijstelling geldt niet ter zake van de doorvoer naar Finland van eieren en gameten van vissen bestemd voor de teelt of het weer uitzetten.

  • 3 De in het eerste lid bedoelde vrijstelling geldt niet terzake van aquicultuurproducten afkomstig uit België.

Artikel 42 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 De aquicultuurprodukten die zijn verzonden vanuit een Lid-Staat dienen in het kader van de invoer, tot en met de ontvangst door de handelaar, en in het kader van de doorvoer naar een Lid-Staat, tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied, vergezeld te gaan van een vervoersdocument als bedoeld in de artikelen 13, 14, 17 of 18, voor zover zij bestemd zijn voor een bedrijf gelegen in een erkend gebied of voor een erkend bedrijf.

  • 2 De partij aquicultuurproducten die is verzonden vanuit een derde land en via het grondgebied van een lidstaat op Nederlands grondgebied wordt gebracht, dient in het kader van de invoer, tot en met de ontvangst door de handelaar, en in het kader van de doorvoer naar een lidstaat, tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied vergezeld te gaan van een Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst als bedoeld in verordening 136/2004/EG en van een gewaarmerkt afschrift als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van richtlijn 97/78/EG.

  • 3 De partij aquicultuurproducten die is verzonden vanuit een derde land en via het grondgebied van een lidstaat op Nederlands grondgebied wordt gebracht, dient in het kader van de doorvoer naar een derde land, tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied, vergezeld te gaan van het bij de partij behorende document en van een Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst als bedoeld in verordening 136/2004/EG, waarin is aangegeven langs welke grensinpectiepost als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel g, van richtlijn 97/78/EG de partij de Gemeenschap verlaat.

    • a. indien de partij vóór 1 januari 1994 ter controle is aangeboden in de Lid-Staat waar de partij voor het eerst op het grondgebied van de Europese Gemeenschappen is gebracht, de controle van de documenten als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van richtlijn 90/675/EEG is verricht en voldaan is aan het bepaalde in artikel 12, eerste lid, van deze richtlijn;

    • b. indien de partij op 1 januari 1994 of daarna ter controle is aangeboden in de Lid-Staat waar de partij voor het eerst op het grondgebied van de Europese Gemeenschappen is gebracht, alle controles als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van richtlijn 90/675/EEG zijn verricht en voldaan is aan het bepaalde in artikel 12, eerste lid, van deze richtlijn.

  • 4 Ten aanzien van de aquicultuurprodukten dient voldaan te zijn aan het bepaalde in artikel 2, tweede en derde lid, en, indien de aquicultuurprodukten zijn bestemd voor Zweden, in afwachting van de met betrekking tot IPN, BKD, furunculose en ERM-Yersiniose gestelde algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van richtlijn 91/67/EEG, en de met betrekking tot voorjaarsviremie bij karpers gestelde algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van richtlijn 91/67/EEG, aan de voorschriften die Zweden stelt met betrekking tot IPN, BKD, furunculose, ERM-Yersiniose, en bij karpers de voorjaarsviremie.

  • 5 Op de in- en doorvoer van aquicultuurprodukten, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, is voorts het bepaalde in de artikelen 23, derde lid, 24, eerste en tweede lid, 25 en 27 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het woord ‘ontvanger’ telkenmale vervangen dient te worden door ‘handelaar’ en dat bij het in artikel 24, tweede lid, bedoelde onderzoek, de documenten, bedoeld in het eerste of tweede lid, dienen te worden overgelegd.

  • 6 De handelaar dient te zijn ingeschreven in het register bedoeld in artikel 63, terwijl die inschrijving niet is getroffen door een beslissing als bedoeld in het derde lid van dat artikel.

  • 7 Het vervoer van de in het derde lid bedoelde partij geschiedt onder douanetoezicht tot op de plaats waar het Nederlands grondgebied wordt verlaten in verzegelde voertuigen of verzegelde containers en zonder splitsing of, tenzij de partij overeenkomstig het derde lid wordt opgeslagen, lossing van de partij.

  • 9 De vanuit een Lid-Staat verzonden partij aquicultuurproducten, voor zover het eieren en gameten van levende gekweekte vis betreft, dient in de situatie, bedoeld in artikel 1 van beschikking 99/567/EG, in het kader van de invoer, tot en met de ontvangst door de geadresseerde, genoemd in het hierna bedoelde document, en in het kader van de doorvoer, tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied, vergezeld te gaan van een uit één enkel blad bestaand origineel document dat is opgesteld overeenkomstig het model van bijlage I bij beschikking 99/567/EG.

  • 10 De vanuit een Lid-Staat verzonden partij aquicultuurproducten, voor zover het eieren en gameten van levende gekweekte vis betreft, dient in de situatie, bedoeld in artikel 2 van beschikking 99/567/EG, in het kader van de invoer, tot en met de ontvangst door de geadresseerde, genoemd in het hierna bedoelde document, en in het kader van de doorvoer, tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied vergezeld te gaan van een uit één enkel blad bestaand origineel document dat is opgesteld overeenkomstig het model van bijlage II bij beschikking 99/567/EG.

Artikel 43 [Vervallen per 01-08-1999]

Artikel 44 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Indien bij de controle, bedoeld in artikel 42, vijfde lid, jo. 24, tweede lid, of bij de controle tijdens het vervoer van een partij aquicultuurproducten in het kader van de invoer of de doorvoer van deze partij wordt vermoed of geconstateerd dat er verwekkers van ziekten, zoönosen of andere aandoeningen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van richtlijn 89/662/EEG, aanwezig zijn of de aquicultuurproducten afkomstig zijn uit een met een epidemische dierziekte besmet gebied, kan de minister, indien hij vermoedt dat er verwekkers van ziekten, zoönosen of andere aandoeningen aanwezig zijn, gelasten dat de partij in tijdelijke afzondering wordt geplaatst, dan wel worden de maatregelen bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, eerste alinea, van die richtlijn, uitgevoerd, al naar gelang de minister daaromtrent heeft besloten.

  • 2 Indien bij een controle als bedoeld in het eerste lid, of bij een controle tijdens het vervoer van een partij aquicultuurproducten in het kader van de invoer of de doorvoer van deze partij wordt vermoed of geconstateerd dat niet wordt voldaan aan de voorschriften van de onderhavige regeling dan wel aan de van toepassing zijnde communautaire voorschriften, kan de minister, indien hij vermoedt dat niet is voldaan aan vorenbedoelde voorschriften, gelasten dat de aquicultuurdieren in tijdelijke afzondering worden geplaatst, dan wel wordt één van de maatregelen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van richtlijn 90/425/EEG uitgevoerd, waartoe de minister overeenkomstig de keuze van de afzender of diens gemachtigde heeft besloten.

  • 3 Een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid, laat onverlet het recht van de afzender van de aquicultuurproducten om, overeenkomstig het bepaalde in artikel 8, tweede lid, vierde alinea, van richtlijn 89/662/EEG, binnen een maand na de kennisgeving bedoeld in het vierde lid, het advies van een veterinaire deskundige in te winnen, met dien verstande evenwel, dat de minister te allen tijde kan beslissen om de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onmiddellijk uit te voeren indien zulks noodzakelijk is om redenen van gezondheidsbescherming.

Paragraaf 3. De in- en doorvoer van aquicultuurprodukten afkomstig uit derde landen [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 45 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Van het verbod, bedoeld in artikel 40, wordt vrijstelling verleend ter zake van de invoer van aquicultuurproducten, die daarbij voor het eerst op het grondgebied van de Europese Gemeenschappen worden gebracht en die zijn verzonden vanuit een derde land of een deel van een derde land, mits, voorzover van toepassing, is voldaan aan de bij of krachtens de artikelen 19, 20 en 21 van richtlijn 91/67/EEG gestelde voorschriften, aan verordening 136/2004/EG en aan de artikelen 46, 47 en 49 tot en met 53.

  • 2 Van het verbod, bedoeld in artikel 40 wordt vrijstelling verleend, ter zake van de doorvoer van aquicultuurprodukten bestemd voor een Lid-Staat, die via Nederland voor het eerst op het grondgebied van de Europese Gemeenschappen worden gebracht en zijn verzonden vanuit een derde land of een deel van een derde land, dat is vermeld op de krachtens artikel 19, eerste lid, van richtlijn 91/67/EEG opgestelde lijst, of zolang die lijst niet is vastgesteld, zijn verzonden vanuit een derde land, mits, voor zover van toepassing, is voldaan aan verordening 136/2004/EG en de artikelen 46, 47 en 49 tot en met 53.

  • 3 Voorts wordt vrijstelling verleend van het verbod, bedoeld in artikel 40 ter zake van de doorvoer van aquicultuurprodukten bestemd voor een derde land, die via Nederland voor het eerst op het grondgebied van de Europese Gemeenschappen worden gebracht en zijn verzonden vanuit een derde land of een deel van een derde land, mits, voor zover van toepassing voldaan wordt aan verordening 136/2004/EG en de artikelen 46 tot en met 53.

Artikel 46 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Elke partij aquicultuurproducten moet het Nederlands grondgebied worden binnengebracht via een erkende inspectiepost.

  • 2 De melding van de aanvoer van een partij aquicultuurproducten vind plaats aan de VWA overeenkomstig artikel 2 van verordening 136/2004/EG, met dien verstande dat de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van die verordening, de minister is.

  • 3 Indien de partij voor Nederland dan wel voor een lidstaat is bestemd, dient bij de aankomst op de erkende inspectiepost aan de op de inspectiepost aanwezige ambtenaar, te worden overgelegd, een document als bedoeld in artikel 21 van richtlijn 91/67/EEG:

    • -

      dat in overeenstemming met de regelgeving van de Europese Gemeenschappen is afgegeven;

    • -

      waaruit blijkt dat is voldaan aan nadere voorwaarden, die bij de regelgeving van de Europese Gemeenschappen zijn gesteld aan de invoer van aquicultuurproducten vanuit het betrokken derde land of deel van dat derde land;

    • -

      waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken, en, waaruit blijkt dat, indien de partij bestemd is voor Finland of Zweden, tenminste voldaan is aan de voorschriften die gelden met betrekking tot de invoer in Finland of Zweden van aquicultuurproducten uit lidstaten.

  • 4 Indien de partij bestemd is voor een derde land, dient bij de aankomst op de erkende inspectiepost aan de op de inspectiepost aanwezige ambtenaar, een bij de partij behorend document te worden overgelegd, dat is opgesteld in de Nederlandse, Duitse, Franse of Engelse taal, waaruit tenminste de oorsprong van de partij, de verdere bestemming hiervan, alsmede, indien opslag in een van de in artikel 12 van richtlijn 97/78/EG bedoelde opslagruimte in Nederland dan wel een lidstaat is voorzien, het feit dat voldaan is aan de op grond van deze regeling met betrekking tot de invoer in Nederland dan wel de doorvoer naar een lidstaat gestelde veterinairrechtelijke voorschriften.

  • 5 De partij producten wordt door de belanghebbende bij de lading bij aankomst op de erkende inspectiepost ter onderzoek aangeboden aan de ambtenaar.

  • 6 De in het derde en vierde lid bedoeld documenten zijn originelen waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken. Zij zijn, voorzover van toepassing, in overeenstemming met de regelgeving van de Europese Gemeenschap opgesteld en afgegeven, volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend.

  • 8 Voor de toepassing van de in het zevende lid bedoelde artikelen wordt voor ‘keuringsdierenarts’ gelezen: ambtenaar.

  • 9 Een partij aquicultuurproducten afkomstig uit Nieuw-Zeeland mag in afwijking van het derde lid vergezeld gaan van een op de partij betrekking hebbend gezondheidscertificaat dat ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschap ter uitvoering van de Overeenkomst van 17 december 1996 tussen de Europese Gemeenschap en Nieuw-Zeeland inzake sanitaire maatregelen voor de handel in levende dieren en dierlijke producten (PbEG 1997, L 57) is vastgesteld, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:

    • a. de desbetreffende aquicultuurproducten zijn ingevolge de vorenbedoelde overeenkomst in elk geval op het gebied van de diergezondheid als gelijkwaardig erkend;

    • b. de partij producten voldoet aan de ingevolge vorenbedoelde regelgeving gestelde bijkomende voorwaarden.

Artikel 46a [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 In afwijking in zoverre van artikel 46, tweede lid, kan de belanghebbende bij de lading de melding van de aanvoer van een partij, bedoeld in artikel 46, tweede lid, op elektronische wijze verrichten, mits de minister daarmee heeft ingestemd.

  • 2 De minister kan aan zijn instemming, bedoeld in het eerste lid, voorwaarden stellen en nadere voorschriften verbinden.

  • 3 De minister kan zijn instemming, bedoeld in het eerste lid in, intrekken, indien de belanghebbende bij de lading:

    • a. niet meer voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, of

    • b. niet voldoet aan de nadere voorschriften, bedoeld in het tweede lid.

  • 4 Het melden van de aanvoer, bedoeld in het eerste lid, geschiedt via een daarvoor bestemd elektronisch systeem met behulp van een door de minister beschikbaar gestelde toegang.

  • 5 De minister kan een elektronische aanmelding weigeren, indien deze niet overeenkomstig artikel 46, tweede lid, is ingediend.

Artikel 46b [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Ter zake van een partij die zich aan boord bevindt van een vliegtuig of een schip dat bij vervoer tussen twee derde landen op Nederlands grondgebied landt of aanlegt, overlegt de vervoerder desgevraagd, aan de ambtenaar, het in artikel 46, vierde lid, bedoelde document.

  • 2 Indien de in het eerste lid bedoelde partij van het ene vliegtuig of schip in het andere wordt overgeladen, stelt de vervoerder de ambtenaar hiervan in kennis en overlegt hij hem het in artikel 46, vierde lid, bedoelde document.

  • 3 Indien de in het eerste lid bedoelde partij tijdelijk wordt uitgeladen en opgeslagen in een op Nederlands grondgebied gelegen haven of luchthaven, in afwachting van verzending naar een derde land, overlegt de vervoerder aan de ambtenaar, het in artikel 46, vierde lid, bedoelde document en biedt hij de partij aan hem ten onderzoek aan.

  • 4 In de in dit artikel bedoelde gevallen gaat de partij tijdens het vervoer naar een derde land vergezeld van het in artikel 46, vierde lid, bedoelde document.

Artikel 47 [Vervallen per 01-08-2008]

Met betrekking tot het bepaalde in artikel 46 is het gestelde in de artikelen 32 en 33 en met betrekking tot het bepaalde in artikel 46b is het gestelde in artikel 32 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat onder ‘importeur of vervoerder’ als bedoeld in artikel 32 tevens dient te worden verstaan: belanghebbende bij de lading..

Artikel 48 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Bij het binnenbrengen van een partij aquicultuurproducten die door een derde land zijn geweigerd en vanuit het grondgebied van de Europese Gemeenschap naar het betrokken derde land zijn verzonden, wordt voldaan aan:

  • 3 Indien de in het eerste lid bedoelde partij producten naar het derde land is verzonden vanuit een lidstaat, heeft de minister vooraf toestemming verleend voor het binnenbrengen van de producten en heeft de bevoegde autoriteit van de lidstaat die het in artikel 15, eerste lid, onderdeel a, van richtlijn 97/78/EG bedoelde certificaat heeft afgegeven met de terugname van de partij ingestemd.

Artikel 49 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Noch krachtens artikel 22, eerste lid, eerste gedachtenstreepje, van richtlijn 97/78/EG, noch krachtens andere regelgeving van de Europese Gemeenschappen tot wering en bestrijding van besmettelijke dierziekten zijn maatregelen genomen, houdende de instelling van een verbod om de betrokken aquicultuurprodukten in de Europese Gemeenschappen dan wel in Nederland in te voeren, onderscheidenlijk in het kader van de doorvoer op Nederlands grondgebied te brengen.

  • 2 De producten zijn niet verkregen van of met aquicultuurdieren waaraan stoffen zijn toegediend die ingevolge artikel 3, onderdeel a, van richtlijn 96/22/EG niet aan aquicultuurdieren mogen worden toegediend, tenzij aan de voorwaarden ingevolge artikel 11 van genoemde richtlijn is voldaan.

  • 3 Ten aanzien van de aquicultuurproducten is, in voorkomend geval, voldaan aan de op grond van artikel 22, eerste lid, tweede en derde gedachtenstreepje, van richtlijn 97/78/EG dan wel op grond van andere regelgeving van de Europese Gemeenschap vastgestelde bijzondere voorschriften.

Artikel 50 [Vervallen per 01-08-1999]

Artikel 51 [Vervallen per 01-08-1999]

Artikel 51a [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 51b [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 51c [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 51d [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 51e [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 51f [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 52 [Vervallen per 01-08-1999]

Artikel 52a [Vervallen per 01-08-2008]

  • 2 Producten als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdelen e en f, van richtlijn 97/78/EG worden aangevoerd via een erkende inspectiepost.

  • 3 Tenzij met de minister anders is overeengekomen, geeft de belanghebbende bij de lading van de aanvoer als bedoeld in het tweede lid ten minste 24 uur voor de aankomst schriftelijk kennis aan de VWA, onder opgave van het vermoedelijk tijdstip van aankomst, van de hoeveelheid, van de herkomst en van de soort producten.

Artikel 53 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Indien wordt vermoed of geconstateerd dat in de partij aquicultuurproducten verwekkers van ziekten, zoönosen of andere aandoeningen aanwezig zijn of dat de partij afkomstig is uit een met een epidemische dierziekte besmet gebied, kan de minister gelasten dat de partij, voor rekening van de verzender of diens gemachtigde, dan wel de afnemer, in tijdelijke afzondering wordt geplaatst, indien hij de aanwezigheid van verwekkers van ziekten, zoönosen of andere aandoeningen vermoedt, dan wel wordt de partij, zonder vergoeding van Staatswege en:

    • a. voor rekening van de verzender of diens gemachtigde, al naar gelang de minister daaromtrent heeft besloten en met inachtneming van diens aanwijzingen, vernietigd, of

    • b. voor rekening van de afnemer, al naar gelang de minister daaromtrent heeft besloten en met inachtneming van diens aanwijzingen, voor andere doeleinden gebruikt dan waarvoor ze is bestemd.

  • 2 Indien aan de hand van de op grond van deze regeling uitgevoerde controles wordt vastgesteld dat een voor Nederland of een lidstaat bestemd product niet voldoet aan de op grond van deze regeling voor dat product gestelde voorschriften of dat een onregelmatigheid is begaan, besluit de minister in overleg met de belanghebbende bij de lading of zijn vertegenwoordiger:

    • a. dat het product in ieder geval binnen 60 dagen nadat is geconstateerd dat niet aan de onderhavige regeling wordt voldaan vanuit de grensinspectiepost met hetzelfde vervoermiddel wordt teruggezonden naar een derde land indien veterinairrechtelijke of gezondheidsredenen zich daar niet tegen verzetten;

    • b. indien terugzending als bedoeld in onderdeel a onmogelijk is of de in dat onderdeel bedoelde termijn is verstreken, dat de partij wordt vernietigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 17, tweede lid, onderdeel b, van richtlijn 97/78/EG;

    • c. dat de partij voor andere doeleinden dan de menselijke consumptie wordt gebruikt.

  • 3 Indien een partij in Nederland is gebracht zonder dat, voorzover van toepassing, die partij is onderworpen aan de in artikel 46 bedoelde controles, besluit de minister dat de partij overeenkomstig het tweede lid, onderdeel b, wordt vernietigd of wordt teruggezonden naar een derde land indien veterinairrechtelijke of gezondheidsredenen zich daar niet tegen verzetten.

  • 4 In afwachting van de terugzending of de vernietiging van een partij als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid wordt de partij onder toezicht van de ambtenaar in tijdelijke afzondering geplaatst en opgeslagen.

  • 5 Alle kosten in verband die in verband met de het tweede, derde en vierde lid, bedoelde maatregelen worden gemaakt, komen ten laste van de belanghebbende bij de lading.

Artikel 53b [Vervallen per 01-08-2008]

De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 10 van verordening 136/2004/EG.

Hoofdstuk 8. De uitvoer van aquicultuurdieren en aquicultuurprodukten [Vervallen per 01-08-2008]

Paragraaf 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 54 [Vervallen per 01-08-2008]

Voor de toepassing van dit hoofdstuk is de begripsomschrijving ‘handelaar’ zoals bepaald in artikel 39, van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf 2. De uitvoer van aquicultuurdieren [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 55 [Vervallen per 01-08-2008]

Het vervoeren van een in Nederland verzamelde partij aquicultuurdieren van enige plaats in Nederland naar het grondgebied van en bestemd voor een Lid-Staat is verboden.

Artikel 56 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Van het verbod, bedoeld in artikel 55, wordt vrijstelling verleend mits de aquicultuurdieren geen dieren zijn als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van richtlijn 90/425/EEG en mits het geen vervoer met bestemming Finland betreft van vissen die zijn bestemd voor de teelt of het weer uitzetten.

  • 2 Ten aanzien van de aquicultuurdieren dient voorts te zijn voldaan aan het bepaalde in de artikelen 2, eerste lid, 3 en 4 en, indien de aquicultuurdieren zijn bestemd voor Zweden, in afwachting van de met betrekking tot IPN, BKD, furunculose, ERM-Yersiniose gestelde algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van richtlijn 91/67/EEG, en de met betrekking tot voorjaarsviremie bij karpers gestelde algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van richtlijn 91/67/EEG, aan de voorschriften die Zweden stelt met betrekking tot IPN, BKD, furunculose, ERM-Yersiniose, en bij karpers de voorjaarsviremie en, voor zover zij bestemd zijn voor een bedrijf, gelegen in een erkend gebied of voor een erkend bedrijf, dient de partij vergezeld te gaan van de documenten bedoeld in de artikelen 13, 14, 17 of 18.

  • 3 De partij levende gekweekte vis dient in de situatie, bedoeld in artikel 1 van beschikking 99/567/EG, tevens vergezeld te gaan van een uit één enkel blad bestaand origineel document dat is opgesteld overeenkomstig het model van bijlage I bij beschikking 99/567/EG.

  • 4 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid met betrekking tot artikel 3, tweede lid, van richtlijn 90/425/EEG is het toegestaan een partij levende gekweekte vis uit te voeren indien de genoemde partij in de situatie, bedoeld in artikel 2 van beschikking 99/567/EG, vergezeld gaat van een uit één enkel blad bestaand origineel document dat is opgesteld overeenkomstig het model van bijlage II bij beschikking 99/567/EG.

Artikel 57 [Vervallen per 01-08-2008]

Indien de aquicultuurdieren zijn bestemd om via het grondgebied van een Lid-Staat naar een derde land te worden vervoerd:

  • a. blijft het vervoer van de betreffende partij, indien zijn onder douanetoezicht is geplaatst, onder dat toezicht tot de plaats waar het Nederlands grondgebied wordt verlaten;

  • b. gaat de betreffende partij indien het punt van uitgang is gelegen in een erkend gebied of indien de ontvanger een erkend bedrijf is, vergezeld van de onderscheiden vervoersdocumenten, bedoeld in de artikelen 13, 14, 17 of 18;

  • c. geldt ter zake van de in onderdeel b bedoelde documenten tevens dat:

    • -

      zij in de Nederlandse taal en in ten minste één van de talen van de Lid-Staat waar zich het punt van uitgang bevindt, zijn gesteld;

    • -

      daarop het punt van uitgang als plaats van bestemming is vermeld;

    • -

      daarop als ontvanger is vermeld, met naam en adres, de ontvanger bij het punt van uitgang, bedoeld in artikel 4, tweede gedachtenstreepje, van beschikking 93/444/EEG;

  • d. gaat de partij bovendien vergezeld van veterinaire documenten of certificaten, die aan de veterinaire voorschriften van het derde land van bestemming voldoen, tenzij de VWA niet over die voorschriften beschikt, in welk geval op de documenten, bedoeld in onderdeel b, de vermelding ‘Dieren of producten voor uitvoer naar (naam van het derde land)’ is opgenomen, waarbij de naam van het derde land van bestemming als het gedeelte tussen haakjes is ingevuld, en

  • e. indien de aquicultuurdieren niet voldoen aan de voorwaarden van richtlijn 91/67/EEG is het vervoer daarvan slechts toegestaan indien de minister daartoe vooraf toestemming heeft verleend.

Artikel 58 [Vervallen per 01-08-2008]

De handelaar in aquicultuurdieren, bedoeld in deze paragraaf, dient te zijn ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 63, terwijl die inschrijving niet dient te zijn getroffen door een beslissing als bedoeld in het derde lid van dat artikel.

Paragraaf 3. De uitvoer van aquicultuurprodukten [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 59 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Indien een in Nederland verzamelde partij aquicultuurprodukten bestemd is om te worden vervoerd naar een Lid-Staat dient ten aanzien van die partij te zijn voldaan aan:

    • a. het bepaalde in artikel 2, tweede of derde lid, en

    • b. indien de aquicultuurprodukten zijn bestemd voor Zweden, in afwachting van de met betrekking tot IPN, BKD, furunculose, ERM-Yersiniose gestelde algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van richtlijn 91/67/EEG, en de met betrekking tot voorjaarsviremie bij karpers gestelde algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van richtlijn 91/67/EEG, de voorschriften die Zweden stelt met betrekking tot IPN, BKD, furunculose, ERM-Yersiniose, en bij karpers de voorjaarsviremie, en dient zij, voor zover zij bestemd is voor een bedrijf gelegen in een erkend gebied of voor een erkend bedrijf, vergezeld te gaan van de documenten, bedoeld in de artikelen 13, 14, 17 of 18, met dien verstande dat het vervoer van een in Nederland verzamelde partij eieren en gameten van vissen bestemd voor de teelt of het weer uitzetten, naar Finland verboden is.

  • 2 De partij aquicultuurproducten, voor zover het eieren en gameten van levende gekweekte vis betreft, dient in de situatie, bedoeld in artikel 1 van beschikking 99/567/EG, vergezeld te gaan van een uit één enkel blad bestaand origineel document dat is opgesteld overeenkomstig het model van bijlage I bij beschikking 99/567/EG.

  • 3 De partij aquicultuurproducten, voor zover het eieren en gameten van levende gekweekte vis betreft, dient in de situatie, bedoeld in artikel 2 van beschikking 99/567/EG, vergezeld te gaan van een uit één enkel blad bestaand origineel document dat is opgesteld overeenkomstig het model van bijlage II bij beschikking 99/567/EG.

  • 4 Indien een in Nederland verzamelde partij aquicultuurprodukten bestemd is om te worden vervoerd naar een derde land, is ten aanzien van die partij artikel 57, onderdelen a en e, en artikel 63 van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 9. Administratieve bepalingen [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 60 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Documenten als bedoeld in deze regeling, worden afgegeven door de minister.

  • 2 Een document wordt niet afgegeven indien voor de partij de gezondheidsverklaring, vermeld op het document, niet kan worden gegeven dan wel indien de zending niet voldoet aan aanvullende eisen die op de plaats van bestemming in overeenstemming met het bepaalde in de richtlijn dan wel in andere regelgeving van de Europese Gemeenschappen ter voorkoming of bestrijding van dierziekten, zijn gesteld.

  • 3 Documenten als bedoeld in het eerste lid, worden gesteld in de officiële taal of officiële talen van de plaats van bestemming. Zij worden ten hoogste 48 uur voor lading afgegeven en zijn ten hoogste tien dagen geldig. Zij kunnen slechts betrekking hebben op één geadresseerde.

Artikel 61 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Een partij aquicultuurdieren of aquicultuurprodukten dient te zijn geïdentificeerd zodat het bedrijf van oorsprong of tijdelijk verblijf kan worden opgespoord en kan worden nagegaan of de dieren of produkten en de inlichtingen op een in voorkomend geval bijgaand document of certificaat, bedoeld in deze regeling, met elkaar in overeenstemming zijn. De betreffende gegevens dienen rechtstreeks op de verpakking of op een etiket dat aan de verpakking is bevestigd, dan wel op de vervoersdocumenten te worden vermeld.

  • 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt tot het moment dat de partij de plaats van bestemming heeft bereikt.

  • 3 In het geval van vervoer naar meer dan één bestemming moeten er van de aquicultuurdieren of aquicultuurprodukten evenveel partijen worden gemaakt als er bestemmingen zijn. Elke partij moet geïdentificeerd zijn als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 62 [Vervallen per 01-08-2008]

Ondernemers, handelaren als bedoeld in de artikelen 20, 39 en 54, degenen die aquicultuurproducten bewerken alsmede degenen die aquicultuurdieren of aquicultuurproducten vervoeren of anderszins bedrijfsmatig onder zich hebben met het oog op het in de handel brengen daarvan, zijn verplicht toe te staan dat een ambtenaar ten behoeve van de uitvoering van deze regeling, de door hem noodzakelijk geachte werkzaamheden en controles verricht.

Artikel 63 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 De Minister houdt een register van ondernemers of handelaren als bedoeld in de artikelen 20, 39 en 54, bij, tenzij hij een door een andere instantie beheerd register als zodanig heeft aangewezen.

  • 2 Een ondernemer of handelaar als bedoeld in het eerste lid, die is ingeschreven in het in het eerste lid bedoelde register moet:

    • a. een administratie voeren waarin ten minste de leveringen dan wel afleveringen van aquicultuurdieren of aquicultuurproducten, voor zover deze bestemd zijn voor invoer in Nederland dan wel voor doorvoer of uitvoer naar een Lid-Staat of een derde land, en de verdere bestemming van de partijen, zijn vermeld en waarin alle op de betrokken partijen betrekking hebbende bescheiden zijn opgenomen;

    • b. de vorenbedoelde administratie ten minste drie jaren bewaren;

    • c. ervoor zorg te dragen dat elke partij aquicultuurdieren of aquicultuurproducten vergezeld gaat van de voorgeschreven documenten;

    • d. nalatigheden en onregelmatigheden met betrekking tot een levering dan wel aflevering van aquicultuurdieren of aquicultuurproducten, afkomstig uit een Lid-Staat en bestemd om in Nederland te worden ingevoerd dan wel naar een Lid-Staat of een derde land te worden doorgevoerd, onmiddellijk melden aan de VWA en deze aquicultuurdieren of aquicultuurproducten in afzondering houden totdat door de minister, zodanig na onderzoek, is beslist;

    • e. aan de ambtenaar en hen, die namens hem optreden, alle medewerking verlenen en alle inlichtingen verstrekken, die voor de in onderdeel d bedoelde beslissing noodzakelijk wordt geacht.

  • 3 Indien een handelaar als bedoeld in het eerste lid, zich niet aan de in het tweede lid bedoelde voorschriften houdt, kan de Minister beslissen dat zijn inschrijving in het in het eerste lid bedoelde register wordt doorgehaald dan wel niet wordt erkend.

Hoofdstuk 10. Slotbepalingen [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 64 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Een wijziging van een of meer onderdelen van de in artikel 1 genoemde richtlijnen treedt voor de toepassing van de artikelen uit deze regeling, waarin naar die onderdelen wordt verwezen, in werking met ingang van de dag waarop aan de betreffende wijzigingsrichtlijnen uitvoering moet zijn gegeven.

  • 2 De minister doet van een wijzigingsrichtlijn als bedoeld in het eerste lid mededeling in de Staatscourant.

Artikel 65 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1993.

  • 2 Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Regeling aquicultuur’.

's-Gravenhage, 6 januari 1993

De

Minister

van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
Voor deze:
De

secretaris-generaal

,

T. H. J. Joustra