Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instelling coördinerend EG-fraudeberaad[Regeling vervallen per 02-01-2005.]

Geldend van 01-02-1992 t/m 01-01-2005

Instelling coördinerend EG-fraudeberaad

De Minister van Justitie,

Gelet op het beleidsplan van het openbaar ministerie 1990–1995 ‘Strafrecht met beleid’ en het jaarverslag Openbaar Ministerie 1990 waarin aandacht wordt gevraagd voor de noodzaak tot intensivering van de bestrijding van EG-fraude;

Overwegende dat een effectief toezicht op de naleving van de communautaire voorschriften en de opsporing van EG-fraude in hoge mate afhankelijk is van de nationale handhavingsstructuren;

Overwegende dat bij de opsporing van EG-fraude in Nederland zowel de reguliere politie als de bijzondere opsporingsdiensten zijn betrokken en ingevolge artikel 148 van het wetboek van Strafvordering het openbaar ministerie de leiding heeft over de opsporing van deze vorm van fraude;

Overwegende dat de procureurs-generaal in hun vergadering van 5 juni 1991 overeenkomstig de aanbeveling in het rapport van de O.M.-werkgroep ‘EEG-fraude’ hebben ingestemd met de instelling van een coördinerend EG-fraudeberaad met de doelstelling en taken zoals hieronder in artikel 2 geformuleerd;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 02-01-2005]

Er is een coördinerend EG-fraudeberaad.

Artikel 2 [Vervallen per 02-01-2005]

  • 1 Het fraudeberaad heeft als doel het bevorderen van een optimale aanwending van de opsporings- en vervolgingscapaciteit met betrekking tot de EG-fraude.

  • 2 Het fraudeberaad tracht deze doelstelling te realiseren door:

    • a. het beleidsmatig afstemmen van de opsporingsactiviteiten van de diverse diensten en het scheppen van een kader, waarbinnen controle-, opsporings- en vervolgingsactiviteiten beter op elkaar kunnen worden afgestemd:

    • b. het kritisch toetsen en evalueren van onderzoeken teneinde te bevorderen dat met de beschikbare inzet een maximaal effect wordt bereikt;

    • c. het bevorderen van de toetsing van regelgeving op handhaafbaarheid en fraudegevoeligheid;

    • d. het bevorderen van de uitwisseling van informatie en ervaring in nationaal en communautair verband met betrekking tot opsporing en vervolging, en het aldus vergroten van de kennis van de actoren op het gebied van de EG-regelgeving en EG-fraudebestrijding.

Artikel 3 [Vervallen per 02-01-2005]

  • 1 De voorzitter van de vergadering van refraucomvoorzitters dan wel een ander lid van die vergadering zit het coördinerend EG-fraudeberaad voor. De secretaris van de vergadering van refraucomvoorzitters dan wel een andere door die vergadering aan te wijzen functionaris voert het secretariaat.

  • 2 Naast de voorzitter en secretaris worden als leden van het coördinerend EG-fraudeberaad benoemd een vertegenwoordiger van:

    • het openbaar ministerie;

    • de Centrale Recherche Informatiedienst;

    • de Fiscale Inlichtingen en Opsporings Dienst;

    • de Directie Douane;

    • de Algemene Inspectie Dienst, afdeling recherche;

    • de Economische Controle Dienst, centrale afdeling recherche;

    • de reguliere politie;

    • het Ministerie van Justitie.

  • 3 De leden van het coördinerend EG-fraudeberaad kunnen zich door plaatsvervangers laten vertegenwoordigen.

Artikel 4 [Vervallen per 02-01-2005]

  • 1 Het coördinerend EG-fraudeberaad houdt periodiek overleg met de Controlecoördinatiegroep van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en het Ministerie van Financiën. Het coördinerend EG-fraudeberaad overlegt regelmatig met de vakdepartementen die betrokken zijn bij de beleidsontwikkelingen op EG-niveau.

  • 2 Voor het overige stelt het coördinerend EG-fraudeberaad zijn eigen werkwijze vast.

Artikel 5 [Vervallen per 02-01-2005]

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 1 februari 1992.

Artikel 6 [Vervallen per 02-01-2005]

Deze beschikking wordt gepubliceerd in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad.

's-Gravenhage, 1 februari 1992

De

Minister

van Justitie,
voor deze:
De

directeur-generaal Politie en Criminaliteitsbestrijding

,

J. J. H. Suyver