Wijzigingswet Wetboek van Strafvordering, enz. (bepalingen houdende termijnen)

Geldend van 01-05-1992 t/m heden

Wet van 27 november 1991, houdende enkele wijzigingen van het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten, in het bijzonder betreffende bepalingen houdende termijnen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is ter bevordering van de doelmatigheid van de strafrechtspleging in het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten enkele bepalingen te herzien, waaronder bepalingen waarin de inachtneming van bepaalde termijnen is voorgeschreven;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel VII

De artikelen I onder B sub 6, C sub 1 en 2, D, F, G, H, K en III onder 3 hebben geen gevolgen voor strafzaken die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet reeds terechtzitting in eerste aanleg aanhangig zijn gemaakt.

Artikel VIII

Artikel I onder A en I heeft geen gevolgen voor strafzaken waarin de vervolging vóór het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet reeds is aangevangen.

Artikel IX

De artikelen I onder B sub 1 tot en met 5, 7, 8 en 9, C sub 3, III onder 1 en 2, IV, V en VI hebben geen gevolgen voor strafzaken waarin op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet reeds in eerste instantie een rechterlijke beschikking is gegeven.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage, 27 november 1991

Beatrix

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

Uitgegeven de zeventiende december 1991

De Minister van Justitie

E. M. H. Hirsch Ballin

Terug naar begin van de pagina