Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Wijzigingswet Wet individuele huursubsidie ter beperking en herschikking van de uitgaven voor individuele huursubsidie

Geldend van 01-07-1994 t/m heden

Wet van 24 juni 1992, tot wijziging van de Wet individuele huursubsidie ter beperking en herschikking van de uitgaven voor individuele huursubsidie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat in verband met de noodzaak tot beperking van de uitgaven aan individuele huursubsidie en een meer gerichte inzet van de individuele huursubsidie het wenselijk is enige wijzigingen aan te brengen in de Wet individuele huursubsidie;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel II

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel III

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel IV

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel V

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel VI

In afwijking van artikel 25, aanhef en onder a, van de Wet individuele huursubsidie vervangt Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer met ingang van 1 juli voor de periode van 1 juli 1992 tot en met 30 juni 1993 het bedrag, genoemd in artikel 7, eerste lid, onder a, van die wet door een bedrag, gelijk aan het te vervangen bedrag, verhoogd met 4½ procent en daarna afgerond op het naasthogere veelvoud van f 5,-.

Artikel VII

In afwijking van artikel 25, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet individuele huursubsidie vervangt Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer met ingang van 1 juli voor de periode van 1 juli 1993 tot en met 30 juni 1994 het bedrag, genoemd in artikel 7, eerste lid, onder a, van die wet door een bedrag, gelijk aan het te vervangen bedrag, verhoogd met 4½ procent en daarna afgerond op het naasthogere veelvoud van f 5,-.

Artikel VIII

  • 1 Deze wet is niet van toepassing op aanvragen om en verstrekkingen van een bijdrage als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet individuele huursubsidie, die betrekking hebben op tijdvakken als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van die wet, die zijn verstreken vóór 1 juli 1992.

  • 2 De artikelen II, III, IV en VII van deze wet zijn eveneens niet van toepassing op aanvragen om en verstrekkingen van een bijdrage als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet individuele huursubsidie, die betrekking hebben op het tijdvak van 1 juli 1992 tot en met 30 juni 1993.

  • 3 Artikel V van deze wet is eveneens niet van toepassing op aanvragen om en verstrekkingen van een bijdrage als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet individuele huursubsidie, die betrekking hebben op de tijdvakken van 1 juli 1992 tot en met 30 juni 1993 en van 1 juli 1993 tot en met 30 juni 1994.

Artikel IX

  • 1 Ten aanzien van een huurder aan wie met inachtneming van de bij de Wet individuele huursubsidie behorende huursubsidietabel II een bijdrage als bedoeld in artikel 2, eerste lid , van die wet is verstrekt over het tijdvak van 1 juli 1991 tot en met 30 juni 1992 voor een woning waarvan die huurder op 30 juni 1992 nog het genot had, vindt, zolang die huurder aan de voorwaarden voor toepassing van huursubsidietabel II blijft voldoen, de vaststelling van de bijdrage voor het tijdvak van 1 juli 1992 tot en met 30 juni 1993 tot en met het tijdvak van 1 juli 1995 tot en met 30 juni 1996 in afwijking van de Wet individuele huursubsidie plaats zodanig, dat de huurder:

    • a. over het tijdvak van 1 juli 1992 tot en met 30 juni 1993 een bijdrage ontvangt gelijk aan het bedrag dat de bijdrage zou bedragen met toepassing van de Wet individuele huursubsidie, zoals die luidt met ingang van 1 juli 1992, vermeerderd met drie vierde deel van het verschil tussen dat bedrag en het bedrag dat de bijdrage gedurende dat tijdvak zou hebben bedragen indien artikel 8 van de Wet individuele huursubsidie niet bij deze wet zou zijn gewijzigd;

    • b. over het tijdvak van 1 juli 1993 tot en met 30 juni 1994 een bijdrage ontvangt gelijk aan het bedrag dat de bijdrage zou bedragen met toepassing van de Wet individuele huursubsidie, zoals die luidt met ingang van 1 juli 1993, vermeerderd met:

      • 1e. drie vierde van het verschil tussen dat bedrag en het verdrag dat de bijdrage gedurende dat tijdvak zou hebben bedragen indien artikel III van deze wet niet in werking zou zijn getreden, en

      • 2e. de helft van het in onderdeel a bedoelde verschil;

    • c. over het tijdvak van 1 juli 1994 tot en met 30 juni 1995 een bijdrage ontvangt gelijk aan het bedrag dat de bijdrage zou bedragen met toepassing van de Wet individuele huursubsidie, zoals die luidt met ingang van 1 juli 1994, vermeerderd met de helft van het in onderdeel b, onder 1e, bedoelde verschil en een vierde van het in onderdeel a bedoelde verschil;

    • d. over het tijdvak van 1 juli 1995 tot en met 30 juni 1996 een bijdrage ontvangt gelijk aan het bedrag dat de bijdrage zou bedragen met toepassing van de Wet individuele huursubsidie, zoals die luidt met ingang van 1 juli 1993, vermeerderd met een vierde van het in onderdeel b, onder 1e, bedoelde verschil.

  • 2 Ten aanzien van een huurder als bedoeld in het eerste lid, wordt, zolang die huurder aan de voorwaarden voor toepassing van huursubsidietabel II blijft voldoen, voor het tijdvak van 1 juli 1992 tot en met 30 juni 1993 tot en met het tijdvak van 1 juli 1994 tot en met 30 juni 1995 in plaats van het in artikel 11, onder c, van de Wet individuele huursubsidie genoemde en met ingang van 1 juli 1992 ingevolge artikel 25, onder f, van die wet nader vastgestelde bedrag, gelezen dat bedrag, vermeerderd met:

    • a. voor het tijdvak van 1 juli 1992 tot en met 30 juni 1993: drie vierde deel van het verschil tussen dat bedrag en het hoogste bedrag aan inkomen waarbij bedoelde huurder over het laatstgenoemde tijdvak een bijdrage zou hebben ontvangen op grond van de Wet individuele huursubsidie zoals die laatstelijk luidde vóór 1 juli 1992 met inbegrip van de wijzigingen die daarin zouden zijn aangebracht ingevolge artikel 25 van genoemde wet indien deze wet niet in werking zou zijn getreden;

    • b. voor de tijdvakken, volgend op het onder a genoemde tijdvak: per opvolgend tijdvak telkens een vierde deel minder van het onder a bedoelde verschil.

  • 3 Ten behoeve van de huurders die in aanmerking komen voor de toepassing van het eerste en tweede lid, stelt Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer elk jaar met ingang van 1 juli, te beginnen in 1992 en voor het laatst in 1995, een huursubsidietabel vast, in overeenstemming met het bepaalde in genoemde leden.

Artikel X

  • 1 Ten aanzien van een huurder aan wie met inachtneming van de bij de Wet individuele huursubsidie behorende huursubsidietabel IIA een bijdrage als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van die wet is verstrekt over het tijdvak van 1 juli 1991 tot en met 30 juni 1992 voor een woning waarvan die huurder op 30 juni 1992 nog het genot had, vindt, zolang die huurder aan de voorwaarden voor toepassing van huursubsidietabel IIA blijft voldoen, de vaststelling van de bijdrage voor het tijdvak van 1 juli 1992 tot en met 30 juni 1993 tot en met het tijdvak van 1 juli 1994 tot en met 30 juni 1995 in afwijking van de Wet individuele huursubsidie plaats zodanig, dat de huurder:

    • a. over het tijdvak van 1 juli 1992 tot en met 30 juni 1993 een bijdrage ontvangt gelijk aan het bedrag dat de bijdrage zou bedragen met toepassing van de Wet individuele huursubsidie, zoals die luidt met ingang van 1 juli 1992, vermeerderd met drie vierde deel van het verschil tussen dat bedrag en het bedrag dat de bijdrage gedurende dat tijdvak zou hebben bedragen indien artikel 8a van de Wet individuele huursubsidie niet bij deze wet zou zijn gewijzigd;

    • b. over de tijdvakken, volgend op het onder a genoemde tijdvak, een bijdrage ontvangt gelijk aan het bedrag dat de bijdrage zou bedragen met toepassing van de Wet individuele huursubsidie, zoals die luidt met ingang van 1 juli 1992, vermeerderd met per opvolgend tijdvak telkens een vierde deel minder van het in onderdeel a bedoelde verschil.

  • 2 Ten aanzien van een huurder als bedoeld in het eerste lid, wordt, zolang die huurder aan de voorwaarden voor toepassing van huursubsidietabel IIA blijft voldoen, voor de in het eerste lid, aanhef, genoemde tijdvakken in plaats van het in artikel 11, onder d, van de Wet individuele huursubsidie genoemde en met ingang van 1 juli 1992 ingevolge artikel 25, onder f, van die wet nader vastgestelde bedrag, gelezen dat bedrag, vermeerderd met:

    • a. voor het tijdvak van 1 juli 1992 tot en met 30 juni 1993: drie vierde deel van het verschil tussen dat bedrag en het hoogste bedrag aan inkomen waarbij bedoelde huurder over het laatstgenoemde tijdvak een bijdrage zou hebben ontvangen op grond van de Wet individuele huursubsidie zoals die laatstelijk luidde vóór 1 juli 1992 met inbegrip van de wijzigingen die daarin zouden zijn aangebracht ingevolge artikel 25 van genoemde wet indien deze wet niet in werking zou zijn getreden;

    • b. voor de tijdvakken, volgend op het onder a genoemde tijdvak: per opvolgend tijdvak telkens een vierde deel minder van het onder a bedoelde verschil.

  • 3 In geval aan een huurder met inachtneming van de bij de Wet individuele huursubsidie behorende huursubsidietabel II een bijdrage als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van die wet is verstrekt over het tijdvak van 1 juli 1991 tot en met 30 juni 1992 voor een woning waarvan die huurder op 30 juni 1992 nog het genot had, en die huurder in een van de in het eerste lid, aanhef, genoemde op het tijdvak van 1 juli 1991 tot en met 30 juni 1992 volgende tijdvakken in plaats van aan de voorwaarden voor toepassing van huursubsidietabel II gaat voldoen aan de voorwaarden voor toepassing van huursubsidietabel IIA, is, zolang die huurder blijft voldoen aan de voorwaarden voor toepassing van huursubsidietabel IIA, het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing.

  • 4 Ten behoeve van de huurders die in aanmerking komen voor de toepassing of de overeenkomstige toepassing van het eerste en tweede lid, stelt Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer elk jaar met ingang van 1 juli, te beginnen in 1992 en voor het laatst in 1994, een huursubsidietabel vast, in overeenstemming met het bepaalde in genoemde leden.

Artikel XI

Voor de huurder die op 1 juli 1992 jonger is dan 23 jaar en aan wie voor een woning waarvan hij op 30 juni 1992 nog het genot had, een bijdrage als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet individuele huursubsidie is verstrekt over het tijdvak van 1 juli 1991 tot en met 30 juni 1992, geldt, zolang die huurder het genot van de hiervoor bedoelde woning behoudt, artikel 16, tweede volzin, van genoemde wet, zoals deze vanaf de inwerkingtreding van artikel I van deze wet is komen te luiden, niet.

Artikel XII

Bij de toepassing met ingang van 1 juli 1992 van artikel 25, onder b, van de Wet individuele huursubsidie worden de in dat artikelonderdeel bedoelde te vervangen bedragen alvorens zij worden vermenigvuldigd, eerst gecorrigeerd voor het verschil tussen de werkelijke ontwikkeling van de regelingslonen en de werkelijke ontwikkeling van het minimumloon in de jaren 1990 en 1991.

Artikel XIII

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel XIV

De tekst van de Wet individuele huursubsidie wordt door Onze Minister van Justitie in het Staatsblad geplaatst.

Artikel XV

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage, 24 juni 1992

Beatrix

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

E. Heerma

Uitgegeven de zesentwintigste juni 1992

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin