Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Gemeentewet

Geldend op 26-05-2012


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 89

    • 1. Een lid van een deelraad is niet tevens:

      • a. minister;

      • b. staatssecretaris;

      • c. lid van de Raad van State;

      • d. lid van de Algemene Rekenkamer;

      • e. Nationale ombudsman;

      • f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman;

      • g. commissaris van de Koning;

      • h. gedeputeerde;

      • i. secretaris van de provincie;

      • j. griffier van de provincie;

      • k. lid van de rekenkamer van de provincie waarin de gemeente waar hij lid van de deelraad is, is gelegen;

      • l. lid van de raad;

      • m. burgemeester;

      • n. wethouder;

      • o. lid van de rekenkamer;

      • p. ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid;

      • q. lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente;

      • r. ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt.

    • 2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder r, kan een lid van een deelraad tevens zijn:

      • a. ambtenaar, aangesteld of ondergeschikt aan het deelgemeentebestuur van een andere deelgemeente;

      • b. ambtenaar van de burgerlijke stand;

      • c. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht;

      • d. ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar onderwijs.

    • 3. In de in artikel 87, tweede lid, bedoelde verordening kan worden bepaald dat in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder q, een lid van een deelraad tevens lid van het dagelijks bestuur van de betrokken deelgemeente kan zijn gedurende het tijdvak dat:

      • a. aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de deelraad en eindigt op het tijdstip waarop de leden van het dagelijks bestuur van een deelgemeente aftreden, of

      • b. aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente en eindigt op het tijdstip waarop zijn opvolger als lid van de deelraad de eed of de verklaring en belofte heeft afgelegd of waarop vaststaat dat geen opvolger kan worden benoemd. In dat geval bepaalt de verordening tevens dat hij geacht wordt ontslag te nemen als lid van de deelraad met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot lid van het dagelijks bestuur aanvaardt en dat artikel X 6 van de Kieswet van overeenkomstige toepassing is.