Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instelling Adviescommissie milieutoets en milieuparagraaf beleidsvoornemens Rijksoverheid

Geldend van 01-12-1992 t/m heden

Instelling Adviescommissie milieutoets en milieuparagraaf beleidsvoornemens Rijksoverheid

De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Overwegende dat het wenselijk is een commissie voor de invoering van een milieutoets en een milieuparagraaf voor beleidsvoornemens van de Rijksoverheid in te stellen.

Besluit:

Artikel 1

Voor de duur van ten hoogste twaalf maanden wordt ingesteld de Adviescommissie ontwikkeling milieutoets en milieuparagraaf beleidsvoornemens Rijksoverheid, verder te noemen: de commissie.

Artikel 2

De commissie heeft tot taak:

Advies uit te brengen aan de Regering over de vormgeving en invoering van een milieutoets en een milieuparagraaf voor beleidsvoornemens van de Rijksoverheid. Het advies dient zodanig geconcretiseerd te zijn dat binnen een korte termijn een besluit kan worden genomen inzake de invoering van de milieutoets in de besluitvorming van de rijksoverheid.

Artikel 3

De commissie bestaat uit de volgende leden:

  • prof.dr. R.J. In 't Veld, voorzitter — hoogleraar bestuurskunde aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam;

  • mr. J.A. Peters, secretaris — directeur Bestuurszaken, Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (DGM);

  • drs. G. Burger, adjunct-secretaris — hoofdafdeling Maatschappelijke en beleidsintegratie, Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (DGM);

  • drs. R. Bemer — plv. directeur-generaal voor Industrie en Regionaal Beleid, Ministerie van Economische Zaken;

  • drs. H.J. Hamer — plv. directeur Inspectie der Rijksfinanciën, Ministerie van Financiën;

  • drs. P.E. de Jongh, — plv. directeur-generaal Milieubeheer, Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (DGM);

  • drs. A.M.V. Kleinmeulman — adjunct-directeur Milieu, Kwaliteit en Voeding, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

  • mr. J.H. van Kreveld — hoofd Stafafdeling Algemeen Wetgevingsbeleid, Ministerie van Justitie;

  • mr. F. Plate — hoofddirecteur Bestuurlijke en Juridische Zaken van Rijkswaterstaat, Ministerie van Verkeer en Waterstaat;

  • mr. G.P.I.M. Wuisman — Raadsadviseur Ministerie van Algemene Zaken;

  • prof. dr. J.M. Cramer — hoogleraar milieukunde aan de Universiteit van Amsterdam;

  • prof. mr. Th.G. Drupsteen — hoogleraar milieurecht aan de Rijksuniversiteit Leiden;

  • prof. dr. W.A. Hafkamp — hoogleraar milieu- en natuurvraagstukken aan de Katholieke Universiteit Brabant in Tilburg;

  • ir. L. Koster — hoofd afdeling Environmental Affairs. Shell Nederland B.V.

Artikel 4

  • 1 De commissie kan haar werkwijze naar eigen inzicht regelen. De commissie stelt hiertoe een werkplan vast.

  • 2 Voor het gebruik maken van de diensten van derden, voorzover daaraan financiële verplichtingen voor het Rijk verbonden zijn, is daarvoor evenwel de voorafgaande goedkeuring nodig van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Artikel 5

De leden van de commissie ontvangen vacatiegelden alsmede een vergoeding voor de reis- en verblijfskosten volgens de bestaande rijksregelingen, voorzover niet uit anderen hoofde een vergoeding van deze kosten wordt verleend uit 's Rijks kas.

Artikel 6

De voor het functioneren van de commissie noodzakelijk geachte kosten komen ten laste van de begroting van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Artikel 7

Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt met inachtneming van de bepalingen van het Besluit algemene secretarie-aangelegenheden rijksadministratie (Stb. 1980, 182) op overeenkomstige wijze als bij het departement van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Artikel 8

Dit besluit en de bijbehorende toelichting zullen worden bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant en in afschrift worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer.

, 2 oktober 1992