Wijzigingswet houdende aanpassing van een aantal wetten aan de eerste tranche van de Algemene wet bestuursrecht

Geldend van 04-07-2013 t/m heden

Wet van 4 juni 1992, houdende aanpassing van een aantal wetten aan de eerste tranche van de Algemene wet bestuursrecht

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het met het oog op de invoering van de eerste tranche van de Algemene wet bestuursrecht wenselijk is dat de andere wetten daarmee in overeenstemming worden gebracht;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk III. Ministerie van Justitie

Hoofdstuk IV. Ministerie van Binnenlandse Zaken

Hoofdstuk V. Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen

Hoofdstuk VI. Ministerie van Financiën

Hoofdstuk VIII. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Hoofdstuk IX. Ministerie van Verkeer en Waterstaat

Hoofdstuk X. Ministerie van Economische Zaken

Hoofdstuk XI. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

Hoofdstuk XII. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Hoofdstuk XIII. Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur

Hoofdstuk XIV. Slotbepalingen

Artikel XIV1

Bij het verslag dat krachtens artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht binnen drie jaar na haar inwerkingtreding moet worden uitgebracht over de wijze waarop zij is toegepast, wordt tevens de vraag betrokken of artikel 25, vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen kan vervallen. Gelijktijdig met de aanbieding van het verslag wordt alsdan bij de Staten-Generaal een voorstel van wet ingediend, dat daarin voorziet.

Artikel XIV4

  • 1 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende onderdelen van de wet verschillend kan worden gesteld.

  • 2 Voor de bekendmaking van deze wet brengt Onze Minister van Justitie de daarin voorkomende aanhalingen van artikelen, afdelingen, titels en hoofdstukken van de Algemene wet bestuursrecht in overeenstemming met de krachtens artikel 9:5 van die wet vastgestelde nummering.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage, 4 juni 1992

Beatrix

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

De Minister van Binnenlandse Zaken,

C. I. Dales

Uitgegeven de vijfentwintigste augustus 1992

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

Terug naar begin van de pagina