Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

Geldend op 27-02-2012


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 18.75. Instellingen voor hoger onderwijs

    • 1. Aanvragen om een besluit tot aanwijzing op grond van artikel 6.9, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel AP, van de wet van 4 februari 2010 (Stb. 119) waarop nog niet onherroepelijk is beslist, worden behandeld als aanvragen op grond van artikel 6.9 zoals dat artikel luidt na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel AP, van de wet van 4 februari 2010 (Stb. 119).

    • 2. De hogescholen die krachtens artikel 6.9, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel AP, van de wet van 4 februari 2010 (Stb. 119), waren aangewezen, worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel AP, van de wet van 4 februari 2010 (Stb. 119) aangemerkt als rechtspersonen voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onder aa.

    • 3. De universiteiten als bedoeld in artikel 1.2, onderdeel b, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B van de wet van 4 februari 2010 (Stb. 119) blijven universiteiten aangewezen op grond van artikel 6.9, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel AP, van de wet van 4 februari 2010 (Stb. 119). De artikelen die gelden voor de rechtspersonen voor hoger onderwijs zijn op die universiteiten van toepassing, evenals de artikelen 7.18 en 7.19.

    • 4. De instellingen die geaccrediteerd postinitieel onderwijs verzorgen als bedoeld in artikel 1.12a, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel L van de wet van 4 februari 2010 (Stb. 119),worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel L, van de wet van 4 februari 2010 (Stb. 119) beschouwd als rechtspersonen voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onder aa.

    • 5. Indien een instelling op grond van artikel 1.12a, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel L van de wet van 4 februari 2010 (Stb. 119) tevens postinitiële masteropleidingen verzorgt of een aanvraag voor een toets nieuwe opleiding voor een postinitiële masteropleiding heeft ingediend bij het accreditatieorgaan voor 1 september 2010, kan deze instelling overeenkomstig artikel 1.1, sub aa, zoals dit artikel luidt na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel L van de wet van 4 februari 2010 (Stb. 119) deze opleidingen als rechtspersoon voor hoger onderwijs verzorgen, bedoeld in het vierde lid of kan de instelling deze opleidingen in een afzonderlijke privaatrechtelijke rechtspersoon onderbrengen die rechtspersoon voor hoger onderwijs is.