Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsbeschikking Commissie voor Evaluatie van de Nederlandse Organisatie voor Technologisch Aspectenonderzoek (NOTA)[Regeling vervallen per 31-12-2004.]

Geldend van 21-03-1992 t/m 30-12-2004

Instellingsbeschikking Commissie voor Evaluatie van de Nederlandse Organisatie voor Technologisch Aspectenonderzoek (NOTA)

De minister van onderwijs en wetenschappen,

Overwegende dat in verband met het gestelde in artikel 10 van de Instellingsbeschikking Nederlandse Organisatie voor Technologisch Aspectenonderzoek (DGWB 38.104) van de minister van onderwijs en wetenschappen, gedateerd 17 juni 1986, het tijdstip voor een evaluatie van de Nederlandse Organisatie voor Technologisch Aspectenonderzoek is aangebroken,

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 31-12-2004]

Er is een Commissie voor Evaluatie van de Nederlandse Organisatie voor Technologisch Aspectenonderzoek, nader te noemen de Commissie.

Artikel 2 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De Commissie heeft tot taak ten behoeve van de minister van onderwijs en wetenschappen, die de Nederlandse Organisatie voor Technologisch Aspectenonderzoek subsidieert, deze organisatie nader te noemen NOTA, te toetsen op de mate waarin zij effectief is in haar activiteiten en haar doelstellingen verwezenlijkt.

  • 2 In de evaluatie moet in ieder geval worden betrokken:

    • a. Evaluatie van de huidige taken en de huidige positie van de NOTA

      • 1. Heeft de NOTA haar taken zoals die zijn neergelegd in artikel 3 van bovengenoemde instellingsbeschikking, samengevat de programmering en stimulering van technologisch aspectenonderzoek en de maatschappelijk-adresfunctie, goed uitgevoerd?

      • 2. Zijn de opzet en werkwijze van de organisatie NOTA geschikt gebleken voor het goed uitvoeren van die taken?

      • 3. Heeft de NOTA adequate relaties onderhouden met het parlement, de overheid en andere partijen in de samenleving? Behoeft de relatie van de NOTA tot het parlement feitelijk en eventueel formeel wijziging?

      • 4. Is de disseminatie van de resultaten van het werk van de NOTA voldoende? Heeft de NOTA in het algemeen bijgedragen aan de disseminatie van TA-resultaten en daarmee in verband te brengen informatie in de wetenschappelijke wereld en de maatschappij?

      • 5. Heeft de NOTA zich internationaal weten te positioneren?

    • b. Beoordeling van mogelijkheden voor de toekomst

      Hoe kan de NOTA meer aandacht gaan besteden aan ethische vraagstukken rond onderzoek en welke aanpassingen zijn dan nodig?

  • 3 Op grond van deze evaluatie kan de Commissie aanbevelingen doen voor de taakuitvoering en de organisatie van de NOTA, mede met het oog op de toekomst. Bij dat laatste kan de Commissie haar gedachten mede laten bepalen door het ‘Kader voor discussies over ethische aspecten van wetenschappelijk onderzoek’ van de minister van onderwijs en wetenschappen. Daarin wordt de NOTA een rol toegedacht in de structurering van maatschappelijke discussie over ethische aspecten van onderzoek. Bij haar behandeling van deze notitie (november 1991) heeft de Kamer de noodzaak van die rol onderstreept.

  • 4 De Commissie brengt vóór 1 juni 1992 haar evaluatierapport met conclusies en aanbevelingen uit aan de minister van onderwijs en wetenschappen.

Artikel 3 [Vervallen per 31-12-2004]

In de Commissie worden benoemd tot lid:

  • -

    prof. dr. ir. W.J. Beek (voorzitter)

  • -

    prof. dr. W.K.B. Hofstee

  • -

    prof. dr. ir. J.H.A. de Smit

  • -

    dr. L. Ginjaar

  • -

    mw. drs. M. Epema-Brugman

Artikel 4 [Vervallen per 31-12-2004]

De Commissie regelt binnen het haar toegewezen budget haar werkwijze, inclusief het gebruik maken van een eventuele secretaris en administratieve bijstand, naar eigen inzicht en verantwoordt deze in haar evaluatierapport.

Artikel 5 [Vervallen per 31-12-2004]

De Commissie hoort, indien zij dat voor een goede vervulling van haar taak wenselijk acht, degenen die bij het functioneren van de NOTA betrokken waren of zijn en heeft inzage in alle door haar gewenste Stuurgroepstukken.

Artikel 6 [Vervallen per 31-12-2004]

De Commissie raadpleegt buitenlandse deskundigen op het gebied van de (vormgeving en institutionele positionering) van technologisch aspectenonderzoek, wanneer en voor zover zij dat nodig acht om haar taak te vervullen.

Artikel 7 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De voor het functioneren van de Commissie noodzakelijk geachte kosten komen binnen het (bij de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen) daarvoor ter beschikking gestelde budget ten laste van de begroting van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen.

  • 2 De Commissie dient voor de aanvang van haar werkzaamheden ter goedkeuring van de minister van onderwijs en wetenschappen een gespecificeerde begroting in waarin tenminste worden vermeld:

    • -

      de uitgaven voor faciliteiten voor de leden, uitgesplitst per persoon;

    • -

      de kosten van eventuele diensten van derden;

    • -

      de overige uitgaven, onderscheiden naar kostensoorten.

  • 3 Bij het verlenen van faciliteiten aan de leden dienen de desbetreffende wettelijke regelingen in acht te worden genomen.

Artikel 8 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de Commissie geschiedt met inachtneming van de bepalingen van het Besluit Algemene Secretarie-aangelegenheden Rijksadministratie 1980 (Stb. 1980, 182) op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen.

  • 2 De bescheiden worden bij opheffing van de Commissie in het Centraal Archief van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen opgenomen.

Artikel 9 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Dit besluit wordt bekendgemaakt in het officiële publikatieblad van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen. Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

  • 2 Afschrift van deze beschikking zal worden gezonden aan: de leden van Commissie voor Evaluatie van de NOTA, de Stuurgroep van de NOTA, alle ministers, de voorzitter van de Eerste Kamer, de voorzitter van de Tweede Kamer, de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid, de Accountantsdienst van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen en de Algemene Rekenkamer.

  • 3 Dit besluit treedt in werking met ingang van de derde dag na de dagtekening van het officiële publikatieblad van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen waarin dit besluit is bekendgemaakt, en geldt tot het moment waarop de Commissie haar werkzaamheden heeft afgerond.

dr. ir. J.M.M. Ritzen