Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

Geldend op 24-10-2011


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 7.45b. Verhoogd wettelijk collegegeld

    TWK Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.

    • 1. Het wettelijke collegegeld volgens het verhoogde tarief, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, is verschuldigd door een student die voldoet aan de voorwaarden die in artikel 7.45a worden gesteld om in aanmerking te komen voor het wettelijke collegegeld en die blijkens het Centraal register inschrijving hoger onderwijs, bedoeld in artikel 7.52, sedert 1991

      • a. langer voor een opleiding ingeschreven is geweest dan:

        • 1°. vijf studiejaren, indien de inschrijving een bacheloropleiding met een studielast van 240 studiepunten betreft, of

        • 2°. vier studiejaren, indien de inschrijving een bacheloropleiding met een studielast van 180 studiepunten betreft, dan wel

      • b. langer voor een masteropleiding ingeschreven is geweest dan:

        • 1°. vijf studiejaren, indien de inschrijving een masteropleiding met een studielast van 240 studiepunten betreft,

        • 2°. vier studiejaren, indien de inschrijving een masteropleiding met een studielast van 180 studiepunten betreft,

        • 3°. drie studiejaren, indien de inschrijving een masteropleiding met een studielast van 120 studiepunten betreft,

        • 4°. twee studiejaren, indien de inschrijving een masteropleiding met een studielast van 60 studiepunten betreft, of

      • c. langer ingeschreven is geweest voor een opleiding als bedoeld in artikel 18.15 dan het aantal jaren dat de som is van het aantal studiepunten van de opleiding, bedoeld in artikel 7.4, zoals dat luidde op 31 augustus 2002, gedeeld door 42 en vermeerderd met een jaar.

    • 2. Voor de berekening van de studielast wordt het aantal studiepunten van de opleiding, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, zo nodig naar boven afgerond tot 240, 180 of 120 studiepunten.

    • 3. Het aantal studiejaren van een student, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door een optelling van diens inschrijvingen op de peildatum in enig jaar vanaf 1 september 1991. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt de peildatum, bedoeld in de eerste volzin, vastgesteld en kunnen overige aspecten van de berekening van het aantal studiejaren worden geregeld.

    • 4. Een student die, nadat hij een bachelorgraad of een mastergraad heeft behaald, voor de eerste maal een opleiding op het gebied van onderwijs of gezondheidszorg volgt en op grond van artikel 7.45a in aanmerking komt voor het wettelijke collegegeld, is voor die opleiding gedurende het aantal studiejaren, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, uitsluitend het wettelijke collegegeld volgens het basistarief, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, verschuldigd.

    • 5. Indien een student op grond van artikel 5.6, tiende lid, van de Wet studiefinanciering 2000 een jaar verlenging van de duur van de prestatiebeurs wordt verleend, wordt eenmalig het aantal studiejaren, bedoeld in het eerste lid, voor een opleiding als bedoeld in de onderdelen a, b, of c van dat lid vermeerderd met een jaar.

    • 6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de categorieën studenten, bedoeld in het vierde en het vijfde lid, worden uitgebreid.

    • 7. Indien een student een ongedeelde opleiding als bedoeld in artikel 18.15 vervolgt met een masteropleiding, telt het aantal studiejaren van die ongedeelde opleiding, verminderd met drie, mee bij de vaststelling van het aantal studiejaren, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.

    Terugwerkende kracht

    Stb. 2012, 360, datum inwerkingtreding 01-09-2012, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2011.

    5. Onze minister vermeerdert eenmalig op aanvraag van een student het aantal studiejaren, bedoeld in het eerste lid, voor een opleiding als bedoeld in de onderdelen a, b of c van dat lid, met een jaar indien de student blijkens gedagtekende verklaringen van een arts en van het bestuur van de onderwijsinstelling waar hij is ingeschreven, als gevolg van een handicap of chronische ziekte niet in staat is het afsluitend examen met goed gevolg af te ronden binnen het genoemde aantal jaren.

    5a. Indien een student als direct gevolg van een tijdens zijn studie ontstane handicap, ten gevolge van een zich tijdens de studie verergerde handicap of ten gevolge van een zich tijdens de studie manifesterende chronische ziekte genoodzaakt is een reeds begonnen opleiding te beëindigen, telt Onze minister de inschrijvingen van deze student in het Centraal register inschrijvingen hoger onderwijs voorafgaand aan de beëindiging niet mee bij het bepalen van het aantal inschrijvingen voor een opleiding als bedoeld in de onderdelen a, b, of c van het eerste lid.