Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

Geldend op 30-11-2010


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 7.45. Wettelijk collegegeld

    • 1. Het wettelijk collegegeld is verschuldigd door een student die:

      • a. blijkens het Centraal register inschrijving hoger onderwijs, bedoeld in artikel 7.52, voor een inschrijving aan een bacheloropleiding niet eerder een bachelorgraad heeft behaald of voor een inschrijving aan een masteropleiding niet eerder een mastergraad heeft behaald,

      • b. woonachtig is in Nederland, België, Luxemburg of een van de deelstaten Noord-Rijnland-Westfalen, Nedersaksen en Bremen van de Bondsrepubliek Duitsland, en

      • c. tot één van de groepen van personen, bedoeld in artikel 2.2 van de Wet studiefinanciering 2000, behoort of de Surinaamse nationaliteit bezit.

      De voorwaarde, bedoeld onder a, geldt niet voor een student die voor de eerste maal een opleiding op het gebied van onderwijs of gezondheidszorg volgt.

    • 2. Bij algemene maatregel van bestuur kan de categorie studenten, bedoeld in het eerste lid, worden uitgebreid.

    • 3. Een student als bedoeld in het eerste lid, die is ingeschreven voor een voltijdse opleiding is het volledige wettelijk collegegeld verschuldigd.

    • 4. Een student als bedoeld in het eerste lid, die is ingeschreven voor een deeltijdse of duale opleiding, is een door het instellingsbestuur te bepalen deel van het wettelijk collegegeld verschuldigd dat ligt tussen een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag en het bedrag, bedoeld in het derde lid.

    • 5. Een student als bedoeld in het eerste lid, die is ingeschreven voor een onderwijseenheid bij de Open Universiteit, is collegegeld OU verschuldigd ter grootte van ten minste één zestigste deel en ten hoogste één dertigste deel van het bedrag, bedoeld in het derde lid, vermenigvuldigd met het aantal studiepunten dat een onderwijseenheid groot is. Het instellingsbestuur van de Open Universiteit bepaalt met in achtneming van de vorige volzin de hoogte van het collegegeld OU.

    • 6. Indien een student als bedoeld in het eerste lid meer dan één opleiding volgt en de opleiding waarvoor hij het eerst is ingeschreven met goed gevolg afrondt, is deze student het wettelijk collegegeld verschuldigd voor het resterende deel van het studiejaar. Het verschuldigde bedrag wordt in dat geval berekend naar rato van het aantal resterende maanden van het desbetreffende studiejaar.

    • 7. Bij algemene maatregel van bestuur wordt de hoogte van het wettelijk collegegeld, bedoeld in het derde lid, vastgesteld. Dit bedrag wordt jaarlijks volgens de consumentenprijsindex geïndexeerd, op de wijze bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald. De eerste en tweede volzin zijn van overeenkomstige toepassing op het bedrag, bedoeld in het vierde lid.

    • 8. Met bachelorgraad en mastergraad als bedoeld in het eerste lid, worden gelijkgesteld op grond van artikel 7.20 behaalde titels.