Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Wet luchtvaart

Geldend op 09-02-2012


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 10.13

    • 1. Het is verboden met een burgerluchtvaartuig op te stijgen van of te landen op een militaire luchthaven, zonder of in afwijking van een voor dat opstijgen of landen door Onze Minister van Defensie verleende vergunning voor burgermedegebruik als bedoeld in artikel 10.27, vrijstelling of ontheffing.

    • 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het gebruik van militaire luchthavens door de burgerluchtvaart. Deze regels betreffen in ieder geval de gevallen waarin militair luchtverkeer voorrang heeft op burgerluchtverkeer.

    • 3. Aan de in het eerste lid bedoelde vrijstelling en ontheffing kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden.

    • 4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent het verlenen, wijzigen en intrekken van de vrijstelling of ontheffing, alsmede omtrent de aan de behandeling van de aanvraag verbonden kosten.

    • 5. Een vrijstelling of ontheffing wordt niet verleend voor burgerluchtvaart van commerciële aard op een luchthaven waar burgermedegebruik plaatsvindt door tussenkomst van een burgerexploitant.

    • 6. Een vrijstelling of ontheffing kan in ieder geval door Onze Minister van Defensie worden ingetrokken of gewijzigd wanneer:

      • a. een of meer redenen waarom de vrijstelling of ontheffing is verleend, zijn vervallen,

      • b. een of meer van de daaraan verbonden beperkingen of voorschriften niet worden nageleefd, of

      • c. na de verlening zodanige feiten of omstandigheden bekend zijn geworden dat, indien deze ten tijde van de verlening bekend waren geweest, de vrijstelling of ontheffing niet of niet in die vorm zou zijn verleend.