Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instelling Nationaal Platform voor de Criminaliteitsbeheersing

Geldend van 02-03-1993 t/m heden

Instelling Nationaal Platform voor de Criminaliteitsbeheersing

De Minister van Justitie en de Minister van Binnenlandse Zaken,

Overwegende dat de overheid en het bedrijfsleven elk een eigen verantwoordelijkheid hebben voor het helpen tegengaan van criminaliteit;

Overwegende dat voor een effectieve preventieve en repressieve bestrijding van de tegen het bedrijfsleven gerichte criminaliteit nauwe samenwerking is vereist tussen de overheid en het bedrijfsleven;

Overwegende dat door het bestuur van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen een daartoe strekkend voorstel aan de overheid is gedaan;

Besluiten:

Artikel 1

Er is een Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing, dat tot taken heeft:

  • -

    het bestuderen en analyseren van de criminaliteitspatronen die de Nederlandse samenleving en in het bijzonder het Nederlandse bedrijfsleven bedreigen;

  • -

    het versterken van de beveiligingsfunctie in de breedste zin van bedrijven en instellingen door middel van bijvoorbeeld advisering, deskundigheidsbevordering, voorlichting en de normalisatie en certificering van beveiligingsprodukten en -diensten;

  • -

    het bijdragen aan een effectieve preventie en rechtshandhaving met betrekking tot tegen het bedrijfsleven gerichte criminaliteit door middel van advisering van de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken, het openbaar ministerie, het binnenlands bestuur en de politie;

  • -

    het bevorderen van de onderlinge samenhang tussen de beveiligingsinspanningen van het bedrijfsleven en de rechtshandhavingsinspanningen van de overheid ter vergroting van hun doelmatigheid en effectiviteit door middel van advisering over bijvoorbeeld prioriteitenstelling en het opzetten van proefprojecten.

Artikel 2

Het Platform stelt telkenjare een plan vast waarin ten minste wordt aangegeven aan welke vormen van criminaliteit en typen van criminaliteitsbeheersing door bedrijfsleven en overheid bijzondere aandacht zou moeten worden geschonken. Hierin wordt tevens een overzicht opgenomen van de door het Platform zelf te ondernemen activiteiten.

Artikel 3

Het Platform kan, ter verwezenlijking van zijn doelstellingen, omtrent nader te bepalen onderwerpen overleg- en projectgroepen instellen of ondersteunen. De in het Platform vertegenwoordigde organisaties kunnen op voorstel van het Platform gelden beschikbaar stellen voor o.a. de activiteiten van de overleg- en projectgroepen.

Artikel 4

De leden van het Platform worden, als vertegenwoordigers van de organisaties waarvoor zij werkzaam zijn, benoemd voor een periode van twee jaar.

Artikel 5

Het dagelijks bestuur bereidt de vergaderingen van het Platform voor en coƶrdineert de activiteiten van de ingestelde overleg- en projectgroepen. Het wordt daarbij ondersteund door een secretariaat.

Artikel 6

In het Platform worden benoemd:

tot voorzitter:

mr. A. Kosto, staatssecretaris van Justitie;

tot vice-voorzitter:

dr. A.H.G. Rinnooy Kan, voorzitter RCO;

tot leden:

ir. W. Dik (PTT), drs. P.J. van Dun (Ahold), Prof. mr. A. Heijder (Procureur-Generaal Den Haag), mr. E. Kist (Nationale Nederlanden), drs. E.E. Nordholt (hoofdcommissaris van politie Amsterdam), mr. I.W. Opstelten (Directeur-Generaal Openbare Orde en Veiligheid, BiZa), H. Rootliep (Nedloyd). J. Stekelenburg (FNV), mr. J.J.H. Suyver (Directeur-Generaal Politie en Criminaliteitsbestrijding, Justitie), mr. C.J.D. Waal (burgemeester Deventer/VNG). J.W. Wegstapel (Vereniging van Particuliere beveiligingsorganisaties/Febened).

tot leden, tevens leden van het dagelijks bestuur:

prof. dr. J.J.M. van Dijk (voorzitter, hoofd DCP, Ministerie van Justitie), dr. G.J. Fleers (directeur VNG). P.D. IJzerman (hoofdcommissaris van politie Enschede), drs. R. van Ommeren (ABN/AMRO), mr. G.N. Roes (plv. Directeur-Generaal Openbare Orde en Veiligheid, BiZa);

tot leden van het secretariaat worden benoemd:

mr. J.M. Hafkenscheid (ABN/AMRO) en R. Meijer (Ministerie van Justitie).

Artikel 7

Het functioneren van het Platform zal na twee jaar worden geƫvalueerd.

's-Gravenhage, 22 juni 1992

De

Minister

van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

De

Minister

van Binnenlandse Zaken,

C. I. Dales