Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Wijzigingsbesluit Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (2)

Geldend van 25-04-1992 t/m heden

Besluit van 3 april 1992, houdende wijziging van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 29 november 1991, nr. AB91/U821, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Arbeidsvoorwaarden, afdeling Arbeidsvoorwaarden Rijkspersoneel;

Gelet op artikel 125, eerste lid van de Ambtenarenwet 1929 (Stb. 530);

De Raad van State gehoord (advies van 24 februari 1992, nr. W04.91.0695);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 19 maart 1992, nr. AB92/242, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Arbeidsvoorwaarden, afdeling Arbeidsvoorwaarden Rijkspersoneel;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel I

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel II

  • 1 Voor de toepassing van het bij artikel I, onderdeel A, van dit besluit ingevoerde artikel 17, vierde lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, wordt voor de ambtenaar die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit de leeftijd van 55 jaar al heeft bereikt de in dat lid bedoelde toelage, vastgesteld op het bedrag dat de ambtenaar over de twaalf kalendermaanden voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van dit besluit gemiddeld per maand heeft genoten aan toelagen als bedoeld in artikel 17, eerste lid, of artikel 18, welk bedrag wordt aangepast aan algemene salariswijzigingen. Hierbij geldt de voorwaarde dat de ambtenaar deze toelagen gedurende ten minste 5 jaar zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.

  • 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden.

  • 3 Van het bepaalde in het eerste lid kan worden afgeweken ingeval daartoe naar het oordeel van het bevoegde gezag aanleiding bestaat.

Artikel III

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt voor wat betreft onderdeel C van artikel I terug tot en met 1 oktober 1991.

Lasten en bevelen, dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

's-Gravenhage, 3 april 1992

Beatrix

De Minister van Binnenlandse Zaken,

C. I. Dales

Uitgegeven de drie├źntwintigste april 1992

De Minister van Justitie a.i.,

C. I. Dales