Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regels ter uitvoering van accijnsrichtlijnen[Regeling vervallen per 01-07-2013.]

Geldend van 01-01-1993 t/m 30-06-2013

Regels ter uitvoering van accijnsrichtlijnen

Artikel 1 [Vervallen per 01-07-2013]

  • 1 Indien het brengen bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit accijns (Stb. 1991, 754) geschiedt over het grondgebied van landen van de Europese Vrijhandelsassociatie en de goederen daartoe onder de regeling voor intern communautair douanevervoer worden geplaatst, kan het Enig document bedoeld in de Verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen (717/91 van 21 maart 1991, PbEG L 78) worden gebruikt als het in vorengenoemd lid bedoelde geleidedocument.

  • 2 Bij toepassing van het eerste lid:

    • a. dient in vak 33 van het Enig document de desbetreffende GN-code te worden ingevuld;

    • b. dient in vak 44 van het Enig document duidelijk te worden vermeld dat het gaat om vervoer van accijnsgoederen onder schorsing van accijns;

    • c. dient een kopie van exemplaar nr. 1 van het Enig document door de verzender bij zijn administratie te worden bewaard;

    • d. is artikel 2a, derde tot en met vijfde lid, van het Uitvoeringsbesluit accijns van overeenkomstige toepassing op een kopie van het exemplaar nr. 5 van het Enig document.

Artikel 2 [Vervallen per 01-07-2013]

  • 1 Indien het brengen bedoeld in artikel 3a, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit accijns geschiedt over het grondgebied van landen van de Europese Vrijhandelsassociatie en de goederen daartoe onder de regeling voor intern communautair douanevervoer worden geplaatst, kan het Enig document bedoeld in de Verordening van de Raad van Europese Gemeenschappen (717/91 van 21 maart 1991, PbEG L 78) worden gebruikt als het in vorengenoemd lid bedoelde geleidedocument.

  • 2 Bij toepassing van het eerste lid:

    • a. dient in vak 33 van het Enig document de desbetreffende GN-code te worden ingevuld;

    • b. dient in vak 44 van het Enig document duidelijk te worden vermeld dat het gaat om vervoer van accijnsgoederen onder schorsing van accijns;

    • c. dient een kopie van exemplaar nr. 1 van het Enig document door de verzender bij zijn administratie te worden bewaard;

    • d. is artikel 3a, derde en vierde lid, van het Uitvoeringsbesluit accijns van overeenkomstige toepassing op een kopie van exemplaar nr. 5 van het Enig document.

Artikel 3 [Vervallen per 01-07-2013]

  • 1 Indien het brengen bedoeld in artikel 3c, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit accijns geschiedt over het grondgebied van landen van de Europese Vrijhandelsassociatie en de goederen daartoe onder de regeling voor intern communautair douanevervoer worden geplaatst, kan het Enig document bedoeld in de Verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen (717/91 van 21 maart 1991, PbEG L 78) worden gebruikt als het in vorengenoemd lid bedoelde geleidedocument.

  • 2 Bij toepassing van het eerste lid:

    • a. dient in vak 33 van het Enig document de desbetreffende GN-code te worden ingevuld;

    • b. dient in vak 44 van het Enig document duidelijk te worden vermeld dat het gaat om vervoer van accijnsgoederen onder schorsing van accijns;

    • c. dient een kopie van exemplaar nr. 1 van het Enig document door de verzender bij zijn administratie te worden bewaard;

    • d. is artikel 3c, derde en vierde lid, van het Uitvoeringsbesluit accijns van overeenkomstige toepassing op een kopie van exemplaar nr. 5 van het Enig document.

Artikel 4 [Vervallen per 01-07-2013]

De vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen worden overgebracht of zijn vertegenwoordiger die, na verzending van de goederen, wenst over te gaan tot wijziging van de reeds in het geleidedocument vermelde geadresseerde of plaats van aflevering dient de inspecteur op de door deze te bepalen wijze hiervan onmiddellijk op de hoogte te stellen. Tevens dient de bedoelde wijziging onmiddellijk te worden aangebracht op de achterzijde van het geleidedocument.

Artikel 5 [Vervallen per 01-07-2013]

  • 1 In afwijking van de artikelen 2a en 3c van het Uitvoeringsbesluit accijns behoeft het brengen door middel van een pijpleiding van minerale oliën vanuit een accijnsgoederenplaats naar een belastingentrepot alsmede het brengen door middel van een pijpleiding van minerale oliën vanuit een belastingentrepot naar een accijnsgoederenplaats niet te worden aangetoond met een geleidedocument.

  • 2 Van het brengen bedoeld in het eerste lid, dient door de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats maandelijks een opgaaf te worden verstrekt aan de inspecteur.

Artikel 6 [Vervallen per 01-07-2013]

  • 1 De Wet op de accijns (Stb. 1991, 561) en de daarop gebaseerde regelingen zoals deze luidden op 31 december 1992 blijven van toepassing op accijnsgoederen die vóór 1 januari 1993 zijn verzonden vanuit een accijnsgoederenplaats naar de in artikel 2, derde lid, onderdelen a, b en c, bedoelde bestemmingen en na 31 december 1992 op die bestemmingen worden ontvangen.

  • 2 De Wet op de accijns en de daarop gebaseerde regelingen zoals deze luidden op 31 december 1992 blijven van toepassing op accijnsgoederen die vóór 1 januari 1993 zijn verzonden vanuit het buitenland, een entrepot of een plaats voor tijdelijke opslag naar de in artikel 3, derde lid, onderdelen a, b en c, bedoelde bestemmingen en na 31 december 1992 op die bestemmingen worden ontvangen.

Artikel 7 [Vervallen per 01-07-2013]

  • 1 Met betrekking tot accijnsgoederen die voldoen aan de artikelen 9 en 10 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en die overeenkomstig de op 31 december 1992 van toepassing zijnde douanewetgeving zich op of na 1 januari 1993 onder een douaneregeling bevinden, dienen na 31 december 1992 wat betreft de beëindiging van deze douaneregeling de douaneformaliteiten te worden vervuld overeenkomstig de douanewetgeving zoals deze op 31 december 1992 van toepassing was.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde douaneregelingen zijn:

    • a. de regeling voor intern communautair douanevervoer;

    • b. de opslag als douanegoed in een douane-entrepot of in een vrij entrepot dan wel de tijdelijke opslag;

    • c. de regeling voor tijdelijke invoer met vrijstelling van belasting.

Artikel 8 [Vervallen per 01-07-2013]

De regels die gelden voor verzoeken om wederzijdse bijstand bij de invordering van schuldvorderingen bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Wet wederzijdse bijstand bij de invordering van enkele EEG-heffingen en de omzetbelasting (Stb. 1979, 572), zijn van overeenkomstige toepassing op verzoeken om bijstand bij de invordering van schuldvorderingen, ontstaan in een Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen, die verband houden met:

  • a. accijnzen in de zin van artikel 2, onderdeel e, van Richtlijn 76/308/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 maart 1976 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit verrichtingen die deel uitmaken van het financieringsstelsel van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, alsmede van landbouwheffingen en douanerechten, evenals van schuldvorderingen uit hoofde van de belasting over de toegevoegde waarde en van bepaalde accijnzen (PbEG L 73);

  • b. kosten en interest, verbonden aan de invordering van deze accijnzen, in de zin van artikel 2, onderdeel f, van de richtlijn.

Artikel 9 [Vervallen per 01-07-2013]

In afwijking van artikel 25, eerste lid, onderdelen b en g, van de Wet op de accijns worden produkten van de GN-codes 2707 9991, 2707 9999 en 2713 niet aangemerkt als minerale oliën.

Artikel 10 [Vervallen per 01-07-2013]

  • 1 In afwijking van artikel 40, eerste lid, van de Wet op de accijns kan in de in het tweede lid bedoelde gevallen als vergunninghouder voor een accijnsgoederenplaats worden aangemerkt een persoon die niet beschikt over een plaats waar accijnsgoederen worden vervaardigd dan wel opgeslagen.

  • 2 Het eerste lid is van toepassing op een persoon die in de uitoefening van zijn bedrijf optreedt als:

    • a. handelaar in minerale oliën, maar die de door hem gekochte minerale oliën niet zelf in opslag neemt;

    • b. tussenpersoon ten behoeve van vergunninghouders van een accijnsgoederenplaats voor minerale oliën waar minerale oliën worden vervaardigd dan wel opgeslagen.

  • 3 Handelaren en tussenpersonen als bedoeld in het tweede lid die niet in Nederland wonen of zijn gevestigd, zijn gehouden woonplaats te kiezen in Nederland.

Artikel 11 [Vervallen per 01-07-2013]

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1993.

De

Staatssecretaris

van Financiën,

M.J.J. van Amelsvoort