Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit vaststelling bedragen ex artikel 8 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag[Regeling vervallen per 09-03-2007.]

Geldend van 01-01-1993 t/m 08-03-2007

Besluit van 23 december 1992, houdende vaststelling van de bedragen genoemd in artikel 8, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 8 december 1992, Directoraat-Generaal voor Algemene Beleidsaangelegenheden, Directie Algemeen Economisch en Inkomensbeleid, nr. ABA/AEI/IB/92/1340;

Gelet op artikel 14, vijfde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Stb. 1968, 657);

Gezien het advies van de Sociaal-Economische Raad (advies van 20 november 1992);

De Raad van State gehoord (advies van 18 december 1992, nr. 12.92.0615);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 december 1992, Directoraat-Generaal voor Algemene Beleidsaangelegenheden, Directie Algemeen Economisch en Inkomensbeleid, nr. ABA/AEI/IB/92/1422;

Hebben goedgevonden en verstaan

Artikel 1 [Vervallen per 09-03-2007]

De bedragen, genoemd in artikel 8, eerste lid, onder a, b en c, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag worden met ingang van 1 januari 1993 onderscheidenlijk als volgt vastgesteld:

  • a. f 2163,20

  • b. f 499,20

  • c. f 99,84

Artikel 2 [Vervallen per 09-03-2007]

De bedragen, genoemd in artikel 8, eerste lid, onder a, b en c, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag worden met ingang van 1 juli 1993 onderscheidenlijk als volgt vastgesteld:

  • a. f 2163,20

  • b. f 499,20

  • c. f 99,84

Artikel 3 [Vervallen per 09-03-2007]

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1993.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

's-Gravenhage, 23 december 1992

Beatrix

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

B. de Vries

Uitgegeven de dertigste december 1992

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin