Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

EEG-IJkbesluit niet-automatische weegwerktuigen[Regeling vervallen per 01-02-2007.]

Geldend van 11-09-1998 t/m 31-01-2007

Besluit van 5 januari 1993, houdende regels betreffende de niet-automatische weegwerktuigen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 18 oktober 1992, nr. 92083700WJA/W;

Gelet op de richtlijn nr. 90/384/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 juni 1990 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake niet-automatische weegwerktuigen (PbEG L 189) en op de artikelen 6, 7, 21a en 22 van de IJkwet (Stb. 1989, 10);

De Raad van State gehoord (advies van 24 december 1992, nr. W10.92.0516);

Gezien het nader rapport van Onze voornoemde minister van 29 december 1992, nr. 92049160WJA/W;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1 [Vervallen per 01-02-2007]

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a. richtlijn: de richtlijn nr. 90/384/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 juni 1990 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake niet-automatische weegwerktuigen (PbEG L 189);

  • b. wet: de IJkwet (Stb. 1989, 10);

  • c. niet-automatisch weegwerktuig: een werktuig voor het bepalen van de massa van een lichaam met gebruikmaking van de werking van de zwaartekracht op dat lichaam, waarbij voor het wegen menselijke tussenkomst noodzakelijk is, alsmede zodanige werktuigen die bovendien worden gebruikt voor het bepalen van andere met de massa verband houdende grootheden, hoeveelheden, parameters of kenmerken.

Artikel 2 [Vervallen per 01-02-2007]

  • 1 Als weegwerktuigen, bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel c, van de wet worden aangewezen de niet-automatische weegwerktuigen.

  • 2 Als voorwerpen als bedoeld in artikel 26, onderdeel c, van de wet worden aangewezen de niet-automatische weegwerktuigen.

Artikel 3 [Vervallen per 01-02-2007]

Het is verboden niet-automatische weegwerktuigen in de handel te brengen, waarop:

  • a. niet de opschriften, bedoeld in bijlage IV, punt 2, van de richtlijn duidelijk zichtbaar, gemakkelijk leesbaar en onuitwisbaar zijn aangebracht, of

  • b. markeringen zijn aangebracht die derden kunnen misleiden omtrent de betekenis of de grafische vorm van de in artikel 10, eerste lid, van de richtlijn bedoelde CE-markering, dan wel de zichtbaarheid of de leesbaarheid van de CE-markering verminderen.

Artikel 4 [Vervallen per 01-02-2007]

Het is verboden niet-automatische weegwerktuigen te gebruiken voor:

  • a. de bepaling van de massa voor handelstransacties,

  • b. de bepaling van de massa voor het berekenen van een recht, heffing, belasting, premie, boete, vergoeding of soortgelijke verschuldigde bedragen,

  • c. de bepaling van de massa voor de toepassing van wettelijke regelingen of andere besluiten van bestuursorganen of voor gerechtelijke expertises, of

  • d. de bepaling van de prijs op grond van de massa voor rechtstreekse verkoop aan het publiek en voor voorverpakte artikelen, indien zij niet voldoen aan de voorschriften van de artikelen 5 en 6.

Artikel 5 [Vervallen per 01-02-2007]

  • 1 De niet-automatische weegwerktuigen die voor de in artikel 4 vermelde toepassingen worden gebruikt, moeten voldoen aan de fundamentele voorschriften van bijlage I van de richtlijn.

  • 2 Niet-automatische weegwerktuigen worden in elk geval geacht aan de fundamentele voorschriften van bijlage I van de richtlijn te voldoen, indien zij in overeenstemming zijn met:

    • a. de normen waarmee de in artikel 5, eerste lid, van de richtlijn bedoelde geharmoniseerde normen in Nederland ten uitvoer zijn gelegd en waarvan de referentienummers door Onze Minister in de Nederlandse Staatscourant zijn bekendgemaakt of

    • b. de normen waarmee de onder a bedoelde geharmoniseerde normen in een andere lid-staat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte ten uitvoer zijn gelegd en waarvan de referentienummers in die lid-staat of andere staat zijn bekendgemaakt.

Artikel 6 [Vervallen per 01-02-2007]

  • 1 Op de niet-automatische weegwerktuigen die voor de in artikel 4 vermelde toepassingen worden gebruikt moeten de CE-markering als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de richtlijn en de vereiste aanvullende gegevens als omschreven in bijlage IV, punt 1, van de richtlijn duidelijk zichtbaar, gemakkelijk leesbaar en onuitwisbaar zijn aangebracht.

  • 2 De CE-markering en de vereiste aanvullende gegevens mogen uitsluitend worden aangebracht, nadat de overeenstemming van het betrokken weegwerktuig met de fundamentele voorschriften van bijlage I van de richtlijn is gestaafd met een van de volgende procedures:

    • a. het in bijlage II, punt 1, van de richtlijn bedoelde EG-typeonderzoek, gevolgd door hetzij de in punt 2 van die bijlage bedoelde EG-verklaring van overeenstemming met het type (waarborg van de kwaliteit van de produktie), hetzij de in punt 3 van die bijlage bedoelde EG-goedkeuring. Voor niet-automatische weegwerktuigen zonder elektronische onderdelen en met een lastvereffeningsinrichting waarin geen gebruik wordt gemaakt van een veer voor het in evenwicht houden van de last is het EG-typeonderzoek niet verplicht, maar wel hetzij de in bijlage II, punt 2, van de richtlijn bedoelde EG-verklaring van overeenstemming met het type (waarborg van de kwaliteit van de produktie), hetzij de in bijlage II, punt 3, van de richtlijn bedoelde EG-goedkeuring;

    • b. de in bijlage II, punt 4, van de richtlijn bedoelde EG-eenheidskeuring.

  • 3 De bescheiden en briefwisseling met betrekking tot de in het tweede lid genoemde procedures moeten zijn gesteld in de Nederlandse taal of in een andere taal die door de bij of krachtens artikel 8 aangewezen instantie wordt aanvaard.

Artikel 7 [Vervallen per 01-02-2007]

  • 1 Indien een niet-automatisch weegwerktuig dat wordt gebruikt voor een van de in artikel 4 bedoelde toepassingen inrichtingen bevat of is aangesloten op inrichtingen die niet worden gebruikt voor die toepassingen, gelden de artikelen 5 en 6 niet voor die inrichtingen.

  • 2 Indien een niet-automatisch weegwerktuig dat wordt gebruikt voor een van de in artikel 4 bedoelde toepassingen inrichtingen bevat of is aangesloten op inrichtingen die niet aan een conformiteitsbeoordeling als bedoeld in artikel 6, tweede lid, zijn onderworpen, moet op elk van deze inrichtingen het beperkend gebruikssymbool als omschreven in bijlage IV, punt 3, van de richtlijn zijn aangebracht. Dit symbool moet duidelijk zichtbaar en onuitwisbaar op de inrichtingen zijn aangebracht.

Artikel 8 [Vervallen per 01-02-2007]

  • 1 De ijkinstelling is bevoegd tot het verrichten van de taken die in het kader van de in artikel 6, tweede lid, bedoelde procedures zijn opgedragen aan een "aangewezen instantie" als bedoeld in bijlage II van de richtlijn.

  • 2 De ijkinstelling kan ijkbevoegden aanwijzen als "aangewezen instantie" als bedoeld in bijlage II van de richtlijn om taken te verrichten in verband met de in artikel 6, tweede lid, bedoelde procedures. Voor een aanwijzing komen in aanmerking ijkbevoegden die ten minste voldoen aan de in bijlage V van de richtlijn vastgestelde voorwaarden. IJkbevoegden die voldoen aan de geharmoniseerde normen, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de richtlijn, worden geacht aan deze voorwaarden te voldoen.

  • 3 De ijkinstelling trekt een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid in ieder geval in, indien de betrokken ijkbevoegde:

    • a. niet langer voldoet aan de in het tweede lid bedoelde voorwaarden;

    • b. niet voldoet aan de in het kader van de in artikel 6, tweede lid, bedoelde procedures op hem rustende verplichtingen.

  • 4 Als "aangewezen instantie" als bedoeld in het eerste en tweede lid worden mede aangemerkt instanties die door andere lid-staten van de Europese Unie alsmede andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen zijn aangemeld en waarvan de namen door de Commissie zijn gepubliceerd in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 9 [Vervallen per 01-02-2007]

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt een niet-automatisch weegwerktuig aangemerkt als een weegwerktuig dat de procedures van artikel 6, tweede lid, van dit besluit heeft doorlopen, indien:

  • a. het weegwerktuig de in artikel 8 van de richtlijn bedoelde procedure heeft gevolgd bij of ten overstaan van een instantie als bedoeld in artikel 9 van de richtlijn, die door een andere lid-staat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte is aangewezen,

  • b. het weegwerktuig is voorzien van de markeringen en de vereiste aanvullende gegevens als bedoeld in bijlage IV, punt 1, van de richtlijn en,

  • c. indien het betreft een soortgelijk niet-automatisch weegwerktuig als de normaliter voor rechtstreekse verkoop aan het publiek gebruikte weegwerktuigen en het niet aan de voorwaarden van punt 14 van bijlage I van de richtlijn voldoet, op dat weegwerktuig de onuitwisbare vermelding "niet voor rechtstreekse verkoop aan het publiek" is aangebracht.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-1995]

Artikel 11 [Vervallen per 01-02-2007]

  • 1 De overeenstemming van in gebruik zijnde niet-automatische weegwerktuigen met de fundamentele voorschriften van bijlage I van de richtlijn dient opnieuw te worden onderzocht door de ijkinstelling of ijkbevoegde:

    • a. alvorens de weegwerktuigen te gebruiken na herstellingen of veranderingen, die een veranderde inhoud, een veranderd gewicht of onjuiste aanwijzingen ten gevolge zouden kunnen hebben, alsmede na schending van het controlemerkteken als bedoeld in punt 1.3 van bijlage IV van de richtlijn, of van enige andere verzegeling die dient als beveiliging tegen het demonteren of bijstellen van onderdelen door de gebruiker, alsmede

    • b. wanneer de eigenaar of gebruiker daarom verzoekt.

  • 2 Niet-automatische weegwerktuigen die bij het onderzoek als bedoeld in het eerste lid niet aan de bij of krachtens dit besluit gegeven voorschriften voldoen, worden voorzien van het afkeuringsmerk. Het model van het afkeuringsmerk is identiek aan het model vastgesteld bij artikel 20 van het IJkreglement.

Artikel 12 [Vervallen per 01-02-2007]

Niet-automatische weegwerktuigen mogen uitsluitend worden gebruikt voor wegingen overeenkomstig hun bestemming.

Artikel 13 [Vervallen per 01-02-2007]

Voor weging van edele metalen, parels, edelgesteenten of munten mogen geen andere niet-automatische weegwerktuigen worden gebruikt dan die voor fijne of speciale weging.

Artikel 14 [Vervallen per 01-02-2007]

  • 1 Niet-automatische weegwerktuigen voor grove weging mogen uitsluitend worden gebruikt:

    • a. voor het bepalen in postkantoren van de vervoerkosten van postpakketten;

    • b. voor het bepalen, op terreinen van ondernemingen tot exploitatie van middelen van openbaar vervoer, van de vervoerkosten van goederen;

    • c. voor het wegen in mortelfabrieken van asfaltbeton, betonmortel, metselspecie en soortgelijke produkten, alsmede voor het in die fabrieken bij de vervaardiging van die produkten wegen van de materialen, waaruit die produkten worden samengesteld;

    • d. voor het wegen van afvalstoffen en van zand, grind en aarde.

  • 2 Onder afvalstoffen wordt verstaan: alle stoffen, preparaten of andere produkten waarvan de houder zich - met het oog op de verwijdering daarvan - ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen.

Artikel 15 [Vervallen per 01-02-2007]

  • 1 Wegingen met een niet-automatisch weegwerktuig, waarbij de wijze van opstelling van belang is voor de nauwkeurigheid van de weging, mogen slechts worden verricht, indien het weegwerktuig volgens aanwijzing van een daartoe aanwezige inrichting op de juiste wijze is opgesteld.

  • 2 Niet-automatische weegwerktuigen als bedoeld in het eerste lid, aanwezig op plaatsen van verkoop aan particulieren van goederen, die bij de maat of het gewicht worden verkocht, moeten volgens aanwijzing van de daartoe aanwezige inrichting juist zijn opgesteld.

  • 3 Niet-automatische weegwerktuigen moeten, alvorens daarmee gewogen wordt, onbelast in de juiste evenwichtsstand worden gebracht, indien de evenwichtsstand van het onbelaste weegwerktuig van belang is voor de juistheid van het weegresultaat.

  • 4 Niet-automatische weegwerktuigen, aanwezig op plaatsen als bedoeld in het tweede lid, moeten onbelast in de juiste evenwichtsstand verkeren.

  • 5 Niet-automatische weegwerktuigen, aanwezig op plaatsen als bedoeld in het tweede lid, moeten zodanig zijn opgesteld, dat de koper de aanwijzing van het betrokken weegwerktuig onbelemmerd kan waarnemen.

Artikel 16 [Vervallen per 01-02-2007]

In elke beschikking die krachtens dit besluit wordt genomen en die resulteert in beperkingen met betrekking tot het in gebruik nemen van een niet-automatisch weegwerktuig, moeten nauwkeurig de redenen worden vermeld waarop die beschikking berust. Een dergelijke beschikking wordt onverwijld ter kennis van de betrokken partij gebracht, die tegelijkertijd ervan op de hoogte moet worden gebracht:

  • a. dat beroep als bedoeld in artikel 29k van de wet kan worden ingesteld en

  • b. dat dit beroep binnen 30 dagen na de dag, waarop die beschikking is meegedeeld, uitgereikt of verzonden, moet worden ingesteld.

Artikel 17 [Vervallen per 01-02-2007]

Voor zover in dit besluit wordt verwezen naar de richtlijn of naar een bijlage daarvan, treedt voor de toepassing van de desbetreffende bepaling een wijziging van de richtlijn of van een bijlage daarvan in werking met ingang van de dag, waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.

Artikel 18 [Vervallen per 01-02-2007]

  • 1 Artikel 6, zevende lid, van de wet is niet van toepassing op niet-automatische weegwerktuigen die op of na het tijdstip van in werking treden van dit besluit in de handel worden gebracht of in gebruik worden genomen.

  • 2 Artikel 6, zevende lid, van de wet is met ingang van 1 januari 2003 niet van toepassing op de niet-automatische weegwerktuigen.

  • 3 De artikelen 11 tot en met 14 van de wet zijn niet van toepassing op de niet-automatische weegwerktuigen.

  • 4 Voor de toepassing van de artikelen 10, 20 en 21 van de wet worden gelijkgesteld met:

    keuring: de in artikel 6 bedoelde EG-verklaring van overeenstemming met het type (waarborg van de kwaliteit van de produktie), EG-goedkeuring en EG-eenheidskeuring;

    herkeuring: het in artikel 11, eerste lid, bedoelde onderzoek;

    goedkeuren: het bij de in artikel 6 bedoelde EG-verklaring van overeenstemming met het type (waarborg van de kwaliteit van de produktie), EG-goedkeuring of EG-keuring per eenheid, dan wel bij het in artikel 11, eerste lid, bedoelde onderzoek vaststellen dat een niet-automatisch weegwerktuig in overeenstemming is met de fundamentele voorschriften van bijlage I van de richtlijn;

    ijkmerken: de ingevolge dit besluit vereiste merktekens, vignetten en controlemerktekens.

Artikel 19 [Vervallen per 01-02-2007]

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel 20 [Vervallen per 01-02-2007]

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel 21 [Vervallen per 01-02-2007]

  • 1 In afwijking van het bepaalde in dit besluit geldt, dat niet-automatische weegwerktuigen tot en met 31 december 2002 in de handel mogen worden gebracht en in gebruik mogen worden genomen welke:

    • a. zijn vervaardigd overeenkomstig een model dat ingevolge artikel 11a van de wet voor 1 januari 1993 is toegelaten, of,

    • b. voor 1 januari 1993 zijn aangewezen krachtens artikel 11, derde lid, van de wet, en welke voldoen aan de bepalingen van het IJkreglement zoals deze luidden op 31 december 1992.

  • 2 In afwijking van dit besluit geldt voorts, dat niet-automatische weegwerktuigen tot en met 31 december 2002 in de handel mogen worden gebracht en in gebruik mogen worden genomen welke:

    • a. zijn vervaardigd volgens een model dat overeenkomstig artikel 3 van het Algemeen EEG-IJkbesluit voor 1 januari 1993 is toegelaten en waarvan de geldigheidsduur van de EEG-modelgoedkeuring nog niet is verstreken, of

    • b. behoren tot een categorie welke is aangewezen krachtens artikel 2, lid 3, onder b, van het Algemeen EEG-IJkbesluit en welke voldoen aan de bepalingen van dat besluit zoals die luidden op 31 december 1992.

  • 3 Onze Minister kan ter uitvoering van het eerste en tweede lid regelen stellen.

  • 4 Met betrekking tot niet-automatische weegwerktuigen als bedoeld in het eerste en tweede lid, waarop dit besluit niet wordt toegepast en waarop ingevolge een of meer andere wettelijke regelingen de CE-markering wordt aangebracht, worden op de bij die niet-automatische weegwerktuigen gevoegde documenten, handleidingen of gebruiksaanwijzingen de in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakte referenties van de aan die wettelijke regelingen ten grondslag liggende richtlijnen vermeld.

Artikel 22 [Vervallen per 01-02-2007]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 23 [Vervallen per 01-02-2007]

Dit besluit kan worden aangehaald als: EEG-IJkbesluit niet-automatische weegwerktuigen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 5 januari 1993

Beatrix

De Minister van Economische Zaken,

J. E. Andriessen

Uitgegeven de twaalfde januari 1993

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin