KruimelpadVorige
Volgende
Geldend op 29-09-2009
De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling.
Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van
in de balk hierboven.
1.De hoogleraren aan de bij het in werking treden van de wet van 28 april 1876 (Stb. 102) bestaande kerkelijke kweekscholen en seminaria tot opleiding van leraren voor enig kerkgenootschap of kwekelingen voor de geestelijke stand alsmede zij, die een na die inwerkingtreding vanwege de Nederlandse Hervormde Kerk tot hetzelfde doel gevestigde leerstoel bekleden, hebben, voorzover die kweekscholen, seminaria of leerstoelen op 1 januari 1904 waren gevestigd in gemeenten waar een rijksuniversiteit is, tot het einde van de maand waarin zij de voor de openbare dienst geldende functionele leeftijdsgrens hebben bereikt, toegang met raadgevende stem in de vergaderingen van de examencommissies van de faculteit die het onderwijs in opleidingen in de godgeleerdheid verzorgt. Bij de examens in die faculteit mogen zij examineren in de door hen onderwezen vakken. De hoogleraren aan de op 1 september 1986 te Amsterdam gevestigde kerkelijke kweekscholen en seminaria tot opleiding van leraren voor enig kerkgenootschap of kwekelingen voor de geestelijke stand alsmede zij, die een op dat tijdstip vanwege de Nederlandse Hervormde Kerk tot hetzelfde doel te Amsterdam gevestigde leerstoel bekleden, hebben dezelfde rechten.
2.De kerkelijke hoogleraren kunnen onder door het college van bestuur te stellen voorwaarden gebruikmaken van de collegelokalen, inrichtingen, verzamelingen en hulpmiddelen voor het onderwijs.
3.Op de kerkelijke hoogleraren is artikel 9.19, derde en vierde lid, van toepassing.